Een app bericht in de trant van:
“Ik ga van het weekend weer iets zots doen. Omloop van Midden Nederland. Mocht je willen, hang je karretje gerust aan.”
Daarmee was er een zaadje geplant. Zou het niet voor het geheel zijn, dan toch wel voor een deel. Een keer langer op de fiets zijn zou goed zijn als het zou kunnen. Nog mooier in fijn gezelschap.
De volgende dag het bericht:
“Ik heb je blog gelezen. Jammer natuurlijk, maar ik snap het het heel goed als het niet gaat. Dan komt er weer een volgende keer.”
Even er voor had ik net met E mijn plannen doorgenomen. Niet helemaal, maar een deel mee te gaan. De weinige wind kwam uit dezelfde hoek als waar de route naartoe ging, dus anders zou ik die kant ook op fietsen. Verder kon ik wel wat gezelschap gebruiken.
Berichten konden natuurlijk niet anders dan van Ron H zijn. (Bijna) De enige man die ik ken die voor zijn lol langer dan een werkdag op de fiets stapt. Ook degene die sociaal genoeg is om als je mee gaat rekening met je te houden. Want wat ik bij Ron prima kan is mijn karretje aanhaken en uren aan een stuk naar zijn achterwiel staren. Van Ron dan geen klaagzang. Ron is het Duracell konijn dat gewoon doorgaat, tot het moment, als dat komt, dat het minder gaat.

Daar gingen we dus. Om 7:00 op de brug bij Ron. Als hij gek doet, dan ook gek en op de fiets naar het vertrek. Hij zou ruim boven de 240 uitkomen. Je moet er maar aangaan. Ik ken mensen die tegen autoritjes op zien van zo’n afstand en eten en drinken meenemen.
Voor dat eten en drinken had ik goed gezorgd. Vaste aanpak. Iedere 20 minuten een slok iedere 35 minuten iets eten. Dat is aan de onderkant van de koolhydraten en eigenlijk nog te weinig. Zoals ze bij de Beter Worden Podcast zeiden: het is werken, dat eten. Dat klopt. Na de eerste 35 minuten denk je het nog niet nodig te hebben, maar het eten dan is voor later en als je steeds maar die zoetigheid weg kauwt of slikt, schrijft deze zoetekauw nummer 1, dan krijg je er langzaam maar zeker wel genoeg van.

Mijn eerste test legde ik bij de Stichtse Brug. Kwam ik die enigszins over, dan zou het wel goed komen. Zou het daar niet lukken, dan werd het een lijdensweg. Mijn “klachten” (moet tussen aanhalingstekens na het gesprek met mijn buurman die bezig is met levensverlengende behandelingen), zijn eenvoudig: iets vol in de holtes, iets vol in de longen en nogal iets conditionele achteruitgang. Dat laatste is standje winter en ook ik weet dat het mei is. Maar Rinaldo uit Italië wist me te zeggen dat zorgen niet nodig waren omdat ik de Giro opstelling niet gehaald had.
Onderwel ging het best goed op de brug. Wat fluimen, maar daar was alles mee gezegd. Ook “dit lichaam kan zoveel aan” dacht ik in de trant van Thomas Dekker. Geheel ongepast, omdat ik nog geen meter op kop was geweest en dat de komende uren ook niet zou komen.
Ron schreef zich in. Kort gesprekje met een andere SL7 rijder. Mooie fiets! Bedankt. Oh, jij hebt ook een SL7. Ik deelde het niet met Ron, maar de toon was voor mij gezet. Als we hem nog eens tegen zouden komen, dan moest hij er af! Maar als iemand bijna 10 minuten eerder vertrekt en er snel uitziet, dan is dat bijna onmogelijk. Met de nadruk op “bijna” als je met Ron onderweg bent.

Ik gaf Ron heel voorzichtig, maar als iemand het kan dan is hij het, mee dat het voor hem heel lang zou worden en dat hij vooral zo moest fietsen als hij het anders ook zou doen. Zo snel als hij wilde, stoppen waar hij wilde, etcetera. Ik zou vooral proberen hem niet tot last te zijn en werd ik dat wel, dan zou ik het aangeven en mijn eigen weg gaan. Het kan maar beter duidelijk zijn.
De Omloop is een kleine tocht. Weinig deelnemers. Georganiseerd door 3 verenigingen waar er maar één een deel uit pijlt. Rijden op de navigatie dus. Gelukkig kan dat anno 2023. Ron is een ervaren navigator, dus dat ging prima. Voor mij was het weer een goede oefening met mijn eigen scherm. Een scherm waar thuisfronten in Almere en Castricum bij meekeken. Live trackers, of al mijn fans, die zo weten waar je uithangt en ook kunnen zien hoe het gaat.
Terug naar die dijen en kuiten van Ron. Die deden het goed. Heel goed. Ze trapten door en door. Richting Soesterberg (ik hoop dat ik het goed schrijf, van topografisch ben ik niet zo best. Weet waar we zijn. Weer de richting. Maar weet geen namen. Die roept Ron af en toe tussendoor. Met straatnamen er bij als je niet oppast). Daar sloeg de motor nog eens extra aan. Meneer SL7 was namelijk bijgehaald. Net als een groepje andere fietsers. Langs het vliegveld over wat glooiingen deed de wattage machine het, het best. Rechtdoor en gaan. Een strak tempo. Twee man die overbleven. Niemand meer in het wiel. Inwendig lachte ik. Een klap op de schouder van Ron om hem te feliciteren met zijn prestatie.

Een korte stop in Leusden. Aan verzorging doen ze hier niet, maar je kunt wel water bijvullen en een sanitaire stop houden. Ron stopte er wat voedsel in. De kachel moet blijven branden.
Langzaam maar zeker reden we naar de heuvelzone. Zoals bij iedere tocht in midden Nederland hoor je dan over de Amerongse berg te rijden. Schijnt niets voor te stellen, maar ik moet me er altijd weer overheen hijsen. Zo ook vandaag. De aanloop was mooi en snel. Voelde me weer een beetje wielrenner zo aan het wiel.
De berg over. Ploeteren, maar boven komen.

Een fietsers walhalla. Overal zie je ze. Op de weg en op de MTB paden.
In Amerongen een stop bij De Proloog. Ron wil water bijvullen, omdat er tot aan Woerden, daar mag / moet hij nog naar toe, weinig tot geen mogelijkheden zijn om bij te vullen. We besluiten er een snelle koffie en colaatje te nemen. Ik ben er niet zo van, maar probeer een sociaal aspect er in te houden. Ron was normaal gezien niet langer gestopt, maar het is De Proloog, dus dan ben je snel overgehaald. Ook al reden ze in de Giro geen Proloog, hun openingstijdrit was ongelofelijk. Die Aero kogel uit Schepdaal kan wel heel hard met de fiets rijden. Ze hebben ontdekt dat zijn huid sneller is dan het materiaal van zijn kleding, daarom rijdt hij als een van de weinige met blote armen. Sport is één van de meest oneerlijke bezigheden die er zijn. Talent is medebepalend en als je dat mist dan kom je er nooit. Vertel mij wat.


Bij De Proloog staan ook wat speciale fietsen. De nieuwe Trek, maar ook de Tour de France fiets van Annemiek van Vleuten.

De vrouw die de etappe in de Vuelta won en tegen Vollering zei dat weten wanneer je wel of niet moet stoppen voor een sanitaire stop ook bij het wielrennen hoort, toen ze waaiers trokken en Demi besloot op haar hurken in de kant te gaan zitten (ik stel me voor dat het zo gaat). Het zijn trouwens zwaren tijden voor mij als S-works rijder en liefhebber. Twee van de grootste gezichten en klasbakken op het merk zijn een janker en een te aerodynamisch mannetje met te veel bravoure en een onpasselijk makende teammanager. Ik moet er maar mee leren leven. Dat jankerige kan ik ook wel hebben, dat bravoure denk ik een stuk minder maar ik hoop iet aero te hebben en hoe ongepast teammanager E is, dat laat ik aan de lezer. Dus een beetje zit die S-works rijder wel in me.
De Magistrale koffie, de koffie gewijd aan wielrenners, was snel op en we gingen de heuvelzone verder in. Langs de hoofdweg steeds slingers het binnenland in om nog een klimmetje mee te nemen. Zo schraap je de hoogtemeters bij elkaar. Deden we goed. Ging ook goed. Tot het moment dat we een heel peloton van ingehaalde fietsers aanvoerden, die vast een glorie moment beleefden dat ze met ons meekonden (dat wil ik toch tenminste geloven, zoveel bravoure zit er wil in) en mijn achterderailleur vastsloeg. Ben er voor was ik ergens over heen gereden dat tegen mijn been aansloeg, ik heb er een mooie herinnering aan de tocht op mijn scheen staan. Misschien had dat dit ook tot gevolg. Derailleur op de 11 en niet mee schakelen. Daar kom ik geen klimmetje mee op. Bij elektrisch schaken is dit een soort van bescherming. Na wat heen en weer rukken schoot hij weer los. Is een methode voor die ik echt moet onthouden. Tweede keer dat het gebeurt en de vorige keer moest ik het googelen.
Door maar weer. Langzaam maar zeker op nog bekender terrein. Emma piramide over. Wat een onding. Langs de KNVB. Zeist door en vlak bij Soestdijk gingen onze wegen uit elkaar. Ron halverwege. Nog een flink stuk te gaan. Voor mij nog iets rond de 1,5 uur. Was wel mooi dan. Beter om verstandig te doen. Kort gesprek. Over en weer bemoedigende woorden voor ieders laatste deel. Ik had genoten van het met Ron mee mogen fietsen. Ik had daarbij goed zijn bord leeggegeten en mezelf in acht genomen. Was goed te zien dat ik de modder spetters op me had en hij niet. Dan weet je wie voorop rijdt.
De route begeleiding uit. Ik ken de weg, Langs Soestdijk en op naar Eemnes. Inmiddels rond het middaguur. Het was flink warm geworden. Toch maar besloten om de armstukken naar benden te trekken. Kort – kort werd het zo. Dat maakt fietsen toch nog net wat leuker.
Weer in het nieuwe land. Bij het praktisch enige verkeerslicht dat je er tegen komt kwam er een renner naast me staan. Compliment voor mijn fiets. Verder het verhaal dat er op de dijk punaises waren gestrooid. Een massa mensen met lekke banden. Trieste mensen zijn er toch.
De laatste kilometers. Ik rijd nog aardig door en geniet. Hoe tevreden kun je zijn. Zo tevreden kun je zijn. Zonder Ron was het zeker niet de dag geworden die het geworden is. Had veel meer met de rem er op gereden en had me ook niet zo kunnen verstoppen. Dat maakte het natuurlijk ook een heel stuk haalbaarder voor me. Eerlijk is eerlijk.
Een paar uur later ook het bericht van Ron. Veilig thuis. Ruim 240 kilometer op de teller. Respect.
Bij mij waren het er 165. Langste afstand van 2023 tot dusver. Smaakt naar meer en ook naar meer werken aan mezelf. Volgende keer wil ik Ron ook wel een stukje in mijn wiel hebben en niet alleen in een afdaling een stukje naast hem rijden,
Op naar meer. Op naar beter. Op naar….