De reünie ging door tot in de kleine uurtjes. Het was al flink zondag toen ik mijn ogen sloot. Met alles dat op de planning stond voor de zondag, Moederdag is een begrijpelijk bezoek aan C’cum, kwam de fiets wat in gedrang. Maar ‘s ochtendspits ben ik altijd betijds wakker. Als E dan zegt: ga je nu een rondje fietsen, zet ik dat in mijn hoofd om in een teken waar ik geen nee op kan zeggen. Misschien wel durf te zeggen.
Dus ik kleedde me weer om in een fiets pakje. Ter ere van Healy en zijn prachtige overwinning op zaterdag; trok ik Rapha aan. Vond mijn zitvlak ook wel lekker, bleek later.
Van Join kreeg ik twee blokken op. Eigenlijk wel goed voor me: anders was ik domweg wat gaan trappen en was de inspanning er niet gekomen. De benen voelden goed hersteld. De rest van het lichaam had meer een zondag op bed in gedachten.
De blokken gingen. Niet helemaal top, maar dat is trainen. Zo reed ik rond de luchthaven.
Bij Lelystad stonden twee gespierde spijkers te wachten. Het voorkomen zoals je, je wielrenners voorsteld. SL7 en een snelle Canyon. Een groet. Het leek alsof ze op me wachtten.
Ik trapte door. Lekker tempo. Zoevend. Twee man in mijn wiel. Ze hielden het er lang uit. Maar uiteindelijk waren ze zo aardig om mee over te nemen. Een compliment voor mijn rijden. Ik blij in het wiel te kunnen.
Ze hadden een wisselende aanpak. Één onderhield een strak tempo en de ander nam over met het idee alles te verschroeien. Steeds tot een bocht. Als Evenepoel diep weggedoken over zijn stuur. Aero. De ander nam dan weer over en zo herhaalden ze het spel. Ze waren zo aardig om na iedere bocht even op me te wachten. Mijn techniek is nog steeds niet die van vriend R. Doe mijn best, maar kom tekort.
Zo vlogen we langs het kanaal. Delen nog nooit zo snel gereden. Wie had dat gedacht op een dag dat ik eigenlijk nee had willen durven zeggen.
Vandaag de etappa di muri in de Giro. Ik ben blij dat ik niet hoef. Ik kijk op dit moment naar een groep prof wielrenners die zich voor het eerst over een klim met stukken 18% stijging omhoogwurmen. Voor mij bleef het bij rustig trappen. Daarbij ging het eerste uur nog best aardig en was daarna de fut er wel wat uit. Energie reserves nog niet aangevuld. Ik had denk ik toch mee moeten eten van de frietjes.
Door mijn vroege start kon ik wel nog mooi mee op bezoek bij mijn zwager en nog een beetje uitrusten voor dat ik vanavond richting de reünie van mijn lagere schoolklas ga. De jaren 70 in beeld op de foto. De 2e klas moe,den we dit. Ik in de tweede rij van onderen tweede van links. Al liefhebber van de fiets, maar nog geen coureur.
Hier in mijn eerste wielershirt dat ik gekregen had. Wat was ik er trots op. Niets anders geworden in de tijd. Nog steeds even trots als ik was met een nieuw shirt. Mijn moeder was de boosdoener. Wie de hipsters van nu ziet rijden met een tasje aan hun stuur, weet waar het zaadje gepland is van dit modieuze tasje. We hebben het over 1982 inmiddels. Op mijn gewonnen Gazelle en door kapper Stam geknipte pony.
Het stond al een tijdje gepland. Want wat voor de één een ronde vanuit huis is, is voor de ander een rit die op het wensenlijstje staat. Een Rondje Markermeer.
Robert R, de kameel, vroeg of ik er voor de porren was. Andere gegadigden konden niet of haakten af. Maar ik wilde er wel voor gaan. Ook Robert is er één van niet klagen, maar trappen en zo matcht dat mooi met de R van vorig weekend.
Ik zelf ben er nog niet. Conditie is duidelijk nog niet op peil. Ik eigenlijk helemaal niet. Maar proberen te volgen kan ik altijd. Hebben we allebei het maximale van onze training.
Ik had mijn zakken volgeladen. Het blijft een flink eind en heel wat uren trappen, dan moet je eten.
We reden de ronde rechtsom. Eerst naar Lelystad en de dijk. Meest handig kijkend naar de wind. Betekende wel dat we ons het eerste deel tegen de wind in moesten bewijzen. Het was al snel duidelijk. Robert was goed. Mijn uitzicht vandaag was bekend.
Voor wie bekend is met Robert z’n rijstijl, ziet iets heel opvallends aan de foto. De ketting ligt niet op de 11. Robert rijdt inmiddels zoals het moet. Een tandje lichter en wat meer omwentelingen. Wel vervelend voor mij dat hij zo nog een beetje sneller is.
Halverwege de dijk. We eten vliegjes. Massa’s vliegjes. Hele zwermen zien we hangen. Het lijken wel rooksignalen.
Robert trapt ondertussen lustig verder, met de wind in de flank.,alsof het windstil is. En ik ondertussen mijn best maar doen.
Enkhuizen. De dijk ligt achter ons. Links af richting Hoorn. Mijn favoriete deel van de ronde. Een slingerende dijk met mooi asfalt. Vandaag ook nog eens het geluk dat de wind meer in de rug stond. Dus Robert reed nog een beetje sneller. Zo snel dat auto’s ingehaald moesten worden. Beetje vervelend als ze dan bijzondere handelingen verrichten. Lang leve schijfremmen dan maar. Ik heb er een paar keer hard in moeten knijpen.
Ondertussen kneep ik met regelmaat een gel in mijn mond leeg. Eten en fietsen daar doet Robert niet aan. Als er gegeten moet worden gaat de voet even aan de grond.
Kon ik mooi even adem halen.
We volgenden zo veel mogelijk de dijk. Water aan de linkerhand. De dijk is grote delen weer open.
Ik merkte goed dat Robert bedreven is in het rijden door een drukkere omgeving. Waar mijn ritten vaak over ellenlange polderwegen gaan waar je misschien eens een gans tegen komt, zijn Robert’s thuis wegen een stuk drukker. Met wat sneller door de bebouwde kom. Beter inschatten wat kan en wat niet kan. Voor mij meer aanzetten om gaatje te dichten.
Wij komen bij Amsterdam. Ik begin het te voelen. Los op de Schellingwouderbruggen. Voorbode voor de volgende bruggen.
Robert wil wel een frietje in Muiden. Ik kan dat dus echt niet. Zie me dan bij de eerste aanzet alles er uit gooien.
Wel mooie gelegenheid om een beetje bij te praten. Want ook tijdens deze rit ben ik weer mijn gezellige zelf en is er geen sprake van praten.
Even speciale aandacht voor de bidon van Robert. Geen literfles, maar een prachtige kleine. Ik houd er wel van, ook al is de inhoud voor mij te klein. Geen kameel. Niet eens een dromedaris.
We hebben nog een stevige uitdaging voor de boeg. Een lang stuk dijk met de wind op de kop. Met respect zit ik in het wiel bij Robert. Gaat maar door. Ik ga steeds verder naar de vaantjes. Blik op oneindig. Of beter op het achterwiel. Vooral niet loslaten. Doorgaan. Doorbijten.
Wij zijn rond. Het tempo gaat nog een keer de hoogte in richting huis. Voor mij is dit nu echt het laatste beetje dat er in zit. Laat lopen op het viaduct. Hierdoor neemt Robert een afslag te vroeg en ben ik toch nog eerder thuis. Slim geregeld door me dat ik de wegwijzers een dag vrij had gegeven.
Wat een dag. Daar kan nog wel een colaatje en door E geregelde krentenbol tegen aan om de boel aan te vullen. We kijken naar de Strava resultaten. Het is hard gegaan. Robert is hard gegaan. Ik heb een paar jasjes uitgedaan.
Je zult maar getrouwd zijn met iemand die een schoenen fetish heeft. Hoe goed ze het de laatste tijd ook weet te onderdrukken, wie E een beetje kent, heeft haar vast en zeker wel eens met open mond voor een schoenenwinkel zien staan. Het kopen van schoenen voor de collectie is minder geworden. Ze worden nu zelfs gedragen.
Net zo’n gevolg is dat ik al een tijdje kreeg te horen dat mijn fietsschoenen echt niet meer konden. Het begon bij hoofdschudden. Werd gevolgd door opmerkingen als “oh, doe je die schoenen aan”, “waren ze niet wit”, “leuk die grijze gloed”, “echt, met die?”. Tot dat het werd “die kunnen dus echt niet meer”.
Tijd voor nieuwe schoenen dus. Laat Specialized nu weer mooie witte hebben. Natuurlijk is het zo bij fietsschoenen, net als met (hard)loopschoenen, dat je ze niet op kleur moet kopen. Maar Specialized schoenen zitten me over het algemeen goed en ik kon ze bij Kaptein Tweewielers (later nog eens meer) passen.
Passen deden ze goed. Stralend wit zijn ze. Nog wel. Want ook hier is wit besmettelijk.
Er is wat meer ruimte bij de tenen en de knoppen en spanners zitten op een andere plek voor een betere druk verdeling. Dankzij het handige Ergon montage plateau kon ik mijn schoenplaatjes perfect monteren net als bij de andere schoenen. Nieuwe stijl, dus schoenplaatjes zo veel mogelijk in het midden. Grijze Look, voor wie het wil weten.
Baldadig als ik ben deed ik wat je nooit moet doen. Meteen gebruiken bij een meer uren rit. Inderdaad, zaterdag reed ik er mee. Zonder ze vooraf gedragen te hebben.
Beviel goed. Enorm stijve zool voor de krachtoverbrenging. Stijver gaat niet bij Specialized. Geen last van branderige voeten. Alleen aan de binnenkant links een druk punt. Heb daar een wat rare bult / bot zitten. Moet zich denk ik nog iets meer vormen.
“Ik ga van het weekend weer iets zots doen. Omloop van Midden Nederland. Mocht je willen, hang je karretje gerust aan.”
Daarmee was er een zaadje geplant. Zou het niet voor het geheel zijn, dan toch wel voor een deel. Een keer langer op de fiets zijn zou goed zijn als het zou kunnen. Nog mooier in fijn gezelschap.
De volgende dag het bericht:
“Ik heb je blog gelezen. Jammer natuurlijk, maar ik snap het het heel goed als het niet gaat. Dan komt er weer een volgende keer.”
Even er voor had ik net met E mijn plannen doorgenomen. Niet helemaal, maar een deel mee te gaan. De weinige wind kwam uit dezelfde hoek als waar de route naartoe ging, dus anders zou ik die kant ook op fietsen. Verder kon ik wel wat gezelschap gebruiken.
Berichten konden natuurlijk niet anders dan van Ron H zijn. (Bijna) De enige man die ik ken die voor zijn lol langer dan een werkdag op de fiets stapt. Ook degene die sociaal genoeg is om als je mee gaat rekening met je te houden. Want wat ik bij Ron prima kan is mijn karretje aanhaken en uren aan een stuk naar zijn achterwiel staren. Van Ron dan geen klaagzang. Ron is het Duracell konijn dat gewoon doorgaat, tot het moment, als dat komt, dat het minder gaat.
Daar gingen we dus. Om 7:00 op de brug bij Ron. Als hij gek doet, dan ook gek en op de fiets naar het vertrek. Hij zou ruim boven de 240 uitkomen. Je moet er maar aangaan. Ik ken mensen die tegen autoritjes op zien van zo’n afstand en eten en drinken meenemen.
Voor dat eten en drinken had ik goed gezorgd. Vaste aanpak. Iedere 20 minuten een slok iedere 35 minuten iets eten. Dat is aan de onderkant van de koolhydraten en eigenlijk nog te weinig. Zoals ze bij de Beter Worden Podcast zeiden: het is werken, dat eten. Dat klopt. Na de eerste 35 minuten denk je het nog niet nodig te hebben, maar het eten dan is voor later en als je steeds maar die zoetigheid weg kauwt of slikt, schrijft deze zoetekauw nummer 1, dan krijg je er langzaam maar zeker wel genoeg van.
Daar is ie dan
Mijn eerste test legde ik bij de Stichtse Brug. Kwam ik die enigszins over, dan zou het wel goed komen. Zou het daar niet lukken, dan werd het een lijdensweg. Mijn “klachten” (moet tussen aanhalingstekens na het gesprek met mijn buurman die bezig is met levensverlengende behandelingen), zijn eenvoudig: iets vol in de holtes, iets vol in de longen en nogal iets conditionele achteruitgang. Dat laatste is standje winter en ook ik weet dat het mei is. Maar Rinaldo uit Italië wist me te zeggen dat zorgen niet nodig waren omdat ik de Giro opstelling niet gehaald had.
Onderwel ging het best goed op de brug. Wat fluimen, maar daar was alles mee gezegd. Ook “dit lichaam kan zoveel aan” dacht ik in de trant van Thomas Dekker. Geheel ongepast, omdat ik nog geen meter op kop was geweest en dat de komende uren ook niet zou komen.
Ron schreef zich in. Kort gesprekje met een andere SL7 rijder. Mooie fiets! Bedankt. Oh, jij hebt ook een SL7. Ik deelde het niet met Ron, maar de toon was voor mij gezet. Als we hem nog eens tegen zouden komen, dan moest hij er af! Maar als iemand bijna 10 minuten eerder vertrekt en er snel uitziet, dan is dat bijna onmogelijk. Met de nadruk op “bijna” als je met Ron onderweg bent.
Uitzicht van de dag. Gedurende de dag iets bruinende kuiten
Ik gaf Ron heel voorzichtig, maar als iemand het kan dan is hij het, mee dat het voor hem heel lang zou worden en dat hij vooral zo moest fietsen als hij het anders ook zou doen. Zo snel als hij wilde, stoppen waar hij wilde, etcetera. Ik zou vooral proberen hem niet tot last te zijn en werd ik dat wel, dan zou ik het aangeven en mijn eigen weg gaan. Het kan maar beter duidelijk zijn.
De Omloop is een kleine tocht. Weinig deelnemers. Georganiseerd door 3 verenigingen waar er maar één een deel uit pijlt. Rijden op de navigatie dus. Gelukkig kan dat anno 2023. Ron is een ervaren navigator, dus dat ging prima. Voor mij was het weer een goede oefening met mijn eigen scherm. Een scherm waar thuisfronten in Almere en Castricum bij meekeken. Live trackers, of al mijn fans, die zo weten waar je uithangt en ook kunnen zien hoe het gaat.
Terug naar die dijen en kuiten van Ron. Die deden het goed. Heel goed. Ze trapten door en door. Richting Soesterberg (ik hoop dat ik het goed schrijf, van topografisch ben ik niet zo best. Weet waar we zijn. Weer de richting. Maar weet geen namen. Die roept Ron af en toe tussendoor. Met straatnamen er bij als je niet oppast). Daar sloeg de motor nog eens extra aan. Meneer SL7 was namelijk bijgehaald. Net als een groepje andere fietsers. Langs het vliegveld over wat glooiingen deed de wattage machine het, het best. Rechtdoor en gaan. Een strak tempo. Twee man die overbleven. Niemand meer in het wiel. Inwendig lachte ik. Een klap op de schouder van Ron om hem te feliciteren met zijn prestatie.
Leusden – geen verzorging
Een korte stop in Leusden. Aan verzorging doen ze hier niet, maar je kunt wel water bijvullen en een sanitaire stop houden. Ron stopte er wat voedsel in. De kachel moet blijven branden.
Langzaam maar zeker reden we naar de heuvelzone. Zoals bij iedere tocht in midden Nederland hoor je dan over de Amerongse berg te rijden. Schijnt niets voor te stellen, maar ik moet me er altijd weer overheen hijsen. Zo ook vandaag. De aanloop was mooi en snel. Voelde me weer een beetje wielrenner zo aan het wiel.
De berg over. Ploeteren, maar boven komen.
Erfenis van de Vuelta
Een fietsers walhalla. Overal zie je ze. Op de weg en op de MTB paden.
In Amerongen een stop bij De Proloog. Ron wil water bijvullen, omdat er tot aan Woerden, daar mag / moet hij nog naar toe, weinig tot geen mogelijkheden zijn om bij te vullen. We besluiten er een snelle koffie en colaatje te nemen. Ik ben er niet zo van, maar probeer een sociaal aspect er in te houden. Ron was normaal gezien niet langer gestopt, maar het is De Proloog, dus dan ben je snel overgehaald. Ook al reden ze in de Giro geen Proloog, hun openingstijdrit was ongelofelijk. Die Aero kogel uit Schepdaal kan wel heel hard met de fiets rijden. Ze hebben ontdekt dat zijn huid sneller is dan het materiaal van zijn kleding, daarom rijdt hij als een van de weinige met blote armen. Sport is één van de meest oneerlijke bezigheden die er zijn. Talent is medebepalend en als je dat mist dan kom je er nooit. Vertel mij wat.
Bij De Proloog staan ook wat speciale fietsen. De nieuwe Trek, maar ook de Tour de France fiets van Annemiek van Vleuten.
Geler wordt het niet
De vrouw die de etappe in de Vuelta won en tegen Vollering zei dat weten wanneer je wel of niet moet stoppen voor een sanitaire stop ook bij het wielrennen hoort, toen ze waaiers trokken en Demi besloot op haar hurken in de kant te gaan zitten (ik stel me voor dat het zo gaat). Het zijn trouwens zwaren tijden voor mij als S-works rijder en liefhebber. Twee van de grootste gezichten en klasbakken op het merk zijn een janker en een te aerodynamisch mannetje met te veel bravoure en een onpasselijk makende teammanager. Ik moet er maar mee leren leven. Dat jankerige kan ik ook wel hebben, dat bravoure denk ik een stuk minder maar ik hoop iet aero te hebben en hoe ongepast teammanager E is, dat laat ik aan de lezer. Dus een beetje zit die S-works rijder wel in me.
De Magistrale koffie, de koffie gewijd aan wielrenners, was snel op en we gingen de heuvelzone verder in. Langs de hoofdweg steeds slingers het binnenland in om nog een klimmetje mee te nemen. Zo schraap je de hoogtemeters bij elkaar. Deden we goed. Ging ook goed. Tot het moment dat we een heel peloton van ingehaalde fietsers aanvoerden, die vast een glorie moment beleefden dat ze met ons meekonden (dat wil ik toch tenminste geloven, zoveel bravoure zit er wil in) en mijn achterderailleur vastsloeg. Ben er voor was ik ergens over heen gereden dat tegen mijn been aansloeg, ik heb er een mooie herinnering aan de tocht op mijn scheen staan. Misschien had dat dit ook tot gevolg. Derailleur op de 11 en niet mee schakelen. Daar kom ik geen klimmetje mee op. Bij elektrisch schaken is dit een soort van bescherming. Na wat heen en weer rukken schoot hij weer los. Is een methode voor die ik echt moet onthouden. Tweede keer dat het gebeurt en de vorige keer moest ik het googelen.
Door maar weer. Langzaam maar zeker op nog bekender terrein. Emma piramide over. Wat een onding. Langs de KNVB. Zeist door en vlak bij Soestdijk gingen onze wegen uit elkaar. Ron halverwege. Nog een flink stuk te gaan. Voor mij nog iets rond de 1,5 uur. Was wel mooi dan. Beter om verstandig te doen. Kort gesprek. Over en weer bemoedigende woorden voor ieders laatste deel. Ik had genoten van het met Ron mee mogen fietsen. Ik had daarbij goed zijn bord leeggegeten en mezelf in acht genomen. Was goed te zien dat ik de modder spetters op me had en hij niet. Dan weet je wie voorop rijdt.
De route begeleiding uit. Ik ken de weg, Langs Soestdijk en op naar Eemnes. Inmiddels rond het middaguur. Het was flink warm geworden. Toch maar besloten om de armstukken naar benden te trekken. Kort – kort werd het zo. Dat maakt fietsen toch nog net wat leuker.
Weer in het nieuwe land. Bij het praktisch enige verkeerslicht dat je er tegen komt kwam er een renner naast me staan. Compliment voor mijn fiets. Verder het verhaal dat er op de dijk punaises waren gestrooid. Een massa mensen met lekke banden. Trieste mensen zijn er toch.
De laatste kilometers. Ik rijd nog aardig door en geniet. Hoe tevreden kun je zijn. Zo tevreden kun je zijn. Zonder Ron was het zeker niet de dag geworden die het geworden is. Had veel meer met de rem er op gereden en had me ook niet zo kunnen verstoppen. Dat maakte het natuurlijk ook een heel stuk haalbaarder voor me. Eerlijk is eerlijk.
Een paar uur later ook het bericht van Ron. Veilig thuis. Ruim 240 kilometer op de teller. Respect.
Bij mij waren het er 165. Langste afstand van 2023 tot dusver. Smaakt naar meer en ook naar meer werken aan mezelf. Volgende keer wil ik Ron ook wel een stukje in mijn wiel hebben en niet alleen in een afdaling een stukje naast hem rijden,
“Ik ga van het weekend weer iets zots doen. Omloop van Midden Nederland. Mocht je willen, hang je karretje gerust aan.”
Daarmee was er een zaadje geplant. Zou het niet voor het geheel zijn, dan toch wel voor een deel. Een keer langer op de fiets zijn zou goed zijn als het zou kunnen. Nog mooier in fijn gezelschap.
De volgende dag het bericht:
“Ik heb je blog gelezen. Jammer natuurlijk, maar ik snap het het heel goed als het niet gaat. Dan komt er weer een volgende keer.”
Even er voor had ik net met E mijn plannen doorgenomen. Niet helemaal, maar een deel mee te gaan. De weinige wind kwam uit dezelfde hoek als waar de route naartoe ging, dus anders zou ik die kant ook op fietsen. Verder kon ik wel wat gezelschap gebruiken.
Berichten konden natuurlijk niet anders dan van Ron H zijn. (Bijna) De enige man die ik ken die voor zijn lol langer dan een werkdag op de fiets stapt. Ook degene die sociaal genoeg is om als je mee gaat rekening met je te houden. Want wat ik bij Ron prima kan is mijn karretje aanhaken en uren aan een stuk naar zijn achterwiel staren. Van Ron dan geen klaagzang. Ron is het Duracell konijn dat gewoon doorgaat, tot het moment, als dat komt, dat het minder gaat.
Daar gingen we dus. Om 7:00 op de brug bij Ron. Als hij gek doet, dan ook gek en op de fiets naar het vertrek. Hij zou ruim boven de 240 uitkomen. Je moet er maar aangaan. Ik ken mensen die tegen autoritjes op zien van zo’n afstand en eten en drinken meenemen.
Voor dat eten en drinken had ik goed gezorgd. Vaste aanpak. Iedere 20 minuten een slok iedere 35 minuten iets eten. Dat is aan de onderkant van de koolhydraten en eigenlijk nog te weinig. Zoals ze bij de Beter Worden Podcast zeiden: het is werken, dat eten. Dat klopt. Na de eerste 35 minuten denk je het nog niet nodig te hebben, maar het eten dan is voor later en als je steeds maar die zoetigheid weg kauwt of slikt, schrijft deze zoetekauw nummer 1, dan krijg je er langzaam maar zeker wel genoeg van.
Daar is ie dan
Mijn eerste test legde ik bij de Stichtse Brug. Kwam ik die enigszins over, dan zou het wel goed komen. Zou het daar niet lukken, dan werd het een lijdensweg. Mijn “klachten” (moet tussen aanhalingstekens na het gesprek met mijn buurman die bezig is met levensverlengende behandelingen), zijn eenvoudig: iets vol in de holtes, iets vol in de longen en nogal iets conditionele achteruitgang. Dat laatste is standje winter en ook ik weet dat het mei is. Maar Rinaldo uit Italië wist me te zeggen dat zorgen niet nodig waren omdat ik de Giro opstelling niet gehaald had.
Onderwel ging het best goed op de brug. Wat fluimen, maar daar was alles mee gezegd. Ook “dit lichaam kan zoveel aan” dacht ik in de trant van Thomas Dekker. Geheel ongepast, omdat ik nog geen meter op kop was geweest en dat de komende uren ook niet zou komen.
Ron schreef zich in. Kort gesprekje met een andere SL7 rijder. Mooie fiets! Bedankt. Oh, jij hebt ook een SL7. Ik deelde het niet met Ron, maar de toon was voor mij gezet. Als we hem nog eens tegen zouden komen, dan moest hij er af! Maar als iemand bijna 10 minuten eerder vertrekt en er snel uitziet, dan is dat bijna onmogelijk. Met de nadruk op “bijna” als je met Ron onderweg bent.
Uitzicht van de dag. Gedurende de dag iets bruinende kuiten
Ik gaf Ron heel voorzichtig, maar als iemand het kan dan is hij het, mee dat het voor hem heel lang zou worden en dat hij vooral zo moest fietsen als hij het anders ook zou doen. Zo snel als hij wilde, stoppen waar hij wilde, etcetera. Ik zou vooral proberen hem niet tot last te zijn en werd ik dat wel, dan zou ik het aangeven en mijn eigen weg gaan. Het kan maar beter duidelijk zijn.
De Omloop is een kleine tocht. Weinig deelnemers. Georganiseerd door 3 verenigingen waar er maar één een deel uit pijlt. Rijden op de navigatie dus. Gelukkig kan dat anno 2023. Ron is een ervaren navigator, dus dat ging prima. Voor mij was het weer een goede oefening met mijn eigen scherm. Een scherm waar thuisfronten in Almere en Castricum bij meekeken. Live trackers, of al mijn fans, die zo weten waar je uithangt en ook kunnen zien hoe het gaat.
Terug naar die dijen en kuiten van Ron. Die deden het goed. Heel goed. Ze trapten door en door. Richting Soesterberg (ik hoop dat ik het goed schrijf, van topografisch ben ik niet zo best. Weet waar we zijn. Weer de richting. Maar weet geen namen. Die roept Ron af en toe tussendoor. Met straatnamen er bij als je niet oppast). Daar sloeg de motor nog eens extra aan. Meneer SL7 was namelijk bijgehaald. Net als een groepje andere fietsers. Langs het vliegveld over wat glooiingen deed de wattage machine het, het best. Rechtdoor en gaan. Een strak tempo. Twee man die overbleven. Niemand meer in het wiel. Inwendig lachte ik. Een klap op de schouder van Ron om hem te feliciteren met zijn prestatie.
Leusden – geen verzorging
Een korte stop in Leusden. Aan verzorging doen ze hier niet, maar je kunt wel water bijvullen en een sanitaire stop houden. Ron stopte er wat voedsel in. De kachel moet blijven branden.
Langzaam maar zeker reden we naar de heuvelzone. Zoals bij iedere tocht in midden Nederland hoor je dan over de Amerongse berg te rijden. Schijnt niets voor te stellen, maar ik moet me er altijd weer overheen hijsen. Zo ook vandaag. De aanloop was mooi en snel. Voelde me weer een beetje wielrenner zo aan het wiel.
De berg over. Ploeteren, maar boven komen.
Erfenis van de Vuelta
Een fietsers walhalla. Overal zie je ze. Op de weg en op de MTB paden.
In Amerongen een stop bij De Proloog. Ron wil water bijvullen, omdat er tot aan Woerden, daar mag / moet hij nog naar toe, weinig tot geen mogelijkheden zijn om bij te vullen. We besluiten er een snelle koffie en colaatje te nemen. Ik ben er niet zo van, maar probeer een sociaal aspect er in te houden. Ron was normaal gezien niet langer gestopt, maar het is De Proloog, dus dan ben je snel overgehaald. Ook al reden ze in de Giro geen Proloog, hun openingstijdrit was ongelofelijk. Die Aero kogel uit Schepdaal kan wel heel hard met de fiets rijden. Ze hebben ontdekt dat zijn huid sneller is dan het materiaal van zijn kleding, daarom rijdt hij als een van de weinige met blote armen. Sport is één van de meest oneerlijke bezigheden die er zijn. Talent is medebepalend en als je dat mist dan kom je er nooit. Vertel mij wat.
Bij De Proloog staan ook wat speciale fietsen. De nieuwe Trek, maar ook de Tour de France fiets van Annemiek van Vleuten.
Geler wordt het niet
De vrouw die de etappe in de Vuelta won en tegen Vollering zei dat weten wanneer je wel of niet moet stoppen voor een sanitaire stop ook bij het wielrennen hoort, toen ze waaiers trokken en Demi besloot op haar hurken in de kant te gaan zitten (ik stel me voor dat het zo gaat). Het zijn trouwens zwaren tijden voor mij als S-works rijder en liefhebber. Twee van de grootste gezichten en klasbakken op het merk zijn een janker en een te aerodynamisch mannetje met te veel bravoure en een onpasselijk makende teammanager. Ik moet er maar mee leren leven. Dat jankerige kan ik ook wel hebben, dat bravoure denk ik een stuk minder maar ik hoop iet aero te hebben en hoe ongepast teammanager E is, dat laat ik aan de lezer. Dus een beetje zit die S-works rijder wel in me.
De Magistrale koffie, de koffie gewijd aan wielrenners, was snel op en we gingen de heuvelzone verder in. Langs de hoofdweg steeds slingers het binnenland in om nog een klimmetje mee te nemen. Zo schraap je de hoogtemeters bij elkaar. Deden we goed. Ging ook goed. Tot het moment dat we een heel peloton van ingehaalde fietsers aanvoerden, die vast een glorie moment beleefden dat ze met ons meekonden (dat wil ik toch tenminste geloven, zoveel bravoure zit er wil in) en mijn achterderailleur vastsloeg. Ben er voor was ik ergens over heen gereden dat tegen mijn been aansloeg, ik heb er een mooie herinnering aan de tocht op mijn scheen staan. Misschien had dat dit ook tot gevolg. Derailleur op de 11 en niet mee schakelen. Daar kom ik geen klimmetje mee op. Bij elektrisch schaken is dit een soort van bescherming. Na wat heen en weer rukken schoot hij weer los. Is een methode voor die ik echt moet onthouden. Tweede keer dat het gebeurt en de vorige keer moest ik het googelen.
Door maar weer. Langzaam maar zeker op nog bekender terrein. Emma piramide over. Wat een onding. Langs de KNVB. Zeist door en vlak bij Soestdijk gingen onze wegen uit elkaar. Ron halverwege. Nog een flink stuk te gaan. Voor mij nog iets rond de 1,5 uur. Was wel mooi dan. Beter om verstandig te doen. Kort gesprek. Over en weer bemoedigende woorden voor ieders laatste deel. Ik had genoten van het met Ron mee mogen fietsen. Ik had daarbij goed zijn bord leeggegeten en mezelf in acht genomen. Was goed te zien dat ik de modder spetters op me had en hij niet. Dan weet je wie voorop rijdt.
De route begeleiding uit. Ik ken de weg, Langs Soestdijk en op naar Eemnes. Inmiddels rond het middaguur. Het was flink warm geworden. Toch maar besloten om de armstukken naar benden te trekken. Kort – kort werd het zo. Dat maakt fietsen toch nog net wat leuker.
Weer in het nieuwe land. Bij het praktisch enige verkeerslicht dat je er tegen komt kwam er een renner naast me staan. Compliment voor mijn fiets. Verder het verhaal dat er op de dijk punaises waren gestrooid. Een massa mensen met lekke banden. Trieste mensen zijn er toch.
De laatste kilometers. Ik rijd nog aardig door en geniet. Hoe tevreden kun je zijn. Zo tevreden kun je zijn. Zonder Ron was het zeker niet de dag geworden die het geworden is. Had veel meer met de rem er op gereden en had me ook niet zo kunnen verstoppen. Dat maakte het natuurlijk ook een heel stuk haalbaarder voor me. Eerlijk is eerlijk.
Een paar uur later ook het bericht van Ron. Veilig thuis. Ruim 240 kilometer op de teller. Respect.
Bij mij waren het er 165. Langste afstand van 2023 tot dusver. Smaakt naar meer en ook naar meer werken aan mezelf. Volgende keer wil ik Ron ook wel een stukje in mijn wiel hebben en niet alleen in een afdaling een stukje naast hem rijden,
Na de trip naar Brugge was ik helemaal terug. Lekker om een keer met een groep te rijden op nieuwe wegen. Ik had er zin in.
Op weg naar huis voelde ik me niet heel lekker, maar het was natuurlijk een stevig weekend al bij al. Maar helaas…
Daar ging ik. Wat je denkt dat allemaal wel onder controle is en misschien een aardige verkoudheid oplevert was bij mij niet het geval. Ik werd ziek. Echt ziek. Dit had niets met man flue te maken. alle symptomen die je, je maar kunt voorstellen. Een week helemaal uitgeschakeld en een week vanuit huis gewerkt. Denken aan sporten was er niet bij. Bewegen al een opgave.
Heel voorzichtig ben ik in het laatste weekend rustige rondjes gaan rijden. Focus op de Powermeter en vooral rustig blijven. Buiten zijn deed goed. Ook al had ik in Willingen willen trainen en niet een beetje rustig door de polder rijden.
Een rondje op Koningsdag.
Een stevige terugslag de dag erna.
Een rondje op de zaterdag.
Zelfs op zondag ging ik nog naar buiten. Ik durfde het zelfs aan om mijn melkflessen aan de wereld te zien. Een voorzichtige 80 kilometer in overleg met het thuisfront.
De koeien zijn zelfs weer buiten. Het voorjaar is een feit.
Onderweg kwam ik Ron H nog tegen. Een enthousiaste zwaai, maar daar lied ik het bij. In de focus om niet te gek te doen.
Het begin van de week was weer met focus op de Zuid as. Op kantoor is toch weer anders dan thuis. Het zit nog een beetje op mijn longen. wel vervelend als je ziet dat het mooi weer is.
Donderdag dan maar. Thuis werken en na de laatste vergadering meteen in mijn lycra gesprongen. Fietsen en naar de Giro podcasts luisteren. Voorbereiding op de mooiste ronde van het jaar. Één van de podcasts was die van In het Wiel met Dumoulin. Met Dumoulin heb ik iets gemeen. Helaas niet zijn klasse en gelukkig niet zijn mentale gesteldheid, maar wel het darmrisico. Gisteren weer. Vervelend als je iets verder rijdt en niet kunt eten en drinken.
Wel een mooie ronde. Een combinatie van een aantal rondjes. En bovendien heerlijk weer. Korte broek en korte mouwen. Wel voorzichtig een iets warmer shirt aangetrokken, maar het was niet nodig geweest.
Vandaag is het vrijdag. Dreiging van regen en onweer. Maar in de ochtend droog. Daarom met een half lege maag, mede door het niet kunnen eten gisteren, een klein rondje gereden. Ging helemaal niet. Geen power. Begrijpelijk, maar je hoopt toch iets anders. Kwam er achter dat de weg langs het strand nog is afgesloten. Bleef niets over dan het Spoorbaanpad te rijden.
Er zit weer wat beweging in, maar ik heb duidelijk conditioneel een jasje uit gedaan. Eens kijken waar ik me morgen toe kan zetten. Hopelijk met een goed gevulde maag en spieren met koolhydraten.
Als liefhebber van de fiets heb je het maar wat goed. Reden we vorig jaar nog in Spanje, was dit jaar België aan de beurt. Er werd door de organisatie geen seconde aan getwijfeld dat een PAS weekend niet kan bestaan zonder een fiets gelegenheid. “Cyclist@theCenter” als ik de sessie van vrijdag helemaal goed heb begrepen als selectief luisteraar.
Fietsen vanuit Brugge. Misschien niet de Vlaamse Ardennen, maar wel de startplaats van de Ronde van Vlaanderen. Mijn mede fietsers wilden graag naar Ieper toe. De startplaats van Gent Wevelgem en nog veel meer een herdenkingsplaats van de Grote Oorlog, de 1e Wereldoorlog. In Flanders Fields.
Vanaf dat de weersvoorspellers ons weekend begonnen te voorspellen hield ik ze goed in de gaten. Van goed, maar minder en weer terug. Flandriens zijn niet van druivensuiker, maar genieten ook meer van een zonnetje. We waren dan ook wel een beetje teleurgesteld toen het ‘s ochtends regende.
Maar wat kan mij weerhouden als we bij het ontbijt een pannenkoeken machine staat! Dan begint iedere dag goed en is een fietsers ontbijt zo gebakken.
Daar stonden we dan
De route was simpel gemaakt met behulp van Strava. Zij helpen er bij met het gebruiken van de meest bereden wegen als je een route plant, maar ik accepteer graag de eer voor de planning. Vooral de heenweg was mooi. De terugweg wat meer over een fietspad langs een “makkedamweg”.
Waar we ook mee te maken kregen was een Noorden wind. Als je naar het zuiden rijdt heb je hem dan eerst in de rug. Fijn, maar je weet wat je op de terugweg nog te wachten staat.
We trapten er lustig op los. Over de kasseien in de stad, boswegen en typische Vlaamse betonwegen. Oppassen dat we niet met onze bandje in de ontbrekende voeg massa kwamen, zoals in de Vlaamse koersen wel gebeurt.
Wat wel vaker gedaan wordt is dat oude spoorbanen omgebouwd worden naar fietspaden. Zo ook hier. Vaak mooi asfalt met af en toe een vervelende kruising of slinger. Één slinger werd Cedric fataal. Een schuiver een schreeuw, daar lag hij. Als een Van Baarle in het Bos van Wallers, lag onze Jumbo renner op de grond.
Gelukkig zonder veel erg, zoals fietsers dat noemen, maar je blijft toch liever op je fiets zitten. Gelukkig is De Bikkel uit Zeeland, niet zomaar klein te krijgen. Opstappen en weer doorgaan.
Dat doorgaan werd dan weer afgeremd door een weerbarstige lekke band van Jaap. Daar konden goede wil, veel helpende handen, patronen en pompjes niet aan helpen.
Bij dit voorval gebeurde ook nog iets verschrikkelijks. Ik ben het nog steeds aanmeet verwerken. Het doet altijd weer pijn om te zien. Hier is het niet voor gemaakt.
Een fiets op stuur en zadel gezet. Ik kan er niet tegen. Ik kan het niet aanzien.
Gepast gingen we verder over het fietspad. De bordjes Ieper volgend. Kilometer bij kilometer dichterbij komend.
In Ieper eerst naar de Menenpoort. Een bijzondere plek. Al die namen van soldaten die hier gestorven zijn. daar word je toch wel weer stil van. We zijn ruim 100 jaar verder, maar helaas zijn we niet op alle plekken in de wereld verder gekomen.
In de straat naar de poort zit ook een grandioos fietscafé. Een café dat blijkbaar tussen de middag sluit, maar voor fietsers nog wel even open blijft terwijl het zoontje van de eigenaar, een oud wielerjournalist, welke even wacht voordat hij maar voetbal gaat. Liefde voor de Stiel, heet dat dan weer in Vlaanderen.
Fiets van Freddy Maertens, de man die niet alleen aan doping, champagne, maar ook aan water verslaafd is geweest. Dronk 11 liter per dag. Werd bijna zijn dood. Over de champagne bestaat ook een mooi verhaal, dat ik graag nog eens vertel.Koekje d’r bij?
We kunnen iedereen aanraden die de koers een warm hart aandraagt hier eens aan te meren.
Jaap was onderzoek naar een fietsenmaker en de anderen naar iets dat de inwendige mens zou vullen. Lunchtijd.
Een zonnig terras, vriendelijke bediening en lekker eten, voor de grotere en minder grote maag. Niet iedereen gaat tijdens een rit even goed om met zo’n lunch.
Jaap wist het malleur nu helemaal te verhelpen en kon mee aan de terugweg beginnen. Inderdaad met tegenwind. Inderdaad met een langzaam maar zeker duidelijker wordende meer en minder getrainde benen.
Kilometers aan een stuk tegen de wind in. Renners die proberen zich te verschuilen achter ruggen, anderen die juist de wind opzoeken als uitdaging.
Soms wordt dan net die ene aanzet er te veel aan. Het tempo net te hoog. Verlangend wordt er dan uitgekeken naar een “Bio-break”.
Maar zoals het gaat met fietsen, als je blijft trappen spoelen de kilometers onder je banden door en komt het eindpunt dichter en dichter bij.
Daarmee ook het eindpunt, waar voor de liefhebbers een Leffe van de tap stond te wachten. Een frisse Leffe. Want hoe mooi het weer ook geworden was, bezweet en in de schaduw werd het koud.
Met dit mooie gezelschap trapten we zo ruim 110 kilometer weg over West Vlaamse wegen. Mijn eerste echte Belgische kilometers. Schrijf ik weer mooi bij.
Iedereen weet zelf het beste hoe het ging en wat hij vandaag gedaan heeft. De zelf assessments kunnen geschreven worden en bij de Leadgesprekken meegenomen. Ik vond het weer een mooie belevenis en tref het maar met zo’n fietsers gezelschap en zeker met onze meefietsende partners.
In een katholiek gezin als het onze is Pasen natuurlijk de feestdag van het jaar. Wat wil je als een wonder als dit gevierd wordt en wij een reden vinden om ons in goed gezelschap te goed te doen aan allemaal lekkernijen. Alleen dat laatste is al een feestdag waard. mocht het geen Feestdag zijn, dan zoeken we wel een andere reden.
Voor mij begint zo’n dag bijvoorkeur op de fiets. Mijn kerkbank. Ideaal vervoersmiddel om in de richting van de Paasbr/lunch te sturen.
De beloofde zo’n verschool zich nog. De temperatuur moest nog stijgen. Gelukkig was de wind wel uit de beloofde hoek of tenminste toch wel dat kleine beetje wind dat er stond.
Onderweg kwam ik geregeld fietsers tegen. Waarom niemand me groet weet ik niet. Ik doe het steevast. Waarom fietsers met hun knieën naar buiten rijden en hun ellebogen ook weet ik ook niet. Geen gezicht. Maar terwijl ik dat bedacht, bedacht ik me ook dat ik er vast ook niet zo uit zie als ik denk dat ik er uit zien.
Bekende route. Langs Amsterdam, ‘t Twiske en de Zaanse schans.
Een massa toeristen die daar hun paasdag doorbrachten. Verder door. Een lange strook langs de Provinciale weg. Daar haalde ik eindelijk twee fietsers in. Niemand anders wilde mijn kant op fietsen. Zij probeerden mee te rijden. Zwaarste verzet. Kraken en piepen, maar na een lange tijd nog wel een keer inhalen. De nummer twee brak bijna. Daarom een sprintje de brug op. Lekker. Voelde me sinds lange tijd weer heel even wielrenner.
Nadat het eerste volproppen was begonnen, ging natuurlijk de TV op Sporza aan. Parijs – Roubaix. Dan denk ik dat ik een mening heb over fietsers. Dat is zonder mijn ouders en E gerekend. Laf rijden van Van Aert kon niet op enthousiasme rekenen van ze. Dat Van der Poel wist te wennen wel. Aan het enthousiasme op de bank zal het niet gelegen hebben. Of daar de Mimosa’s debet aan waren, weet ik niet.
Dat ik fietsen leuk vind, dat is wellicht duidelijk. Maar helemaal waar is het niet. Ik vind fietsen leuk op een sportieve fiets. Het liefste met een krom stuur heb ik ontdekt. Als er noppen banden onder zitten komt mijn gebrek aan techniek en motoriek te veel aan het licht. Fietsen als vervoermiddel, daar heb ik het minder mee.
Toch gebeurde het vrijdag. Ik fietste, op de fiets van E, naar de winkels toe. Je kunt het ook lopen, maar dat is voor mij nog een stap verder.
Wielrenner op gewone fiets. Het deed me denken aan een verhaal van Tim Krabbé uit 43 wielerverhalen. Iets van: soms kom je ze tegen op hun gewone fiets op de markt.
Het hoort niet. Het is ook niet het zelfde.
Max Verstappen* in een Honda Civic is vast ook een bijzonder gezicht.
*zonder me hier met Max Verstappen te willen vergelijken