Een nieuwe maand en dan prikkelt de eerste Strava Challenge. Een rit van 100 kilometer. Wat was dat een rit een paar jaar gelden. Nu is iets van die lengte gemeengoed. Prima om te rijden. Best ook wel een rondje om te vinden. Hoef je niet na gek ver voor weg te gaan.
Maar vandaag was er een extra uitdaging bij. Na het afscheid nemen van mijn zwager Fred op zaterdag stonden min hersenen blijkbaar ‘s nachts nog niet stil. Zo werd het een slapeloze nacht. Terwijl we weten dat de Tour in bed wordt gewonnen, is het ook zo dat er de basis voor een goede training ligt. Dat zag ik dus wat sombertjes in.
Verder had de wind besloten om op deze zondag eens te blazen. We noemen het windkracht 4, maar ik denk dat het wel iets sterker was. Het eerste deel, tegen de wind in, met beleid en een goed beentempo. Overzichtelijke versnelling op het binnenblad. Zo stuurde ik mijn fiets in de richting van Amsterdam. Over de Schellingwouderbruggen stad inwaarts richting de Amstel. Ik kwam de nodige fietsers tegen die vanuit Weesp een tocht reden. Konden toen nog lachen, maar moesten met de wind op de neus later weer terug.
Bij de Amstel kwam de wind meer in mijn voordeel en zo Ouderkerk ook snel dichterbij. Waar lang de weg opengebroken is geweest bleek nu een tunneltje te liggen. Geen ellenlang wachten meer om over te steken, maar vlot het plaatsje in. Een fietsersheiligdom, zou je bijna denken zo aan de Ronde Hoep. Vaste prik voor Amsterdam dat met een krom stuur rijdt.
Nog makkelijker ging het richting Abcoude. Wind in de rug is toch wel iets moois.


Door naar Weesp. Kost allemaal geen inspanning zo. Brug over het Amsterdam Rijnkanaal. Tandje er bij. Ik train op het staand rijden. Wind in de flank. Beetje duwen. Maar als je, je goed voelt gaat het goed door. Dan zijn de Rovals een soort zeilen en duwen de wielen je voort.
Door de polder. Hollandse Brug. Ook weer gehad. Grootste uitdaging het stuk langs het strand en het eerste deel dijk. Ik trap een redelijk stevige versnelling voor mijn doen. Maar ook dit loopt. En na de bocht is het wielerwalhalla daar. Harde wind in de rug. Rijden wordt vliegen.

Ik raas door. Doe niet te gek. Het blijft rijden en niet werken. Ik zie wielrensters die worstelen tegen de wind in. Ik vermoed met tranen biggelend over hun wangen. Het is geen feest zo over zo’n ellenlange dijk te moeten ploeteren.
Ik denk er even over om de dijk verder af te rijden, maar heb geen zin in het geworstel dan weer terug naar huis. Mooi geweest. Ik rijd precies 100 kilometer vandaag en houd er nog eens een goed gevoel aan over ook.

En de Tour. Ik zie de dubbeltjes allemaal de verkeerde kant op vallen voor Jumbo in de eerste twee dagen. Mathieu heeft door dat het allemaal net iets te zwaar is en we hebben het te eenvoudig ingeschat. De Tour is echt de hoogste klasse wielrennen. Pogacar sprokkelt de secondes bij elkaar en laat zijn voorsprong groeien. Benieuwd als we later deze week de echte bergen ingaan. Maar eerst sprinten. Wat laten de Nederlandse sprinters zien?