Het is zomer. Het weer is goed. Alles wijst naar de fiets. Maar toch lukt het niet om zoveel op de fiets te zitten als ik zou willen. Als ik dan ga fietsen, dan ook maar meteen iets langer.
Het is alweer augustus. Ook deze maand wordt toch wel weer minimaal een 100 kilometer ronde verwacht. Ik los de verwachting in op de 3e van de maand.

De ronde die ik uitkies brengt me langs de Amstel. Aan de roeivereniging voorbij. Een beetje een Olympische basis voor de roeiers. De stad hangt vol met vlaggen die verwijzen naar de Pride. Vandaag de botenparade. Maar daar is het nu nog wat te vroeg voor als ik voorbij fiets.

Met wat kunst en vliegwerk vind ik de weg waar ik altijd al eens overheen wilde fietsen. Ik zie hem lopen als ik naar huis rijd, maar wist niet zo heel goed hoe ik er op de fiets moest komen. Daar is vanaf vandaag verandering in gekomen.

Naar het einde toe moest ik nog een paar kilometer sprokkelen. De normale afslag voorbij en een klein stukje verder over de dijk. Maar de 100 is gehaald. Geen druk meer.
Het is zaterdagavond. De wekker is vroeg gezet voor de zondag. Ik verteer nog een keer de overwinning van Evenepoel. Wat zullen ze bij Specialized balen dat hij met de fiets die verwijst naar het 50 jarig bestaan van het merk over de finish kon rijden. Zo zijn er ook mensen die balen dat er maar zo weinig van zijn gemaakt en er daarom niet zelf op kunne rond rijden. Ik ben benieuwd of er een speciale Olympische versie gaat komen.
Ik veer op bij de 4 x 400 meter en schreeuw het uit. De weggedommelde E is weer helemaal wakker. Wat een prestatie. Geloven in het onmogelijke kan het onmogelijke mogelijk maken. Dat is wat ik er van meeneem.
Het is zondag. Ik wil wel eens iets anders fietsen. Ik sta in fietsmodus. Ik ben op dit moment geen wielrenner. Ik kies voor Marken. Daar ben ik wel eens met Rapha geweest, dus ik weet een beetje de route. De dijk langs het Markermeer wordt nog steeds verstevigd, dus ik fiets wat meer door het binnenland. Prima rondje.

Bij de vuurtoren stop ik en keer ik om. Ik heb de toeristische schwung te pakken en ga beide bruggen bij Schellingwoude over, om later de fietsbrug te nemen, te zwaaien naar het ouderlijk huis van vriend R en over het schapendijkje door te rijden. Bij Muiden kies ik zelfs niet de vlottere weg, maar sla ook hier af naar de dijk om me daar door een auto te laten ophouden. Misschien voel ik me toch wel een klein beetje wielrenner.

Het laatste deel spoorbaanpad. Ik hijs me de bruggen over en drink precies vlak bij huis de laatste slok uit mijn bidon. Het was goed zo en nog een keer ruim 100 kilometer. Zo tellen de kilometers aan.
Straks naar de vrouwen koers kijken en vooral kijken of het dit jaar wel een hecht team is van Nederland en ze niet weer een verdwaalde Oostenrijkse uit het oog verliezen. Ik is trouwens een grote kans voor Italië. Maar dat staat nu nog in de sterren.