Daar is ie dan toch echt. De speurders op het internet hebben de eerste foto gevonden. Bij een trainingskamp van Soudal Quickstep.
De S-works Tarmac Sl8. Dat Sl8 al gedeponeerd was door Specialized was eerder deze week opgedoken. Toen een zwartgemaakte foto van Evenepoel met een fiets en nu deze foto.
Wat zien we? Niet hele grote verschillen met de SL7. Wel een opvallende balhoofd buis met een aerodynamisch uitbouw naar voren. Verder een dunnere achter vork. Zou de ideale combinatie zijn van licht, aero en soepeler over slechte weken. Nog meer “one bike to rule them all”.
Vooral de balhoofd buis maakt de forum respondenten wild. Mooi of niet mooi? Het zal, marketing of niet, zeker een paar watt minder moeite kosten om met deze fiets te rijden.
Mijn goede voornemens weet ik nog niet al te best om te zetten. Geen doordeweekse ritjes, maar alles op het weekend. Ik zie mijn conditie af en daarna weer toenemen. Eigenlijk zonde, maar laat ik me er maar bij neerleggen op dit moment.
Het weekend zette ik goed om. Drie dagen een 100+ rit. Drie dagen vermoeid thuisgekomen. Drie dagen een mooi rondje gemaakt. Verschillende kanten op. Gooi, Veluwe en Ronde Hoep. Iedere dag vroeg weggereden om de grootste hitte voor te zijn. Genoeg eten en drinken meegenomen (zelfs een keer water bijgevuld, op zaterdag). Luchtig gekleed. Alles goed.
Attractie op mijn favoriete rondje (of één van de)
Behalve hoe ik de trainingen afwerkte. Lage cijfers van de trainer. Niet goed gehouden aan alle inspanningen die op het programma stonden. Iets te veel en iets te weinig.
Maar fietsen is en blijft ook een beetje plezier houden.
Een nieuwe maand en dan prikkelt de eerste Strava Challenge. Een rit van 100 kilometer. Wat was dat een rit een paar jaar gelden. Nu is iets van die lengte gemeengoed. Prima om te rijden. Best ook wel een rondje om te vinden. Hoef je niet na gek ver voor weg te gaan.
Maar vandaag was er een extra uitdaging bij. Na het afscheid nemen van mijn zwager Fred op zaterdag stonden min hersenen blijkbaar ‘s nachts nog niet stil. Zo werd het een slapeloze nacht. Terwijl we weten dat de Tour in bed wordt gewonnen, is het ook zo dat er de basis voor een goede training ligt. Dat zag ik dus wat sombertjes in.
Verder had de wind besloten om op deze zondag eens te blazen. We noemen het windkracht 4, maar ik denk dat het wel iets sterker was. Het eerste deel, tegen de wind in, met beleid en een goed beentempo. Overzichtelijke versnelling op het binnenblad. Zo stuurde ik mijn fiets in de richting van Amsterdam. Over de Schellingwouderbruggen stad inwaarts richting de Amstel. Ik kwam de nodige fietsers tegen die vanuit Weesp een tocht reden. Konden toen nog lachen, maar moesten met de wind op de neus later weer terug.
Bij de Amstel kwam de wind meer in mijn voordeel en zo Ouderkerk ook snel dichterbij. Waar lang de weg opengebroken is geweest bleek nu een tunneltje te liggen. Geen ellenlang wachten meer om over te steken, maar vlot het plaatsje in. Een fietsersheiligdom, zou je bijna denken zo aan de Ronde Hoep. Vaste prik voor Amsterdam dat met een krom stuur rijdt.
Nog makkelijker ging het richting Abcoude. Wind in de rug is toch wel iets moois.
Door naar Weesp. Kost allemaal geen inspanning zo. Brug over het Amsterdam Rijnkanaal. Tandje er bij. Ik train op het staand rijden. Wind in de flank. Beetje duwen. Maar als je, je goed voelt gaat het goed door. Dan zijn de Rovals een soort zeilen en duwen de wielen je voort.
Door de polder. Hollandse Brug. Ook weer gehad. Grootste uitdaging het stuk langs het strand en het eerste deel dijk. Ik trap een redelijk stevige versnelling voor mijn doen. Maar ook dit loopt. En na de bocht is het wielerwalhalla daar. Harde wind in de rug. Rijden wordt vliegen.
Ik raas door. Doe niet te gek. Het blijft rijden en niet werken. Ik zie wielrensters die worstelen tegen de wind in. Ik vermoed met tranen biggelend over hun wangen. Het is geen feest zo over zo’n ellenlange dijk te moeten ploeteren.
Ik denk er even over om de dijk verder af te rijden, maar heb geen zin in het geworstel dan weer terug naar huis. Mooi geweest. Ik rijd precies 100 kilometer vandaag en houd er nog eens een goed gevoel aan over ook.
En de Tour. Ik zie de dubbeltjes allemaal de verkeerde kant op vallen voor Jumbo in de eerste twee dagen. Mathieu heeft door dat het allemaal net iets te zwaar is en we hebben het te eenvoudig ingeschat. De Tour is echt de hoogste klasse wielrennen. Pogacar sprokkelt de secondes bij elkaar en laat zijn voorsprong groeien. Benieuwd als we later deze week de echte bergen ingaan. Maar eerst sprinten. Wat laten de Nederlandse sprinters zien?
De laatste tijd had ik niet zo veel zin om te schrijven. Niet schrijven lijkt bij mij op niet fietsen, maar gelukkig zit ik nog wel geregeld op de fiets. Zeker in de weekenden maak ik mijn rondjes. In de maand juni eindelijk weer eens door de 1250 kilometer gereden. De kilometers tikken zo rustig aan door. De 6000 is in zicht. Een mooi getal als ik bedenk dat het niet het meest eenvoudige jaar is om de regelmaat in het fietsen er in te houden.
Maar met de Tour de France voor de deur tikt het fietsers hart net nog iets sneller. Het overzicht ligt klaar en van E kreeg ik ook al het Panini plaatjes boek van de Tour.
Dus hopelijk komt vanaf 1 juli alles samen. Een mooie ronde om te volgen en zelf een strak trainingsprogramma volgen. Daarbij de dagelijkse podcasts volgen. Eigenlijk al een dagtaak op zich.
Wat ik geleerd heb is dat als het trainingsprogramma zegt dat het tijd is voor rust, dat het verstandiger is om die rust ook echt te nemen. Soms helemaal van de fiets af of als het dan toch op de fiets gebeurt, dan wel echt met de rem er op en een blik op de inspanning die niet geleverd mag worden.
Zo begon ik dus op zaterdag. Het weer te mooi om niet naar buiten te gaan. De benen te zwaar om niet te verlangen naar losrijden. Daarom de, ongewassen typ ik schaamtevol, fiets opgestapt. Één bidon meegenomen en een rest snack. Alles om maar te weten dat ik er niet te lang op uit mocht gaan.
Ik stuurde mijn fiets richting de dijk met als doel de Oostvaardersplassen rond te rijden. In alle rust op de dijk. Binnenblad. Peddelen. Iets sneller dan dat. De benen wilden eigenlijk nog best wel graag. Ze hadden de 200 blijkbaar goed verteerd.
Oostvaardersplassen liggen al droog
Ook dit stukje Nederland ligt er op een zonnige ochtend prachtig bij. Nadeel van als je zo rustig rijdt is dat je ingehaald wordt. Nog lastiger is dat je niet in het wiel mee mag springen, omdat dat weer te veel inspanning is. Wat ik beschrijf gebeurde. Een eerste keer. Een tweede keer. Beide keren reden de renners niet snel bij me weg. Had ik dan toch mee moeten gaan en minder inspanning moeten leveren in het wiel?
Dat bedacht ik me na een tijdje bij de nummer 2. Zeker omdat ik dacht dat de wind terug misschien iets minder goed zou staan. Daarom toch nog maar kort de rug gekromd en een inspanning geleverd naar het achterwiel. Vond hij wel mooi volgens mij, want hij begon extra zijn best te doen. Lekker om te kunnen volgen. De renner, keurig in Assos groen gekleed op een groene Canyon, ik durf zijn lievelingskleur te gokken, ging steeds schever op zijn fiets zitten, maar net zo veel zijn best doen. Wat had ik hem graag tips gegeven, maar dat vond ik niet zo gepast.
Waar we langs het kanaal begonnen te fietsen, liet hij me voor gaan. Ik besloot gepast kopwerk te doen. Iets meer dan herstel, maar wilde hem ook plezieren. Dat bleek niet meer te lukken. Ik raakte hem kwijt. In zijn poging mij te plezieren blijkbaar iets te veel gegeven.
Zo reed ik terug naar huis. Uurtje naar buiten geweest. Precies goed. Join werd zelfs niet boos. Benen voelden goed. Klaar voor de zondag.
Wat een zomers weer is het in onze regio op dit moment. Dus ook al zegt het schema niets, maar de dag wel iets, is het prima om een ronde te gaan fietsen. De polder in. Verbazen over de wind en de temperatuur. Een combinatie die in de polder vaak niet samen gaat, maar vandaag wel weer.
De lange polderwegen nodigen uit voor gecontroleerd rijden, zonder je al te druk te hoeven maken over de rest van het verkeer. Dat bevalt goed. De windmolens zijn voor het oog niet zo fijn, maar wel zo handig om te weten waar de wind vandaan komt. Meer een bevestiging dat het niet alleen het gevoel is, maar echt de waarheid.
Ik rijd met beleid en kom zo verder. Ronde door de polder. Beetje de Omloop van Flevoland die vandaag blijkbaar ook gereden wordt. Niet dat de polder voor wielrenners is, maar er staan de bekende pijlen.
Blauwe pijl
Als ik weer in de buurt van Lelystad ben rijd ik een Rapha rijder achterop. Op een S-works, van voor de de schijfremmen de enige keuze waren. ik verstopt zich eerst even en neemt dan over. Doet dat stevig. Voor mij lijkt het zelfs te stevig te zijn. Maar als ik los vindt hij dat vervelend, of gaat het voor hem eigenlijk ook te hard, en houdt hij in. Ik verstop me nog even, maar word dan gewenkt om over te nemen. Toch maar doen. Als ik me dan leeg rijd, dan ook tot het gaatje. Als ik kraak, neemt hij weer over en kan ik me langs het kanaal nog een stukje verstoppen. Een wiel volgen en niet willen lossen. Zo trap ik het laatste deel door, tot hij afslaat en ik op mijn laatste beetje naar huis toe rijd.
Het is leeg. Warm. Doorgezweten. Veel vochtverlies. Het glas water dat E heeft neergezet komt als geroepen. Soms is er echt niets lekkerders dan een fris glas water dat verkoeling brengt.
Wat een zomers weer is het in onze regio op dit moment. Dus ook al zegt het schema niets, maar de dag wel iets, is het prima om een ronde te gaan fietsen. De polder in. Verbazen over de wind en de temperatuur. Een combinatie die in de polder vaak niet samen gaat, maar vandaag wel weer.
De lange polderwegen nodigen uit voor gecontroleerd rijden, zonder je al te druk te hoeven maken over de rest van het verkeer. Dat bevalt goed. De windmolens zijn voor het oog niet zo fijn, maar wel zo handig om te weten waar de wind vandaan komt. Meer een bevestiging dat het niet alleen het gevoel is, maar echt de waarheid.
Ik rijd met beleid en kom zo verder. Ronde door de polder. Beetje de Omloop van Flevoland die vandaag blijkbaar ook gereden wordt. Niet dat de polder voor wielrenners is, maar er staan de bekende pijlen.
Blauwe pijl
Als ik weer in de buurt van Lelystad ben rijd ik een Rapha rijder achterop. Op een S-works, van voor de de schijfremmen de enige keuze waren. ik verstopt zich eerst even en neemt dan over. Doet dat stevig. Voor mij lijkt het zelfs te stevig te zijn. Maar als ik los vindt hij dat vervelend, of gaat het voor hem eigenlijk ook te hard, en houdt hij in. Ik verstop me nog even, maar word dan gewenkt om over te nemen. Toch maar doen. Als ik me dan leeg rijd, dan ook tot het gaatje. Als ik kraak, neemt hij weer over en kan ik me langs het kanaal nog een stukje verstoppen. Een wiel volgen en niet willen lossen. Zo trap ik het laatste deel door, tot hij afslaat en ik op mijn laatste beetje naar huis toe rijd.
Het is leeg. Warm. Doorgezweten. Veel vochtverlies. Het glas water dat E heeft neergezet komt als geroepen. Soms is er echt niets lekkerders dan een fris glas water dat verkoeling brengt.
Na een vrijdag die bestond uit een moment van genieten:
En daarna heel veel kilometers op Italiaanse, Oostenrijkse, Duitse en Nederlandse snelwegen, waarbij we menig laadpaal aandeden. Alles om er maar voor te zorgen dat alle natuur er zo uit blijft zien als ze dat nu doet en er nog mogelijkheden blijven om te fietsen. Als je maar ontspannen blijft, zijn ook dit soort reizen prima met een elektrische auto te doen. Ontspannen blijven en je vooral niet opwinden dat ze in Duitsland veelal de zelfde muziek blijven draaien. We misten alleen “the lady in red”…
Uiteindelijk is het één grote waas die eindigde of daarna weer begin met die moment van genieten.
Met alles op orde, E die de wasmachine bleef volstoppen, een zonnetje aan de hemel en de zelfde E die voorstelde dat ik prima een rondje kon gaan fietsen, was ik natuurlijk niet te houden. Zonder Lupo Wolfi eerst te wassen stapte ik meteen op voor een rondje rond de luchthaven. Het werd meteen duidelijk dat polder wind zeker geen dal wind is. Was hier toch een stuk krachtiger, maar wel de manier om de auto zit benen om te zetten naar benen die weer wilde bewegen. Hoe goed de Volvo ook zit, zitten is eigenlijk maar niets.
Zo trapte ik een zonnig rondje weg. Alles om het niet vakantie leven nog maar even voor me uitte schuiven.
Niets aan te doen. Stoer, maar met een traantje dat prikt, zeg ik tegen de schoonmaakster dat je zonder weer te gaan werken je geen vakantie kunt vieren. De mooie weken lopen op een eind en we moeten weer richting huis gaan. Maar dat weerhoudt E er niet van om nog een warme wandeling over het Tramin pad te maken en mij om nog een stukje te gaan fietsen.
Ik kies er voor om nog een keer richting Meran te rijden. Een mooi stuk, zonder te veel gekkigheid onderweg. Behalve aantrekkende wind die door wind apps niet gesignaleerd wordt.
Vandaag rijd ik weer eens in Rapha. Verandering van spijs noemen we het. Een aero kit, terwijl ik tegen E zeg vandaag het rustig aan te doen. Het is wel goed zo. Geen training op het programma.
Ontbijt van kampioenen
Maar op het fietspad aangekomen krijg ik er meer zin in. Zo trap ik richting Bolzano. De stad die zich als fiets stad kenbaar maakt.
Niet veel verder wordt de koers geneutraliseerd. Maaiwerkzaamheden.
Let op het ride spiegelei. Inhalen verboden
Stapvoets ga ik verder. Een mooie kans voor een eerder geloste, en hij deed nog wel zo zijn best even op kop en anderen om aan te sluiten.
Bij het groen draaien van het bord is het spel weer op de wagen. Trappen maar. Ik heb een groepje in het wiel dat maar wat blij in het wiel zit.
Afslag naar Merano. Er is er nog één die mee gaat. Ik focus op renners aan de horizon. Haal ze bij en riep ze aan te sluiten. Gevolg is een groeiende groep en het geluk dat er één van hen wil meerijden. Zo krijg ik ook de kans af en toe op adem te komen. We rijden verhouding 3 – 1…. Ik zit op mijn terrein wat langer op kop.
We rijden mooi door. Af en toe groepen op elektrische fietsen omzeilend. Meran komt dichterbij. Bij een tegenklimmetje wil ik het laten lopen. Wordt ingehaald. Wordt bedankt. Maar net zo snel laten ze het stilvallen en fiets ik weer op kop. Dan ook maar de tank legen, denk ik.
In Meran keer ik om en begin rustiger terug te fietsen. Kom één van de gelost en hoofdschuddend tegen. We lachen.
Tandje lichter. Tempootje rustiger. Nog een kilometer of 40. Ik ben uit de flow. Ik merk dat ik mijn best heb gedaan.
In de verte het kasteel van de beroemde Süd Tiroler bergbeklimmer
Het is warm. Ik blijk koe te zijn en kom steeds lastiger vooruit. Nog een kilometer of 30 te gaan.
Bij het water punt fris ik mijn bidon nog even op. Het worden nog lastige laatste goede 20 kilometer.
Het wordt worstelen. Ik fiets van punt naar punt. Houd af en toe even de benen stil. Nog even.
Bij dat even ook nog het klimmetje naar het hotel. Daar valt de wind weg en is de warmte pas echt te voelen.
Altijd blij weer thuis te zijn, maar soms nog een beetje blijer.
Helemaal als ik daarna met E een broodje ga eten bij het bakkertje in het dorp. Vocht aanvullen en verhalen vertellen.
Opvallendste gebeurtenis van de dag? Mij aero sokken die ik voor de gelegenheid heb aangetrokken bleven perfect op hoogte zitten.
Vandaag een stukje de andere kant op. Naar het zuiden. Bij de eerste trappen nog niet helemaal een plan hoe lang. Er moest namelijk niets vandaag. De lezer weet wat dit betekend. Eigenlijk mocht er ook vandaag weer niets.
Op het fietspad aangekomen wist ik het eigenlijk wel. Er moest niets, maar ging ook niet echt iets. Er hangt een drukkende warmte en dat toont zich door de stromen zweet die over mijn lichaam lopen.
Blik op Tramin
Ik rijd in gepaste gestrekte draf en keer om bij Mezzocorona. Het laatste deel speelt gelukkig steeds minder parten, maar had E en mij vlak voor de vakantie en aan het begin er van echt heel erg te pakken.
Niet dan wijn en appels. Als je ziet dat er veel verkeer doorheen rijdt is het te hopen dat alles vooraf goed gespoeld wordt.
Kort contact met het thuisfront. Ik kom terug via de Weinstrasse en hoop op een gezamenlijke kop koffie in het dorp. Plan werd enthousiast ontvangen.
Dus daar ging ik weer. Deze kant is een stuk heuvelachtiger. Paar flinke klimmetjes er bij. Ook de restanten van wat een tussensprint was in een koers. TV op de route betekent niet dat vanaf dat punt de TV met de uitzending begint zoals ik eerst dacht. Het staat voor Traguardo Volante.
Helemaal vervelend wordt het klimmen in het plaatsje voor Tramin, de keer moest blijkbaar hoog over het dal heenkijken. Daarna mag ik gelukkig weer een stukje naar beneden om helemaal door het dorp in te klimmen op zoek naar de koffiestop.
Kreeg al commentaar dat het tijd was om mijn fiets te wassen
Een hele fijne stop. Hier kan geen puntje appeltaart tegenop.