Het is me wat. Je loopt tegen de 80. Je besluit na jaren een koffietentje gerund te hebben nu echt met pensioen te gaan. Dan heb je tijd om je elektrische racefiets de rondjes te laten rijden die je vroeger nog puur met eigen been kracht maakte te gaan maken. De fietsen zijn nu zo goed geworden dat je, je daarmee ook wielrenner voelt.
Maar dan krijg je een weinig voorkomende ziekte. Je lichaam zet eiwitten verkeerd om en die zetten zich o.a. vast in je hart (dit is mijn simpele vertaling van iets dat heel veel ingewikkelder is).
Daar gaan je plannen. Daar gaat het gevoel van wielrenner zijn. Daar gaat de fiets. Je hobbelt wat heen en weer en met wat Italiaans drama er bij wordt het allemaal niet beter. De moed zakt je in de schoenen en wielerschoentjes zijn het ook al niet meer.

Uit balorigheid koop je een Porsche ter vervanging van je LandRover. De oude klassieke Fiat (zie foto) gaat in de verkoop.
Gelukkig heb je een zoon met overtuigingskracht en het besef dat een fietser niet zonder fiets kan. Dat weet hij zelf net zo goed. Hij struint de Canyon site af en ziet een elektrische fiets met lage instap. Kan 25 km/u en heeft een ongeveer 60 km. Ideaal.
Je probeert hem voorzichtig uit. Bijna 20 kilometer in totaal.
Bij terugkeer glinsteren je ogen. De dag er na vertel je er nog net zo enthousiast over. De enige droevenis zit in het verbod om hem op te voeren. Maar met al die bloed verdunners is vakken helemaal geen optie. Het is geen racefiets, maar nog wel een fiets. Je hebt de wind weer gevoeld. Ziet wat meer. Voelt je in ieder geval weer fietser.
Een fietser kan niet zonder zijn fiets, als zijn hart er van vol is. Beter dan vol met onafgebroken eiwitten.