Wat een water kan er hier vallen. Een dag regen. Een hele dag regen, de planten hoeven hier “even” geen water te krijgen. Dat is zeker.
Maar zo’n dag kan hier gelukkig gevolgd worden met een prachtige, met prima temperaturen. Zo geschiede. Dus niets anders dan mijn fietskleren aan en er op uit. Voor alle zekerheid met een windbreaker aan, omdat de wind over de bergen bij mijn vertrek nogal fris aanvoelde.

Zo kun je zin hebben en zo kan dat weg zijn. Als lucht uit een binnenband. Lek ongeveer 2 kilometer van huis. Pompen in de hoop dat de dichtingsmelk zijn werk zou doen. Helaas. Voor de zekerheid teruglopen. E kwam me tegemoet met slippers om mijn schoentjes niet naar de vernieling te lopen en ook omdat het met schoenplaatjes niet zo heel goed loopt.
Band op pompen. Lekje ontdekken. Heel klein. Niets dat melk niet zou moeten dichten. Extra toevoegen. Band ronddraaien en zien dat de melk zijn werk doet. De band blijft hard. Ben ik hard genoeg om weer te vertrekken? Het heeft wat mentale overredingskracht nodig, maar ik ben zo ver. Al wordt het maar een Cavedine ronde.
De extra tijd heeft het een stukje warmer gemaakt. Ik fiets en ben blij dat ik weer ben gaan fietsen. Ik besluit om een zijklim omhoog te gaan. Ondingen zijn dat. Stijl vooral, maar ik heb mijn reddingsring van 34 tandjes achter. Daarmee kom ik overal boven.

Boven is de moeite waard. Boven is ook het gebied waar de waarschuwingen voor beren niet ontbreken. Nog niet zo lang geleden is in dit gebied een Franse wandelaar aangevallen. Ik heb begrepen dat deze beer afgeschoten is.

Ik daal af. Een automobilist die staat te kletsen met wandelaars rijdt zijn/haar auto naar de zijkant om ruimte voor me te maken en besluit de neus tegen een hek aan te parkeren. Hoefde van mij niet.
Ik daal af tot aan het einde van het dal. Er is me verteld dat er een nieuw fietspad is aangelegd. Dat klopt. Een wat ik noem “Italiaans fietspad”, mooi, maar met 9% stijgingsgraden.

Of dat helpt om gewone fietsers op de fiets te krijgen weet ik niet. De gewone weg die er naast loopt gaat veel geleidelijker.
Ik kies er vandaag voor om het dal weer helemaal door te rijden naar de andere kant en daarbij de Passo S. Uldarico vanaf deze kant te beklimmen. Een prima geleidelijke beklimming.

De wind blaast berg af volledig in het nadeel. Een stuk minder fijn dalen is dat. Voelt minder goed. Helemaal beneden is het dan weer prima te doen. De fruitbomen en druiven ranken geven voldoende bescherming en op een niet te druk fietspad snel ik naar huis.

Mooie ronde op deze manier. Uitdagend ook. Zwaar genoeg om me te verwennen met een lekkere pasta bij Bar Wind.

Natuurlijk met mijn vaste tafeldame er bij.