Tour touristic….?

Paar dagen van de fiets. Opgeladen en gemotiveerd. Opbouw. Niet vervalen in het gevoel dat het seizoen eigenlijk al voorbij is. Waar dat idee vandaan komt, ik heb geen idee.

Bij het ontbijt zeg ik E het rustig aan te doen. Tour touristic. Over het fietspad naar Meran en als het er in zit even kijken bij de fietsenwinkel Flarer. De toonzaal van de mooiste Italiaanse merken: Pinarello, Colnago en Willier. Alleen de topmodellen in de etalage. De catwalk van de Italiaanse frames. Ook al rijd ik het niet er naar kijken doe ik graag. De fietsen van Pogacar, G of Arendsman en Cavendish staan daar te blinken in de etalage.

Eat Pasta, ride fasta!

Bij het, bijna, vullen van mijn bidons zie ik dat ik een interessante schimmel kwekerij ben begonnen. Het ontbreken van een vaatwasser en het niet heet omspoelen van de bidons is vast de oorzaak. Zeker als ze gevuld worden met koolhydraten rijke drankjes is het vragen om problemen. Gelukkig hebben we nog een exemplaar mee die ik vandaag kan gebruiken.

Zo vertrek ik in decent blauw.

Op weg naar het fietspad. Het voelt nog lekker fris. Misschien wel zo fris waarbij ik thuis iedereen voor treurige amateur verklaar als ze in het kort – kort rondrijden. Ik rijd kort – kort en ben er blij mee. Ik weet dat als er ook maar twee zonnestralen door de wolken heen breken het te warm zal zijn voor mouwstukken, laat staan een windbreker.

Een stukje voor me uit zie ik twee renners rijden. Ziet er van een afstandje niet slecht uit. Met mijn tempo kruip ik dichterbij, maar kom het niet echt zo snel als anders vaak op het vlakke. Zou wat zijn om daar bij aan te sluiten.

Bij één van de weinige scherpe bochten sessie bedenk ik me wat (fiets)vriend R zou doen. Geen centimeter verliezen, maar meters winnen. Zo ga ik door de bochten en met een korte aanzet sluit ik aan. Gelukt.

Een korte blik naar achteren. Ik wuif het overnemen weg en kom tot rust. Zij blijven naast elkaar rijden, maar schakelen een tandje bij.

Krasse knarren zijn het. Uit mijn thuis fietsen weet ik dat leeftijd er niet veel toe doet. Het zijn talent en benen die in combinatie zorgen voor het resultaat. Ik zie Dolomieten op het overjasje staan en weet dat het Dolomietenmarathon rijders zijn. Als ze daar over ongeveer een maand weer zullen rijden zal de vorm stijgend zijn.

Ze denderen door. Geven het idee dat het ze heel makkelijk af gaat. Ik heb plezier in het wiel, maar voel me niet goed genoeg om over te nemen.

Bij het overgaan van een brug stoppen ze. Jasjes uit doen. Ik bedank ze en krijg een vriendelijke groet terug. Zie aan het zweet, snot en n de gezichtsuitdrukking dat het niet helemaal makkelijk ging.

Ik fiets door. Kom er bij het drinken achter dat ik de dop van de bidon niet strak genoeg heb dichtgedraaid en neem twee keer een halve douche. Zonde als je maar met één bidon rijdt.

Op het fietspad richting Meran komen mijn nieuwe beste vrienden me weer achterop. Ze geven me een lachende vriendelijke opmerking. Ik sluit weer aan en we denderen door. Zie mijn wattage meter soms stevige getallen vertonen terwijl ik in het wiel zit. We rijden stevig door.

Bij het grasmaaien staan we even stil. Houden het hek vast om ingeklikt te blijven. Het gaat zo vast weer snel verder. Ik hoor achter me nog wat mooi lopende vrijlopen spinnen. De groep is iets groter.

We gaan weer verder. Langzamer gaat het zeker niet. Ik moet nog een beetje op gang komen. Bij de kleine klimmetjes, beetje de polder bruggetjes of dijkjes, houd ik het onverwacht goed bij.

Zo komen we bij Flarer uit en zeg ik gedag. De aangesloten gasten zijn een soort A amateurs aan hun pakjes en voorkomen te zien. De krasse knarren staan een stukje verder op een reepje te peuzelen.

Ik groet en begin alleen terug te fietsen. Tempo. Niet te dol. Vooral spinnen met de benen.

Bijna aan het einde halen ze me weer bij. Lachen. Helaas gaan zij dan anders dan mijn route. Er blijft iemand anders over waarvan ik vakkundig het bordje leeg eet. Als ik hem inhaal zie ik dat het zelfs zo erg is dat de saus er vakkundig van is afgeveegd met een stukje brood. Hij ziet grauw en kijkt wat troosteloos. Ik voel me twee tellen wielrenner.

Ik vul mijn inmiddels lege bidon met fris water voor de laatste 20 kilometer naar huis. Wordt nog wel even doorbijten voor me. Helaas heb ik nu geen tijdelijke vrienden of strijdmakkers meer en ben ik hard op weg mijn eigen bordje leeg te eten. Ik zie de bodem.

Het laatste stukje klimmen naar Ansitz am Eck. E heeft er een hele stevige wandeltocht opzitten en doet een Boogerdje om de kilometers vol te maken.

Ik ben blij dat ik er ben.

Het toeristentempo is niet gelukt. Ik weet niet of ik hier vaker zo’n gemiddeld tempo heb gereden.

De rest van de dag breng ik dan ook in rust door. Ouderwets moe na een stuk fietsen.

Plaats een reactie