Soms vraag ik me wel eens af waarom ik het nou zo leuk vind om naar Torbole te gaan. Ik word hier omringd door vele hoge pieken die me allemaal stuk voor stuk angst inboezemen. Zelfs op mijn rondje Cavedine moet ik een klimmetje over die een veelvoud aan hoogtemeters oplevert dan bij een rondje rond de polder.
Als ik thuis op de bank zit heb ook ik natuurlijk grootse plannen en ziet alles er op papier een stuk eenvoudiger uit, maar als het dan zo ver is, het eten in de voorbereiding te goed gesmaakt heeft en de fiets kilometers achter gebleven zijn, dan worden de knieën toch weer week en is het gevaar dat ik alleen maar verval in de rondjes Cavedine.
Maar, de lezer zal het niet ontgaan zijn, de Giro d’Italia komt voorbij. Niet alleen zomaar voorbij, maar daarbij ook nog eens klimmend over een aantal toppen in de buurt. Daarbij ook de Monte Velo / Santa Barbara. Een stijle beklimming op ongeveer 7 kilometer van ons appartement. Reden dat ik er niet vaker oprijd is dat het één lange worstelpartij voor me is waarbij ik eerder onderweg al eens voet aan de grond moest zetten. Score in de Gironis categorie 1. De hoogste score. Maar als die renners daarna nog 4 beklimmingen op mogen, dan kan ik de verleiding niet weerstaan deze ene ook weer eens te proberen.

Met beleid reed ik richting Arco. Daar afslaan en op zoek naar de voet. Bleek ik niet helemaal goed uitgedokterd te hebben, maar door kleine straatjes en de kerktoren in het oog te houden vond ik hem. Het is hier Zambanini grond. Ook al woont hij 5 kilometer verderop, hier wonen zijn fans.

Over de hele route kwam ik zijn naam tegen. Net als wat keren Bora.
Mijn voornemen was en bleef om rustig te blijven. Boven komen was het doel en ook echt het enige doel. De ketting dan ook maar op de 30 tandjes achter en malen maar. De iets lichter lopende stukjes gebruikend om wat op adem te komen en dan weer door. De berg was geel, oranje en rood afwisselend op mijn scherm. Sommige stukken flink boven de 10 procent. Kilometers die zelfs gemiddeld er boven uit komen. Dat is stevig.
Shirt open geritst. Zweten. Ploeteren. Een slok uit de bidon als de Wahoo me een herinnering geeft. Ik knijp onderweg ook nog snel een gel leeg.

Het was waarschijnlijk sneller om te lopen en ik was een eenvoudige prooi voor een ieder die verder op de fiets naar boven reed, maar afstappen was er niet bij en meter voor meter werden ook de hoogtemeters weggewerkt. Eerste eik punt: de Monte Velo.

Al fietsend een foto. Vooral niet stoppen. Door naar boven, naar de echte top. Over stukken nieuw asfalt. Na een stukje wat vlakker wordt het weer echt stijl. Ik zie de top.

Helaas ligt er een fietser bij het bord en heeft hij zijn fiets ook tegen het bord aangezet. Flauw.

Ongeveer 1100 meter geklommen vanuit Torbole. De top is bereikt. Één van de mythische Trentino cols. Voelt toch een beetje als winnen. Zelfs als er geen reden is om je handen in de lucht te steken.

Ik neem niet in één keer de afdaling, maar fiets nog een klein stukje de Passo Bordale op. Tot aan het supporters lokaal van Cesare Benedetti (hij is getrouwd met een Poolse, dat is de link met de adelaar en het rood witte).

Dan vind ik het mooi geweest en duik ik, voorzichtig, de afdaling in naar Loppio om zo weer naar het meer terug te rijden.
Nog de kleine maar venijnige pas over. Ik krijg een duim omhoog van een meneer die op een bankje zit. Alles blijkt maar weer eens relatief.

Torbole ligt er vredig bij. Onder een stralende zon. Voor mij de rest van de dag niets meer.
Voor de liefhebbers en de relativiteit, hier het Strava segment, voor de etappe van vandaag.
