Een moetje

Het klinkt wat overtrokken, maar een beetje een moetje is het wel. Een moetje dat je graag wilt. Is dat dan een “willetje”?

Als we in Torbole zijn wil ik altijd een keer bij de waterval voorbij rijden. Als je daar een keer geweest bent weet je dat het de moeite waard is. Het mooiste als je het via een Durone ronde rijdt, omdat hij dan bijna onverwachts om de hoek op duikt, maar ook uitdagend om er naar toe te klimmen vanuit Comano Terme. Een bij vlagen serieus stijle klim. Met daarbij de opmerking: voor mij toch zeker. Ik heb geen moeite met het afzwakken van eigen kunnen, hoe zeer het E toch tegen staat. Laten we het methode Roglic noemen. De dag voor de tijdrit zegt hij: “ik een tijdrijder”, als voormalig olympisch kampioen. Na het winnen van een bergrit zei hij: “ik ben geen klimmer, maar een tijdrijder”. In de schaduw van Roglic sta ik uiteraard niet, maar op mijn niveau bezig ik graag zijn methode.

Zo begin ik vandaag met de Ballino. Op een niet te snuggere manier, zal ik eerlijk toegeven. De afgelopen twee keer vanaf deze kant was ik niet te vlot naar boven gereden. Snapte ik helemaal. Om de een of andere reden wilde ik nu wat sneller gaan. Lukte ook, dus zwaar bezweten kwam ik boven. Aardig wat energie op de berg achter gelaten.

Als je dan een beetje nadenkt en bedenkt dat je nog wat hoogtemeters op de route hebt liggen, moet je natuurlijk eerst sparen en er zo voor zorgen dat je later op het traject nog de nodige energie over hebt. Theoretisch beter, maar dit was toch ook wel leuk.

De klim begon. Het begin is serieus stijl. Ik trappel wat op mijn lichtste versnelling. De zon staat hier aardig te branden op de open stukken. Ik krijg een “complimenti” van een wandelaar. Ik rijd rustig verder. Stenico komt dichterbij. Een elektrische MTB gaat me voorbij.

De waterval. Ik vul mijn bidon en ga verder.

Zo scheef voelde de horizon

Een blik naar het dal. Deze klim zit een stuk zwaarder in mijn hoofd dan hij in werkelijkheid is. Na een eerste afdaling sla ik linksaf. Naar San Lorenzo. Een gemeen stukje omhoog. Een stel haarspeldbochten. Gravelrijders die het eerst niet leuk vinden dat ik ze voorbij rijd en me dan toch moeten laten gaan. Ik rijd het plaatsje bijna uit en flirt plotsklaps met een hongerklop. Dat voelt niet best. Ik beslis snel om terug te rijden naar de supermarkt. Inslaan.

Suikerwater. Het eerste blikje is zo weg. De andere gaan grotendeels in een bidon. De helft van de Oreos hap ik weg. Zie dat dit een favoriete onderweg snack is bij lange afstand fietsers en dacht dat het voor een normale dus ook wel zou kunnen.

Terwijl ik daar wat zit bij te komen komt Letizia Paternoster voorbij.

Waar ik zwalk doet zij motorpacing. Waar zij betaalt krijgt doe ik het omdat ik het leuk vind. Waar zij aan de Olympische spelen meedoet en topklasseringen rijdt, kijk ik daar met respect naar en heb ik mijn niveau.

Ik voel me weer beter, was dus op tijd, maar besluit toch maar de afdaling te kiezen en niet verder te gaan. Op naar het dal.

Het dal waar nu de wind echt vol in mijn nadeel blaast.

Lago di Cavedine

Heel vol. Ik kan wat met de kunsten die ik in onze polder leer. Tegen de wind in fietsen. Blijkt toch ook een kleine specialiteit te zijn als je sommige anderen ziet aanmodderen.

Op de Ballino

Tevreden en vooral moe. Zo kwam ik thuis aan. De tevredenheid overheerste, ook al zit er in dat achterhoofd het “meer, meer, meer”.

Dat is dan maar voor een andere keer.

Plaats een reactie