Wat kan ik aan? – Passo Lugano

Schitterende dag. Zon hoog aan de hemel. De wens om eens een flinke test de ondergaan. Een paar jaar geleden had ik eens een ronde aan de overkant gereden. Ik ken naar de Strava route planner en pijlde een route uit. Beginnen met een klim die ook, niet gecategoriseerd, in de Tour des Alps was opgenomen dit jaar.

Voor mij zou het klimmen vanuit Auer worden en dan ongeveer 900 meter stijgen in 16 kilometer. Precies mooi. Zeker op papier.

Met zo veel zon werd het flink zweten. Niets voor mij, maar tijdens het klimmen reed ik met mijn shirt helemaal open. Niet denken aan hoe het er uit ziet, maar vooral proberen een beetje te koelen.

In Auer ging een groep Amerikanen beginnen met fietsen. Zag er goed uit. Één van hen, die eerder dacht dat ik er bij hoorde en vertelde wat de stijgingspercentages ging onderuit vlak nadat ik hem had ingehaald. Hij reed van de weg af. Onhandig. Laten we het daar bij laten.

Ik klom verder en verder. Een mooie beklimming. Wel het nodige verkeer, dus toen de schoonmaakster vertelde dat de meeste fietsers deze ronde om 7 uur starten, begreep ik het wel.

Met een blik op de besneeuwde toppen in de achtergrond ging ik over de top. Mooi fietspad over op weg richting Cavalese. klinkt bekend in Dolomieten land.

Langs de voet van de andere kant van de Passo Manghen. Op en neer over een soort hoogvlakte. Prachtige vergezichten. Als ik toch eens de tijd had genomen voor een foto.

Ik dook een afdaling in en zag al snel dat ik daarvoor gestraft zou worden aan de andere kant. Mijn Wahoo werd vuurrood, mijn tempo ging terug naar wandel tempo, en zo kroop ik het dal weer uit. Langzaam, maar zeker. Makend op de 36×30. Snakken naar en paar tandjes lichter, maar die bracht min cassette niet.

Boven gelukkig een kraan. Water. Fris water. Ik kon het wel gebruiken.

De weg ging nu door een stuk waar een wielerkoers was gereden. De borden stonden er nog, een ploegleiders auto reed er nog, net als een groep jeugdrennertjes. In een afdaling zelfs matrassen om eventueel vallende renners op te vangen of tegen te houden.

Nog een snelle foto van de omgeving en dan door naar het echte dal. Het dal van de A22 en het fietspad. Ik had gehoopt op minder kilometers over het fietspad, maar moest nog wel iets van 25 kilometer doorbijten. Het werd er niet makkelijker op, maar ik besloot nog maar eens te doen wat een vlakke lander moet doen. Als het vlakker wordt, tandje er bij en je best doen. Van toerist naar toerist. Van brug, naar brug. Van kilometer paaltje naar kilometer paaltje.

Helaas in de laatste rotonde pech. Een scherpe steen sneed de zijkant van mijn band open. Net te groot om te dichten. Bijpompen en. Oor zicht verder, geen druk op de voorband. Langzaam de langste klim naar boven. Daar was E gelukkig terug gekomen.

Wat een rit. Meer dan 5 uur in het zadel. Meer zat er echt niet in, maar wat ben ik blij dat ik me zo getest heb. Iets van willen en kunnen. Of is het meer van vertrouwen. Ronde is een aanrader.

Plaats een reactie