De woensdagmiddag ben ik een hele tijd bij Giuliani op bezoek. Met mijn beperkte mecanicienkunsten is het me niet gelukt om de rem stil te krijgen. Dan maar bij de professionals aangeklopt. Ze sleutelen, schuren, schroeven, wassen, poetsen, rijden, remmen, kijken elkaar vertwijfeld aan, herhalen het geheel nog een keer, fietsen weg, komen terug, openen een nieuwe groep en halen er remblokken uit, beginnen opnieuw en komen uiteindelijk met de mededeling: het is beter, maar nog niet altijd helemaal goed. Dat was het dan. We zijn inmiddels anderhalf uur verder. Ik ben tevreden. Ze wensen me een goede dag. Ik had eerder remblokken bij ze gekocht en daarmee “basta”. Voor al hun werk was betaling niet nodig. ik houd met moeite mijn onderkaak gesloten. Hoe laat je het licht branden als je, je niet laat betalen? Gelukkig hebben ze een fooien pot. Voor als ze een keer iets gaan doen met het team.
De donderdag de echte test. Wie me volgt op Strava weet dat ik, soms, train met Join. Valt niet mee om te doen wat het programma me opdraagt. Het parcours leent zich er niet altijd voor en vaak is iets harder duwen op de pedalen leuker dan het rustigere tempo dat de training wil dat ik lever. Soms is het ook zwaarder dan ik kan, of denk te kunnen. Nog moeilijker dan het trainen is het rusten met Join. Vandaag was zo’n dag. Van rust word je beter. Maar mijn achterhoofd heeft daar moeite mee. Zeker als de zon schijnt. Dus eigenwijs stap ik op. Ik ga fietsen.

Richting het kasteel van Drena en dan verder de pas op.

Als ik ‘s avonds op mijn Strava kijk zie ik dat het allemaal niet best is wat ik wegtrap. Maar ik ben tevreden dat ik trap en zonder zwalken naar boven rijd. Als de versnelling maar licht genoeg is kom ook ik boven.
Na klimmen komen dalen. Heel jammer als er net in het dal een verkeerslicht op rood staat en er ook nog eens werk aan de weg is waar je stil moet staan. Dan gaat de gang er uit, terwijl dit juist allemaal zo overzichtelijk is.
Ik ga het bergje over naar het Lago di Cavedine en fiets de vaste ronde weer terug. Haal een renner, renster en een fietsvriendin op een elektrische MTB in als het iets naar beneden loopt. Als het weer wat omhoog gaat heb ik een rode lap effect op ze. Ze komen me voorbij. Voor mij de prikkel om beter mijn best te doen. Ik rijd het gat toch weer dicht en laat me meevoeren. In de afdaling die volgt laat ik mijn Rovals de vrije loop. Ze suizen door de wind. De extra kilo’s doen de rest. Tot zover het fietsen met de drie. De toreador is op tijd sierlijk opzij gestapt en laat de stier voorbij gaan.
Bijna thuis zie ik een bekende stap op het fietspad. De renners rouw die wandelaar is geworden.

Zo’n ontmoeting verdient koffie in het dorp en de rest van de dag de bevestiging dat Join gelijk had. Hoe loom kun je zijn. Veel verder dan een wandeling naar de bakker kom ik niet meer. De ontspanning na de inspanning.
Voor wie nog interesse heeft in de rem, het geluid is een heel stuk dragelijker geworden. Af en toe een vriendelijke fluit en geen sirene meer.