Ontspanning

Na de toch wel inspannende rit richting Bolzano en dreigende luchten boven de bergen was het vandaag weer tijd voor een ronde Cavedine. Zou wel genoeg zijn.

Ik vertrok en het viel me alles mee hoe mijn benen, handen, armen en zitvlees aanvoelden. Had ik niet verwacht en gaf een goed gevoel. Lekker fietsen dus maar Join had geen opgave voor me en ik had geen nadere dan dit.

Al snel kwam ik iemand op een klassieke Colnago C59 tegen. Zo’n blauwe met vierkante buizen. Of is dat een nog eerder model. Nog met de klassieke Look pedalen zoals Bernard Hinault ze ooit geïntroduceerd heeft en die ik ooit heb weten af te breken in de duinen bij Schoorl. Helaas had hij geen zin om met me te fietsen. Kwam hem later zelfs nog tegen toen ik terug fietste en hij nog heen.

Terug weer slingeren over het fietspad en op het punt dat ik Dro in reed kwamen er net twee doorrijdende renners aan. Gezelschap richting Arco. Zou het echt?

Ik sloot aan en in gestrekte draf reden we de lichte stijging naar de bron en de kogel. Het laatste stuk nam ik over en trok ik door de afdaling in tot de bocht naar het fietspad. Remmen en aanzetten, klonk R in mijn hoofd. Zo geschiede en dat was het laatste dat ik van mijn gezelschap zag. Dan ook maar vlakke lander blijven spelen en doorgaan. Snelheid. Wielrenner spelen. Net alsof.

Zo kwam ik thuis en bleek maar weer dat je ook van ongeveer 90 minuten fietsen heel veel genoegdoening kan hebben. Ik had.

Op date in Bolzano

Het niet drie cijfers halen bij mijn fietsrondes begon te knagen. De zin bij ons twee om naar Bolzano te gaan net zo. Ook in Italië blikt één plus één twee te zijn, zelf als dat uno più uno fa duo is. We gingen naar Bolzano. Ik op de fiets en E met de auto. Afspraak op het Piazza Walther. Via de nieuwe tunnel de parkeergarage in.

Voor mij een redelijke uitdaging. Weer eens meer kilometers. Vanuit Torbole het altijd uitdagende klimwerk naar Nago. Vanuit Rovereto de hele weg licht oplopend naar Bolzano, de rivier stroomt niet voor niets de andere kant op. Maar bovendien ook wat ik me niet zo had gerealiseerd, het grootste deel van de rit wind tegen, omdat in deze omgeving normaal gesproken de wind ‘‘s ochtends uit het noorden komt en ‘s middags uit het zuiden.

Ik ging iets na 8 uur op pad. Het fietspad richting Torbole was nog redelijk leeg en lag nog in de schaduw. De rest van de dag zou ik nog meer dan genoeg zon te zien krijgen en ik ben niet zo Italiaans dat ik voor de eerste kilometers een Jack aantrek. Want inderdaad de eerste winterkleding ben ik al weer tegen gekomen.

Ik heb ook de eer om voor Mecki’s over de nieuwe brug te rijden. De bestaande heeft een breed fietspad er bij gekregen. Redelijk onzinnig. Of verkwisting. Kies maar uit.

Vanaf het Goethe Platz, klim ik naar boven. Ik beheers me. Draai in mijn lichte versnelling naar boven. Ik weet dat ik nog een stuk moet en wil niet al na een paar kilometer mijn hele kruid verschoten hebben. Ondanks de beheersing is het een aardige opgave. Klimmen als ontbijt. Geef mij maar iets anders op mijn bord.

Nieuwe bril showen

Naar beneden. Mori, Rovereto en het fietspad op. Nog 85 kilometer, zo schat ik in.

De koers is hier ook in kunst te zien

Ik trap en ik trap. Ik haal mensen in. Maar ze hebben geen zin om met me te fietsen. Nog eerlijker ze hebben geen zin om me uit de wind te zetten.

Ik kom in de buurt van Trento. Moet er nu zo’n 40 kilometer op hebben zitten. Haal twee goed uitziende fietsers in met wat lichte bagage. Zelfde liedje. Eén wil wel, maar voor de ander gaat het te snel. Ik ben op bekend terrein en volg de in mijn Wahoo ingegeven route niet, maar rijd wat ik ken. Slinger onder de A22 door en langs een gevangenis. Ik fiets en ik fiets en zie na een tijd de twee fietsers met bagage weer voor me. Er was dus een kortere route, want sneller zijn ze niet gaan rijden.

Ik duw voort. De wind blaast nog in het nadeel, maar zo bang als ik ben voor iedere meter die stijgt, zo goed voel ik me in de wind. Maar niet zo goed als een vrouwelijke prof die me inhaalt.

Dat is andere koek, net als haar maatje rijden ze in snel pak. Helaas kan ik geen naam op haar frame ontdekken, maar als het een lokale grootsheid is, dan zou het wel eens de nummer twee van de afgelopen Parijs – Roubaix geweest kunnen zijn: Letizia Borghesi. Wie gaat het controleren. Kan me mooi een stuk verschuilen. Wat me al vaker opvalt bij profrijders is het been tempo en hoe vaak ze schakelen. Steeds op zoek naar een lekkerdere versnelling. Ik maak er maar een foto van. Zelfs nu het een paar kilometer per uur sneller gaat is het een stuk eenvoudiger zo in het wiel.

Helaas draaien ze af en mag ik alleen verder. Ik bedank ze maar wel, zo hoort het toch, Nog bekender wordt het als ik links Tramin zie liggen. Nu is het niet ver meer en begint het ook wel dat prima te worden dat het niet ver meer is. Het begint lastiger te worden.

Maar in deze omgeving doet de omgeving veel. Zon er bij en weten dat op het plein E staat te wachten nog veel meer.

Het laatste stuk door Bolzano in de parken extra goed opletten. Er is meer verkeer onderweg en niet iedereen blijkt even behendig.

Daar draai ik het plein op voor de kerk

De kilometers zitten er op. Flink doorgereden. Join geeft me alvast vrij voor de volgende dag.

De reserves vul ik weer aan bij onze favoriete koffietent. Kun je ook lekker lunchen, maar vandaag hadden ze niet naar mijn gading. E kocht daarom maar de hele taartenvitrine voor me leeg.

Moe en voldaan. Zo kan ik het gevoel het beste omschrijven waarmee ik later door de stad stapte. Naast wat stijf. Want slenteren in een stad na net je best gedaan te hebben op een fiets is best uitdagend.

Helemaal af werd de dag met en pizza toen we weer terug in Arco waren. Alle vermoeienissen waren toen al lang weer vergeten. Ook al probeerden mijn benen me er nog af en toe aan te herinneren.

Oakley mania

Fietsen doe je op een fiets. Klaar ben je. Dat is zonder alle bijkomende zaken gerekend. Schoen, broeken, shirts, helmen, sokken, en alles voor verschillende weersomstandigheden. Als je echt helemaal door de fietshelmen bevangen bent heb je het risico dat je ook geraakt door het Oakley virus. Misschien nog wel bevattelijker dan het fietsvirus. Er zijn namelijk meer dan genoeg die net het zelfde virus kampen. De ongeremde wens van meer. Als je er eenmaal aan begonnen bent zie je wel weer en andere kleur, vorm of combinatie hiervan. Modellen wijzigen. Opvallend zijn ze vaak.

Midden in Arco zit een opticien met een uitzonderlijke Oakley collectie, zij durven het aan om nieuwe opvallende modellen in de kast op te nemen. Zo ook dit jaar weer.

Ik was al een paar keer in de etalage wezen kijken. Was een keer binnen gestapt. Maar had het nog niet aangedurfd om ook een bril op mijn neus te zetten. E drong op een avond aan. Kon er niet onder uit. Een model dat ik nog niet had gezien. Opvallend is hij zeker. Ik ben een beetje bang dat het nog een stukje rode vlak is voor een ieder die me wil lossen, maar ik kon hem niet laten liggen. Deze moest mee.

Groot. Aerodynamisch. Zit lekker. Houdt veel tegen.

Eerste rit heel goed bevallen.

Eenzijdig

Een eenzijdige sporter. Ik erken en beken dagboek dat ben. Zo stel ik me zelfs voor. Laat het woord “sporter” daarbij veelal weg. Noem me ook geen wielrenner, maar fietser.

Eenzijdigheid heeft ook zijn nadelen. Eenzijdig wordt eenkennig. Mijn lichaam heeft moeite met andere dan de cyclische bewegingen. Mijn voeten en pezen beginnen al te piepen voordat ze ook maar één beweging dat op lopen lijkt moeten maken.

Toch is er ieder jaar wel een moment waarop ik mijn gestel uitdaag tot zo’n andere beweging. Vaak ingegeven door de wil om te bewegen, het woord “zin” wordt hier omzeild, en om samen met E wat te ondernemen. Zo ook deze dag. Een paar buien, blijkt dat mijn PAS Normal Jack dat eigenlijk alleen tegen de wind is best wel wat regendruppels tegen houdt en mijn t-shirt extra veel water opzuigt, maar verder redelijk droog, ideaal om eens een flink aantal stappen te gaan zetten. Op en neer naar Dro. Een afstand waar ik normaal langer ver moet nadenken liepen we nu samen. Of beter ik een stuk achter E aan, terwijl zij een rugzak mee droeg. Zo gaat dat bij ons.

Gelukkig hoefde ik hier nog geen plek uit te zoeken, ondanks alle vermoeienissen. Italiaanse begraafplaatsen hebben wat moois vind ik. Wordt ook voldoende aandacht aan gegeven.

Op zoek naar aanwas

In Arco doen ze dat goed. Jaarlijks presenteren alle sportclubs zich aan de jeugd en zij die zich nog jeugdig voelen om te laten zien dat ze bestaan en dat als je het leuk vindt om mee te doen je dat zeker moet doen. In Italië gaat sporten allemaal groots. Zelfs de amateuristische amateur gedraagt zich als een prof uit de bovenste liga. Je doet het niet een beetje voor de lol, maar doet het om te laten zien wat je kunt.

Ook de wielervereniging uit Dro was present. Niet zomaar, maar met een uitgezet parcours en kleine fietsen om ook de renner met de kortste benen op een fiets te laten zitten.

Je komt de renners in hun groen – gele shirts hier ook geregeld tegen als ze aan het trainen zijn. Onder begeleiding. Vaak met een ploegleidersauto er bij en minimaal een scooter. Je doet het immers niet zomaar.

Oefening baart…

Zon en vermoeide benen. Ik ben er duidelijk niet klaar voor, maar laat de zon beslissen. Een Giro Touristica. Een koffieronde zonder koffie stop. Een niets moet ronde. Trappen en genieten.

Zo stapte ik op en begon ik te rijden. Ik werd ingehaald en lachte er om. Reed het gat weer dicht en ging er voorbij. Werd weer ingehaald en ik kon laten begaan. Zo reed ik door. Dronk uit mijn bidon en knabbelde wat aan een mueslireep.

Koos voor het fietspad om verder op mijn bochtentechniek te oefenen. Duwde de fiets door de bochten en niet mijn lichaam. Zo beschreven ze het bij Bicycling.com als de enige juiste manier. Bleek vlot te gaan zo zag ik later.

Stuk doorduwen richting Arco en toen bleek ik er nog geen genoeg van te hebben. Bedacht me dat ik op een dag als deze wel eens op bezoek bij Ivan in Torbole kon gaan. Waarom ook niet. Aan het fietspad wordt hard gewerkt. Zal vast wel mooi worden, maar is nu verdraaide lastig met al het verdere verkeer. Op het stuk tussen Torbole en Arco is dat een heel stuk drukker merkte ik ook nu weer.

Een gesprek als oude vrienden. Hoe hij het doet weet ik niet, dat hij het doet zal hij ook niet snel te weten komen, maar hij weet me altijd te motiveren met het enthousiasme waarmee hij over fietsen praat. Wat hij doet: fietsen als hij tijd heeft en ook nog zin. Wel makkelijk als je een dosis talent hebt om op te bouwen. De nieuwe gravelfietsen die hij en zijn meisje gekocht hebben. Cubes, ken de eigenaar vanuit zijn renners jaren en die zij, is mijn fiets alleen goed genoeg voor je meisje en niet voor jou, dus toen moest ik ook wel. Het zijn dan geen Enves of Cervelo’s maar wel prima. De plannen om in Marokko te gaan rijden in november. De plannen om op zijn nieuwe wegfiets een enkel voorblad te nemen. 48 tanden en dan ook 48 achteraan. Dit voelde als peilen wat ik er van vond. En meer van dat soort zaken.

Genoeg om op de weg naar huis nog eens rustig in gedachten de revue te laten passeren. Nog wat motiverende woorden van R in de avond er bij en we kunnen er weer tegen.

Durf de pijn te accepteren

Weer een dag zoals er hier zo veel zijn. Zon. Blauwe lucht. Prima temperatuur. De fiets wil bereden worden en na een dag rust willen mijn benen het ook wel weer. Maar waar naartoe? Ik kies voor de kant van Cavedine en zie dan wel verder.

Trappen maar. Een 200 tal hoogtemeters, een veelvoud van wat ik in de polder tegen kom, liggen hier op mijn kleinste vlakke ronde in de omgeving. Iedere dag prikkel ik mijn benen, hart en conditie. Of ik wil of niet.

Ik neem een stuk afdaling en sla scherp rechtsaf. Het begin van een vuile klim. Hier ben ik in het verleden wel eens met Rinaldo omhoog gereden. Hij had hier in een kapel een Maria beeld neergezet met een kaars. Vond het te gek dat er niets stond en zo had hij een doel om hier langs te rijden. Ik roep om Maria als ik hier klim. Het is stijl. Het is lang stijl. Fietsen is ploeteren en voor mensen die ik tegenkom is fietsen lopen geworden.

Maria is hier al een tijd geleden vervangen door de duivel. Veel passender. Het is namelijk een duivelse klim. Er is zelfs uitleg van het hoe en waarom. Het hoe en waarom kan ik niet zo snel in me opnemen. Ik denk leen maf duw, trek en doorgaan. Mijn Wahoo gaat van donkerrood over een paar honderd meter terug naar geel. Dragelijkere percentages.

Na klimmen volgt dalen. Maar na dalen kun je weer kiezen voor klimmen. Wat doen. Voorbij rijden of afslaan. Ik sla af. Het begin van de klim naar Lagolo of het betere begin van de klim naar de Bondone.

Ik fiets. Ik trap. Ik twijfel. Ik fiets door. Ik haal in. Ik word ingehaald. Door twee mannen die op het buitenblad rijden. Ik ploeter.

Ik ben in Lagolo en vind het genoeg. Zo veel meer dan wat ik vanochtend had gedacht.

Afdalen. Nog zo iets waar ik niet best in ben. Helemaal niet goed maar vooral ook niet best. Geef mij maar een stuk vlak doorduwen. Dat merk ik in een tweede afdaling nog meer. Ik word ingehaald maar lat de renner stilstaan als het vlak wordt en ik op mijn terrein ben. Daar moet ik aan werken. Afdalen zou meer ontspannen moeten kunnen. Werk aan de winkel.

Zo oefen ik op het fietspad op mijn bochtentechniek. Niet standaard remmen, maar alleen als het nodig is.

Zo fiets ik mijn ronde terug naar huis en heb wel even tijd nodig om alles te verwerken. Tevreden en ontevreden in één, maar eigenlijk toch vooral wel tevreden dat ik weer eens verder naar boven durfde te fietsen. Waarom ook niet.

‘s Avonds bekijken we de lokale voorliefde voor het groot Oostenrijkse rijk dat ze hier ludiek herinneren met pracht en praal en vooral ook heel lekker met Strauben. Een soort gefrituurde pannenkoek of wafel met preiselberen en een beetje poedersuiker.

„But why?“

Dat is de vraag die gesteld kan worden. Zoveel plekken en plaatsen om op vakantie te gaan, maar waarom kies je dan toch voor het noorden van Italië?

Voor mij eenvoudig. Als ik weet dat iets goed is hoef ik niet heel nodig te veranderen. Een vorm van trouw. Maar bovendien is het hier voor de fietser maar wat goed toeven. Vaak goed weer, maar ook meestal niet te warm. Vlakke of vlakkere wegen en ook het nodige klimwerk. Klimmen van verschillend niveau zodat er altijd wel wat uitdagends of minder uitdagends te vinden is. Verder ademt het hier zo aan de noordkant van het meer sportiviteit.

Tafels bij een café in Arco

Zo ben je niet de vreemde eend in de bijt. Begrijpt de locale bevolking ook wat je aan het doen bent. Kom je onderweg nog eens iemand tegen. Of om je aan op te trekken, maar helaas ook wel eens om je te laten demotiveren.

Vrijdag bleef de fiets in haar kamer. Want ook als je een dag niet wilt fietsen is hier meer dan genoeg te doen.

Een beeld in Trento bij een uitspraak van Johannes Paulus ll: Het werk is er voor de mens en niet de mens voor het werk

Van wel willen, maar niet….

De woensdagmiddag ben ik een hele tijd bij Giuliani op bezoek. Met mijn beperkte mecanicienkunsten is het me niet gelukt om de rem stil te krijgen. Dan maar bij de professionals aangeklopt. Ze sleutelen, schuren, schroeven, wassen, poetsen, rijden, remmen, kijken elkaar vertwijfeld aan, herhalen het geheel nog een keer, fietsen weg, komen terug, openen een nieuwe groep en halen er remblokken uit, beginnen opnieuw en komen uiteindelijk met de mededeling: het is beter, maar nog niet altijd helemaal goed. Dat was het dan. We zijn inmiddels anderhalf uur verder. Ik ben tevreden. Ze wensen me een goede dag. Ik had eerder remblokken bij ze gekocht en daarmee “basta”. Voor al hun werk was betaling niet nodig. ik houd met moeite mijn onderkaak gesloten. Hoe laat je het licht branden als je, je niet laat betalen? Gelukkig hebben ze een fooien pot. Voor als ze een keer iets gaan doen met het team.

De donderdag de echte test. Wie me volgt op Strava weet dat ik, soms, train met Join. Valt niet mee om te doen wat het programma me opdraagt. Het parcours leent zich er niet altijd voor en vaak is iets harder duwen op de pedalen leuker dan het rustigere tempo dat de training wil dat ik lever. Soms is het ook zwaarder dan ik kan, of denk te kunnen. Nog moeilijker dan het trainen is het rusten met Join. Vandaag was zo’n dag. Van rust word je beter. Maar mijn achterhoofd heeft daar moeite mee. Zeker als de zon schijnt. Dus eigenwijs stap ik op. Ik ga fietsen.

Soms lijkt het net echt waar ik fiets

Richting het kasteel van Drena en dan verder de pas op.

Als ik ‘s avonds op mijn Strava kijk zie ik dat het allemaal niet best is wat ik wegtrap. Maar ik ben tevreden dat ik trap en zonder zwalken naar boven rijd. Als de versnelling maar licht genoeg is kom ook ik boven.

Na klimmen komen dalen. Heel jammer als er net in het dal een verkeerslicht op rood staat en er ook nog eens werk aan de weg is waar je stil moet staan. Dan gaat de gang er uit, terwijl dit juist allemaal zo overzichtelijk is.

Ik ga het bergje over naar het Lago di Cavedine en fiets de vaste ronde weer terug. Haal een renner, renster en een fietsvriendin op een elektrische MTB in als het iets naar beneden loopt. Als het weer wat omhoog gaat heb ik een rode lap effect op ze. Ze komen me voorbij. Voor mij de prikkel om beter mijn best te doen. Ik rijd het gat toch weer dicht en laat me meevoeren. In de afdaling die volgt laat ik mijn Rovals de vrije loop. Ze suizen door de wind. De extra kilo’s doen de rest. Tot zover het fietsen met de drie. De toreador is op tijd sierlijk opzij gestapt en laat de stier voorbij gaan.

Bijna thuis zie ik een bekende stap op het fietspad. De renners rouw die wandelaar is geworden.

Zo’n ontmoeting verdient koffie in het dorp en de rest van de dag de bevestiging dat Join gelijk had. Hoe loom kun je zijn. Veel verder dan een wandeling naar de bakker kom ik niet meer. De ontspanning na de inspanning.

Voor wie nog interesse heeft in de rem, het geluid is een heel stuk dragelijker geworden. Af en toe een vriendelijke fluit en geen sirene meer.