Iedere generatie kent zijn kampioenen. Sommige kampioenen leven in volgende generaties voort. Veel kampioenen hebben hun bijzondere verhalen. Misschien maakt ze dat ook wel tot kampioenen. De grootste kampioenen hebben in hun tijd een evenknie. Zonder strijd geen kampioen, of je moet Eddy Merckx heten.
Het bijzondere aan fietsen is dat veel liefhebbers vooral liefhebbers van het fietsen zijn en minder uitgesproken fan van één ploeg of één renner, wat je bij andere meer ziet. Minder hooligans ook. Als je hooliganisme wil zien, dan zit het nog het meeste in de cyclocross waar renners uitgejouwd worden en met bier overgoten. Of Frankrijk. Maar dat is Frankrijk.
Een groot kampioen, die misschien nog wel groter had kunnen zijn is Jan Ulrich. Misschien was hij in de winter wel iets te groot om in de zomer in afgeslankte vorm de strijd te winnen. Misschien was hij in Duitsland wel iets te groot, om daar alle verlokkingen te weerstaan en buiten de riool pers te blijven. Misschien was zijn talent wel iets te groot, om niet te beseffen er altijd voor te moeten werken. Misschien was zijn verslavingsaanleg wel iets te groot, om er niet aan toe te geven. misschien was zijn aantrekkingskracht wel iets te groot, om niet te veel foute vrienden aan te trekken.

Als je wilt weten hoe het echt zit is dit hét boek om over Jan Ullrich te lezen. Tot in de, meest schokkende, details beschreven door Daniel Friebe. Duitse naam, maar Engelse journalist die in Berlijn woont. Maakt ook (mede) een mooie podcast, The Cycling Podcast, waarin hij op ongekende wijze zijn mede sprekers introduceert. Het ligt voor mij nog klaar, maar het moet echt een heel mooi boek zijn.
Met Der Jan lijkt het nu wel weer wat beter te gaan. Hij ziet er afgetraind uit en het is toch al weer winter. Wat je wel vaker ziet is dat tegenstanders in de koers, reddende engelen worden er na. Zo zie je nu Lance Armstrong veel met Jan Ullrich omgaan. Een bijzondere combinatie, maar het lijkt te werken.