Dan is het opeens de laatste dag van de vakantie waarop je een fiets rit kunt starten in Tramin. Waar het aan het begin een kleine eeuwigheid lijkt, vliegt opeens de tijd en sta je, je schoentjes nog eens dicht te draaien, banden op te pompen en bidons te vullen met de laatste kans in je gedachten. Nog een keer kort – kort, met voor de zekerheid een ondershirt aan omdat de ochtenden wat fris zijn, zonder verder na te hoeven denken over wat je nu precies aan moet denken, zoals in de Nederlandse herfst. Bij de lokalen zie je hier natuurlijk al weer renners die hun lange mouwen shirts en wind jasjes uit de kast hebben gehaald. Het is 21 september dus herfst en dan zullen ze zich ook herfstig kleden.
Het is wat bewolkt, maar al snel druipt het zweet van mijn hoofd tijdens het fietsen. Ook al probeer ik mijn wattage meter in de duur one te houden, mijn benen willen meer en duwen het crankstel lustig in de rondte.

Voor dat ik het weet fiets ik fietsstad Bolzano al weer binnen en stuur ik mijn fiets nog maar eens in de richting van Meran.
Even er voor kom ik een renner van Astana tegen. Ik ben er zeker van dat dit Gianni Moscon is. Woont in de buurt, heeft zo’n paar dagen baard en hij reed uiterst rechts op het fietspad (passend bij zijn historie – zie Wikipedia). Wel sympathiek dat hij terug groet en niet eens met een helemaal gestrekte arm.
Het loopt als een zonnetje. Ik haal een meneer in die in mijn wiel kruipt. Hij heeft een wat bijzondere manier van fietsen. Aanzetten, benen stil, aanzetten, benen stil. Wat hij wil. Ik houd gelijkmatige tred. Een tempo waarmee ik een alles uit de kast rijdende MTB-er voorbij rijd. Ik kijk hem maar eens vriendelijk aan.
Ondertussen snellen mijn metgezel die me blijft volgen en ik het fietspad verder af. Er blijkt nog iemand aangesloten te zijn, die op een punt dat ik wil vertragen me inhaalt. Ik twijfel. Wil eigenlijk omkeren. De man heeft een paar honderd meter voorsprong. Ik twijfel een laatste keer, maar dan niet meer. De man prikkelt iets. Zit in mijn irritatie. Ik kruip in elkaar om als een aerokogel, zo zie ik me zelf, maar mijn omgeving me vast niet, te versnellen en er in één ruk naar toe te rijden. Dit voelt als macht die ik lang niet gevoeld heb.
Als we weer bij de man zijn haal ik hem in en probeer ik hem met mededogen aan te kijken. Och arme.
Niet veel later keer ik echt om. Ik geef een hand signaal om aan te geven dat ze me moeten passeren. Mijn trouwe metgezel stuurt meteen naar de kant, pakt zijn telefoon en maakt een foto. Het moet hier niet gekker gaan worden.
Ik rijd terug. Wat meer op het gemak. Mooi geweest.

Ik geniet nog een keer van het fietspad waar ik inmiddels al de nodige keren over heen en weer gereden ben. Toch net een beetje anders dan mijn wegen thuis.

Thuis aangekomen laad ik mijn prestaties in Strava. Word ik niet alleen gegroet als een local, ben ik ook nog local legend op een paar stukjes. Laat zien dat ik veel het zelfde heb gefietst, maar ook dat Strava onder de krasse knarren die hier fietsen nog wel wat kan werven.

Join vindt me uiteraard weer over trainen, maar zal de autorit vast als een rustdag ervaren.
Join 18,4
Strava 76