Puntjes

In het woord fietsen zit een “i”. Tijd om er nog maar eens wat puntjes op te zetten. Terwijl ik in eerdere jaren predikte dat een pure weekend warrior, degene die alleen in het weekend op de fiets zit, te veel zijn conditie afbreekt om het dan weer op te bouwen en dat je beter vaker een paar uurtjes dan één keer lang op de fiets kunt zitten is dat toch wel weer mijn fietsmethode op het moment. Maar ik geniet met volle teugen op de momenten dat ik op mijn zadel zit.

Zaterdag. Droog. Als ik vertrek. Na een half uur begint het te regenen. Bij Kaptein zeiden ze later in de ochtend dat het voelde als onder de douche staan. Ik kon het niet beter omschrijven. Als onder een regendouche. Van nat naar doorweekt. Maar het deerde me niet. Alleen mijn sokken vonden het een stuk minder.

Dit was ooit wit en zal waarschijnlijk nooit meer echt wit worden. Ik da het dat het wel mee zou vallen. Gelukkig is mijn fiets een stuk eenvoudiger wit te krijgen.

Ook zij bediende een wasbeurt. Ik blijf het mooi vinden hoe goed je de aero / wind lijnen op de fiets ziet. Precies de modder lijnen.

Later op de avond ging het helemaal los. De wind werd storm en de regen werd gieten.

Maar gelukkig werd het na wat stevige donder klappen op zo dachten weer gewoon droog en kwam zelfs de zon aan de hemel. Wel een flink aantal graden frisser, maar voor mij niet fris genoeg om niet in korte broek en korte mouwen op pad te gaan. Ging prima.

Weer de overtuiging dat het niet veel beter wordt dan dit en hoe jammer het is dat ik momenten voorbij laat gaan dat ik een ronde kan maken. Maar deze maakte ik maar mooi weer.

Het was nog vroeg toen ik al weer thuis was. Ik gok dat Vroege Vogels nog op de radio was. Deze Turkse Tortels namen het er met zo’n drieën. Hele wilde tortelduiven op de zondagochtend.

De rest van de dag werd gevuld met mijn ouders en E bij een smakelijke lunch en daarna gejuich bij de etappe van de Vuelta. Spektakel. Klassement weer opnieuw geschut. Er komen nog twee spannende weken aan zo lijkt het nu. Met het corona spook op de achtergrond er bij.

En opeens was er stress

Vakantie. Wat een vooruitzicht. Ik gun het iedereen. Een periode doen wat je zelf wil. Niet geleid door anderen maar door jezelf. Pure ontspanning.

Vakantie. Wat een vooruitzicht. Ik gun het niemand. Een periode waarin je wat wil laten zien. Geleid door je eigen wensen en onvermogen. Niets dan stress vooraf.

Om mijn stress iets in te perken nog snel een nieuwe cassette gestoken. Met 34 tandjes als lichtste versnelling. Hopelijk net die paar tandjes meer om of wel boven te komen of net iets ontspannener.

Vakantie. Wat een vooruitzicht. Ik gun het iedereen. Een periode doen wat je zelf wil. Op de mooiste wegen en net zo mooie beklimmingen. Pure ontspanning.

En ja, de ketting wordt nog gemonteerd. Zat nog in haar waxbad.

Blijven proberen

Het is zomer. Het weer is goed. Alles wijst naar de fiets. Maar toch lukt het niet om zoveel op de fiets te zitten als ik zou willen. Als ik dan ga fietsen, dan ook maar meteen iets langer.

Het is alweer augustus. Ook deze maand wordt toch wel weer minimaal een 100 kilometer ronde verwacht. Ik los de verwachting in op de 3e van de maand.

De ronde die ik uitkies brengt me langs de Amstel. Aan de roeivereniging voorbij. Een beetje een Olympische basis voor de roeiers. De stad hangt vol met vlaggen die verwijzen naar de Pride. Vandaag de botenparade. Maar daar is het nu nog wat te vroeg voor als ik voorbij fiets.

Met wat kunst en vliegwerk vind ik de weg waar ik altijd al eens overheen wilde fietsen. Ik zie hem lopen als ik naar huis rijd, maar wist niet zo heel goed hoe ik er op de fiets moest komen. Daar is vanaf vandaag verandering in gekomen.

Naar het einde toe moest ik nog een paar kilometer sprokkelen. De normale afslag voorbij en een klein stukje verder over de dijk. Maar de 100 is gehaald. Geen druk meer.

Het is zaterdagavond. De wekker is vroeg gezet voor de zondag. Ik verteer nog een keer de overwinning van Evenepoel. Wat zullen ze bij Specialized balen dat hij met de fiets die verwijst naar het 50 jarig bestaan van het merk over de finish kon rijden. Zo zijn er ook mensen die balen dat er maar zo weinig van zijn gemaakt en er daarom niet zelf op kunne rond rijden. Ik ben benieuwd of er een speciale Olympische versie gaat komen.

Ik veer op bij de 4 x 400 meter en schreeuw het uit. De weggedommelde E is weer helemaal wakker. Wat een prestatie. Geloven in het onmogelijke kan het onmogelijke mogelijk maken. Dat is wat ik er van meeneem.

Het is zondag. Ik wil wel eens iets anders fietsen. Ik sta in fietsmodus. Ik ben op dit moment geen wielrenner. Ik kies voor Marken. Daar ben ik wel eens met Rapha geweest, dus ik weet een beetje de route. De dijk langs het Markermeer wordt nog steeds verstevigd, dus ik fiets wat meer door het binnenland. Prima rondje.

Bij de vuurtoren stop ik en keer ik om. Ik heb de toeristische schwung te pakken en ga beide bruggen bij Schellingwoude over, om later de fietsbrug te nemen, te zwaaien naar het ouderlijk huis van vriend R en over het schapendijkje door te rijden. Bij Muiden kies ik zelfs niet de vlottere weg, maar sla ook hier af naar de dijk om me daar door een auto te laten ophouden. Misschien voel ik me toch wel een klein beetje wielrenner.

Blik op de overkant

Het laatste deel spoorbaanpad. Ik hijs me de bruggen over en drink precies vlak bij huis de laatste slok uit mijn bidon. Het was goed zo en nog een keer ruim 100 kilometer. Zo tellen de kilometers aan.

Straks naar de vrouwen koers kijken en vooral kijken of het dit jaar wel een hecht team is van Nederland en ze niet weer een verdwaalde Oostenrijkse uit het oog verliezen. Ik is trouwens een grote kans voor Italië. Maar dat staat nu nog in de sterren.

Terug na een kwakkelweek

Ik hoor het veel om me heen: het gehoest, het gesnotter, het geklaag. Misschien is het wel de tijd van het jaar waarin de temperaturen te vaak wisselen tussen aangenaam en te fris. Misschien zijn het wel de pollen die het veroorzaken. Wat het ook is, het maakt eigenlijk niet uit. Vervelend is het hoe dan ook. De fiets stond dus even aan de kant. Was door andere bezigheden en storm ook niet zo heel veel tijd verder voor vrij.

Maar deze zondag had ik geluk. Voelde me goed en had zin. Dus opstappen koste geen enkele moeite. Op de fiets dus. Een ronde rijden.

Langs Vecht en bossen. Lekkere ronde. Helaas weinig geluk gehad van andere fietsers. Het waren mijn eigen benen die het moesten doen.

Maar het was leuk. Het ging best goed. Beetje kunnen oefenen hoe goed ik snot in de rondte kon spatten. De resten veegde ik maar af aan mijn mooie PAS shirt.

Zo is de juli 100 ook gereden. Moest niet. Mocht wel. Was leuk.

De Tour in Italië en ik in de polder

Fikse werkweek achter de rug, waardoor ik geen gebruik kon maken van de zomer en zelfs op vrijdag ontboden werd op de Zuid As. Alles voor het goede doel zullen we maar zeggen. Tevreden klanten en een maandelijkse storting, die het fietsen mede mogelijk maakt.

Vandaag een ronde op de fiets. In een opvallend nieuw PAS pakje. Zelfs in een niet zwarte broek. Gevoelig voor de PAS mode trends. Ik wilde niet te ver. Kwam tijdens het fietsen er achter dat ik lang niet over een fietspad gereden te hebben en deed het toen toch maar. Stukje aan het wiel als cadeau.

In Harderwijk blij dat er een waterput was. Ondanks dat de temperaturen lager zijn, had ik het namelijk flink warm.

Mijn benen deden het ondertussen niet best. Strammig.

Daarbij kon ik het rondje zoals ik het eigenlijk wilde rijden niet helemaal rijden. Weer een rit voor besluitelozen, oftewel een triatlon. Gelukkig lieten ze me als uitzondering door.

Zo zwalkte ik naar huis, waarbij ik nog de laatste voorbereidings podcast luisterde. Voor de Tour de France wel te verstaan.

De Tour start in Firenze en de eerste etappe finished in Rimini. Ter herinnering aan Marco Pantani. De laatste renner die in één jaar de Giro en de Tour wist te winnen. Dit jaar zou Pogi zomaar de volgende kunnen worden.

In Italië is alles spectacolo en zo was deze etappe dat ook. De deur van achteren wijd open en op kop een Nederlander met een naam die wielerhistorie doet vermoeden. Frank van den Broeke, bijna VdB.

Ik heb genoten en als dit de voorbode voor de rest is dan gaat het een mooie maand worden.

PAS Midsommer Ride 2024

Het kriebelde. Zou ik ook dit jaar weer de 200+ kilometer in één rit weten te rijden rond de langste dag van het jaar. Wilde een poging wagen op vrijdag maar kon toen mijn rondje niet rijden en zo viel het in het honderd. Maar zondag zou een uitgesproken mooie dag gaan worden. Niet te veel wind en zomerse temperaturen, maar vooral ook droog. Kort overleg en mijn twijfel werd weggenomen. Natuurlijk kon ik het aan en natuurlijk was het geen probleem om het te gaan doen.

Zo geschiede. Om zaterdag reed ik een klassieke rondje op het binnenblad. Keurig niet mee springen met de fietsers die me inhaalden. Hoe moeilijk het ook was om dat te doen. Beentjes los en geen verzuring.

De zondag brak aan. Ik plande een keer rond de Flevopolder. E zou dan zo aardig zijn om als een echte soigneur op de dijk te staan als de 150 kilometer gerond waren. Frisse bidons en een paar extra gelletjes.

Het aanbreken was het echte aanbreken. De wekker op werkdag tijd, 5 uur en om 6 uur vertrekken. Ik had een aero, lees strak zittend, shirt uitgekozen en mijn Silca aero sokken. Scheelt een paar Watt net als het ontbreken van de haren op mijn benen.

Vertrek in kort – kort. Een risico? Misschien fris bij de start, maar met de juiste inspanning wordt het van zelf warm. Zeker als dan ook nog de zon gaat stralen.

De zon was zeker van de partij en zorgde met een blik op de Oostvaardersplassen voor een prachtig beeld. Ik nam zelfs de moeite om mijn telefoon uit mijn achterzak te halen.

De lange rechte dijken. De lange rechte wegen. Alleen naar de horizon.

Best wel alleen het eerste deel naar de kop. Een verdwaald iemand die zijn hond aan het uitlaten was en wat vissers aan de waterkant. Meer was er niet. Of het moeten de zwermen vogels zijn die zich te goed deden aan de vele mugjes, de exemplaren die zich niet kapot vlogen op mijn armen, benen en zoals ik later zou zien hoofd. De openingen in mijn helm waren helemaal gevuld met vliegjes en mugjes.

Het viel me niet mee het eerste deel. Kreeg wat last van mijn rug en hamstring. Als dat na 60 kilometer begint vraag je, je af hoe je de ontbrekende 140 er dan nog bij gaat fietsen. Tandje er af dan maar. Beetje rekken. Beetje strekken. Beentempo en doorbijten.

Met het verstrijken van de kilometers en de tijd leek het steeds beter te gaan. Gang er wat meer in. Focus op het volgende punt. Net als klimmen moet je dit soort ritten in stukjes opbreken. Van plaats naar plaats. Van herkenningspunt naar herkenningspunt.

Goed nieuws voor de rijders over de dijk na de Stichtse brug, waar de windmolens zijn weggehaald, hier ligt schitterend nieuw asfalt en zijn alle hobbels verdwenen. Dat maakt fietsen nog fijner.

Zo ging het allemaal vlot onder de wielen door en was ik na een goede 5 uur bij E.

Die had zich helemaal geïnstalleerd. Koeltas mee en van het Kersenboertje een fles appelsap. Ik wilde wel een slokje, maar klokte het in één keer leeg.

Max Verstappen zou trots geweest zijn als zijn pitcrew zo’n snelle “ splash and dash” wist te volbrengen. Met fris drinken kon ik verder. De gelletjes zouden ook zeker nog van pas komen.

Toen ik net vertrokken was werd ik ingehaald door een triatleet. Hoe weet ik dat? Tijdritfiets, enkelsokjes en bidons achter zijn zadel. Ik vroeg of ik achter hem aan mocht rijden. Dat mocht, ook al zag ik aan zijn blik dat hij dacht me zo wel los te rijden. Het bleef bij die gedachte.

Een kleine 10 kilometer had ik zo eindelijk een metgezel. Een welkome afwisseling. Beetje relaxen in het wiel en toch vooruit gaan. Het scheelt echt zo veel. Maar het was niet van al te lange duur. Hij reed lek vooraan.

Dan maar alleen verder.

Slingerend door Lelystad omdat daar ook de nodige wegen waren afgezet. Stilstaan bij het enigste verkeerslicht dat ik op de hele rit tegen kwam. Daarom expres verder verkeerslicht vrije wegen uitgezocht.

Echt helemaal leeg en kapot ging ik niet. Opeens was ik dan ook thuis. De 200 kilometer doorbroken. Doel gehaald.

Combinatie van ongeloof en tevredenheid. Vooral het laatste overheerst. Eigenlijk is het trots. Zo lang op de fiets zitten is al niets voor mij. Aan het begin het lastig hebben en dat om weten te zetten in iets sterks. Mijn meisje voorbij rijden is ook niet leuk. Dan ook nog eens praktisch solo het geheel snel afhaspelen. Alles bij elkaar. Blij met deze fietsprestatie.

Natuurlijk wordt je er op Strava fijnzinnig op gewezen hoe vlak Nederland is. Dan is het ook goed om te weten dat ik in totaal 3 minuten en 13 seconden stil heb gestaan op de totale rit. Dat is een Kruijswijk coëfficiënt waar zelfs hij moeilijk aan kan tippen. 30 tot 45 minuten is bij deze uren toegestaan.

De rest van de dag werd natuurlijk ook aan de koers besteed. Kijken dan wel met de benen gestrekt. De dag van de nationale kampioenschappen. Zelf ben ik heel tevreden met de kampioenen. Bettiol in Italië met als derde Zambanini. Vaste gast bij Mecki en woonachtig in Dro. Bij de dames in België een ongenaakbare Kopecki en in Nederland Chantal Van den Broek Blaak. Was ik al fan van toen ze nog gewoon Blaak heette. Bij de mannen in Nederland de gevoelige Amsterdammer Groenewegen. Hopelijk een goed voorteken voor de Tour en mooi om hem met zijn vader samen te zien. Trainden veel op de Hollandse brug, dus we noemen hem een beetje van ons. In België werd het mijn dyslectische voornaamgenoot Arnaud (het moet echt met een “o” geschreven worden) De Lie. Mooie kampioen die Stier uit weet ik veel waar.

Zo zit de stemming er in, minder dan een week voor de start van de Tour de France. Kan ik het eindelijk over iets anders hebben dan de abominabele stand in de Scorito pool van het EK van ons team. Ben nu eenmaal beter in sporten dan aan balspellen. Doe eigenlijk ook niet aan balspellen. Daarom zie je mij bijvoorbeeld ook niet op een padelbaan staan. Hoe graag sommigen ook willen doen geloven dat het een leuke “hippe” bezigheid is.

Langste dag? Niets speciaals

Op de Gram zie ik meer en meer mensen beginnen te klagen over hitte die over midden Europa trekt. Wij wonen niet in midden Europa en daardoor laat de warmte (nog) op zich wachten.

In het begin grootse plannen voor deze langste dag van het jaar. E een dag aan het werk en dan zou ik lekker in de rondte kunnen rijden. Letterlijk was het plan. Rondjes rijden en zo kilometers maken en kijken waar het schip zou stranden. Maar het lijkt er op dat alle polderwegen een nieuwe asfaltlaag krijgen. Zo ook een deel van de luchthavenronde. Lezer die daar rijdt wees gewaarschuwd..

Zo reed ik van bord naar bord.kreeg het zelfs warm en vulde mijn bidons bij in Elburg. Handige openbare waterplaats voor de boten die daar liggen.

Terug maar via de randen van de polder gereden en het geluk gehad dat deze weg wel berijdbaar bleef. Nog meer geluk dat het nog droog bleef ook. Want nu regent het en is de beloofde zon nog ver te zoeken. Morgen dan maar zon.

Rijden met Kaptein Tweewielers en Specialized

Op de socials zag ik het voorbij komen. De Specialized pop up / concept store in het pand van Adyen in het hartje van Amsterdam organiseert samen met Kaptein Tweewielers een rit van ongeveer 100 kilometer langs Service Koers in Heiloo.

Natuurlijk zou ik als Specialized fanboy, die zijn SL8 bij Kaptein heeft gekocht en daar al jaren komt en dan ook nog eens geregeld langs gaat bij Service Koers mee moeten rijden. Maar ja. Een sociale groepsrit. Niet echt woorden die heel duidelijk in mijn woordenboek geschreven staan. Zeker op de fiets niet.

Dus de gebruikelijke twijfel. Gelukkig was er een 28/30 km/u groep. Nadenken. Overleg. Aanmelden. Zaterdag zou ik meerijden.

Vrijdag reed ik rustig mijn benen los. Een beetje sta-benen van het afscheid van Dick. Partner op weg naar zijn 1 juli afscheid. Groot sportliefhebber, sporter en vooral fietser. Natuurlijk ook op een Specialized.

De fiets werd gepoetst en kreeg nog een paar druppels Silca dripwax op haar ketting.

Ik had ‘s ochtends eerst nog even naar de Roval Team wielen gekeken. Smullen. Het non plus ultra aan wielen. Zeker als je Roval moet geloven.

Vrijdagavond. Nog een bericht. Er waren 13 deelnemers. We gingen voor één groep. Rijsnelheid rond de 30. Helaas konden we niet door de duinen. De paden staan daar nog steeds voor een groot deel onder water.

Zaterdag. Slechte weersverwachting. Regen en windkracht 5+. Maar ik had “ja” gezegd. E reed me ‘s ochtends naar de Marathonweg. Neerslag tussen stortregen en motregen. Nat was het zeker.

De rijders druppelen binnen. Onder het genot van een espresso babbelde ik wat. Onder andere met iemand die net als ik al jaren bij Kaptein komt. Het druppelen bleef bij druppelen. Van de 13 rijders bleken er 8 van druivensuiker te zijn of nog niet te weten dat er geen slecht weer is, alleen slechte kleding. Zeker als het niet te koud is en wel regent.

Onze groep werd een mooi geheel van een bikefitter uit Zuid Afrika, een fotograaf en ultra sporter uit Polen, de Specialized winkelmanager met Molukse roots en een herintredende fietser die bij KPMG werkt. Natuurlijk aangevuld met mij.

We stuurden onze fietsen de stad uit. Ik koos voor een voorzichtig laatste wiel. De kat uit de boom kijken. Nog spinnend op mijn binnenblad.

Halfweg. Het regenen wordt even stortregen. We schuilen bij het station. Gelukkig stappen we niet op de trein, maar gaan via de sluizen van IJmuiden het kanaal over. Dat was lang geleden dat ik daar had gereden. Ondertussen kletsten we er op los en vlogen de kilometers onder de wielen door.

Kort schuilen bij de Chinees in Castricum en door naar Service Koers in Heiloo. Daar werden we als koningen ontvangen. Koffie, espresso en gevulde koeken. Ook hier rondkijken en kletsen. Gelijkgezinden onder elkaar.

Een snoepwinkel. Zo veel moois te zien. Het valt me op dat Shimano voor de grijze muizen lijkt te zijn en Sram zeker met de nieuwe Red groep voor de hip and happening. Ik kreeg de mogelijkheid om de grepen eens goed te voelen, er wat over te praten en mee te luisteren. Zo hoor je nog eens wat.

We gingen weer verder. Nu kwam de wind wat nadeliger te staan. Hard in de flank en soms net zo stevig tegen. Mijn weer. Mijn omstandigheden.

Pontje een kanaal over. De content makers konden zich niet bedwingen.

Zo boksten we daarna op tegen de wind en kwamen we dichter en dichter bij Amsterdam. Ik heb nog nooit zo gedraaid en gekeerd door Amsterdam Noord. Zo kom je nog eens ergens.

Volgende pont. Nu naar het Centraal station. Op naar de winkel.

Hier weer ontvangen met cola en broodjes. Wat een verzorging. Kwam daar zelfs nog iemand tegen die ik van lang geleden ken van een Rapha rit. Kleine wereld. Blijk ik toch iets van sociale vaardigheden te hebben.

Na afscheid genomen te hebben stuurde ik mijn fiets huiswaarts. De stad weer uit. Naar de polder. De wind gunstig gezind.

Uiteindelijk met een heel goed gevoel weer thuis aangekomen. Ruim 135 kilometer op de klok. Kon niet blijer zijn dat ik mee ben gegaan. Voor alles goed. Zeker voor mij.

Ook op de socials van Kaptein was er aandacht voor. Inclusief mijn kuit…

Zo goed dat ik op zondag er geen moeite mee had om weer op te stappen en richting Castricum te rijden. Vaderdag. Zijwind. Heel veel zijwind. Voelde als als wind die mee stond.

Wat is er dan mooier om een foto van mijn vader met mijn fiets te maken. Gelukkig verstandig genoeg om haar niet verkeerd vast te pakken. Mijn gelletje leeg knijpen was niet helemaal goed gelukt. Een deel was in mijn hand beland en toen net zo snel op mijn stuur en remgreep.

Het was een mooi weekend. En dat was het.

Oakley Encoder Giro Edition

Bolzano. Daar lag hij dan. De Oakley Encoder in de Giro Edition. Natuurlijk met opvallende roze accenten op de poten. De glazen zijn Prism Road Black. Ze moeten zorgen voor een beter contrast bij het kijken naar de weg. Oneffenheden op het wegdek vallen meer op en de donkere glazen houden veel zonlicht tegen.

Eerder twijfelde ik aan de Encoder als bril. Er waren andere brillenvormen die me meer aanspraken. Maar als er dan een Giro versie is, E enthousiast is om hem aan je te geven en de bril bij het eerste passen goed zit, dan neem je de gok. In de collectie misstaat de bril zeker niet.

Inmiddels rijd ik er nu al weer een flink aantal kilometers mee en moet ik zeggen dat ik helemaal om ben. Niet allen de vorm van de bril pas heel goed bij mijn hoofd. Zorgt er voor dat er geen wind achter de glazen komt en mijn lenzen daardoor ook blijven zitten. Beslaan doen de glazen ook niet. Een combinatie van de juist afstand en de sleuven die zorgen voor de beste ontluchting. De glazen zelf, zijn perfect. Ook in de wisselende Nederlandse zonnige omstandigheden houden ze de goede hoeveelheid licht tegen of laten ze deze juist door.

Kortom: waarom stond ik te twijfelen bij een Encoder? Ik heb geen idee. Het is nu mij. Favoriete bril.

Iets van zoveel koolhydraten per uur

De zaterdag bracht goede zin voor de zondag. Eerlijk is eerlijk dat ik mijn best had gedaan voelde ik wel, maar de motivatie was er zeker weer. Wekker gezet. Kniestukken er bij, omdat het vandaag nog iets frisser zou zijn.

Door de polder gaat de Omloop van Flevoland, maar daar had ik vandaag geen zin in. Ik wilde de polder uit en een wat aantrekkelijker rondje rijden. Niet alleen maar hard trainen.

Ik begon over de dijk tegen de nu al stevige wind in. Dit is niet zomers. Langs de kant staat een ree. Misschien is zij op de foto te zien. Ik let op het toegestane vermogen en probeer me niet te realiseren wat voor snelheid dat vertegenwoordigd.

Mijn Wahoo heeft aan wanneer ik moet drinken. Anders vergeet ik het. Mijn Wahoo geeft aan wanneer ik moet eten. Anders vergeet ik het. Niet alleen José de Cauwer zegt het, maar iedere fietser in 2024. Eten en drinken. Nodig om te kunnen fietsen. Zoveel koolhydraten per uur.

Ik beweeg mijn hand naar mijn achterzak. Denk aan Roglic die zijn arm niet kon bewegen in de Dauphine omdat hij op zijn schouder was gevallen. Ik voel dat mijn achterzak leeg is. Eten vergeten. Dan ga ik het geen 4 uur volhouden met de nodige inspanningen er bij. Dat is zeker.

Ik meld het voor de zekerheid bij E. Dat ze niet schrikt als ik eerder thuis kom.

In Weesp draai ik af. Terug naar huis met een gunstig gestemde wind.

Typische Hollander taferelen hier met de molens langs de kant van de weg. Ook hier fietsen heeft zijn aantrekkingskracht.

Ik draai de Keverdijk op en krijg een cadeautje.

Eindelijk is het asfalteringswerk af. Er ligt na jaren gaten, putten en scheuren een asfaltlaag zo glad als je dat als wegwielrenner wil hebben. Niets kasseien of gravel, geef mij dit maar. Mijn banden zoefen, mijn ketting snort, het kost zo geen moeite. Fietsen kost verder al moeite genoeg.

Zo rijd ik terug. Voor het grootste deel de zelfde weg volgend. Op de dijk werkt de wind nu mee, maar mijn benen niet meer zo heel erg. De kracht wordt minder. Ik rijd wat meer op been tempo en minder op kracht.

Zo rijd ik naar huis. Verlangend naar een kop koffie en een gevulde koek. Beetje teleurgesteld, maar ook wel een beetje tevreden. Vooral het laatste overheerst.