Plichtsgetrouw

Dat viel nog niet mee de eerste week weer werken. Ik ben echt meer geschikt voor vakantie. Zeker als dan de druk nog eens onnodig wordt opgevoerd verlang ik terug naar Italië. Maar het is wat het is. Daarbij viel mijn plan om ‘s avonds genoeg energie over te hebben om te fietsen al in de eerste week in het water.

Donderdagavond was er een Amsterdamse alumni bijeenkomst. Met dat in de benen en ook nog wat vrijdagochtend beslommeringen gevolgd door regen werd de vrijdag een welkome rustdag. De wat klinkt als klagen is meer de aanleiding naar de zaterdag. Op zaterdag mocht ik namelijk aan de bak. Stevig aan de bak.

Join had namelijk weer een VO2 Max training voor me klaar staan. Dat werden 2 keer 5 oplopende blokken volle bak passend bij de duur van de inspanning. 1, 2, 3, 4, en 5 minuten met daar tussen net zulke lange rustperiodes. Niet iets om naar uit te kijken.

Maar als je beter wil worden moet je wel. Zeker als je alleen rijdt loop je anders in ons vlakke land het risicomodellen hele tijd de zelfde, grijze, inspanning te leveren.

Vrij ambitieus reed ik in een korte broek. Gelukkig wel een warme. Maar zeker ook met lange mouwen en daar was ik maar wat blij om.

Eerst wilde ik eigenlijk een leuke route gaan rijden. Maar dan loop je het risico niet goed uit te komen als je moet knallen. Daarom mijn vertrouwde polderwegen gekozen. Overzichtelijk. Inspanning tegen de stevig wind in.

Zo fietste ik rond. Deed wat van me gevraagd werd. Maakte de geplande 4 uur vol. Reed hard waar het moest en net zo rustig ook. Een prima voldoende als beloning.

Kris kras door de polder en af en toe nog heen en weer.

Doordat ik vroeg of was vertrokken had ik daarna nog de hele dag nog voor mezelf.

Heerlijk.

Test en Deacon’s Flevo Challenge

Vrijdag wuifden we Italië uit en reden we door een heel nat Süd Tirol, nog natter Oostenrijk en minstens net zo nat Zuid Duitsland om van laadstation naar laadstation Nederland te bereiken. Het duurt allemaal wat langer maar is eigenlijk wel zo relaxed.

Zaterdag rust en ook de Join noodzaak van een test. Niet zo heel zinvol als je eigenlijk moe bent, maar toch maar op de Kikcr gestapt voor een zogenaamde ramptest. Zwaar, maar geen ramp. Viel

Me mee wat ik er uit wist te persen, ook al lukte het niet echt om helemaal diep te gaan.

Vorige week kreeg ik een berichtje van een inmiddels oud collega uit de VS. Hij was eenmaal dagen in Almere, of all places zou je zeggen, om te fietsen. Mocht het lukte. Samen te rijden dan was dat wel zo leuk.

Wat doe je dan? Twijfelen en aangeven dat als de stemming er in zit het zondag wel zou kunnen. De man met bijnaam Deacon fietst iedere dag en vaak iets van 100 kilometer. Door de reorganisatie binnen de consultancypraktijk is hij nu een ex collega en heeft hij volgens mij nog meer tijd om te rijden. Kent zo’n beetje heel fietsend EY.

Ik stippelde een ronde uit. Bij sommige lezers wel bekend. Ik ken iemand die weet hoe vervelend de polder kan zijn door deze ronde.

De stippel lijnen waren het plan. De ronde werd wat anders.

Ik pikte Deacon op bij het Best Western Hotel in Almere Stad. Prima nieuw hotel begreep ik.

Ik denk dat hij blij was om te kunnen praten na een paar dagen solo, want hij babbelde er lustig op los. Van Europese familie historie, tot fietsend EY, professioneel fietsen, de drie hoofd tijdzones in de VS en de invloed op het volgen van wedstrijdsport.

Ander thema ook versnellingen. Hij rijd op zijn fiets met een buitenblad 53 en een pignon vanaf 11 tandjes per één oplopend. Voor zijn fiets thuis vindt hij de 52 met 11-30 te licht. Gaat over naar een 54. Ik kom prima met mijn 52 uit de voeten. Waar hij 53- 14 of minder trapte lag de ketting bij mij meestal op de 19.

Zo reden we door de polder. Trapte ik stevig door over de lange klinkerweg. Werd het praten minder toen we tegen de wind in gingen en werd het nog duidelijker dat tegen de wind in fietsen ook een kunst is en als je het slim aan wil pakken je ook uit de wind moet kunnen rijden. Niet echt iets dat hem goed af ging en daardoor ging hij er keer op keer af.

Terug wat meer de binnenwegen opgezocht om wat meer uit de wind te rijden om hem uiteindelijk bij de spoorbaan af te zetten.

Zo lied ik een Texaan merken dat Nederland dan wel heel vlak is, maar ook zijn uitdagingen kent.

Voor mij de 100 van juni meteen afgetikt.

Zo vatte hij het zelf samen en klopt het ook wel. Een andere Texaan had het vast anders omschreven en 7 gele truien laten zien.

Ciao Merano

Terwijl E op weg is naar een stoffenwinkel in Bolzano begin ik te typen aan mijn laatste stukje over een fietsrit van deze vakantie bij mijn favoriete koffie stek hier in Bolzano: Exil. De espresso, gezet van Julius Meinl bonen, smaakt me hier goed. Niet te zuur.

Gisteren was het nog maar eens een dag prachtig weer. De hitte van de dag wordt vandaag nog eens afgekoeld met regen. Ook hier wacht het voorjaar op het aanbreken van de zomer en ziet het er naar uit dat het met de zomer meteen weer bijzonder warm en droog gaat worden. Misschien zijn de druiven en appels wel blij met het water dat er nu valt. De wijn, appelsap en grappa drinkers zullen het dan vast ook zijn.

Goed gevuld met een koolhydraten rijk ontbijt vertrok ik nog een keer richting Meran. Zonder te veel nadenken rijden over het fietspad. Dat is waar ik zin in had. Daarbij ook niet te gek doen.

Daar bleef het bij. Bij het appelen verkoop punt zag ik iemand zijn fiets klaar maken. Pas later herinnerde ik me het fel groene Castelli shirt toen het voorbij kwam. Bij hem en toen een metgezel, had ik eerder aan het wiel gezeten. Ik deed het nu weer.

Deze man trapt door. Ik deed het zelfde aan het wiel.

Bolzano voorbij.

Fietspad richting Merano.

Hij stuurt onhandig.

Ik ga hem voorbij.

Hij gaat mij voorbij en roept: Grinta!

Ik vertaal dit met: kom op, doorbijten.

Hij gaat harder.

Gaat onder in de beugel.

Ik doe het zelfde. Lang geleden dat ik zo lang onder in de beugel heb gereden.

We gaan vlot.

Hij stuurt wat rottig strak om fietsers heen. het deert me niet. Ik kan hem hebben.

Zo goed dat hij op een gegeven moment afslaat. Ik hem bedank. Hij reageert met dat hij me herkent. Of dat betekende dat ik de volgende keer aan de beurt zou zijn weet ik niet.

Ik fiets door met een blik op de besneeuwde bergtoppen. Er ligt veel sneeuw. Schijnt op de Stelvio 5 meter te liggen. Die zou dit jaar de gletsjer moeten beschermen tegen het smelten. Misschien een jaar respijt voor het verdwijnen er van.

Op de weg terug plak ik er een klein rondje aan vast. Stukje richting de Kalternsee. Daar waar E en ik hebben gewandeld. Inderdaad; ook al gebeurde het niet op Strava, ik heb gewandeld. Dolle periode in mijn leven.

Tevreden en moe kom ik thuis. Weer een rit gereden. De afscheiding op armen en benen zijn zichtbaar: ik draag weer hoge sokken, een koersbroek en trui als afscheiding.

‘S Avonds doe ik me te goed aan een lokale maaltijd. Bauerngeröstel. Heerlijk. Er hoefde geen basis gelegd te worden voor nog een dag op de fiets.

Op naar Trento

Fietsen is voor mij een combinatie van een fysiek en mentaal geheel. Fysieke inspanning die goed werkt op mijn mentale gesteldheid. Maar ook dat de fysieke gesteldheid goed moet zijn voor de fysieke inspanning. Zo zet ik me soms tot het een voor het andere en andersom. Soms een lastig spel.

Ik was nog niet tot aan Trento gefietst, dus vond het leuk om dat nog eens te doen. Lekker rijden over het fietspad. Van de provincie Bozen naar Trento. Langs de A22, de verdwijnende asperge velden en groeiende appels en druiven. Uitlaatgassen zijn blijkbaar goed voor ze.

In een flow en in een trance. Lastig stukje het binnenland in en weer uit tot aan Trento. Precies daar waar ik E wil berichten kom ik 4 renners tegen die in de andere richting rijden. Ik besluit om te keren en meteen aan te sluiten. Iets van gezelschap is fijn.

Er zijn er 2 van de 4 die het lastiger krijgen en groots aangeven af te slaan, en dat ook doen. Er gaan er 2 verder. Iets sneller. Één van de twee doet stoer als er tegenliggers komen en spring dan steeds even. Grappig hoe groepjes dit doen. Ook wel herkenbaar.

Maar helaas. Ook zij stoppen. Nu blijft er niets anders over dan alleen verder te gaan. Ik focus me weer van fietser naar fietser. Alles om de zin er in te houden. Die loopt namelijk een beetje weg.

Gelukkig is er in Tramin een fijn café met een boom, waar ze een heerlijke Bauernplatte hebben en net zulke lekkere Apfelschorle. Prima om te delen en samen van te genieten.

Vakantie. Beter wordt het niet.

Wat kan ik aan? – Passo Lugano

Schitterende dag. Zon hoog aan de hemel. De wens om eens een flinke test de ondergaan. Een paar jaar geleden had ik eens een ronde aan de overkant gereden. Ik ken naar de Strava route planner en pijlde een route uit. Beginnen met een klim die ook, niet gecategoriseerd, in de Tour des Alps was opgenomen dit jaar.

Voor mij zou het klimmen vanuit Auer worden en dan ongeveer 900 meter stijgen in 16 kilometer. Precies mooi. Zeker op papier.

Met zo veel zon werd het flink zweten. Niets voor mij, maar tijdens het klimmen reed ik met mijn shirt helemaal open. Niet denken aan hoe het er uit ziet, maar vooral proberen een beetje te koelen.

In Auer ging een groep Amerikanen beginnen met fietsen. Zag er goed uit. Één van hen, die eerder dacht dat ik er bij hoorde en vertelde wat de stijgingspercentages ging onderuit vlak nadat ik hem had ingehaald. Hij reed van de weg af. Onhandig. Laten we het daar bij laten.

Ik klom verder en verder. Een mooie beklimming. Wel het nodige verkeer, dus toen de schoonmaakster vertelde dat de meeste fietsers deze ronde om 7 uur starten, begreep ik het wel.

Met een blik op de besneeuwde toppen in de achtergrond ging ik over de top. Mooi fietspad over op weg richting Cavalese. klinkt bekend in Dolomieten land.

Langs de voet van de andere kant van de Passo Manghen. Op en neer over een soort hoogvlakte. Prachtige vergezichten. Als ik toch eens de tijd had genomen voor een foto.

Ik dook een afdaling in en zag al snel dat ik daarvoor gestraft zou worden aan de andere kant. Mijn Wahoo werd vuurrood, mijn tempo ging terug naar wandel tempo, en zo kroop ik het dal weer uit. Langzaam, maar zeker. Makend op de 36×30. Snakken naar en paar tandjes lichter, maar die bracht min cassette niet.

Boven gelukkig een kraan. Water. Fris water. Ik kon het wel gebruiken.

De weg ging nu door een stuk waar een wielerkoers was gereden. De borden stonden er nog, een ploegleiders auto reed er nog, net als een groep jeugdrennertjes. In een afdaling zelfs matrassen om eventueel vallende renners op te vangen of tegen te houden.

Nog een snelle foto van de omgeving en dan door naar het echte dal. Het dal van de A22 en het fietspad. Ik had gehoopt op minder kilometers over het fietspad, maar moest nog wel iets van 25 kilometer doorbijten. Het werd er niet makkelijker op, maar ik besloot nog maar eens te doen wat een vlakke lander moet doen. Als het vlakker wordt, tandje er bij en je best doen. Van toerist naar toerist. Van brug, naar brug. Van kilometer paaltje naar kilometer paaltje.

Helaas in de laatste rotonde pech. Een scherpe steen sneed de zijkant van mijn band open. Net te groot om te dichten. Bijpompen en. Oor zicht verder, geen druk op de voorband. Langzaam de langste klim naar boven. Daar was E gelukkig terug gekomen.

Wat een rit. Meer dan 5 uur in het zadel. Meer zat er echt niet in, maar wat ben ik blij dat ik me zo getest heb. Iets van willen en kunnen. Of is het meer van vertrouwen. Ronde is een aanrader.

Tour touristic….?

Paar dagen van de fiets. Opgeladen en gemotiveerd. Opbouw. Niet vervalen in het gevoel dat het seizoen eigenlijk al voorbij is. Waar dat idee vandaan komt, ik heb geen idee.

Bij het ontbijt zeg ik E het rustig aan te doen. Tour touristic. Over het fietspad naar Meran en als het er in zit even kijken bij de fietsenwinkel Flarer. De toonzaal van de mooiste Italiaanse merken: Pinarello, Colnago en Willier. Alleen de topmodellen in de etalage. De catwalk van de Italiaanse frames. Ook al rijd ik het niet er naar kijken doe ik graag. De fietsen van Pogacar, G of Arendsman en Cavendish staan daar te blinken in de etalage.

Eat Pasta, ride fasta!

Bij het, bijna, vullen van mijn bidons zie ik dat ik een interessante schimmel kwekerij ben begonnen. Het ontbreken van een vaatwasser en het niet heet omspoelen van de bidons is vast de oorzaak. Zeker als ze gevuld worden met koolhydraten rijke drankjes is het vragen om problemen. Gelukkig hebben we nog een exemplaar mee die ik vandaag kan gebruiken.

Zo vertrek ik in decent blauw.

Op weg naar het fietspad. Het voelt nog lekker fris. Misschien wel zo fris waarbij ik thuis iedereen voor treurige amateur verklaar als ze in het kort – kort rondrijden. Ik rijd kort – kort en ben er blij mee. Ik weet dat als er ook maar twee zonnestralen door de wolken heen breken het te warm zal zijn voor mouwstukken, laat staan een windbreker.

Een stukje voor me uit zie ik twee renners rijden. Ziet er van een afstandje niet slecht uit. Met mijn tempo kruip ik dichterbij, maar kom het niet echt zo snel als anders vaak op het vlakke. Zou wat zijn om daar bij aan te sluiten.

Bij één van de weinige scherpe bochten sessie bedenk ik me wat (fiets)vriend R zou doen. Geen centimeter verliezen, maar meters winnen. Zo ga ik door de bochten en met een korte aanzet sluit ik aan. Gelukt.

Een korte blik naar achteren. Ik wuif het overnemen weg en kom tot rust. Zij blijven naast elkaar rijden, maar schakelen een tandje bij.

Krasse knarren zijn het. Uit mijn thuis fietsen weet ik dat leeftijd er niet veel toe doet. Het zijn talent en benen die in combinatie zorgen voor het resultaat. Ik zie Dolomieten op het overjasje staan en weet dat het Dolomietenmarathon rijders zijn. Als ze daar over ongeveer een maand weer zullen rijden zal de vorm stijgend zijn.

Ze denderen door. Geven het idee dat het ze heel makkelijk af gaat. Ik heb plezier in het wiel, maar voel me niet goed genoeg om over te nemen.

Bij het overgaan van een brug stoppen ze. Jasjes uit doen. Ik bedank ze en krijg een vriendelijke groet terug. Zie aan het zweet, snot en n de gezichtsuitdrukking dat het niet helemaal makkelijk ging.

Ik fiets door. Kom er bij het drinken achter dat ik de dop van de bidon niet strak genoeg heb dichtgedraaid en neem twee keer een halve douche. Zonde als je maar met één bidon rijdt.

Op het fietspad richting Meran komen mijn nieuwe beste vrienden me weer achterop. Ze geven me een lachende vriendelijke opmerking. Ik sluit weer aan en we denderen door. Zie mijn wattage meter soms stevige getallen vertonen terwijl ik in het wiel zit. We rijden stevig door.

Bij het grasmaaien staan we even stil. Houden het hek vast om ingeklikt te blijven. Het gaat zo vast weer snel verder. Ik hoor achter me nog wat mooi lopende vrijlopen spinnen. De groep is iets groter.

We gaan weer verder. Langzamer gaat het zeker niet. Ik moet nog een beetje op gang komen. Bij de kleine klimmetjes, beetje de polder bruggetjes of dijkjes, houd ik het onverwacht goed bij.

Zo komen we bij Flarer uit en zeg ik gedag. De aangesloten gasten zijn een soort A amateurs aan hun pakjes en voorkomen te zien. De krasse knarren staan een stukje verder op een reepje te peuzelen.

Ik groet en begin alleen terug te fietsen. Tempo. Niet te dol. Vooral spinnen met de benen.

Bijna aan het einde halen ze me weer bij. Lachen. Helaas gaan zij dan anders dan mijn route. Er blijft iemand anders over waarvan ik vakkundig het bordje leeg eet. Als ik hem inhaal zie ik dat het zelfs zo erg is dat de saus er vakkundig van is afgeveegd met een stukje brood. Hij ziet grauw en kijkt wat troosteloos. Ik voel me twee tellen wielrenner.

Ik vul mijn inmiddels lege bidon met fris water voor de laatste 20 kilometer naar huis. Wordt nog wel even doorbijten voor me. Helaas heb ik nu geen tijdelijke vrienden of strijdmakkers meer en ben ik hard op weg mijn eigen bordje leeg te eten. Ik zie de bodem.

Het laatste stukje klimmen naar Ansitz am Eck. E heeft er een hele stevige wandeltocht opzitten en doet een Boogerdje om de kilometers vol te maken.

Ik ben blij dat ik er ben.

Het toeristentempo is niet gelukt. Ik weet niet of ik hier vaker zo’n gemiddeld tempo heb gereden.

De rest van de dag breng ik dan ook in rust door. Ouderwets moe na een stuk fietsen.

De kenner fotografeert de winnaar

Dat E een bijzondere is, is wel bekend. Dat ze dus uit het voltallige peloton met een eenvoudige klik de etappe winnaar op de gevoelige plaat weerbare zetten moet me eigenlijk niet verwonderen.

Daar is dus Steinhauser met het nummer 77. Voor wie het nog niet wist: hij is de neef van Jan Ulrich en zijn vader was vroeger ook beroepswielrenner. Maar op een meer bescheiden niveau.

De buit

Een goede start van een Giro etappe heeft een goed sponsor dorp. Een goed sponsor dorp heeft vrijgevige vrolijke deelnemers. Ze zorgen voor een hebberig gevoel van prullaria. Prullaria voor in het eigen wielermuseum.

De buit was stevig.

Eigenlijk enorm.

Extra blij met mijn nieuwe Lupo Wolfie van Trudy. Die komt van E.

De hoofdrolspelers: de renners

Natuurlijk waren die er ook nog.

De kijker zie Pogacar en Alaphilippe.

De man in roze. Even ontspannen hier als aan het einde van de etappe.

Een held. Filippo Ganna.

Nederlandse lengte. Hoole.

Ploeggenoot van de latere etappe winnaar. Valgren. Blij dat hij weer kan fietsen.

Dat het er niet uit hoeft te zien om snel te gaan. De oudste man als 40+er in het peloton in zijn laatste ronde. Pozovivo. Zijn linker elleboog zo rottig een keer gebroken dat recht zitten niet meer mogelijk is.

Trentin die zich warm rijdt.

En nog veel meer. Echt leuk wordt het als je de kleding gaat vergelijken. Je ziet overschoenen, geen overschoenen. Armstukken, blote armen. Vestjes, afgeknipte bidons met een kastje, jasje in achterzak, handschoenen, geen lijn op te trekken.