Durf de pijn te accepteren

Weer een dag zoals er hier zo veel zijn. Zon. Blauwe lucht. Prima temperatuur. De fiets wil bereden worden en na een dag rust willen mijn benen het ook wel weer. Maar waar naartoe? Ik kies voor de kant van Cavedine en zie dan wel verder.

Trappen maar. Een 200 tal hoogtemeters, een veelvoud van wat ik in de polder tegen kom, liggen hier op mijn kleinste vlakke ronde in de omgeving. Iedere dag prikkel ik mijn benen, hart en conditie. Of ik wil of niet.

Ik neem een stuk afdaling en sla scherp rechtsaf. Het begin van een vuile klim. Hier ben ik in het verleden wel eens met Rinaldo omhoog gereden. Hij had hier in een kapel een Maria beeld neergezet met een kaars. Vond het te gek dat er niets stond en zo had hij een doel om hier langs te rijden. Ik roep om Maria als ik hier klim. Het is stijl. Het is lang stijl. Fietsen is ploeteren en voor mensen die ik tegenkom is fietsen lopen geworden.

Maria is hier al een tijd geleden vervangen door de duivel. Veel passender. Het is namelijk een duivelse klim. Er is zelfs uitleg van het hoe en waarom. Het hoe en waarom kan ik niet zo snel in me opnemen. Ik denk leen maf duw, trek en doorgaan. Mijn Wahoo gaat van donkerrood over een paar honderd meter terug naar geel. Dragelijkere percentages.

Na klimmen volgt dalen. Maar na dalen kun je weer kiezen voor klimmen. Wat doen. Voorbij rijden of afslaan. Ik sla af. Het begin van de klim naar Lagolo of het betere begin van de klim naar de Bondone.

Ik fiets. Ik trap. Ik twijfel. Ik fiets door. Ik haal in. Ik word ingehaald. Door twee mannen die op het buitenblad rijden. Ik ploeter.

Ik ben in Lagolo en vind het genoeg. Zo veel meer dan wat ik vanochtend had gedacht.

Afdalen. Nog zo iets waar ik niet best in ben. Helemaal niet goed maar vooral ook niet best. Geef mij maar een stuk vlak doorduwen. Dat merk ik in een tweede afdaling nog meer. Ik word ingehaald maar lat de renner stilstaan als het vlak wordt en ik op mijn terrein ben. Daar moet ik aan werken. Afdalen zou meer ontspannen moeten kunnen. Werk aan de winkel.

Zo oefen ik op het fietspad op mijn bochtentechniek. Niet standaard remmen, maar alleen als het nodig is.

Zo fiets ik mijn ronde terug naar huis en heb wel even tijd nodig om alles te verwerken. Tevreden en ontevreden in één, maar eigenlijk toch vooral wel tevreden dat ik weer eens verder naar boven durfde te fietsen. Waarom ook niet.

‘s Avonds bekijken we de lokale voorliefde voor het groot Oostenrijkse rijk dat ze hier ludiek herinneren met pracht en praal en vooral ook heel lekker met Strauben. Een soort gefrituurde pannenkoek of wafel met preiselberen en een beetje poedersuiker.

Plaats een reactie