Join had geen training ingepland. Vast door een combinatie van; de eerdere inspanningen van de week, het onhandig wel beschikbare tijd inplannen op zaterdag en het beperken tot 5 trainingen per week. Maar uiteindelijk ben ik de baas, echt waar, en keek ik wat er voor zaterdag gepland stond en deed ik dat op vrijdag.
Dat lijkt nadenken, maar is toch ook een vorm van masochisme. Er stond namelijk een training gepland met twee pittige blokken van ieder 10 minuten, waarvan 2 minuten boven ftp en 8 minuten op tempo doorrijden. Dat ga je voelen.
Ik koos twee klimmetjes uit waarop ik wist dat ik 10 minuten aan een stuk in de inspanning kon zitten. Lang leve de klimmetjes. Hier moet ik me altijd al inspannen om boven te komen en kon ik dus prima uit de voeten. Een stukje eenvoudiger dan op een vlakke polderweg de wind op zoeken. Dan kost het me meer moeite om te doen.
Interval één zat er op. Moest de afslag die ik zou nemen voor mijn rondje voorbij rijden. Ook vandaag kwam ik trouwens Pasqualon weer tegen. Profs starten uiterlijk om 9 uur met trainen is een uitspraak van Rinaldo en daarom vind hij dat Oss er maar de kantjes vanaf liep.
Op naar nummer twee. Ik verbaasde me dat Ivan me tegemoet reed samen met zijn trainingsmakker, de fietsen winkelier uit Arco. Ik ging de haarspeldbochten naar boven en een klein stukje verder. De 10 minuten in totaal moesten vol.
Weer terug naar beneden en langs het meertje naar huis.
De wind staat niet goed maar zeker ook niet slecht. Bij het tegenklimmetje bij de stenen krijg ik een lesje dat beentempo op een lichtere versnelling veel sneller kan gaan dan sleuren op een groter verzet. Ook al heeft het voor mij een dubbel effect, kracht en proberen te blijven staan in plaats van te gaan zitten, waar mijn benen naar verlangen, was het mooi om te zien hoe ik voorbij gesneld werd. De zwarte paardenstaarten zijn hier in onder de wielrensters.
Naar Dro en dan door naar Arco. Ik rijd tempo over het fietspad en hoor dat er iemand in mijn wiel zit. Meer mij. Terrein dus ik fiets door en geef hand signalen bij sterk afremmen en als we andere fietspad gebruikers moeten omzeilen. Zo vliegen we door tot Arco.
Als ik een hekje ontwijk en daarbij vol in de remmen moet om niet tegen een op de weg stappende meneer aan te rijden wordt ik rechts ingehaald door de zwarte paardenstaart. Hoe zij gereden was en weer achter me gekomen is me een raadsel.
De wegen scheiden in Arco. Ik neem het volgende stuk fietspad en haal meteen twee andere fietsers bij. Één gaat met je mee en het had signalen geven gaat dus door.
Als we bijna zijn vraagt de meneer vanachter mijn rug of ik niet moe word. Net het laatste duwtje voor de laatste paar 100 meter om daarna uit de bollen en de Grazie in ontvangst te nemen. Na al het ploeteren fijn om even tempo te maken.
De dag wordt gekroond met een wandelingetje naar Wind’s bar en een goed gevulde Açaíbowl. Als me iets het idee geeft van gezond te eten is dat het wel.
Dat was het voor Torbole. Op naar Tramin op zaterdag.
We vragen ons af hoe vaak we al deze weersomstandigheden hier gehad hebben. Vast wel een keer, maar het is opvallend hoe stabiel het is. Niets van dreiging in de avond of de hele tijd wat kijken naar de wolken die de bergen over trekken. We genieten er van, maar moeten de zonnestralen ook wel eens ontwijken. Het gevoel dat het september is ontbreekt volledig.
Vandaag fiets ik nog eens de Ballino op. Het gaat niet zo zoals het wel eens eerder is gegaan. Dat is duidelijk en ik zal proberen daarover niet door te blijven mekkeren.
Ik word ingehaald door een Italiaanse. Ziet er strak uit zoals ze naar boven rijd. Lange paardenstaart, roze sponsor kleding en een oranje De Rosa. Veel Italiaanser wordt het niet. Als ik niet wist dat Bolzamo in Nederland aan het fietsen was en ze een ander shirtje droeg, zou ik denken dat zij het was.
Ik duik de afdaling in en deze gaat me gemakkelijk af. Ik blijf me verbazen over hoe ik me op de fiets voel. Heel zeker. Ik blijf het ook nu roepen: lang leve de schijfrem!
In het dorp aangekomen bedenk ik me dat ik tien de weg door het dorp was afgesloten ik daar een klein klimmetje op moest om via een lusje weer op de weg te komen. Waarom dat er niet aan toe voegen? Was altijd verschrikkelijk voor me. Ik denk dat ik nog op de Pinarello reed. Min. Flamboyante uitstap.
Viel goed mee en in plaats van meteen afslaan, fiets ik nog een stukje verder. Nog een paar meter klimmen en een stukje Brenta massief inrijden. De beer is hier baas.
De blik terug
Het is hier mooi. Dat is zeker. Net zo zeker als dat ik omkeer en weer terug rijdt. Nu in gestrekte draf en over het fietspad langs de tunnels en de 6 haarspeldbochten, op de fiets doe je er eigenlijk 5, helemaal weer het dal in.
Nog 24 kilometer op weg naar huis. Op naar de stenen. Ik word voorbij gereden door een nieuweling / junior van de lokale ploeg uit Dro. Plat op zijn stuur. Volle bak. Trainen doe je zo.
Andrea Pasqualon van Bahrein Victorious komt me tegemoet. Man met baard. Zijn vriendinnetje woont in de buurt weet Rinaldo me ‘s avonds te vertellen. Ook wie het was trouwens.
Ivan komt me ook tegemoet. Er moet getraind worden. Zo blijkt maar weer. Hij rijdt in de winter een graveltocht samen met zijn vriendin in Patagonië en dan niet in het kledingmerk, maar in het gebied in Zuid Amerika.
Zo trap ik verder. Een paar mindere goden inzeilend. Kan E mooi laten zien hoe ik er één voorbij steek op het laatste stukje fietspad.
Mijn shirt heeft drogere tijden meegemaakt. Iedere druppel drinken loopt er net zo snel weer uit.
Mooie ronde zo. Precies 1000 hoogtemeters. Veel preciezer kun je het niet inplannen.
De dag van de fiets had meerdere redenen. Een belangrijke was ook dat er op woensdag een test op het programma stond. Zie het als een proefwerk en een toelatingstest in één. De ene om te zien of de trainingen resultaat hebben, de andere om te zien of je het niveau aankunt.
We kozen voor een iets vroegere start van de dag. Net als in Nederland zijn de temperaturen hoog en dan is het wat sportievere bezig zijn handiger in de ochtend als de temperatuur nog net iets lager is. Bevalt mij beter. Wandelingetje naar de bakker. Zoals zo vaak kan ik niet kiezen en kom ik met te veel thuis.
Ik kies er voor om de test te doen op de beklimming naar Drena. De echte test duurt 20 minuten en is proberen te geven wat je in je hebt in die tijd. 95% daarvan bepaalt, hebben de wetenschappers uitgedokterd, wat je een uur lang vol kunt houden en is je “ftp”. De meting gaat in Watt. In de verhouding tot je lichaamsgewicht kun je dan zien hoeveel Watt per kilo je kunt leveren. Dat zijn de getallen waar mee gegoocheld wordt als er over wielrenners en hun prestaties wordt gesproken.
In die 20 minuten is fietsen niet leuk. Je hijgt, je zweet, je benen vragen je om te stoppen, je tellertje gaat langzaam richting de 10 en nog langzamer richting de 20 minuten. Schrijnend is het als je je test doet en ook nog eens voorbij wordt gereden. Ik zag deze renner later nog eens en die kon wel wat.
Zou werk ik mijn 20 minuten af. Het lastige van een natuurlijke weerstand en niet Zwift is dat het traject onregelmatig is en het soms wat extra werken is om blijvend de zelfde weerstand te houden, tandje er bij, tandje er af. Gele en groene zones op het klim traject op mijn Wahoo.
Ik eindig in Drena, maar moet nog verder naar boven om de pas over te gaan. Ik neem tempo terug en ontdek dat ik dat ook kan. Rode zones op de teller, maar ik fiets in een rustiger tempo door. Zo kom ik boven.
En natuurlijk nog een blik op het kapelletje.
Ik rijd bergaf tot bijna aan het einde van het dal. Iets in me wil verder. Iets in me weet dat nu omdraaien veel beter is.
Ik rijd weer terug naar boven. De makkelijke kant en als cadeautje een afdaling terug naar Dro. De wind is af en toe wat lastig inschatten, maar verder loopt het als een zonnetje.
E is gaan lopen naar de markt in Arco en blijkt net een koffietje en een watertje aan het drinken te zijn. Ik schuif even aan. Veel meer vakantie wordt het niet voor mij.
Ter motivatie had ik het nieuwe shirt aangetrokken
Ik drink een deel van E d’r water op. Lekker met een bubbeltje. Geef dan galant mijn volle bidon met water mee voor haar terugweg. Of je nog 6 kilometer op de fiets moet of 6 kilometer te voet met de zon op je bol, maakt nogal een verschil.
Aan het einde van de middag kijk ik naar de Vuelta en begrijp ondertussen steeds minder van de koers. Volgens Rinaldo is het tijd voor de Aerokogel uit Schepdaal, Remco, om naar een beginners klas voor wielrennertjes te gaan, zoals hij in de rondte rijdt. Hij maakt Uijtdebroeks ook helemaal met de grond gelijk. Dat laatste vind ik spijtig, want ik mag die renner wel en hoop stiekem dat hij iets extreems uit zijn helm tovert.
En ik? Ik heb mijn ftp met 2 Watt verhoogd bij een gelijk gewicht. Geen vooruitgang om nu de vlag voor uit te hangen en nog steeds een ftp dat in de onderste regionen van “fair” zit (dat is net boven niet getraind). Maar waar ik blij mee ben is dat het rond dit niveau zit, waarbij ik dacht dat het verder teruggelopen zou zijn. Ik weet dat ik nog wel iets meer uit mezelf kan halen en door verstandigere keuzes mijn fiets prestaties kan laten stijgen. Iets om over na te denken en eens goed met mezelf over van gedachten te wisselen. Want ook al zal een reactie kunnen zijn; het gaat zo toch prima, als je net dat beetje beter bent, gaat het fietsen net dat beetje eenvoudiger en wordt het fietsen nog net dat beetje leuker.
Terwijl ik dit typ bedenk ik me ook dat ik onderweg wel eens iemand voorbij fiets en dat er ook wel eens iemand puffend en hijgend in mijn wiel zit en ik daarom maar niet aan hun ftp wil denken.
Join roept het wel eens naar me: van rust wordt je beter. Ik geloof het nog steeds maar met moeite, maar weet wel dat zeker mij. Benen het af en toe heel hard nodig hebben. Zo ook vandaag. Maar we gingen niet helemaal in de passiviteit. Actieve rust. Stappen naar Riva, daar een klein taartje, van die overheerlijke Italiaanse petit fours, bignole, met een glas succo d’arancia op het terras en een beetje rondkijken. Puur genieten.
Op de terugweg deden we de sportwinkel aan voor een paar bussen met poeder voor de sportdrank.
Wie kent als wielervolger deze bussen niet, levensgroot opgeblazen lans de route. Ik vind het smakelijk, makkelijk te drinken en er zit nog het nodige in om het fietsen vol te houden ook. Ik drink het waarschijnlijk iets meer verdund dan de verpakking wil. Een Italiaans merk, dat bij iedere verpakking een bidon meegeeft. Mooi meegenomen.
We eten een heerlijk bordje pasta met gerookte zalm en ik duik het boek “Het Plan” in. Vakliteratuur voor de wielervolger over de weg van de ploeg van Plugge en Zeeman, die nu Jumbo Visma heet, naar hun grote doel. Daarover later vast meer.
Ondertussen fietsen op mijn iPad de renners hun tijdrit in de Ronde van Spanje onder het commentaar van de Babbel Belg en Karsten Kroon, iets te geregeld onderbroken door reclames. Steeds als ik denk nu is het tijd voor een Discovery+ of GCN abonnement, ga ik iets anders doen en moet ik voor straf op de reclame blaren zitten. Ik weet inmiddels wel wat DHL doet, we were all yellow, ook al vind ik die van het fietskledingmerk van Contador, Gobik, wel leuk.
Borreltijd en babbel tijd. We hebben een lang gesprek met Ivan over het plezier in fietsen. Dat hij de gravelbike helemaal ontdekt heeft. Dat het niet altijd snel hoeft te gaan, ook al weet ik dat zijn niet snel op een ander niveau ligt dan mijn niet snel. Over het risico op de fiets. Over de keuze om alleen te rijden of met mensen die je heel goed kent. Alles om het kleine hoekje waar het gevaar in zit te vermijden. Over fiets cultuur, waarbij groepsgedrag zoals seintjes geven zo belangrijk is. Over de lessen uit de topsport die gebruikt kunnen worden in het bedrijfsleven. Dat als je weet dat je het maximum geeft je het maximale doet. Maar dat je, je ook moet realiseren dat bij de 100 meter op de Olympische spelen een minimale tijd wordt verwacht om in de finale te kunnen staan. Ook al zijn de Olympische Spelen voor iedereen in de finale kom je niet als je die tijd niet haalt. Misschien is een andere discipline dan beter voor je.
Sprak ik maar vloeiend Italiaans. Sprak ik maar een beetje Italiaans. Dat had het gesprek nog iets beter gemaakt, maar ik houd er wel van om dit soort verhalen te horen van een oud Olympische sporter die met Italiaanse top coaches heeft gewerkt en nog steeds in contact staat met veel topsporters, (oud) prof wielrenners, trainers, ploegleiders en dergelijke. Wijs geworden op de wegen van de topsporter en niet in de schoolbanken.
Zin om mijn fiets een dag te laten staan had ik nog niet. Misschien moest het van mijn benen eigenlijk wel, maar we deden het ‘s ochtends rustig aan en na de koffie bij Mecki’s ging ik op weg voor een rit de Ballino op. E ging te voet naar Nago over ontspanden en meer uitdagende ondergrond. Waar we allebei niet zo bij stil stonden is dat als je uren op pad gaat en niet vroeg vertrekt je dan zeker de warmere temperaturen opzoekt. Dat deze we dus. De brandende zon in. Niet mijn beste omstandigheden.
Ik fietste de kant van de Ballino waarbij je langs de waterval komt. Mijn favoriete versie. Zeker omdat er een serie haarspeldbochten in zitten die lekker lopen en waarbij je soms een mooi uitzicht over het meer hebt. Beetje jammer dat ik er steeds door een auto werd ingehaald, zodat ik als ik de binnenbocht had niet het iets vlakkere stukje op kon zoeken.
Ik trapte een niet te zware versnelling, eigenlijk een lichte. Dat vonden mijn benen het prettigste en met het idee dat bovenkomen een prima doel was en stilstaan iets dat ik niet wilde doen, de beste keuze voor vandaag.
En zo kwam ik boven. Terwijl ik gelukkig een stel babbelende Italianen achter me hield en zelfs tot stoppen dwongen. Ze zaten wat in mijn irritatie zone, maar deden blijkbaar stoerder dan ze eigenlijk waren.
De afdaling in. De fiets voelt opvallend goed. Ik voel me zeker. Slecht in conditie, maar zeker.
Als straf voor het latere vertrekken kreeg ik een heel sterke wind tegen op de weg terug. Geen motivatie om er nog eens tegenaan te gaan. Zo ploeterde ik verder.
Hier mag alleen mijn fiets staan
Bij Mecki’s aangekomen genoot ik van een koude Italiaanse sinas. Wat kan dat lekker zijn. Sanpellegrino. Niet. Alleen bij Vespa Laren een favoriet.
We maakten er een rustige zondagochtend start van.
Met espresso en Brioche con Crema voor mij. Ik had de zaterdag nog duidelijk in mijn benen en denk dat ik nog wel even bezig ben met die rit uit mijn systeem krijgen. Vind ik eigenlijk ook niet zo gek.
Voor dat ik ga rijden bekijken Rinaldo en Ivan mijn fiets. Allemaal mooi. Discussie over het stuur. Is het 40 cm. Ivan holt naar binnen om een meet lint te halen. Onder in de beugel is het dat niet. Daar is het 41 centimeter wordt gemeten. Bovenop is het 40. Het stuur heeft een klein beetje flair zoals dat heet. Zo is het stabieler als je onderin zit en heb je ook iets meer ruimte voor je armen. In gravel rijden ze soms met nog meer verschil en Pogacar heeft nu een stuur dat, dat ook extremer heeft.
Van Rinaldo krijg ik de training tip mee om rustig aan te doen op een licht verzet. Meer zit er ook echt niet in.
Ik neem één kleine bidon mee. Om zeker te zijn dat ik me beperk tot een kortere rit. Ik kom er al snel achter dat dit vandaag niet genoeg gaat zijn. Ik doe er langer over en het is dorstig weer. Ik rijd rond met de bron voor fris water in gedachten.
Onderweg klim ik moeizaam een klimmetje op. Valt niet mee. Op de weg terug krijg ik gelukkig steun van de wind, maar houd ik me aan mijn lichte versnellinkje. Ook wel een veiliger idee op het soms toch wat drukke fietspad.
De rest van de dag schenk ik aan het boek VOX, de Vuelta en een ijsje. Het is per slot van rekening vakantie.
Risicomijdend, dat is een woord dat wel goed bij me past. Al te gek doe ik zeker niet, kies graag de veiligere weg, zekerheid en denk goed na voordat ik ergens aan begin. Waar sommigen er gewoon invliegen en wel zien waar het schip strandt, ben ik meer weloverwogen.
Met dat in gedachten heb ik gisteren iets gedaan dat afgeraden wordt en onder het kopje: dit is geen goed idee, wordt genoteerd.
Op een nieuwe fiets, waar je nog geen centimeter op gereden hebt, een afstand van 180 kilometer rijden, dat je een aantal maanden geleden voor het laatst hebt gedaan en de keer die twee weken geleden nog een beetje in de buurt kwam reed je in een groepje van vier, waarbij gedeelde smart halve smart was, in temperaturen die makkelijk de 30 graden aan zouden raken, terwijl het in Nederland eerder rond de 20 was en waarbij je zeker wist dat de laatste 100 kilometer met tegenwind gereden moesten worden.
Een recept voor en lijdensweg.
Maar wat had ik er een zin in. Met dank aan het thuisfront was het ook geen probleem om het te doen. Nog iemand weten hoe ik het tref en getroffen heb met E?
Aan het ontbijt een stevige bodem gelegd. Gelukkig heb ik geen moeite met ontbijten en de broodjes met honing smaakten dan ook goed. Bidons klaarmaken, het eten voor onderweg verzamelen, iedere 20 minuten drinken en iedere 35 eten, nieuwe shirt pakken en klaar.
Fiets in elkaar zetten
Spannend design dat shirt voor mijn doen. Cadeau van E en past ook wel bij een rit als vandaag waar de gekkigheid overheerst.
Het vertrek was bij Hotel Rosskopf in Sterzing, bekend van de start van de tolpoorten op de A22. Een fijn hotel, maar toch een flinke rit vanuit Nederland. Zeker elektrisch.
Ik had de route ingeladen via Strava op mijn Wahoo. Verkeerd rijden was dan ook niet mogelijk, behalve dat ik bij de eerste afslag fout ging en een groot deel van de route kan ik dromen.
Daar gaat ie
De eerste meters. Nog een beetje onwennig. Gevoel van het staan zoeken. Het iets smallere stuur.
Ciao
Maar na het eerste stukje vond ik het gevoel. Ik merkte dat mijn zadel ietsje hoger staat. Klopt ook wel na de laatste meting.
Kleine klimmetjes. De fiets wil. Iedere meter gaat naar voren. Kan dat nog beter dan op de SL7. Je zou de ken van niet met het slankere samenspel van de buizen bij het brackethuis, maar toch is het zo.
Een stijl stukje bergaf. Meestal is dit een punt om op nieuw materiaal voorzichtiger te doen. Met de SL8 niet. Wat een stuurbedrag. Ik voel me zeker en kom sturend uit waar ik naar toe wil. Heerlijk.
Brixen
Ik rijd door, of is het meer langs, Brixen. Slingerend om de A22. Op weg naar Klausen. Het plaatsje waar ik meestal keer als ik vanuit Tramin deze kant op fiets. De wegen worden dus steeds bekender. Het is het lang rijden over een fietspad. Wel af en toe met een gravel pad.
Een mooi stuk door een kloof door tunneltjes waar ooit een treintje doorheen gereden moet hebben. Hier loopt het licht bergaf en kan ik goed tempo houden. Nog even en ik ben in Bolzano en kan ik mijn bidons vullen. In Bolzano is het drukker en ligt het fietspad nog steeds opgebroken. Ik slinger me er rustiger tussendoor. Vooral geen zaterdagse dagjesmensen aanrijden.
De kraan
Gelukkig. De kraan. Ik ben toe aan extra water. Het is warm aan het worden. We zitten achter in de 20 graden. Wind op kop. Fietsen wordt werken. Op naar Tramin.
Tramin
Korte blik op de volgende bestemming na Mecki’s. Geen tijd voor een glas Gewürztraminer. Ik moet nog ongeveer 85 kilometer. De eerste vermoeidheid begint zich aan te melden.
Ik wordt ingehaald door een groepje dat er een lekker tempo op nahoud.
Zij rijden in twee dagen naar het Gardameer en zijn vandaag gestart in Brixen. Ik sluit aan en kan me een stukje verstoppen. Scheelt tegenwind, maar vraagt wel een iets hoger tempo.
Zij hebben dorst en stoppen bij een Bicigril langs de weg. Ik twijfel om het zelfde te doen, maar kies er voor om door te rijden. Ik wil door en dan maar zelf worstelen met de wind.
Soms rijd je bijna op de A22
De zon brandt. De kilometers tikken door. De vermoeidheid groeit.
Als ik denk al in de buurt te zijn van Trento vul ik nog maar een keer een bidon. Dorst. De warmte begint echt een rol te spelen.
Ik was er nog niet helemaal, maar toen ik de herkenningspunten begin te zien, zag ik het weer wat meer zitten. Nu op naar Rovereto. Ik hakte de rit steeds meer in stukjes.
Ik kom een fietser tegen en verstop me nog maar eens een keer.
Jammergenoeg slingerde hij nogal en was het daarom lastig om echt goed in het wiel te blijven zitten en echt het optimale voordeel te hebben. Maar het was tenminste iemand die een tempo aangaf en waarbij ik alleen maar moest proberen te volgen. Heel eenvoudig ging het allemaal niet meer.
Rovereto en haar wielrenners beelden. Heel ver is het niet meer, maar het gaat nog wel heel zwaar worden. Eerst een stijle klim met een uitloper naar Mori. Het laatste deel van Mori naar Loppio, waar ik toch nog een bidon vul, loopt dan nog eens valsplat omhoog. Afsluiten doen we het dan nog een keer met een stijl rot ding het laatste pasje op.
Daar boven aangekomen wilde ik het liefste mijn maag ledigen, om het woord kotsen te vermijden. Een dag zoetigheden en veel drinken met daarbij een laatste inspanning om boven te komen, werd er bijna te veel aan.
Wat overbleef was een afdaling, Torbole in. Niet een afdaling om van te genieten, maar een afdaling om goed op te letten. Afronden met een stukje door het dorp.
Nekkie is er af
Wat was ik blij E te zien staan. Het nekkie was er af, zoals Boogerd dat zei. Helemaal leeg. Lichaam toch nog moeten wennen aan de nieuwe houding ook.
Finito
Strava uitzetten en drinken. En praten natuurlijk. Eerst over E en mijn belevenissen van de dag en dan met Rinaldo over wat er in de zomer gebeurt is. Glazenrek van de muur, medewerkster met nierproblemen, te hete zomer en meer van dat soort Italiaans drama.
Ongeveer mijn rit
Blij er weer te zijn. Tevreden dat ik het gedaan heb. Helemaal gesloopt dat ook.
Mijn moeder herinnerde zich dat ik de vorige keer had geschreven: dit nooit meer! Ik ben blijkbaar meer ezel dan ik wil geloven.
Het is nu zondag. Mijn lichaam herinnert zich de rit van gisteren nog heel erg goed.
Daar is ze dan. Na nog een laatste fitting bij Kaptein Tweewielers
Zo wordt er voor gezorgd dat de maten niet ongeveer, maar precies over worden gezet en om nog de laatste puntjes op de I te zetten. Als we het over marginal gains hebben, dan zeker ook op dit vlak. Knie net iets rechter, been net wat beter strekken, stand van het zadel iets meer ondersteunend. Door de nieuwe pedalen en schoenplaatjes is dat ook nog extra gecontroleerd en lijkt alles nog iets beter te kloppen.
Ik ben natuurlijk een lastige vogel en had daarom een gewaxte ketting meegenomen en een set bidonhouders om nog te monteren.
Maar toen was ze klaar. Eerst klaar om de ster van Instagram te worden en daarna om mee naar huis te gaan.
En wat is het weer een schoonheid.
Met speciale details.
En de geïntegreerde stuur / stuurpen.
Wat ben ik een tevreden man. Op tijd klaar om mee op pad te gaan.
Vriend R was niet te houden en kwam even aan toen hij hoorde dat ze thuis was. Je zult maar net zo’n liefhebber zijn van zoveel schoons.
Bij Assos hadden ze een aantal jaren geleden het idee opgevat om ook een frame op de markt te brengen. Zoals het is bij Assos niet alleen een goed doordacht product, maar nog veel meer met een mooie marketingmachine er bij. Als je op zoek bent naar een mooie naam die past bij een shirt, jas of broek, dan weet Assos het wel te bedenken.
Het frame was de Goomah. De naam voor de bijvrouw bij de maffia. Wat is een mooiere bijvrouw dan een fiets.
Of het in 2023 beter een bij persoon zou zijn geweest laten we hier in het midden.
De bekendste bijvrouw in de wielrennerij is wel die van Fausto Coppi. La Dama Bianca. De dame in het wit. Giulia Occhini. Een schok voor het zo katholieke Italië en olie op de tweestrijd zoals die bestond tussen Coppi en Bartoli. De flamboyante en de vrome.
Vandaag is het zo ver. Mijn nieuwe bijvrouw komt naar huis. Prachtig in het wit. De naam is niet moeilijk om te kiezen om toe te. Legen aan Strava. Mijn eigen La Dama Bianca.
The Gram, of zoals ze het bij de serie Ballers noemen IG, is een ideale plek op fiets plaatjes te kijken. Al kijkend zag ik mijn eigen fiets voorbij komen.