Encora!

Wat is dat? Sneeuw op de hoge toppen om ons heen. Een koude wind die er overheen blaast. Een hele omslag. Voelt als 20 graden minder dan een week geleden. Is in de harde cijfers ook zo. Maar er valt geen regen, dus er wordt gereden. Ik kies vandaag voor een niet te dik shirt met lange mouwen en een gilet. Houdt de wind tegen en de warmte maak ik zelf. Wel in korte broek. Het is nog vakantie. Ik denk dat de temperatuur als te laag gevonden zou worden als ik in Nederland was. Daar houd ik de 15 graden grens aan. Maar hier loop ik verder ook nog in korte broek rond, dus wat zou het.

E vertelde me dat na 21 keer iets een gewoonte wordt. De 21 heb ik deze vakantie nog niet gehaald, maar de fiets gewoonte en vreugde is weer op zo’n niveau dat ik echt zin heb in mijn ronde. Het wordt weer een Cavedine, maar wat maakt het uit.

Heen over de weg.

Poedersuiker

Ik klim gestaag en vlotter dan de eerste keer. Van wat, komt wat.

Als de temperaturen wat beter waren geweest had er meer in gezeten, maar de moed ontbrak me vandaag wat voor meer tijd in de kou. Zeker berg af.

Voor de terugweg koos ik daarom zelfs voor het fietspad door het bos. De 20% klim nu als afdaling. Bochtentechniek oefenen. Er valt nog heel veel te leren.

Onderweg duidelijk te zien dat niet iedereen de passende kleren voor dit weer in zijn koffer heeft meegenomen en dat voor anderen vandaag de winter echt is aangebroken. Bij de laatsten vraag ik me af wat je aantrekt als het echt koud is.

Nog even staan

Dat was het dit jaar dan weer in Torbole. We verplaatsen ons nu richting Tirolo bij Meran. Heel benieuwd hoe het daar zal zijn.

Dit stukje typ ik in mijn favoriete koffietent in Bolzano/Bozen: Exil. Tussen de Süd Tiroler Italianen op een zaterdagochtend. Koffie soorten en Prosecco omringen me. Mooi leven. Kan ik wel aan wennen.

Wat zie ik?

Als je hier in de rondte fietst zie je veel verschillende fietsen. Oud en nieuw. Wat valt me op? Zoals altijd als ik hier fiets hoeveel er echt oud is en hoeveel er echt nieuw is. Nog geregeld mensen op fietsen met velgremmen, en dan verder zelf gekleed in een oud slobber kloffie of geheel in een gesponsord pakje. Meestal Italianen, schat ik in. Het gros van de toeristen is namelijk onderweg op gewone, elektrische, fietsen of elektrische MTB’s. Die zie je heel veel en zijn tot mijn frustratie vooral heel snel berg op.

Je ziet hier ook wel groepjes samen rijden waarbij MTB’s en racefietsen gemengd zijn. Zie je bij ons niet veel op onze Nederlandse wegen. Eigenlijk nooit. Verder wordt ook hier de gravelfiets meer en meer gekozen. Door trekkers met bagage, maar ook de lokalen kiezen er meer en meer voor. Ook Ivan en zijn vriendin rijden er geregeld een ronde op en gaan dan ook nog speciale gravel rondes maken.

Maar ik let vooral op de pracht en praal aan fietsen. Zeker nog twee witte SL8s. Niet zo gek als je Daniel Oss hier vaak tegen komt en nog een andere renner. Aan het fietsen hek hangen hier vaker SL8S, maar ook de 7 zie je nog, maar ook andere, eerdere, nummers zie je nog vaak. Opvallend veel zie je ook De Colnago van Pogacar. Had ik nog niet in het wild gezien. Natuurlijk ook het en der een Pinarello. Een Trek. Heel weinig Cannondales. Af en toe een en Canyon en vaak ook blinkende Italiaanse kleinere merken.

Een mengelmoes en alles kan me voorbij fietsen. Te weinig vlakke wegen hier.

Mooi meegenomen

Zwaar dreigende luchten en onweer voorspeld. De afspraak was dus snel gemaakt. Niets geks doen. Laag blijven en een rondje fietsen.

Vooraf natuurlijk eerst de telefoon connect en met de Wahoo, hpgaat vanzelf natuurlijk, en het volgen aangeven. Altijd handig voor de thuisblijvers, zodat die geen spoorzoeker wordt.

Ik durf het aan om in kort x kort te vertrekken. Wel met een ondershirt aan en voor de zekerheid heb ik vandaag ook maar mijn regen gilet meegenomen. Je weet maar nooit.

Bij de eerste meters is het fris, maar al snel heb ik de temperatuur weten op te voeren. Voor mij meer dan warm genoeg om zo in de rondte te rijden. Als koukleum wel te verstaan. Vooral op mijn benen.

Vandaag een variant op wat bekend is. Richting Cavedine maar dan over het fietspad. Een fietspad dat gelegd is over wat eerder een MTB route was en daardoor een stel gemene klimmetjes in zich heeft. Zo gemeen is een stukje dat ze daar voor een betonpad met rillen er in hebben gekozen tegen het terugrollen. Misschien is dat wat overdreven, maar het past wel bij het Italiaanse drama.

Waar ik me op regen had voorbereid kwam in ons deel bij het meer toch vooral de zon door. De omringende bergen hielden de wolken blijkbaar goed genoeg tegen. Zoveel geluk kun je ook hebben.

Onderweg kwam ik Daniel Oss weer tegen. Zoals het hoort in Italië was hij met lange mouwen vertrokken. Vind het blijkbaar al zo warm geworden dat hij ze opgetrokken had. Natuurlijk kwam ik niet veel later iemand tegen die een soort enorme buf om zijn gezicht had gewikkeld tegen de kou. Ik had ondertussen een hele andere belevenis. Had het toch echt vooral warm.

Als lunch werd ik bij Bar Wind beloond met een heerlijke Açaí bowl. De bes uit het Amazone gebied, behorend tot de superfoods, populair bij surfers, vind ik chat een verwennerij met al het verse fruit en de granola er bij. Herstel eten voor mij. Ik vergeet er maar even bij dat de bessen ingevlogen moeten worden.

En het weer? Dat bleef de hele dag prachtig. Pas in de late avond won de regen het, maar die blijft ons donderdag wel vergezellen.

Zo’n dag

Misschien ken je het niet. Zo’n dag die begint en om de een of andere reden hangt er een gevoel van chagrijn over heen. Bij mij. Reden? Kan hem niet echt bedenken. De zon schijnt. Ik heb alle tijd. De fiets staat te blinken. Ketting heeft de avond er voor nog een drupje Secret Chain Wax van SILCA gekregen. Er zijn nog genoeg Amacx gels en repen. Goed geslapen. Maar toch. Het voelt zo.

Ik schuif het aan de kant en ga fietsen. Helpt de eerste kilometers niet. Er rijdt iemand die het tempo voor me aangeeft en dat is niet precies het type waarbij ik het idee heb dat het een topfietser is. Rugzakje. Fiets niet echt schoon. Haren op de benen. Telefoon en Garmin op zijn stuur. Maar ondertussen wel met 33 tegen de wind in. Ik volg. De klaagzang gaat verder. Voel me niet best. De benen willen eigenlijk wel, maar de rest niet.

In Arco ben ik weer alleen. Door naar Dro. Door naar Cavedine. Daar haalt hij me weer in en later op als we berg af gaan. Wie had dat gedacht. Een vrachtwagentje, bijzonder woord maar voor kleine vracht, hangt achter hem en ik kan er niet voorbij. Daarna laat ik hem definitief achter.

Bij de cementfabriek wint mijn eergevoel het van mijn gemakkelijke aard. Ik sla af en ga de klim op. Een onding met een deel aangegeven 11% en een deel 12%. Vind ik om af te rijden al niet echt leuk, laat staan omhoog. Mij Wahoo geeft een heel donker rood aan als stijging. Ik kies mijn tempo en begin te rijden. Eerste deel best wel prima. Het vlakt iets af en ik schakel een paar tandjes bij. Het stijlere deel. Ik schakel weer lichter en ga verder. Lichtste versnelling. Best zwaar. Ik bedenk me dat blijkbaar 1% en een stukje eerder klimmen veel voor mijn benen betekenen. Ik rijd het laatste deel langzaam trappend naar boven. Kijk aan het einde nog eens naar mijn cassette. Waar ik dacht op mijn lichtste versnelling geschakeld te hebben lag de ketting nog veel meer in het midden. Ik begrijp nu veel beter dat het zwaar ging.

Als ik hier nu toch ben, pak ik ook nog maar het lusje richting de andere Lago’s mee. Nog een verdacht klimmetje, maar met schitterende vergezichten richting uiteindelijk het Gardameer.

Deel van de klim
Heel in de verte ligt het Garda meer. Dichterbij een klein meertje (Toblino?j

Hier ben ik wel zo verstandig om beter gebruik te maken van mijn versnellingen. Als doende leert men.

Ik begin aan mijn weg terug, best goed getimed want ik pak nog een stukje wind mee. Dan wil het wel vlotten. Ik neem min of meer de zelfde weg terug. Dus wat ik eerst geklommen heb daal ik nu af. Maar ook andersom. Dan merk je pas hoeveel klimmetjes er onderweg nog te nemen zijn. De laatste weg vanaf het Lagi di Cavedine blijft een kuitenbijter. Met goede benen een stukje om staand door te sleuren. Met mindere om je helemaal de vernieling in te draaien. Vandaag zit het gevoel er tussenin.

Zo ga ik huiswaarts. De overige fietspad gebruikers zo netjes mogelijk omzeilend. Dat betekend dat je soms praktisch stil staat achter wandelaar of een groep fietsers en soms lekker door kunt rijden.

Ben blij weer thuis te zijn, ben net zo blij dat ik er vandaag meer heb uit weten te halen dan een klassiek Cavedine rondje.

Tijd voor rust, een boek n spaghetti.

Dat laatste dan wel in de vorm van ijs.

Dit had ik niet verwacht

We hebben hier in Italië te maken met wat we heel vriendelijk “wisselend weer” zouden kunnen noemen. Zo ook vandaag. Halverwege de dag zou het gaan veranderen van heel goed naar heel erg slecht. Neerslag die bijna niet meer in millimeters, maar in de timers gemeten moet gaan worden. Typisch weer voor een boek en als je naar buiten wilt om dat toch vooral in de ochtend te doen.

Daar kozen we dus maar voor. E uiteraard voor de benenwagen en ik voor mijn ros. Join, dat ik op de achtergrond nog laat meelopen, maar waarvan ik de trainingen even heb laten lopen, gaf aan dat ik na gisteren onmogelijk hersteld kon zijn. Zo voelde het eigenlijk niet, maar ik zou het voorzichtig aan doen.

Na de eerste paar trappen liet ik dat varen. Gevoel boven cijfers. Ik koos voor het niveau van lekker trappen. Onder de grens blijven dat het zeer ging doen, maar wel een beetje duwen.

Zo reed ik naar het Lago di Cavedine. Hevig zwetend. Het was namelijk nogal benauwd. Een vooraankondiging van de hoeveelheid vocht die in de lucht zit.

Maar het fijne is dat het nog steeds prima weer voor kort – kort is. Dus geen gehannes nog met been- en armstukken of zelfs jasjes.

Een hele fijne rit zo op de zondagochtend. Niets extreems. Niet in kilometers. Niet in prestaties. Maar zoals fietsen soms kan zijn. Dat je blaakt van de motivatie. Bijzonder hoe dat kan werken. Join zat er helemaal naast. Maar daarom is dit voor een deel ook het gevoel en of ik klaar was geweest voor een harde training met extra hoogtemeters is maar zeer de vraag. Met al dat gefiets klimt mijn conditie langzaam maar zeker wel weer uit haar dal.

Als kers op de taart, gingen we voor een ijsje in Mori, bij Bologna. Als je het kent weet je dat dit meer dan verwennerij is. De bloemetjes van mijn ouders buiten zetten.

Ik kan hier alleen maar onder zetten op deze zondag: En hij zag dat het goed was.

De rest van de dag werd het vuil van de straten gespoeld. Terwijl ik dit typ gebeurt dit nog steeds. Wat een water kan er hier vallen. Het tekort in het meer zal al lang en breed aangevuld zijn inmiddels.

Een moetje

Het klinkt wat overtrokken, maar een beetje een moetje is het wel. Een moetje dat je graag wilt. Is dat dan een “willetje”?

Als we in Torbole zijn wil ik altijd een keer bij de waterval voorbij rijden. Als je daar een keer geweest bent weet je dat het de moeite waard is. Het mooiste als je het via een Durone ronde rijdt, omdat hij dan bijna onverwachts om de hoek op duikt, maar ook uitdagend om er naar toe te klimmen vanuit Comano Terme. Een bij vlagen serieus stijle klim. Met daarbij de opmerking: voor mij toch zeker. Ik heb geen moeite met het afzwakken van eigen kunnen, hoe zeer het E toch tegen staat. Laten we het methode Roglic noemen. De dag voor de tijdrit zegt hij: “ik een tijdrijder”, als voormalig olympisch kampioen. Na het winnen van een bergrit zei hij: “ik ben geen klimmer, maar een tijdrijder”. In de schaduw van Roglic sta ik uiteraard niet, maar op mijn niveau bezig ik graag zijn methode.

Zo begin ik vandaag met de Ballino. Op een niet te snuggere manier, zal ik eerlijk toegeven. De afgelopen twee keer vanaf deze kant was ik niet te vlot naar boven gereden. Snapte ik helemaal. Om de een of andere reden wilde ik nu wat sneller gaan. Lukte ook, dus zwaar bezweten kwam ik boven. Aardig wat energie op de berg achter gelaten.

Als je dan een beetje nadenkt en bedenkt dat je nog wat hoogtemeters op de route hebt liggen, moet je natuurlijk eerst sparen en er zo voor zorgen dat je later op het traject nog de nodige energie over hebt. Theoretisch beter, maar dit was toch ook wel leuk.

De klim begon. Het begin is serieus stijl. Ik trappel wat op mijn lichtste versnelling. De zon staat hier aardig te branden op de open stukken. Ik krijg een “complimenti” van een wandelaar. Ik rijd rustig verder. Stenico komt dichterbij. Een elektrische MTB gaat me voorbij.

De waterval. Ik vul mijn bidon en ga verder.

Zo scheef voelde de horizon

Een blik naar het dal. Deze klim zit een stuk zwaarder in mijn hoofd dan hij in werkelijkheid is. Na een eerste afdaling sla ik linksaf. Naar San Lorenzo. Een gemeen stukje omhoog. Een stel haarspeldbochten. Gravelrijders die het eerst niet leuk vinden dat ik ze voorbij rijd en me dan toch moeten laten gaan. Ik rijd het plaatsje bijna uit en flirt plotsklaps met een hongerklop. Dat voelt niet best. Ik beslis snel om terug te rijden naar de supermarkt. Inslaan.

Suikerwater. Het eerste blikje is zo weg. De andere gaan grotendeels in een bidon. De helft van de Oreos hap ik weg. Zie dat dit een favoriete onderweg snack is bij lange afstand fietsers en dacht dat het voor een normale dus ook wel zou kunnen.

Terwijl ik daar wat zit bij te komen komt Letizia Paternoster voorbij.

Waar ik zwalk doet zij motorpacing. Waar zij betaalt krijgt doe ik het omdat ik het leuk vind. Waar zij aan de Olympische spelen meedoet en topklasseringen rijdt, kijk ik daar met respect naar en heb ik mijn niveau.

Ik voel me weer beter, was dus op tijd, maar besluit toch maar de afdaling te kiezen en niet verder te gaan. Op naar het dal.

Het dal waar nu de wind echt vol in mijn nadeel blaast.

Lago di Cavedine

Heel vol. Ik kan wat met de kunsten die ik in onze polder leer. Tegen de wind in fietsen. Blijkt toch ook een kleine specialiteit te zijn als je sommige anderen ziet aanmodderen.

Op de Ballino

Tevreden en vooral moe. Zo kwam ik thuis aan. De tevredenheid overheerste, ook al zit er in dat achterhoofd het “meer, meer, meer”.

Dat is dan maar voor een andere keer.

Van de regen in de drup naar de top

Wat een water kan er hier vallen. Een dag regen. Een hele dag regen, de planten hoeven hier “even” geen water te krijgen. Dat is zeker.

Maar zo’n dag kan hier gelukkig gevolgd worden met een prachtige, met prima temperaturen. Zo geschiede. Dus niets anders dan mijn fietskleren aan en er op uit. Voor alle zekerheid met een windbreaker aan, omdat de wind over de bergen bij mijn vertrek nogal fris aanvoelde.

De avond van de regendag

Zo kun je zin hebben en zo kan dat weg zijn. Als lucht uit een binnenband. Lek ongeveer 2 kilometer van huis. Pompen in de hoop dat de dichtingsmelk zijn werk zou doen. Helaas. Voor de zekerheid teruglopen. E kwam me tegemoet met slippers om mijn schoentjes niet naar de vernieling te lopen en ook omdat het met schoenplaatjes niet zo heel goed loopt.

Band op pompen. Lekje ontdekken. Heel klein. Niets dat melk niet zou moeten dichten. Extra toevoegen. Band ronddraaien en zien dat de melk zijn werk doet. De band blijft hard. Ben ik hard genoeg om weer te vertrekken? Het heeft wat mentale overredingskracht nodig, maar ik ben zo ver. Al wordt het maar een Cavedine ronde.

De extra tijd heeft het een stukje warmer gemaakt. Ik fiets en ben blij dat ik weer ben gaan fietsen. Ik besluit om een zijklim omhoog te gaan. Ondingen zijn dat. Stijl vooral, maar ik heb mijn reddingsring van 34 tandjes achter. Daarmee kom ik overal boven.

Boven is de moeite waard. Boven is ook het gebied waar de waarschuwingen voor beren niet ontbreken. Nog niet zo lang geleden is in dit gebied een Franse wandelaar aangevallen. Ik heb begrepen dat deze beer afgeschoten is.

Ik daal af. Een automobilist die staat te kletsen met wandelaars rijdt zijn/haar auto naar de zijkant om ruimte voor me te maken en besluit de neus tegen een hek aan te parkeren. Hoefde van mij niet.

Ik daal af tot aan het einde van het dal. Er is me verteld dat er een nieuw fietspad is aangelegd. Dat klopt. Een wat ik noem “Italiaans fietspad”, mooi, maar met 9% stijgingsgraden.

Of dat helpt om gewone fietsers op de fiets te krijgen weet ik niet. De gewone weg die er naast loopt gaat veel geleidelijker.

Ik kies er vandaag voor om het dal weer helemaal door te rijden naar de andere kant en daarbij de Passo S. Uldarico vanaf deze kant te beklimmen. Een prima geleidelijke beklimming.

De wind blaast berg af volledig in het nadeel. Een stuk minder fijn dalen is dat. Voelt minder goed. Helemaal beneden is het dan weer prima te doen. De fruitbomen en druiven ranken geven voldoende bescherming en op een niet te druk fietspad snel ik naar huis.

Mooie ronde op deze manier. Uitdagend ook. Zwaar genoeg om me te verwennen met een lekkere pasta bij Bar Wind.

Natuurlijk met mijn vaste tafeldame er bij.

Voordat de regen komt

Ook hier zijn er van die dagen dat je, je fiets rit moet laten bepalen door het weer. Regen in combinatie met bergen, daar ben ik zeker niet zo van. Zorgt voor heroïsche verhalen, maar brengt wat mij betreft te veel risico met zich mee en als risico beperkend persoon, maak ik dan andere keuzes. Zo ook vandaag. Een donkere lucht boven het meer en in de loop van de dag zware onweersbuien verwacht. Nog wel eerst droog. Eigenlijk ideaal om een rondje Cavedine te maken. Ook wel prima op dag 4, na toch al het nodige klimwerk.

De wind komt zoals het hoort stevig uit de noord hoek. Tegen daarom eerst. Op het vlakke loopt het allemaal wel prima. De paar honderd meter klimmen is gewoon weer flink zweten.

Het rondje is eigenlijk net iets te kort. Ik zou er nog graag een goede 10 kilometer “vlak” aan toe willen kunnen voegen. Maar een extra rondje over de zelfde wegen daar kan ik me vandaag niet toe zetten.

Zo stuur ik weer in de richting van Dro. Doe het tegenklimmetje bewust helemaal staand. Trainen, weet je wel.

In Arco is het bal. Of beter: in Arco is het markt en een drukte van belang. Gekkenhuis. Iedere automobilist denkt nog dat ene parkeerplekje te vinden dat er niet meer is. Over het fietspad zwalken de wandelaars en mensen die amper kunnen fietsen. Balen, maar het is voor gemeenschappelijk gebruik. Ik probeer wel een paar mensen die wel heel vervaarlijk op me af komen met handsignalen, het licht ontbreekt, aan te geven dat spookrijden en inhalen niet verstandig is.

Thuis aangekomen blijkt dat de ronde precies lang genoeg was. De hemelsluizen gaan kort open.

Het noodweer blijft verder achterwege. Het druppelt wel eens wat, maar ik ga uiteindelijk van het terras af omdat de zon iets te fel schijnt.

Voor de donderdag is de weersverwachting over duidelijk. Water, water, water. De natuur hier zal er maar wat blij mee zijn en ik hoef niet na te denken of ik al dan niet een rustdag wil houden. Het is nu trouwens donderdag en tot nu toe hebben de voorspellers het meer dan bij het rechte eind. Het fenomeen “met bakken uit de lucht” wordt hier nog maar eens versterkt.

Op herhaling

Blijkbaar smaakte het naar meer. Waarom ook niet. Ik zie de Passo Ballino als de huis berg van Riva del Garda en daarom rijd ik er “ graag” omhoog. Klimmen en ik zijn nog steeds geen vaste verkering, maar een beetje uitdaging ga ik niet uit de weg.

Zon al ‘s ochtends hoog aan de lucht dus ook vandaag kozen we voor het betijds starten scenario. Ben ik hoe dan ook wel van, dus ook in de vakantie geen probleem. Compenseer ik met een Vuelta siësta.

Ik vertrok met een persoonlijk trainingsdoel. Tandje zwaarder omhoog rijden. Iets meer duwen. Wordt niet meteen omgezet in snelheid, maar is wel goed voor de spieren zo dacht ik. Op weg naar boven kom ik Daniel Oss tegen die net vanaf zijn huis wegrijdt. Verder wordt ik voorbij gereden door een stel fietsers op racefietsen en op een e-MTB. Het doet me niets. Ik heb de goede mindset gevonden en trap me helemaal in het zweet.

Boven is het weer prachtig. Heb je niet door als je niet een beetje om je heen kijkt.

Ik daal af en heb daarbij helaas een wat angstige automobilist voor me. Remt veel, maar gaat daarna te snel om in te halen. Haalt zo wel het plezier uit mijn afdaling. Ook al ben ik daar zeker geen echte held in.

Verder het dal in zit ik vast achter een vrachtwagen die zelfs tot stilstand komt in een bocht. Je maakt wat mee. Maar gelukkig zijn er geen gladde wegen en rotswanden die me tot stilstand doen komen. Allemaal prima dus. Met de wind in de rug snel ik naar huis, waar E. me staat op te wachten om een filmpje te maken na een stevige wandeling.

Wat kan ik dan anders doen en op een koffietje trakteren. Strava bevestigd achteraf wat ik al wist, maar dat mag de pret zeker niet drukken.

We zijn er!

Vanmiddag zaten we een ijsje, het verkleinwoord kan wel weggelaten worden, in Arco. Een meisje, ik schat een jaar of 5, was met, wat ik hoop, haar vader, oom of verzorger aan komen fietsen en smulde ook van een ijsje. Het meisje had daarbij het hoogste woord als de vrolijkheid zelf. Aan haar fietsje waren twee opvallende dingen te zien. Alleen een achterrem te bedienen met de rechterhand en een steun voor haar rechterarm of wat ze aan rechterarm heeft. Zo eenvoudig is het dus. Je bent zo “zielig” als je, jezelf voelt of nog beter je maakt er zelf van wat je er van kunt maken. Het meisje zal het nooit weten, maar door op het bankje in Arco een ijsje te eten is ze een inspiratiebron.

Spaghetti ijs. De lactose gevolgen zien we wel weer

Ik zeulde de afgelopen dagen mijn lichaam over de eerste Passo’s of zijn het Passi of is het alleen maar met passie. We hadden eerder er voor gekozen dat het in de file staan gezelliger is met twee en zo reden we het laatste deel over de A22 en binnendoor.

Op zondag ging het van de:

Passo San Uldarico naar de

Passo Ballino.

Het weer is prachtig. De temperaturen hoog. Mijn instelling, de reis is het doel, klinkt ook prima in het Duits overigens, werkt. Langzaam maar gestaag. Zo rijd ik rond.

Vandaag deed ik het anders. Vanuit Riva de Passo Ballino omhoog.

Blik op het meer vanaf de klim

Ondanks dat ik redelijk vroeg op pad was gegaan was het nu zelfs al aardig warm tijdens de inspanning. Maar boven was het een stuk aangenamer. Een fijne 23 graden zag ik staan.

Daarna in gestrekte draf de berg af en op naar het dal, waar ik zelfs de ochtend wind nog in de rug had staan. Wel zo fijn. Zeker omdat de wolken zich samenpakten boven de bergen. Dreiging van regen, maar meer dan een paar druppeltjes werd het niet. Het zomert hier nog volop en zo is het eenvoudig om de rondes te rijden. Niets te klagen.

Beeld van de reis. De fiets is zelfs in Duitse toilet gebouwen niet weg te denken