Naar Terlago en ook weer terug

Het gebied aan de noordkant van het Gardameer kent kleine schatten. Van die stekken die je echt moet kennen om er terecht te komen. Niet de winkelcentra aan de zuidkant. Niet de grote campings. Niet de pretparken. Het is de beklimming waar je onverwachts voor af moet slaan in een dorp, waarbij je het idee hebt nergens naartoe te gaan. Dat deed ik dus maar weer eens op zondag.

Maar ook deze weg kent een aanlooproute. Een bekende. Ik klim eerst richting het Lago Di Cavendine en kom daar voorbij een kindertoernooi Tamborino of Tamburello gespeeld werd. Een soort tennis zonder racket maar met een tamboerijn zonder belletjes er aan. Wie heeft er padel nodig als je iets oorspronkelijks kunt doen.

Ik fiets door. Naar de burcht van Drena en verder de pas op. Ik probeer iets meer kracht te geven. Dit wordt later bevestigd door mijn wattages. Bouwen en schaven aan mijn conditie. ik transfer als een dolle. Het is benauwd warm. Mijn shirt kleurt donkerder en donkerder.

Ik eet iets en duik dan de afdaling in. Voor alle zekerheid heb ik mijn body aangetrokken om de ergste afkoeling tegen te gaan. Ik suis naar beneden. Wordt opgehouden door verkeerslichten en werk aan de weg, maar heb de smaak te pakken. Balen dat er een korte tegen klim is voordat ik in het dorp kom. Daar trek ik snel mijn body weer uit. Wat nu gaat komen is een lastige klim. Maar hoe lastig deze ook is, de omgeving en het uitzicht maakt zo veel goed. Een parel in het achterland. Ook hier herinner ik me de kilometers met R en de worsteling achter Rinaldo’s opgevoerde elektrische fiets, waarbij ik vooral bergaf het niet leuk had en twee keer lek reed in de tijd van de velgremmen op Carbon velgen.

De weg slingers omhoog. Ik word voorbij gereden. Doe maar, denk ik. Ik zit in mijn eigen wereld. Zo druk als ik me vanochtend maakte, zo kalm ben ik nu. Onthouden. Zo goed is dat trappen op de pedalen dus.

Na al dat geklim komt dalen, gevold door nog meer klimmen. Soms van dat gemene waarbij je niet weet of een tand lichter de beste oplossing is, soms het hele duidelijke waarbij stilstaan vast en zeker tot terugrollen zal leiden. Worstelen en boven komen. Een provincie zou er haar tagline van kunnen maken.

Nu gaat het echt bergafwaarts. Over een nieuw aangelegd fietspad, dat over gaat in een oude weg met onduidelijke wegaanduiding waardoor ik bij het Lago Di Toblino uit kom. Hier wilde ik niet rijden, maar rijd ik nu wel, dus trap ik maar wat steviger door.

Op naar de bekende weg en de slingers door het bos. Ik krijg het onder de knie. Oefening baart kunst. Ook met tegenwind schaaf ik een paar seconden van mijn beste tijden af. Alles op niveau.

Vanuit het appartement fotografeert E me als ik de rotonde rondt. Beter kun je niet opgewacht worden.

De beperkte kilometers met vele uren blijven een schril contrast met de polder kilometers. Wen er maar aan en leg je kop er maar bij, hoor ik E in gedachten zeggen.

Als toegift wandelen we ‘s middags nog naar de voet van de Monte Velo. Uit balorigheid zet ik ook deze wandeling op Strava.

Plaats een reactie