De wielrenner en zijn sokken of moet ik zeggen kousen. Dat is pas echt een onderwerp voor discussie en polarisatie.
De kersttijd is de tijd van eerlijkheid en daarom zal ik nu ook maar bekennen dat ik in een heel ver verleden op de trein zat van het sokloos fietsen of met korte witte stokjes. In mijn Sidi’s natuurlijk. Deden toen vast een paar grote mannen. Niet tijdens de koers want de verschillende organisatoren van wedstrijden, zoals de KNWU, verplichtten je om tijdens wedstrijden witte sokken zonder opdruk te gebruiken tot boven de enkel. Veel hoger was uit den boze.
Met het opkomen van commercie, Amerikanen, compressie en aërodynamica, veranderden de sokjes tot kousen en kwam er ook kleur en zwart in het peloton. De UCI greep in en de kous mag niet hoger komen dan tot halverwege het onderbeen. Compressiekousen zijn uit den boze tijdens het fietsen op deze manier en de aerodynamische voordelen worden ook aan banden gelegd. Stof kan namelijk veel sneller zijn dan huid, is inmiddels geleerd. Soms wordt hier heel streng op gecontroleerd, maar soms ook niet. Bij het laatste is Annemiek van Vleuten tijdens het laatste WK op de weg een typisch voorbeeld. Daar ging alles mis met de kleding en ook met de kousen. Ze vond het zelf vooral geen gezicht hoe ze er bij had gereden.
Ik ben zelf bekennend liefhebber van de hogere sok. “Hoe hoger de sok, hoe harder de snok”. Liefst wel wit, ook al heb ik inmiddels een paar afwijkende kleuren in mijn kast liggen. Soms om tegendraads te doen, mijn outfit af te maken of omdat zwart bij slecht weer nu eenmaal echt de veel verstandigere keuze is.

Ook in de winter. Dan bij voorkeur van merino wol. Warm en droog.