Vol moed

Het weekend begon wat stroef. Geen huis in Putten om naartoe te fietsen. Geen Veluwe om overheen te fietsen. Wel een koffiegesprek om na te denken over 2026.

Zaterdag stapte ik wel op de fiets. Met in het achterhoofd de mogelijkheid om ‘s middag nog iets te kunnen doen reed ik weg. Het voelde lekker. Ondanks dat de polder weer een potentiële modderpoel is met alle tractoren die in de rondte rijden met al hun oogst, waarbij ze nogal wat grond op de weg achterlaten. Gelukkig was het droog en waren de plakkaten meer kasseien dan glijpartijen.

Ik fietste de luchthaven rond zoals ik dat op het moment het leukste vind. Zag dat ik vanaf 20 oktober niet door het Kotterbos kan. Hopelijk gaan ze er een mooie gladde weg van maken en zijn daarna alle scheuren weer voor een tijd verdwenen.

Precies goed. Een goede twee uur trappen. Goed gevoel er bij. De middag werd vooral besteed aan de Ronde van Lombardije. Als de bladeren vallen moet je wel kijken naar de Ronde van de vallende bladeren.

Zondag. Er staat een grotere ronde op het programma. Goed weer en daarom ideaal voor de maandelijkse 100 die ik altijd graag afvink voor de Strava statistieken. Ik vertrek na de twee witte bolletjes en de broodnodige espresso om op gang te komen. Ik heb er best zin in. Overrule de JOIN training door een andere JOIN training. Dat kan ook. Ik rijd weg. Na gisteren gemerkt te hebben dat ik nog niet meer dan een zomer ondershirt moet dragen onder het lange mouwen shirt en dat kniestukken nog lang genoeg zijn weet ik wat ik aan moet hebben. Als ik een beetje mijn best doen krijg ik het warm genoeg. Zweet druppelt later in de rit van mijn helm. Warm genoeg.

Ik kies voor een ronde boven langs de polder. Een ronde waar alles in zit. Typisch polder lang en recht, open stukken, bos, een paar klimmende meters, dijken, water, af en toe een bocht en ook nog een strook die ik als kasseien categoriseer. Dat allemaal met onderweg maar twee verkeerslichten. Dat vind je niet overal.

Ik fiets. Ik fiets met wat meer wattage dan dat gepland is. Ik heb er voor vandaag lak aan. Ik wil mijn benen voelen branden. Mijn longen horen piepen. Het mag zo aan het einde van het seizoen nog een keer pijn doen. Dat doet het aan het einde zeker. Er rijd een fietser voor me die ik probeer bij te halen en ik heb het vermoeden dat hij me voor probeert te blijven. Ik ben er zeker van als ik hem, vlak voor dat ik afsla en bijna heb bijgehaald, zie stoppen en over zijn stuur zie gaan hangen. Leeg gereden.

Voor mij was het op dit moment ook goed geweest. Ik had eerlijkheidshalve onderweg al een paar keer mijn benen stil gehouden om de spanning er van af te halen.

Weer zo’n goed gevoel. Iets minder goed omdat als er een Join training op mijn Wahoo loopt ik niet herinnerd word aan mijn drink en eet momenten en dan vergeet ik er wel eens een. Of twee. Of drie. Of meer.

Thuis word ik met open armen ontvangen. Gelukkig maar. Want ik was alleen nog maar dorstig en hongerig en tot veel meer in staat dan het WK gravel kijken. Ook met een krom stuur, dus moest ik wel kijken.

Plaats een reactie