De dag van de fiets had meerdere redenen. Een belangrijke was ook dat er op woensdag een test op het programma stond. Zie het als een proefwerk en een toelatingstest in één. De ene om te zien of de trainingen resultaat hebben, de andere om te zien of je het niveau aankunt.
We kozen voor een iets vroegere start van de dag. Net als in Nederland zijn de temperaturen hoog en dan is het wat sportievere bezig zijn handiger in de ochtend als de temperatuur nog net iets lager is. Bevalt mij beter. Wandelingetje naar de bakker. Zoals zo vaak kan ik niet kiezen en kom ik met te veel thuis.
Ik kies er voor om de test te doen op de beklimming naar Drena. De echte test duurt 20 minuten en is proberen te geven wat je in je hebt in die tijd. 95% daarvan bepaalt, hebben de wetenschappers uitgedokterd, wat je een uur lang vol kunt houden en is je “ftp”. De meting gaat in Watt. In de verhouding tot je lichaamsgewicht kun je dan zien hoeveel Watt per kilo je kunt leveren. Dat zijn de getallen waar mee gegoocheld wordt als er over wielrenners en hun prestaties wordt gesproken.
In die 20 minuten is fietsen niet leuk. Je hijgt, je zweet, je benen vragen je om te stoppen, je tellertje gaat langzaam richting de 10 en nog langzamer richting de 20 minuten. Schrijnend is het als je je test doet en ook nog eens voorbij wordt gereden. Ik zag deze renner later nog eens en die kon wel wat.
Zou werk ik mijn 20 minuten af. Het lastige van een natuurlijke weerstand en niet Zwift is dat het traject onregelmatig is en het soms wat extra werken is om blijvend de zelfde weerstand te houden, tandje er bij, tandje er af. Gele en groene zones op het klim traject op mijn Wahoo.
Ik eindig in Drena, maar moet nog verder naar boven om de pas over te gaan. Ik neem tempo terug en ontdek dat ik dat ook kan. Rode zones op de teller, maar ik fiets in een rustiger tempo door. Zo kom ik boven.

En natuurlijk nog een blik op het kapelletje.


Ik rijd bergaf tot bijna aan het einde van het dal. Iets in me wil verder. Iets in me weet dat nu omdraaien veel beter is.
Ik rijd weer terug naar boven. De makkelijke kant en als cadeautje een afdaling terug naar Dro. De wind is af en toe wat lastig inschatten, maar verder loopt het als een zonnetje.
E is gaan lopen naar de markt in Arco en blijkt net een koffietje en een watertje aan het drinken te zijn. Ik schuif even aan. Veel meer vakantie wordt het niet voor mij.


Ik drink een deel van E d’r water op. Lekker met een bubbeltje. Geef dan galant mijn volle bidon met water mee voor haar terugweg. Of je nog 6 kilometer op de fiets moet of 6 kilometer te voet met de zon op je bol, maakt nogal een verschil.
Aan het einde van de middag kijk ik naar de Vuelta en begrijp ondertussen steeds minder van de koers. Volgens Rinaldo is het tijd voor de Aerokogel uit Schepdaal, Remco, om naar een beginners klas voor wielrennertjes te gaan, zoals hij in de rondte rijdt. Hij maakt Uijtdebroeks ook helemaal met de grond gelijk. Dat laatste vind ik spijtig, want ik mag die renner wel en hoop stiekem dat hij iets extreems uit zijn helm tovert.
En ik? Ik heb mijn ftp met 2 Watt verhoogd bij een gelijk gewicht. Geen vooruitgang om nu de vlag voor uit te hangen en nog steeds een ftp dat in de onderste regionen van “fair” zit (dat is net boven niet getraind). Maar waar ik blij mee ben is dat het rond dit niveau zit, waarbij ik dacht dat het verder teruggelopen zou zijn. Ik weet dat ik nog wel iets meer uit mezelf kan halen en door verstandigere keuzes mijn fiets prestaties kan laten stijgen. Iets om over na te denken en eens goed met mezelf over van gedachten te wisselen. Want ook al zal een reactie kunnen zijn; het gaat zo toch prima, als je net dat beetje beter bent, gaat het fietsen net dat beetje eenvoudiger en wordt het fietsen nog net dat beetje leuker.
Terwijl ik dit typ bedenk ik me ook dat ik onderweg wel eens iemand voorbij fiets en dat er ook wel eens iemand puffend en hijgend in mijn wiel zit en ik daarom maar niet aan hun ftp wil denken.
Strava: 59
Join: 14,5