Wat in het vat zit schijnt niet te verzuren. Benen wel als de inspanning geleverd wordt. Een rit met de fietsende teamgenoten van EY PAS was al vaker weer gepland maar dan toch weer verschoven. Nu moest het er van komen. Joost vroeg niet voor niets geregeld wat de datum ook al weer was. De datum werd uiteindelijk de 9e mei. Het deelnemers aantal leek eerst groter te worden, maar grootspraak blijkt niet alleen bij vissers voor te komen, ook bij degene die uiteindelijk niet aan het vertrek staan. Maar wie er was zorgde voor een mooie groep.
Vertrek vanaf Van der Valk in Harderwijk. Mooie uitvalsbasis voor een ronde over de Noord Veluwe. Op Strava routes uitgestippeld van een goede 80 of een krappe 100. De keuze kon ter plekke nog gemaakt worden. Aan het vertrek: Joost, Jelle en Jaap, de lycra 3 J’s van PAS, Muk, de Inspiratie Pedaleuze Du (IPD) charme, de uit rust teruggekeerde Kameel uit Scheveningen Robert en Der Nino aus Brabant Dirk Jan, die als Nino Schürter over de MTB parcoursen denderde en ik kon natuurlijk niet ontbreken.

De ronde voerde over typische Veluwse wegen en weggetjes. Door bossen en over heide vlakten. Eerst in richting Noorden. De kant van Epe op. Ik kom daar graag, maar verbaasde me over de alternatieve wegen die er blijkbaar ook nog liggen.

Een mooi gezelschap zo. Babbelend en trappend en in de zon. De Veluwe heeft veel te bieden zo bleek maar weer.
Waar de een ieder vrij moment op de fiets probeert te zitten is de ander iets minder zadelvast of net ontdaan van een stukje meniscus. Maar het hele gezelschap weerde zich kranig en gaf geen krimp. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is om op vrijdagmiddag niet op een bureaustoel te zitten of aan de vrijdagmiddagborrel tafel te hangen, maar op een fietszadel.

Gelukkig biedt de Veluwe meer dan vuil oplopende asfaltwegen en tussen de bomen doorwaaiende stevige wind die langzaam maar zeker de energie uit de benen laat lopen.
De terrassen lokken. Zeker met het zonnetje. Nog veel meer als je ruim 50 kilometer in de benen hebt. We laven ons aan koffie, cola, appeltaart en pannenkoeken.

Gesterkt voor het tweede deel, sommigen iets te veel gevuld, gingen we weer op pad. Nog een stukje heuvelzone voor de boeg.
Ik had de groep eerder al verteld goed naar de bosranden te kijken, omdat daar wilde zwijnen kunnen lopen. Het werd vriendelijk geaccepteerd als één van mijn ongeloofwaardige verhalen. Midden op de dag zeker.
Dus wat zagen we toen we Apeldoorn achter ons lieten.

Een gezellige familie zwijnen, die gelukkig niet de aanval inzette ter verdediging, maar rustig het bos introkken.
Benieuwd of nu alles geloofd gaat worden wat ik uitkraam.
De beloofde stijgende meters bracht de renner in de één en de lijder in de ander naar boven. Maar fietsen kent iets moois. Je kunt het prima op beste eigen kunnen doen en daarna weer bij elkaar aansluiten. Zo reden we richting Radio Kootwijk. Kenmerkend punt in het landschap.

Voor een aantal van ons was hiermee de maximale afstand van 2025 al lang overschreden. De echte kwaliteiten komen naar boven, waarbij het stemmetje “ik kan niet meer” wordt overschreeuwd door “ik wil nog meer”, waarbij willen soms moeten is.
De weg glooit verder. Dalen we nou meer of is het klimmen of doen de klimmeters eenvoudigweg meer pijn.

We houden elkaar goed in het oog.
Ondertussen heeft mijn fiets al een 40 tal kilometers een vervelende bobbel. Ik denk dat er iets op mijn band zit. Kauwgom? Steentje? Irritant dat is het. Ik stop een paar keer om te kijken. Veeg mijn band al rijdend af. Niets helpt. Geen idee wat het is.
De tijdelijke stal komt dichterbij en wordt geroken. Er wordt nog een aantal keren aangezet. Hardop worden de kilometers afgeteld. 95. 96. 97. 98. We zijn er! Maar nee wordt er geroepen. We gaan nu toch niet stoppen. Dit zou de hele middag verpesten. Stoppen bij 98 terwijl de 100 aangeraakt kan worden.
We hijsen ons met het hele gezelschap nog een keer de fietsbrug over en rijden richting Harderwijk op en neer, totdat we uitgerekend hebben dat als we omdraaien bij een rotonde de 100 gaan halen.

Het is gelukt. Iedereen tevreden. Iedereen voldaan.
De files worden geüpload op Strava, anders is het niet gebeurt, de eerste stoere verhalen worden verteld terwijl de bitterballen worden aangevoerd. Aan die tafel zit ook een tevreden Dirk Jan. Eerste route gereden. Op zaterdag volgt route twee. Niemand doet dat beter dan Dirk Jan.
Aan de zelfde tafel worden ook de plannen voor volgend jaar al weer gesmeed. Of zelfs eerst nog voor een rondje Markermeer om een punt van het wensenlijstje van Jelle af te vinken.

Topdag was het met dit gezelschap. Zoals altijd hadden de thuisblijvers ongelijk. Enorm respect voor Muk die vond dat ze omdat ze alles had geregeld om mee te fietsen ook “gewoon” mee moest fietsen. Dito voor Jelle die twee weken geleden nog net aan 6 kilometer kon fietsen. Jaap zag er wat tegen op, maar weet nu dat zijn Giro tocht komende zondag een lachtertje gaat worden, omdat gezelschap de kilometers halveert. Robert is in zijn na PAS jaren geen steek veranderd. Niet alleen komt de bidon even vol terug als dt hij vanaf de start wordt meegenomen, trappen zijn benen nog even krachtig de enorme verzetten rond, maar is hij nog even goed gezelschap. Dirk Jan op zijn mountainbike zijn eigen weg gaat en laat zien hoeveel plezier de fiets brengt, niet alleen op het zadel maar ook er na. Joost die er voor zorgt dat er weer fietsleven in de PAS groep zit, subtiele vragen zorgden voor groot effect, ook in zijn agenda plaats maakt en bij iedere trap laat zien hoe hij er van geniet op de fiets.
Thuis aangekomen ontdekte ik het echte probleem van mijn band.

De zwarte looplaag en het karkas van de band hebben losgelaten. De liefde voor de Vittoria’s is meteen bekoeld. Op de zaterdag dat ik dit typ dan ook niet meteen de volgende fietsrit, maar eerst maar eens op bandenjacht.