Zo’n dag

Misschien ken je het niet. Zo’n dag die begint en om de een of andere reden hangt er een gevoel van chagrijn over heen. Bij mij. Reden? Kan hem niet echt bedenken. De zon schijnt. Ik heb alle tijd. De fiets staat te blinken. Ketting heeft de avond er voor nog een drupje Secret Chain Wax van SILCA gekregen. Er zijn nog genoeg Amacx gels en repen. Goed geslapen. Maar toch. Het voelt zo.

Ik schuif het aan de kant en ga fietsen. Helpt de eerste kilometers niet. Er rijdt iemand die het tempo voor me aangeeft en dat is niet precies het type waarbij ik het idee heb dat het een topfietser is. Rugzakje. Fiets niet echt schoon. Haren op de benen. Telefoon en Garmin op zijn stuur. Maar ondertussen wel met 33 tegen de wind in. Ik volg. De klaagzang gaat verder. Voel me niet best. De benen willen eigenlijk wel, maar de rest niet.

In Arco ben ik weer alleen. Door naar Dro. Door naar Cavedine. Daar haalt hij me weer in en later op als we berg af gaan. Wie had dat gedacht. Een vrachtwagentje, bijzonder woord maar voor kleine vracht, hangt achter hem en ik kan er niet voorbij. Daarna laat ik hem definitief achter.

Bij de cementfabriek wint mijn eergevoel het van mijn gemakkelijke aard. Ik sla af en ga de klim op. Een onding met een deel aangegeven 11% en een deel 12%. Vind ik om af te rijden al niet echt leuk, laat staan omhoog. Mij Wahoo geeft een heel donker rood aan als stijging. Ik kies mijn tempo en begin te rijden. Eerste deel best wel prima. Het vlakt iets af en ik schakel een paar tandjes bij. Het stijlere deel. Ik schakel weer lichter en ga verder. Lichtste versnelling. Best zwaar. Ik bedenk me dat blijkbaar 1% en een stukje eerder klimmen veel voor mijn benen betekenen. Ik rijd het laatste deel langzaam trappend naar boven. Kijk aan het einde nog eens naar mijn cassette. Waar ik dacht op mijn lichtste versnelling geschakeld te hebben lag de ketting nog veel meer in het midden. Ik begrijp nu veel beter dat het zwaar ging.

Als ik hier nu toch ben, pak ik ook nog maar het lusje richting de andere Lago’s mee. Nog een verdacht klimmetje, maar met schitterende vergezichten richting uiteindelijk het Gardameer.

Deel van de klim
Heel in de verte ligt het Garda meer. Dichterbij een klein meertje (Toblino?j

Hier ben ik wel zo verstandig om beter gebruik te maken van mijn versnellingen. Als doende leert men.

Ik begin aan mijn weg terug, best goed getimed want ik pak nog een stukje wind mee. Dan wil het wel vlotten. Ik neem min of meer de zelfde weg terug. Dus wat ik eerst geklommen heb daal ik nu af. Maar ook andersom. Dan merk je pas hoeveel klimmetjes er onderweg nog te nemen zijn. De laatste weg vanaf het Lagi di Cavedine blijft een kuitenbijter. Met goede benen een stukje om staand door te sleuren. Met mindere om je helemaal de vernieling in te draaien. Vandaag zit het gevoel er tussenin.

Zo ga ik huiswaarts. De overige fietspad gebruikers zo netjes mogelijk omzeilend. Dat betekend dat je soms praktisch stil staat achter wandelaar of een groep fietsers en soms lekker door kunt rijden.

Ben blij weer thuis te zijn, ben net zo blij dat ik er vandaag meer heb uit weten te halen dan een klassiek Cavedine rondje.

Tijd voor rust, een boek n spaghetti.

Dat laatste dan wel in de vorm van ijs.

Plaats een reactie