Een mooie zondagochtend. Langzaam prikt de zon door de wolken en daarmee neemt ook mijn zin om te gaan fietsen toe. Ik had eigenlijk al veel zin en het werd er zeker niet minder door. Het Italiaanse middel lijkt te werken en zorgt er voor dat de verschillende slijmvorming oplost. Dat klinkt beter, ook al geloof je het niet bij iedere hoestbui.
De weersverwachting voor de komende dagen is minder goed en daarom denk ik dat het verstandig is om vandaag de A22 te volgen. Gaat iets meer de berg op door een smaller dal en die combinatie is voor minder weer meestal een minder goed idee.

Zo ga ik op pad. Voel me goed op de eerste kilometers. Fluim en snuit wat in het rond en fiets voorbij Bolzano. Daar is een triathlon. Typisch Italiaans wordt het groots aangepakt. Sporters lopen zich warm voor het zwemmen, mooie triathlon fietsen zie ik en er hangt een helikopter in de lucht. Vast ergens op een obscure locale zender ook nog te volgen.
Ik fiets door. Verbaas me over hoe traag aanpassingen aan wegen hier gaan, want er is een stuk nog steeds opgebroken. Kom voorbij de restanten van de grote brand die eerder gemeld werd en kom langzaam maar zeker op het mooiere deel van de route.

Ik kan hier wel aan wennen. Ook al went het nog niet dat het stiekem oploopt en je als fietser het idee hebt dat je gewoon niet zo snel bent. Ik ploeter door. Heb het warm. Shirt open. De zon straalt. Fiets door tot aan Klausen. Bij het laatste stukje ga ik bijna onderuit als ik een moment niet goed oplet, in een gat rijd en het stuur uit mijn handen verlies. Ik zie me al vallen, maar weet nog net mijn stuur opnieuw vast te pakken. Italiaanse wegen. Soms het mooiste asfalt dat je maar kunt bedenken en soms niets meer dan gaten kaas.

Bij de bron vul ik een bidon met water en stuur mijn fiets weer terug. Er vallen een paar regendruppels uit de enige donkere wolk die er is.
Het tempo ligt bergaf een stuk hoger. Zelfs met de tegenwind die er blaast. Het stuk tot aan Bolzano loopt gesmeerd. Zelfs tot aan de afslag Meran gaat het nog goed. Daarna merk ik dat de energie langzaam uit mijn benen verdwijnt. Het wordt werken. Er stuift me een renner voorbij en die blijft zo’n 300 meter voor me rijden. Ik krijg het gat niet dicht. Krijg mezelf ook niet zo ver om een tandje bij te schakelen en nog een uiterste poging te wagen. Het is wat het is.
Ik tel de kilometer paaltjes af. Bij paaltje 119 ben ik er bijna. Daar houd ik me aan vast.
De uiterste uitdaging komt op de laatste kilometers. Terug omhoog naar Ansitz am Eck, ons verblijf in Tramin. De klim aangever van mijn Wahoo kleurt eerst geel en dan rood. Ik kleur ook rood. Zwalk de laatste meters naar boven. Moe. Er is een filmpje van. Had ik de camera vrouw maar moeten vertellen dat ik niet gefilmd wilde worden. Ik besluit haar niet te bedreigen om zo te voorkomen verder niet meer mee te mogen doen.
Uitpuffen en met de lift naar boven. Hopen dat de deuren van de lift snel open gaan om niet van min stokje te gaan.

Een mooie dag voor het Nederlandse wielrennen, met winnaars op alle vlakken. Puck Pieterse Europees kampioen MTB, Poels winnaar in Hongarije na onverwacht thuisgelaten te zijn uit de Giro, Ronhaar winnaar Fleche du Süd, Vollering winnaar in het Baskenland, Kooij winnaar in de Giro met een grandioze sprint en ene Driessen die meer dan 100 kilometer fietst. Allemaal prestaties binnen hun eigen marges.