Zon en wind. De omstandigheden die een rit aan het einde van de Nederlandse winter toch leuk maakt.
Blij dat de wind uit noordelijke richtingen kwam waardoor een ronde richting de Ketelbrug voor mij ideaal om te rijden was. Een best saaie ronde, maar ik vind hem eigenlijk heel erg leuk om te rijden. Deel door de polder, waarbij ik eerst wat beschut reed. Dan langs de zeeniveau getuigen die vandaag en mass bij elkaar bleken te komen. Was ook Gebedsdag vandaag. Daarna een draai eerst onder de dijk en nog een stuk door de polder, om daarna richting het water te gaan van de Markermeer. Daar stond de wind een stuk gunstiger voor me.

Langs de Outlet en dan verder naar de dijk.
Vanaf de linkerkant zag ik een groep aankomen. Man of 10 schatte ik in. Kleine hoop dat ze mijn kant op zouden komen. Dat deden ze ook. In gestrekte draf. Zoals het hoort liet ik ze keurig voorbij gaan, maar sloot wel in het laatste wiel aan. Bleek ik naast een praatgraag persoon te komen. Hij draaide niet mee met de rest van de groep omdat hij een keer hard was gevallen in zo’n groep. Wilde het risico niet nemen. Ik had er een leuke gesprekspartner aan. Terwijl de teller 40 km/u aantikte. Verrassend hoe eenvoudig het is als anderen je uit de wind zetten. Ook al keken ze soms wat verstoord om.

De renners, waaronder ook een vrouw, was een groep Windjammers. Bekend uit Amsterdam. De groep waar Tim Krabbé, die van De Renner, onderdeel van uitmaakt. Leuk en lekker om een stuk mee te kunnen rijden en ook wel fijn dat ik het een stuk vol kon houden.
Daarna bleef het een dag voor de koers. De Omloop werd gereden. Over wegen waar de betonplaten, volgens de commentator op de motor, door de butimineuze voegmassa aan elkaar wordt gelijmd, maar het vooral een probleem is als hij ontbreekt. Bijna een tramrails waar je dan in rijdt met alle vallende gevolgen van dien.
Het is begonnen. Niet iedereen al op niveau. Bij de dames een sudderende ruzie waar anderen alleen maar van kunnen dromen. Ik kijk al weer uit naar de nabeschouwingen in de Podcasts komende week.