En dan geen zin hebben

Het voornemen was goed. Stukje voorbij Meran, maar op weg er naar toe verdween de zin. Ik was wel leuk aan het fietsen, maar waar ik eerste probeerde om netjes rustig aan te doen deed ik wat meer mijn best. Als ik dat gedaan heb wordt het daarna lastig om rustig een tandje terug te schakelen.

Mijn lip was gelukkig wel al weer aardig geslonken ook al pruilde hij nog wel aardig.

‘s Ochtends had ik E op een langere wandeltocht gestuurd, dus voelde het wel wat minnetjes dat ik het bij een eenvoudig op en neertje Meran ging houden.

Op mijn terugweg reed ik twee renners achterop. Een afgetrainde versie en iemand die ik als stevig zou omschrijven. Vooral in zijn dijen. Het leuke was dat het, anders als de gemiddelde lokale fietser hier op het vlakke geen wieltjeszuigers waren en ook op kop kwamen. Okay ik reed iets sneller, maar zij reden uit alle macht.

Zo gingen we door tot dat ze losten. Voor mij een mooie gelegenheid iets kalmer te doen. Zo kalm dat ze weer achterop kwamen en we er nog een keer tegenaan konden gaan. De afgetrainde versie liet zich daarbij niet meer op kop zien. De ander wel. Bij mijn laatste kopbeurt bleef alleen de renner waarvan je het het minste verwachtte in mijn wiel zitten. Zo blijkt maar weer eens dat uiterlijk vertoon niet alles is.

Bleef niets anders dan het laatste stuk langs de A22 en daarna klimmen omhoog.

Daar stapte E inmiddels ook omhoog.

Liet me rustig passeren, zodat ik de schaduw op het dorpsplein bij kon komen.

Om zelf de laatste warme kilometers naar boven te klauteren. Heel warm.

Maar wat een verwennerij als je dan onder de bomen kunt genieten van een, lichte, lunch.

Knap werk van E en voor mij toch weer een rit er bij.

Plaats een reactie