Hoe groot is de kans dat je op zondag jarig bent begin januari en het dan ook nog zulk goed weer is dat je kunt fietsen. Niet groot, schat ik in. Maar als het dan zo is en je kunt nog fietsen ook als jarige job, dan kun je als fietsvriend niet anders dan toezeggen mee te gaan. Ook als het vertrek iets later is dan je normaal zou gaan rijden, ook als het de derde dag op rij is, ook als je misschien denkt aan iets anders doen. Dat laatste is natuurlijk niet waar, maar ik vond het wel vriendelijk over komen naar het thuisfront. Dat thuisfront dat weet dat als de motivatie terug is en ik kan fietsen dat ik dat dan ook het liefste doe.
Tien uur op de brug bij R. Hij moest eens weten. Woont daar niet eens meer.

Ron had gezegd dat we rond de 100 kilometer gingen rijden. Ik dacht dat het iets minder zou worden. Dat is natuurlijk niet met Ron gerekend. Hadden we het zaterdag nog over. Bij Ron begint het fietsen bij 100 kilometer, terwijl hij toch best wel eens iets korter onderweg zou kunnen zijn in zijn opbouw. Maar iedereen heeft zijn eigen aanpak.
Ik lied me leiden door het feestvarken. Hij bepaalde de route. Lied hem zijn gang gaan. Wegen die ik anders niet kies, recht toe recht aan rijder dat ik ben in combinatie met een gewoonte dier. Maar wel zo leuk om zo eens op andere plaatsen uit te komen.

Richting Soest en door naar Soesterberg. Het bekende bres te fietspad ter wereld. Weet het zelf niet te vinden maar met de ingebouwde navigatie van Ron ging het prima.

Via de duinen en een paar mooie weggetjes ging het weer richting Lage Vuursche. Onderweg haalden we iemand bij op een S-works Crux die me vertelde dat hij net zo’n fiets heeft als ik en die heel dankbaar een stukje in het wiel meereed en daar zelfs voor bedankte. Heren zijn het, die S-works rijders.
Met Lage Vuursche in beeld dacht ik de route wel weer te weten, maar wat bleek, Ron had andere plannen. We plakten er nog een ronde langs de plassen aan vast. Dus op weg naar Loosdrecht. Niets afsnijden, maar een extra lus. Ken ik eigenlijk alleen maar andersom.
Dus zo trapten we verder. Ik vooral aan het wiel. Proberen de techniek van Ron te volgen. Ron houdt wat vaker de benen stil bij vluchtheuvels, bochten en tegenliggers en zet dan weer aan. Ik trap normaal gesproken zo veel mogelijk door. Dus zo trainde ik ook dat. Scherp zijn. En had ik het extra voordeel van meer uit de wind rijden. Wel zo lekker.

Ook zo kwam de polder weer in zicht. Waar we hem hadden verlaten via de Stichtse, reden we hem weer binnen via de Hollandse.
Ron wilde nog wel verder over de dijk. Waarom ook niet. Wind redelijk gunstig en als we dan lang gingen dan ook maar lang. Doortrappen tot aan het einde. Nog even mijn goede wil laten zien. De diesel draaide verder, had zichzelf zo een mooi verjaardagscadeau gegeven en ik was blij uitgenodigd te zijn op het feestje.

Zo werd het een prima, maar stevig weekend. Goed 300 kilometer in de afgelopen 3 dagen. De wat moeizaam op gang gekomen voornemens zijn omgezet in positieve daden. Morgen de bureaustoel maar op standje rust zetten. Van herstellen word je beter, noemen ze dat bij Join.