Bouwen

Na de hitte rit van gisteren, waarbij ik een jasje uit had gedaan, dacht E dat ik vandaag aan me voorbij zou laten gaan. Maar iets zei me dat ik maar beter kon gaan rijden, omdat de weersverwachtingen het beste als onbestendig omschreven konden worden. In de nacht was het al kletsnat geweest en alleen een paar bikkels kozen er voor om in de tuin te ontbijten.

Laaghangende bewolking

Ik koos in mijn hoofd voor de eenvoud. Fietsen. Fietspad naar Bolzano en dan af naar Meran. Het minst gevoelig voor als het toch zou gaan regenen. Verder besloot ik om na 1,5 uur om te keren.

Op het fietspad is het opvallend rustig. Paar verdwaalde mensen die zich moeten verplaatsen op weg naar hun volgende vakantiebestemming. Nog een paar kleine groepjes wielrenners er tussen. Ik had gedacht dat heel Italië op 2 Juni, de dag dat het ontstaan van de republiek wordt gevierd op pad zou zijn, maar niets bleek minder waar.

Het druppelt. Als je altijd zo’n gewend bent ga je natuurlijk niet als het druppelt naar buiten.

Ik rijd m’n tempo. Niet te veel inspanning. In de zone. Ik wordt bijgehaald door twee fietsers. Één die er uit ziet alsof hij zelf de Dolomieten plat kan walsen. Aan zijn wiel een iets mindere God met een wapperend regenjack los hangend.

Ik kruip in zijn wiel. Snap niet dat als je wat minder bent dat je dan niet probeert om met kleine zaken het verschil op te lossen. Geen wapperende open hangende jacks en lager gaan zitten om meer uit de wind te rijden. Maar ik vind het wel prima. Kan eenvoudig mee glijden.

De man op kop wijkt uit om zijn neus te snuiten. Hij ziet mij zitten. Gaat terug naar de kop en begint zijn best te doen. Het tempo gaat een aantal kilometers de lucht in. In het wiel, op het vrij brede, stille met goed asfalt bedekte fietspad is het prima toeven. Zo glijd ik nog een paar minuten mee.

We worden bijgehaald door een ander groepje. Ze vliegen ons voorbij en roepen iets voor mij onverstaanbaars naar de man op kop. Er ontstaat meteen een gat tussen de groepjes. Ik twijfel. Ik moet nog ongeveer 2,5 minuten. Blijven zitten of het gat dichtrijden.

Ik kies voor het tweede. Kies daarbij ook voor het niet bij schakelen. Beentempo moet het doen. Ik trap en ik trap en kom dichter. Mijn benen tollen in het rond. Dichter en dichter. Als ik bij het achterwiel ben is mijn tijd voorbij en laat ik lopen. Niemand in mijn wiel en ik keer om. na een tijdje kom ik mijn makkers van eerder tegen. Handjes op het stuur en babbelen. Het was dus echt alleen om stoer te doen. De Dolomieten worden nog niet platgewalst.

Nieuw aangeplante druivenranken

Terug. We gaan door de 2 uur heen en de eerste signalen van vermoeidheid dienen zich aan. Het zit niet alleen in mijn hoofd, maar mijn conditie is echt niet grandioos.

Ik heb nog redelijk geluk met de wind en op de moment dat de zon door de wolken komt piepen is het meteen echt warm. Gelukkig was ik niet Italiaans met allerlei jacks aan gaan rijden, maar was het gewoon kort – kort.

Ik ontdek een voor mij nieuw weggetje terug naar huis. Minder druk met auto’s en ook net iets minder stijl terug het dorp in. Licht rood in plaats van donkerrood op de Wahoo.

E zit al bij het cafeetje onder de bomen. We drinken samen nog een Cola. Mooie afsluiter.

Hoe erg het weer hier op een paar kilometer kan verschillen bleek ‘s middags wel. We bezochten een plaatsje en maakten nog een toertje met de auto. In de buurt van Bolzano was het gitzwart en kwam het met bakken uit de lucht zodat er stroompjes over de weg liepen. In Tramin zaten we later in de tuin ‘s avonds te eten.

Plaats een reactie