Donderdag voor alles begon en vrijdag toen alles afgelopen was op de Kickr gestapt. Trappen in Zwift. Zweten en warmte, hoe hard de ventilator ook stond te blazen.
Zaterdagochtend keek ik naar het weerbericht. Droog. Iets onder 0. Niets waar mijn Pas Normal kleding niet tegen zou kunnen. Daarbij de wil om weer eens naar buiten te gaan. Veel kom ik namelijk niet buiten bedacht ik me. Ik had net een filmpje gekeken op YouTube over fietsen in de winter en daar nam ik een aantal tips uit mee. Bijvoorbeeld het open knippen van je reep en snoepjes papiertje, zodat eten makkelijker gaat. Is al lastig genoeg om het te pakken met je dikkere handschoenen. Andere tip, die ik hier ook altijd predik, kleed je niet te warm, maar warm genoeg voor wat je doet.
Zo ging ik op pad. Goed aangekleed en vol goede moed. Met een lampje voor en achter knipperend aan. Dat was maar goed ook, want het was niet alleen koud, maar ook nog eens heel erg mistig.
Op mijn Wahoo Element zag ik de temperatuur dalen. Minus 7, minus 8. Zal wel de gevoelstemperatuur geweest zijn. Onderweg glibberden mijn banden af en toe. Opgevroren weggedeelten. Ik kende de term van de verkeersinformatie.

In de kleine wereld is het prettig fietsen. Je ziet niet hoe ver je nog moet. Het lijken steeds korte stukjes. Een beetje van bocht tot bocht fietsen op een berg.
Ik slingerde door de polder. De weinig gestrooide wegen opzoekend. Hoe minder gestrooid, hoe minder zout, hoe minder slecht voor je fiets. Zo reed ik de kilometers aaneen. Inmiddels met toch wat koude voeten.
Met bijna 100 op de teller kwam ik vlak bij huis. Moest nog drie blokjes om, om door de 100 heen te gaan. Michael Boogerd zou trots op me geweest zijn. Na de boterham sloeg de kou echt toe. Rillen. Was zwaarder dan gedacht zou in minus temperaturen buiten zijn.

Terwijl de fiets in de garage stond viel het ijs er vanaf. Net als van min helm. Mijn bel deed het niet meer. Vastgevroren.

Zondagochtend. Naar buiten of toch maar binnen. E vertrok richting de sportschool. Ik bedacht me dat de buitenlucht me goed zou doen. Temperatuur minder laag. Geen mist. Zou dus wel meevallen. Zo ging ik rijden.
Voor een deel over de zelfde wegen. Eerst wilde ik een heel kort rondje rijden. Maar gaande weg plakte ik er een paar kilometers aan vast.

Zo trapte ik er uiteindelijk een goede 60 bij elkaar. Met beleid en helemaal tevreden. Boven buiten fietsen gaat binnen rijden nu eenmaal niet.
Boven rijden in korte broek en korte mouwen gaat trouwens nog veel minder. Maar dit soort ritten maken wat mij betreft net dat beetje verschil. Je moet er net iets meer voor willen. Net iets meer voor doorbijten. Net iets meer voor overwinnen. Dan is het onder een zomerzonnetje daarna allemaal iets eenvoudiger te doen.
Op naar de zomer!