PNS Sommerwende – Longest ride en lang werd het

PAS Normal Studios komt uit Denemarken en zoals het is met de noordelijke landen, zij vinden de langste dag een bijzonder moment. Niet alleen dansend rond een boom met bloemen in hun haar, maar ook op de fiets laten ze dat zien. Jaarlijks prikkelen ze je om rond de 21e een rit van 200 kilometer, of meer mocht je de behoefte voelen, te maken. De afgelopen twee jaar heb ik daar aan mee gedaan en ook dit jaar voelde ik de behoefte. De eerste kans in het weekend viel weg, omdat ik mocht luisteren naar een ja-woord. Het zou dan ook dit weekend moeten gebeuren. De vraag was of de Italiaanse trainingsbenen gevolgd door de Portugese feestbenen het wel mogelijk zouden maken. Met training kom ik nu eenmaal het verst en niet puur op talent.

Afgelopen week kwam het bericht voorbij dat de Rapha RCC wagen bij de Ronde Hoep zou staan. Een concurrerend merk, min of meer, maar wel lekker als je tijdens een lange rit eenvoudig aan wat te drinken kunt komen. De wind ook nog eens uit westelijke richtingen, dus het was geen slechte richting om naartoe te rijden.

Daarom op vrijdag een uurtje gefietst, spulletje klaargelegd, bidons daarbij pontificaal op het aanrecht, wafels gekocht, bordje pasta gegeten en de wekker vroeg gezet. Het zou wel eens heel warm kunnen worden, dus het liefste zat ik al om 6 uur op de fiets.

De stop bij Rapha liet me kiezen voor een Rapha broek en shirt. Tijd geleden, maar zat goed. Aero shirt, want iedere watt telt als je zo lang op de fiets gaat zitten. Ik had me niet helemaal goed bedacht dat het aero shirt wat minder ademt, dus er vloeiden nog wat meer zweet druppeltjes.

Een kus van E, een zenuwachtige lach van mij. Ik ken mezelf, als ik dit uitspreek wil ik het afmaken en de vrijdag leerde dat het pijn zou gaan doen.

Met de wind op kop rijd ik naar de Romde Hoep. Wind staat er nu al. Dat beloofd wat. Ik breek de kilometers in stukjes op. Na 5 km. Dit maar 40 keer, dat valt mee. Na 10, dit maar 20 keer, dat wordt makkelijk.

Bij de Hoep is het bewolkt. Geen echte hitte. Gelukkig maar. Het is al lastig genoeg.

Bij de brug vanuit Abcoude druk ik de ronde knop in op mijn Wahoo. Kan ik uitrekenen hoeveel rondes ik wil rijden. Een ronde blijkt 16,1 kilometer te zijn. Dat worden er dus 6 of 7.

De ronde rijd ik, zoals het hoort, tegen de klok in, terwijl het eigenlijk prettiger is om hem met de klok mee te rijden. Uit veiligheid hopen ze alleen dat je hem andersom rijdt.

Ronde één, ronde twee, ik begin aan ronde drie. De eerste vermoeidheid dient zich aan. Stoppen wil ik niet. Rijden, rijden, rijden.

Ronde 4, zie ik daar de wagen staan? Ronde 5. De eerste fietsers zitten bij Rapha. Ik ga nog een ronde verder. Er vliegt een renner voorbij. Ik had gehoopt een groepje tegen te komen dat net iets sneller rijdt dan ik, maar dit kan ik voor geen meter bijhouden.

Ik vraag met af of ik hallucineer als ik een motor in de kant van de weg onder aan de dijk zie liggen met een groep fietsers er omheen die hem proberen weer omhoog te trekken. Mijn alternatief voor zwarte sneeuw.

Ik begin aan ronde 6 en weet dat ik op ongeveer 9 kilometer even af zal stappen. Dat geeft weer moed.

Ze hebben het weer perfect voor elkaar bij Rapha.

Koffie uit een Marzocco apparaat. Cola, ice tea, chips, wine gums, broodjes, water en waterijsjes. Ik drink een colaatje, eet een ijsje, vul mijn bidon, neem een paar wine gums en praat wat. Vooral blij even niet te hoeven trappen. Nu stoppen zou ik prima geweest zijn, maar de kilometers roepen.

Al mijn vrienden waren er ook

Ik moet verder. Nog een rondje Ronde Hoep kan ik niet meer opbrengen. Ik fiets terug richting het nieuwe land en zie daar dan wel hoe ik de kilometers bij elkaar schraap.

De kilometers lopen op en mijn benen lopen leeg. Mijn vaste eet en drink patroon begint dwars te liggen. Mijn maag heeft geen zin in een volgende gel of reep.

Ik besluit na de Hollandse brug naar de Stichtse te rijden.

Het is nog steeds bewolkt. De wind staat hier vrij goed dus echt stilvallen is er nog niet bij. Dat komt later wel als ik weer landinwaarts draai. Ik houd geregeld even mijn been stil. Vooral blij dat ik niet loop, want dat zou ik echt stilstaan.

Ik heb last van mijn handen. Ze hebben te weinig stuurtijd gehad. Mijn benen vinden het ook wel mooi geweest en verder wil ik van mijn zadel af. Maar ik verbaas me over mijn doorzettingsvermogen als ik er met de afslag naar huis in zicht nog een rondje aanplak om toch echt de 200 te halen.

Ik rijd trouwens als een tijd met mijn bril op mijn helm. Heel bijzonder maar het voelde benauwend om met mijn bril op te rijden.

Een kleine interne vreugde kreeg toen ik net op tijd het scherm van mijn Wahoo wijzigde en keek naar het verspringen van 199,9 naar 200. Het was binnen.

De laatste meters op de foto
Onderweg – gesloopt

Fiets en renner hadden rust verdiend.

Maar zoals ik dat wel vaker heb na dit soort inspanningen, de rust komt niet echt. Ik had genoeg energie om te juichen voor het kampioenschap van Van Poppel, zou hij op de nieuwe Sprinter wielen gereden hebben en hoe zit dat bij Wiebes, te gaan strijken, we willen op het feestje op zondag ook kleren aan, en ‘s avonds nog de Duitse Krimmi te kijken.

Terwijl ik dit typ op zondagochtend voor zevenen is dat trouwens wel een beetje anders. Nu herinner ik me goed dat ik heb gefietst. Maar ben tevreden dat ik het gedaan heb. De weg naar boven is genomen.

Plaats een reactie