20 December

Ik ben een polderrenner pur sang. Wind. Ellenlange wegen rechtdoor. Het maakt me niet uit.

Stijgt de weg een beetje, dan kom ik in de problemen. Een brug voelt als een col. Een Passo als een onneembare berg.

Maar de laatste tijd durf ik de uitdaging meer aan te gaan. Want wat is het mooi. Het zwoegen. Het lijden. Het langzaam maar zeker hoger komen. De haarspeldbochten. De uitzichten. De veranderende vegetatie. Het gevoel als je boven komt. Het bord dat de hoogtemeters aangeeft en de naam van de pas.

Misschien is dit het dichtste dat ik bij winnen kan komen. Het overwinnen van mezelf.

Ik heb voor komend jaar een paar persoonlijke uitdagingen op het programma gezet. Zal er hard voor moeten werken. In de voorbereiding en als het zo ver is als ik aan de voet sta.

Tot die tijd bereid ik me voor. Want als theoreticus en analytic wil ik me natuurlijk goed voorbereiden.

Dat kan met dit schitterende boek. Niet zo’n boek waarin een fietser die geen fietser is of een fietser uit de tijd dat fietsen nog buiscommandeurs hadden in de rondte rijdt, maar een nieuw en modern boek.

Wel zo’n boek dat je amper kunt optillen. Zo’n echt salontafel boek.

Mijn donkere avonden zijn gevuld. Met plannen en wegdromen.

Plaats een reactie