Jaarlijks gaat medio september de Mendelpass een dag dichtvroor gemotoriseerd vervoer, zodat fietsers, lopers en zich anders voortbewegende kunnen genieten van de berg. Zo wordt het omschreven. Dat je niet voorbij geraasd wordt door motoren en sportauto’s is inderdaad heel fijn. Genieten blijft iets dat iedereen op zijn eigen manier moet bepalen.
Het is zaterdagochtend en aan het ontbijt twijfel ik waarom ik er aan ga beginnen. De stok achter de deur heb ik al duidelijk neergezet ook al lijkt ze meer op de vrouw op het bierglas dat mijn vader heeft dat klaar staat met een koekenpan. Het is niet E, maar de aankondiging die ik op mijn Blog heb gezet. Terugkrabbelen vind ik nu echt een zwaktebod.

E mijn shirt van de dag uit laten kiezen. In mijn achterzakken genoeg proviand en een windbreaker voor als ik de berg weer af zou rijden. Met lange mouwen. Boven zou het een heel stuk frisser zijn had ik opgezocht.
Ik rijd de beklimming klassiek vanuit Eppan. 15 kilometer klimmen met gemiddeld ongeveer 6% stijging. Voor dat ik aan de klim begin rijd ik het stuk langs de Kalternsee. Het is vrij druk deze ochtend met een combinatie van vakantie- en werkverkeer aangevuld met mensen die hun fiets naar het begin van de beklimming brengen met de auto.

In Eppan dan het bord dat de berg is afgesloten.

Ik ben in ieder geval niet alleen. Dat is zeker. Er rijd van alles en ingaat naar boven. Een groot deel van de mensen drijft zichzelf helemaal aan, maar er zijn er vooral veel die wat elektrische ondersteuning gebruiken en zo stukken omhoog vliegen.
Ik leeg nog een keer mijn blaas, om net als Roglic zo licht mogelijk te kunnen klimmen. Een grap natuurlijk, want er blijft meer dan genoeg van me over om de zwaartekracht aan te laten trekken.

Ik klim en vind een ritme. Een goed ritme. Ik puf wat, ik zweet veel, drink als mijn Wahoo het me opdraagt en knijp ook een gelletje leeg als me dat bevolen wordt. Ondertussen haal ik de nodige mensen in. Er rijdt echt van alles en nog wat tussen. Bij de mensen die ik inhaal zitten er ook die ik wel als wielrenner zou kwalificeren. Ondertussen wordt ik ook geregeld ingehaald natuurlijk. Door de bekende elektrische MTBs op full Speed, de gespierde spijkers en “echte” wielrenners.
Maar slecht loopt het niet.

Na 10 kilometer ongeveer staat de plaatselijke wandelvereniging met een standje. Ik herinner me dat ik het de vorige keer hier lastiger begin te krijgen. Nu valt dat nog steeds goed mee. Ik blijf trappen in mijn ritme en laat me niet verleiden tot gekkigheid. Ik heb een kort gesprek in mijn beste Italiaans met een man die oorspronkelijk uit Marokko kwam. “Aha Olandesi, Dumoulin, Van der Poel”! De Gullit en van Bastens van het wielrennen.
Langzaam maar zeker kom ik bij een mooi stuk langs een rotswand. Een herkenbaar stuk van de beklimming.

Hier is het extra fijn dat er geen auto’s zijn en kun je makkelijker je eigen weg kiezen. Beetje lastig dat die andere mensen er ook nog fietsen. Zeker als ze dat dan op een éénwieler doen (zie foto). Heel speciaal, met een houvast aan het zadel kunnen ze zelfs staand fietsen.
Ik reed rustig verder. Mijn shirt van vochtig naar kletsnat. De serie haarspeldbochten volgde. 9 stuks op een rij. Mooi blikken op het dal, af en toe verscholen achter een laag met wolken.

Mijn Wahoo gaf de beklimming steeds aan en zo was goed te zien wat voor stijgingspercentages me nog restte. Het laatste stuk kwam los in beeld. Nog een serie rode zones voordat de top bereikt zou zijn. Ik zet nog een klein beetje aan. Daar is ie!

Boven is het een dolle boel en een drukte van belang. Er zijn er die als helden worden onthaald en dat laat maar weer eens zien dat ook ik, hoe klein een prestatie ook mag zijn, tevreden mag zijn met mijn prestatie.

Ik hang nog even rond en FaceTime met mijn thuisfront. Ik ben doorweekt van te zweet, maar voel me eigenlijk nog heel erg goed. Verrassend, want heel veel klimkilometers had ik nog niet gemaakt. Beter nog niet gedurfd in te maken.

Ik daal af. Word wat opgehouden door wat langzamere leiden, maar wil er niet kamikaze voorbij terwijl er nog massa’s volk proberen om boven te komen. Ik voel me zeker op de SL8. Dat is precies wat je wilt van een fiets. Ik ben zelf beperkend genoeg en dat moet vooral niet de fiets zijn. Merk wel dat ik nog wat kan verbeteren in het doorkruisen van de haarspeldbochten.
Blij dat ik het jasje mee naar boven heb genomen en nu aan heb op de weg naar beneden. Scheelt heel veel.
Ik heb E aangegeven dat ik er een klein lusje aan toevoeg. Gedeeltelijk om de grote weg te ontlopen, maar ook om nog een keer over het fietspad van Eppan naar Bolzano (stuk er voor) te rijden. Volgens mij voor een deel weer zo’n oude spoorbaan die omgetoverd is tot fietspad. een soort van achtbaan op de fiets.

Nu komt het stuk terug. Tijd om me nog eens voorover te buigen over mijn stuur en het vlakke deel van de rit af te werken. Onderweg kom ik mensen tegen die ik ook op de berg heb gezien. Zij hadden juist de weg langs Kaltern genomen om met wind mee over het fietspad naar huis te bollen.
Met E heb ik afgesproken om bij de bakker in Tramin een broodje te eten. Die sluit helaas zijn deur om 12:00 en daarom belanden we bij Ellena Walch in de tuin. Ellena is de “Grand dame” van de Südtiroler en Italiaanse wijnen.

De maaltijd is niet echt die voor een fietser na een tocht, maar ik begreep van E dat de Gewürtztraminer Concerto Grosso niet te versmaden was.

Ik vind alles prima en zit vooral nog op mijn roze wolk van de beklimming. Ondanks dat ik me een heel stuk minder voel dan de vorige keer dat ik naar boven reed heb ik er praktisch net zo lang over gedaan. Iets van een minuut langer deze keer als ik de cijfers goed heb bekennen, maar voel ik me een stuk minder uitgewoond (beelden kunnen anders doen vermoeden).

La Dama Bianca zal er vast haar deel in hebben, maar wellicht geeft dit ook verder nog wel stof tot nadenken. Zou ik dan toch nog wat meer uit dit lijf kunnen halen als ik er nog iets beter mee zou omgaan?
Join 16,5
Strava 68
Goed gedaan!!!
LikeLike