Een verblijf aan de noordkant van het Gardameer kan niet zonder een beklimming van de Ballino. Klassieke stijl vanaf Riva del Garda. Semi klassiek via de waterval van Varone. Dat stond dus op het plan van de dag. Naar boven.
Maar om te beginnen heb je een startpunt nodig. De voet. De voet was nog lastig te vinden als je niet de hoofdweg wil volgen. Dan blijken er wel heel veel kleine doodlopende, op kiezelpaden en anderszins onzinnige wegen te lopen richting de voet. Heel Italiaans voor een toerist, op stijle stukjes uitkomend tussen oude tegen het vervallen aan staande huizen.

Maar dat is zonder de doorzetter gerekend en uiteindelijk vond ik de juiste route. Of ik die nog eens terugvind is de vraag.
De klim kon beginnen. De klim begon. De klim vroeg veel van me. De grote plannen werden klein. Ik stond weer keurig naast het door me zelf neergezette voetstuk. Langzaam maar zeker naar boven. Rustig trappen. Tandje lichter. Soms een tandje zwaarder.
Lago di Tenno kwam in zicht. Hoe vaak ik er ook al langs ben gereden, ik ben te lui om het op te zoeken op Strava, iedere keer is de kleur van het meer even verbluffend. Meestal neem ik niet de tijd om mijn iPhone uit mijn achterzak te halen, maar vandaag deed ik dat wel. Een beeld dat ik moest delen.

Het is nog een paar kilometer tot de top. Ik rijd een vader en zoon voorbij. De vader heeft steun van een accu. De zoon achterstand door een oude fiets. Een mooi duo. De zoon klimt zonder het te weten als Pantani. Handen onder in de beugel en staan.
De laatste paar kilometers zijn best lastig. Lopen naar beneden maar ook minstens net zo gemeen weer omhoog. Wat kan ik me daar in vergissen. Iedere keer weer.

Op de top is het fris. Ik ben blij met mijn bodywarmer die ik aantrek voor de afdaling.

Ik daal af. Vergezeld door mijn toch weer gierende rem. Een sirene zoals R het passend heeft omschreven op ongeveer 1200 kilometer afstand.
Beneden bedenk ik me dat het maar de vraag is hoe ik hier de volgende keer ben. In ieder geval ouder. Daarom toch de moeite genomen om weer te gaan klimmen richting de waterval. Mijn favoriete toeristische bestemming, die beperkt door toeristen bezocht wordt.

Een bidon met fris water en een halve reep en ik ga weer verder. Nog een stuk omhoog, maar dit deel herinnerde ik me zwaarder dan het in het echt is.
Afdalen nu. Ik probeer het punt in de rem te vinden dat ik het minst aangeef dat ik er aan kom. Ik vind het punt soms, maar niet altijd.

Naar het dal van Cavedine. Vandaag niet de standaard route, maar het fietspad, slingerend over klimmetjes. Veel andere fietsers. Vooral met hulp uit accu’s en niet allemaal even stuurvaardig. Iedere groep heeft zo’n deelnemer die iets te duidelijk aangeeft wat er onderweg aankomt, met armbewegingen en her en der een schreeuw.
Arco komt er aan. Terwijl ik de plaats binnen rijd kijkt E op me neer vanaf de burcht die hoog boven Arco uittorent.

Ik ga bij de fontein zitten wachten. Woensdag marktdag, iedere eerste en derde woensdag van de mand voor de bezoekers in spe, dus een drukte van belang. Ik durf mijn fiets niet achter te laten om een ijsje te halen.

Verplaats me naar een bankje bij de kerk en word daar verrast door E terwijl ik de socials bijwerk.
Nu nog geen ijs, maar een douche voordat we naar een pasta op zoek gaan.

Op een paar meter van ons appartement ligt een één pagina menu kaart restaurant. Geen gekkigheid, maar lekker, eenvoudig en geprijsd om gegeten te worden. Dat doen de Italianen daar. Die zie je minder “binnen de ring”, maar vooral hier.


Mooie dag. Mooie rit. Zo kun je een dag doorkomen.
En dan ‘s avonds nog een ijsje, één veeg, het zijn geen bollen, terwijl we kijken naar iemand die midden op het plein laat zien dat “free dance” en “street artist” zijn nog best een kunst is, waarvan het kunnen niet iedereen gegeven is. Maar je moet het maar durven, zo midden op een plein, op onduidelijke muziek nog onduidelijkere bewegingen makend alsof je in een heel andere wereld bent. Voor ons was het prima vermaak.