PAS Midsommer Ride 2024

Het kriebelde. Zou ik ook dit jaar weer de 200+ kilometer in één rit weten te rijden rond de langste dag van het jaar. Wilde een poging wagen op vrijdag maar kon toen mijn rondje niet rijden en zo viel het in het honderd. Maar zondag zou een uitgesproken mooie dag gaan worden. Niet te veel wind en zomerse temperaturen, maar vooral ook droog. Kort overleg en mijn twijfel werd weggenomen. Natuurlijk kon ik het aan en natuurlijk was het geen probleem om het te gaan doen.

Zo geschiede. Om zaterdag reed ik een klassieke rondje op het binnenblad. Keurig niet mee springen met de fietsers die me inhaalden. Hoe moeilijk het ook was om dat te doen. Beentjes los en geen verzuring.

De zondag brak aan. Ik plande een keer rond de Flevopolder. E zou dan zo aardig zijn om als een echte soigneur op de dijk te staan als de 150 kilometer gerond waren. Frisse bidons en een paar extra gelletjes.

Het aanbreken was het echte aanbreken. De wekker op werkdag tijd, 5 uur en om 6 uur vertrekken. Ik had een aero, lees strak zittend, shirt uitgekozen en mijn Silca aero sokken. Scheelt een paar Watt net als het ontbreken van de haren op mijn benen.

Vertrek in kort – kort. Een risico? Misschien fris bij de start, maar met de juiste inspanning wordt het van zelf warm. Zeker als dan ook nog de zon gaat stralen.

De zon was zeker van de partij en zorgde met een blik op de Oostvaardersplassen voor een prachtig beeld. Ik nam zelfs de moeite om mijn telefoon uit mijn achterzak te halen.

De lange rechte dijken. De lange rechte wegen. Alleen naar de horizon.

Best wel alleen het eerste deel naar de kop. Een verdwaald iemand die zijn hond aan het uitlaten was en wat vissers aan de waterkant. Meer was er niet. Of het moeten de zwermen vogels zijn die zich te goed deden aan de vele mugjes, de exemplaren die zich niet kapot vlogen op mijn armen, benen en zoals ik later zou zien hoofd. De openingen in mijn helm waren helemaal gevuld met vliegjes en mugjes.

Het viel me niet mee het eerste deel. Kreeg wat last van mijn rug en hamstring. Als dat na 60 kilometer begint vraag je, je af hoe je de ontbrekende 140 er dan nog bij gaat fietsen. Tandje er af dan maar. Beetje rekken. Beetje strekken. Beentempo en doorbijten.

Met het verstrijken van de kilometers en de tijd leek het steeds beter te gaan. Gang er wat meer in. Focus op het volgende punt. Net als klimmen moet je dit soort ritten in stukjes opbreken. Van plaats naar plaats. Van herkenningspunt naar herkenningspunt.

Goed nieuws voor de rijders over de dijk na de Stichtse brug, waar de windmolens zijn weggehaald, hier ligt schitterend nieuw asfalt en zijn alle hobbels verdwenen. Dat maakt fietsen nog fijner.

Zo ging het allemaal vlot onder de wielen door en was ik na een goede 5 uur bij E.

Die had zich helemaal geïnstalleerd. Koeltas mee en van het Kersenboertje een fles appelsap. Ik wilde wel een slokje, maar klokte het in één keer leeg.

Max Verstappen zou trots geweest zijn als zijn pitcrew zo’n snelle “ splash and dash” wist te volbrengen. Met fris drinken kon ik verder. De gelletjes zouden ook zeker nog van pas komen.

Toen ik net vertrokken was werd ik ingehaald door een triatleet. Hoe weet ik dat? Tijdritfiets, enkelsokjes en bidons achter zijn zadel. Ik vroeg of ik achter hem aan mocht rijden. Dat mocht, ook al zag ik aan zijn blik dat hij dacht me zo wel los te rijden. Het bleef bij die gedachte.

Een kleine 10 kilometer had ik zo eindelijk een metgezel. Een welkome afwisseling. Beetje relaxen in het wiel en toch vooruit gaan. Het scheelt echt zo veel. Maar het was niet van al te lange duur. Hij reed lek vooraan.

Dan maar alleen verder.

Slingerend door Lelystad omdat daar ook de nodige wegen waren afgezet. Stilstaan bij het enigste verkeerslicht dat ik op de hele rit tegen kwam. Daarom expres verder verkeerslicht vrije wegen uitgezocht.

Echt helemaal leeg en kapot ging ik niet. Opeens was ik dan ook thuis. De 200 kilometer doorbroken. Doel gehaald.

Combinatie van ongeloof en tevredenheid. Vooral het laatste overheerst. Eigenlijk is het trots. Zo lang op de fiets zitten is al niets voor mij. Aan het begin het lastig hebben en dat om weten te zetten in iets sterks. Mijn meisje voorbij rijden is ook niet leuk. Dan ook nog eens praktisch solo het geheel snel afhaspelen. Alles bij elkaar. Blij met deze fietsprestatie.

Natuurlijk wordt je er op Strava fijnzinnig op gewezen hoe vlak Nederland is. Dan is het ook goed om te weten dat ik in totaal 3 minuten en 13 seconden stil heb gestaan op de totale rit. Dat is een Kruijswijk coëfficiënt waar zelfs hij moeilijk aan kan tippen. 30 tot 45 minuten is bij deze uren toegestaan.

De rest van de dag werd natuurlijk ook aan de koers besteed. Kijken dan wel met de benen gestrekt. De dag van de nationale kampioenschappen. Zelf ben ik heel tevreden met de kampioenen. Bettiol in Italië met als derde Zambanini. Vaste gast bij Mecki en woonachtig in Dro. Bij de dames in België een ongenaakbare Kopecki en in Nederland Chantal Van den Broek Blaak. Was ik al fan van toen ze nog gewoon Blaak heette. Bij de mannen in Nederland de gevoelige Amsterdammer Groenewegen. Hopelijk een goed voorteken voor de Tour en mooi om hem met zijn vader samen te zien. Trainden veel op de Hollandse brug, dus we noemen hem een beetje van ons. In België werd het mijn dyslectische voornaamgenoot Arnaud (het moet echt met een “o” geschreven worden) De Lie. Mooie kampioen die Stier uit weet ik veel waar.

Zo zit de stemming er in, minder dan een week voor de start van de Tour de France. Kan ik het eindelijk over iets anders hebben dan de abominabele stand in de Scorito pool van het EK van ons team. Ben nu eenmaal beter in sporten dan aan balspellen. Doe eigenlijk ook niet aan balspellen. Daarom zie je mij bijvoorbeeld ook niet op een padelbaan staan. Hoe graag sommigen ook willen doen geloven dat het een leuke “hippe” bezigheid is.

Plaats een reactie