Terwijl E op weg is naar een stoffenwinkel in Bolzano begin ik te typen aan mijn laatste stukje over een fietsrit van deze vakantie bij mijn favoriete koffie stek hier in Bolzano: Exil. De espresso, gezet van Julius Meinl bonen, smaakt me hier goed. Niet te zuur.
Gisteren was het nog maar eens een dag prachtig weer. De hitte van de dag wordt vandaag nog eens afgekoeld met regen. Ook hier wacht het voorjaar op het aanbreken van de zomer en ziet het er naar uit dat het met de zomer meteen weer bijzonder warm en droog gaat worden. Misschien zijn de druiven en appels wel blij met het water dat er nu valt. De wijn, appelsap en grappa drinkers zullen het dan vast ook zijn.

Goed gevuld met een koolhydraten rijk ontbijt vertrok ik nog een keer richting Meran. Zonder te veel nadenken rijden over het fietspad. Dat is waar ik zin in had. Daarbij ook niet te gek doen.
Daar bleef het bij. Bij het appelen verkoop punt zag ik iemand zijn fiets klaar maken. Pas later herinnerde ik me het fel groene Castelli shirt toen het voorbij kwam. Bij hem en toen een metgezel, had ik eerder aan het wiel gezeten. Ik deed het nu weer.
Deze man trapt door. Ik deed het zelfde aan het wiel.
Bolzano voorbij.
Fietspad richting Merano.
Hij stuurt onhandig.
Ik ga hem voorbij.
Hij gaat mij voorbij en roept: Grinta!
Ik vertaal dit met: kom op, doorbijten.
Hij gaat harder.
Gaat onder in de beugel.
Ik doe het zelfde. Lang geleden dat ik zo lang onder in de beugel heb gereden.
We gaan vlot.
Hij stuurt wat rottig strak om fietsers heen. het deert me niet. Ik kan hem hebben.
Zo goed dat hij op een gegeven moment afslaat. Ik hem bedank. Hij reageert met dat hij me herkent. Of dat betekende dat ik de volgende keer aan de beurt zou zijn weet ik niet.

Ik fiets door met een blik op de besneeuwde bergtoppen. Er ligt veel sneeuw. Schijnt op de Stelvio 5 meter te liggen. Die zou dit jaar de gletsjer moeten beschermen tegen het smelten. Misschien een jaar respijt voor het verdwijnen er van.

Op de weg terug plak ik er een klein rondje aan vast. Stukje richting de Kalternsee. Daar waar E en ik hebben gewandeld. Inderdaad; ook al gebeurde het niet op Strava, ik heb gewandeld. Dolle periode in mijn leven.
Tevreden en moe kom ik thuis. Weer een rit gereden. De afscheiding op armen en benen zijn zichtbaar: ik draag weer hoge sokken, een koersbroek en trui als afscheiding.

‘S Avonds doe ik me te goed aan een lokale maaltijd. Bauerngeröstel. Heerlijk. Er hoefde geen basis gelegd te worden voor nog een dag op de fiets.