Van Nößlach naar Torbole

Opnieuw geprobeerd een origineel verslag te schrijven. Op Cyclemaniac-c3 wilde dit stukje niet geplaatst worden.

Een onbewaakt moment op kantoor. Ik typ in Google Maps de plaatsen Nößlach en Torbole in en klik op het fiets icoontje. Een route verschijnt. 206 kilometer. Meer dalende dan klimmende hoogtemeters. Ik zie een uitdaging. Ik zie een mooie eerste dag. Ik zie wat ik eigenlijk al eerder ens heb willen doen. Vanaf mijn bureaustoel ziet het er maar wat eenvoudig uit.

E is de moeilijkste niet en zegt allen maar: “ga je dat doen?“ en “mooi!”

In de dagen voor de start van de vakantie vertel ik het een aantal collega’s. De kans om er onderuit te duiken verkleinen. De weersverwachting is niet fantastisch, maar wordt met de dag beter. Grotendeels droog. Dat is het belangrijkste.

In de nacht van vrijdag op zaterdag is dat het allerminst. Het dondert. Het bliksemt. Het regent. Maar wat er nu valt kan er straks niet meer vallen. Hier houd ik me aan vast.

Voor dat we naar het ontbijt vertrekken leg ik mijn spullen klaar. Sinds lange tijd weer eens een ondershirt en mouw stukken. Ook een windbreaker voor de eerste dalende kilometers.

Ondanks dat ik bij het ontbijt twee broodjes en twee sneetjes toast eet, stouw ik mijn zakken vol met eten en zit er ook in mijn bidons voldoende koolhydraten van Maurten. Ik ben niet zo’n stopper voor apfelstrudel en koffie. Zo goed ken ik mezelf wel.

Bij het vertrek is het net boven de 10 graden en staat er een fris windje. De stemming is goed. Ik heb er zin in. Zal het varkentje wel eens even wassen.

E stapt hier in de auto. Me op een afstandje volgend via de Wahoo tracker en af en toe een app-je. Ik weet dat mijn ouders het ook leuk vinden me te volgen op dit soort tochten en stuur ze ook de link.

Al snel is de weg afgezet. In onverstaanbaar dialect wordt door een plaatselijke boer me uitgelegd dat ik het bord moet negeren en alleen goed op moet passen bij “der Schotter Putze”. Zo gezegd zo gedaan. Bleek meer op te moeten passen bij een stel gladde haarspeldbochten in het bos. Glibberend en glijdend hield ik daar “the rubber side down”. Zo slingerde ik onder de Brenner door en klom daarna omhoog naar de grenspost. Waar we anders vanuit de auto naar kijken, daar reed ik nu op mijn fietsje.

Italia!

Het mooie aan de tocht is dat hij voor 97%, schatting van de schrijver, op fietspaden verloopt en voor de rest op heel rustige wegen. Ik was er zeker niet alleen. Hippe mensen met bepakking, mountainbikers, verdwaalde wielrenners en toerfietser in groepen, van alles kwam ik tegen, maar niemand had zin om met me op te fietsen. Veel stukken fietspad verloopt over oude spoorbanen. Soms staan de seinpalen er zelfs nog naast. Zo slinger je soms wat verder weg van de A22 en soms rijd je er pal naast.

Eerste plaats: Sterzing. Bekend bij de A22 rijders als de start van de tolweg.

Een blik op de route naar Bolzano

Een leuke plaats. Hebben we op weg naar Torbole een keer overnacht. Aanrader. Maar niet voor mij vandaag. Ik moet verder. De route bekijkend een lange afdaling. Maar dat was zonder alle stijle klimmetjes gerekend. En zelfs de stijle afdalingen maakten het niet altijd even makkelijk om te rijden.

Volgende punt Brixen. Voorbij aan de Forst brouwerij. De trots van bierdrinkend Süd Tirol. Te industrieel ook al zie ik met een blik in een zijstraat wel de typische sfeer die hier in de plaatsje hangt.

Vanaf hier is de weg bekend. Hier ben ik eerder geweest. Een keer vanuit Tramin an der Weinstraße naartoe gefietst. Ik weet wat me nog te wachten staat. Eerst Chiusa. Nog zo’n typische plek langs de snelweg. Zou een mooie rustpauze zijn, maar ik worstel me dwars door het winkelende publiek door de winkelstraat. Ik maak geen vrienden zo te zien, maar dit is echt de route.

Doorzetten nu. Na wat geslinger kom ik op een mooi lopend fietspad door een aantal goed verlichte tunneltjes. De oude spoorbaan. Op naar Bolzano/Bozen.

Hier reed vroeger een treintje

In Bolzano heb ik me voorgenomen om bij een mij bekende kraan de bidons te vullen. Hard nodig. Op dit punt realiseer ik me dat het nog ongeveer 100 kilometer rijden is. Op zich al meer dan genoeg voor een flinke rit, maar vandaag ben ik pas op de helft.

Water in Bolzano

Doorzetten nu. Lange stukken fietspad. Meer open. Bij Tramin kijk ik kort naar rechts. Blik op de kerktoren. We zien elkaar over een week weer.

Focus is nu op Trento. Niemand om mee samen te fietsen. Wel al vanaf het begin de wind op de kop. Ben ik niet vies van, van een beetje tegenwind, maar een duwtje in de rug was wel lekker geweest. Dat is zeker.

Ik laat Trento achter me en focus me op Rovereto.

Een bord dat ik vervloekte

Bij het zien van dit bord vlak na Trento zakt me de moed wel wat in de koersschoentjes. Het begint zwaar te worden, maar ik weet dat ik doorzet. In Rovereto wil ik de bidons vullen, maar is de bron afgesloten. Een beeld dat je hier vaker ziet. Of het vanwege water tekort of energie is, dat weet ik (nog) niet.

Fiets kunst bij Rovereto

Dan maar door. De slokjes afmeten. Ik laat ook nu namelijk de restaurantjes links en rechts liggen, hoe uitnodigend ze ook zijn. Ik weet dat er bij Loppio nog een mogelijkheid is.

Ik worstel me omhoog bij Mori en rijd dan snakkend door naar Loppio. Wat kun je blij zijn met wat water.

Acqua!!

Ondertussen is mijn Wahoo Element Al een tijdje op zwart gegaan. Bij het echte uitvallen zet ik Strava op mijn iPhone aan. Het steeds aanpassen van de na u gat ie is te veel voor de accu geweest. Zo mis ik wel een stukje op Strava, maar kan ik dat door de foto’s van E toch nog achterhalen.

Na Loppio is er nog een laatste klimmetje de pas over. Deze 15% zijn er voor mij bijna te veel aan. Mijn maag inhoud neemt nog net geen afscheid van me, maar ik ben blij dat het einde nu echt in zicht is. Ook al fiets ik dan geregeld, bij 5 uur begint het plezier wel op te houden. Laat staan na 6 of zelfs 7 uur. Dan komen er pijntjes waar je anders geen last van hebt, in handen, schouders en zitvlees.

Blik op het meer

Maar de eerste blik op het meer maakt zo veel goed. Een beetje Goethe, zoals hij over de pas is gekomen en voor het eerst het meer zag (die Italienreise).

Een laatste verplichte stop

Afdalen naar de Goetheplatz en dan door het dorp naar Mecki’s.

Zout omrand

Ik ben altijd blij om E te zien, maar op een dag als deze waarbij ze op het terras zit met een koud glas cola, is het nog wel meer.

We kunnen nog lachen

Meer dan dit zat er echt niet in. De tank is leeg. Hoe goed ik hem onderweg ook heb proberen aan te vullen.

Papier? Dat neem je natuurlijk mee
Een deel van het geheel

Plaats een reactie