De 4e Advent. De laatste zondag voor de kerst. Een dag om te bezinnen en stil te staan bij alles dat belangrijk is. Stilstaan doe je op de fiets tegenwoordig met schijfremmen.
Eerder vond ik het maar belachelijk dat racefietsen schijfremmen kregen. Kon toch niet. Geen gezicht. Veel te zwaar. Maar sinds ik gebruiker ben, ben ik helemaal om. De zekerheid van het altijd kunnen remmen. Ook bergaf. Geen risico voor de carbonvelg.
Als je er maar voor zorgt dat je een goede en schone combinatie van remblokken en schijven hebt. Een keer jezelf verwennen met een nieuwe set remschijven kan dan best. Slijten namelijk ook langzaam maar zeker. Op de schijf bij welke breedte je moet wisselen. Meten is weten.
Fietsen en literatuur. Ze gaan hand in hand. Waar zo veel verhalen als er renners zijn en nog veel meer, valt er ook heel veel te schrijven. Iedere renner heeft zijn verhaal uit een wedstrijd. Door het lijden, door het strijden, er valt zo veel te beschrijven dat een pen het niet kan beschrijven. Overleveringen maken alles nog mooier. Renners verdienen soms dichterlijke taal. Als je presteert wat zij presteren verdien je niet minder.
Het beschrijven valt niet mee. Een aantal van de Nederlandse schrijvers die het kunnen hebben zich verzameld in het literairer wielertijdschrift De Muur. Ook Frank Heinen schrijft in de Muur. Mag ik graag lezen.
Fietsers en gadgets gaan vaak hand in hand. Broodnodig, handig, geinig of een variatie hiervan. Met het verhippen van de bezigheid is het aanbod steeds groter geworden. Moest je eerst op zoek naar de diepere krochten van de fietsenwinkel, kom je ze nu zelfs tegen bij hippere winkels in de leukste winkelstraten.
Als fietser kun je niet zonder. Je moet er altijd een bij je hebben. Om iets vast te draaien, los te maken of te verstellen. Een multi tool.
Deze is wel heel leuk en klein. Echt een mini. Misschien iets te mini voor het stevigere werk, maar als echte liefhebber kun je hier zeker plezier aan beleven. Al is het maar voor de vernuftigheid van hoe klein het gemaakt is en dan nog Titanium Coated ook.
Iedere generatie kent zijn kampioenen. Sommige kampioenen leven in volgende generaties voort. Veel kampioenen hebben hun bijzondere verhalen. Misschien maakt ze dat ook wel tot kampioenen. De grootste kampioenen hebben in hun tijd een evenknie. Zonder strijd geen kampioen, of je moet Eddy Merckx heten.
Het bijzondere aan fietsen is dat veel liefhebbers vooral liefhebbers van het fietsen zijn en minder uitgesproken fan van één ploeg of één renner, wat je bij andere meer ziet. Minder hooligans ook. Als je hooliganisme wil zien, dan zit het nog het meeste in de cyclocross waar renners uitgejouwd worden en met bier overgoten. Of Frankrijk. Maar dat is Frankrijk.
Een groot kampioen, die misschien nog wel groter had kunnen zijn is Jan Ulrich. Misschien was hij in de winter wel iets te groot om in de zomer in afgeslankte vorm de strijd te winnen. Misschien was hij in Duitsland wel iets te groot, om daar alle verlokkingen te weerstaan en buiten de riool pers te blijven. Misschien was zijn talent wel iets te groot, om niet te beseffen er altijd voor te moeten werken. Misschien was zijn verslavingsaanleg wel iets te groot, om er niet aan toe te geven. misschien was zijn aantrekkingskracht wel iets te groot, om niet te veel foute vrienden aan te trekken.
Als je wilt weten hoe het echt zit is dit hét boek om over Jan Ullrich te lezen. Tot in de, meest schokkende, details beschreven door Daniel Friebe. Duitse naam, maar Engelse journalist die in Berlijn woont. Maakt ook (mede) een mooie podcast, The Cycling Podcast, waarin hij op ongekende wijze zijn mede sprekers introduceert. Het ligt voor mij nog klaar, maar het moet echt een heel mooi boek zijn.
Met Der Jan lijkt het nu wel weer wat beter te gaan. Hij ziet er afgetraind uit en het is toch al weer winter. Wat je wel vaker ziet is dat tegenstanders in de koers, reddende engelen worden er na. Zo zie je nu Lance Armstrong veel met Jan Ullrich omgaan. Een bijzondere combinatie, maar het lijkt te werken.
Een guilty pleasure van mij is en blijft Lego. Als kleine jongen al mijn favoriete speelgoed en nog steeds sta ik wel eens met open mond, maar met dichte portemonnee te kijken naar de bouw dozen.
Het zou toch wat zijn als ze eens een racefiets zouden bouwen. Ik ben er zelf van overtuigd dat ik ergens nog Lego wielrennertjes van T Mobile heb, maar ik weet ze niet meer te vinden.
Blijkt dat het niet Lego is, maar een alternatieve blokjes bouwer die het wel gelukt is. Kan natuurlijk niet ontbreken in de collectie.
Ongeluk? Laten we hopen van niet. Renners keren het nummer om als ze er mee moeten koersen. In een poging dat het ongeluk wordt voorkomen. Italianen maken zich er niet druk om. Het Italiaanse ongeluksgetal is 17. Vind ik dan weer lang niet zo’n slecht nummer.
Ongeluk kun je ook weg proberen te drinken. Renners vervallen er wel eens toe na hun wielercarriere. Op zoek naar de roes van de koers.
Het lijkt alsof drinken en fietsen steeds meer gemeengoed zijn geworden. Ook tijdens het fietsen. We hebben het dan over de avonturiers of zij dit dat proberen te zijn. Sterke drank in gemengde vormen mee in een flesje. Een flask. De mengeling heet bomba. Met een ei er door om op krachten te komen.
Natuurlijk is Laurens ten Dam ook in deze markt gesprongen met zijn eigen flask. Heeft in de koude dagen nog eens een bomba toer gemaakt langs de Friese bitter stokers.
We zijn halverwege. De tijd vliegt. Nog 12 dagen en het is al weer kerstavond. Het wintert. De kans hier op wordt ook steeds groter. Als kale fietser extra belangrijk om je hoofd goed bedekt te houden. Niet alleen tijdens het fietsen, maar zeker ook er voor en erna of als je zomaar eens lopend buiten komt.
Wat is er dan beter om kleur te bekennen en ook hier iets van een favoriet fietskledingmerk te dragen. Daarbij weten ze ook in Denemarken wat kou is en kunnen ze heel goed een mutsje maken.
Nu alleen er alles aan doen om hem niet kwijt te verliezen. Ik wil ze namelijk onderweg nog wel eens ergens rond te strooien…
Donderdag voor alles begon en vrijdag toen alles afgelopen was op de Kickr gestapt. Trappen in Zwift. Zweten en warmte, hoe hard de ventilator ook stond te blazen.
Zaterdagochtend keek ik naar het weerbericht. Droog. Iets onder 0. Niets waar mijn Pas Normal kleding niet tegen zou kunnen. Daarbij de wil om weer eens naar buiten te gaan. Veel kom ik namelijk niet buiten bedacht ik me. Ik had net een filmpje gekeken op YouTube over fietsen in de winter en daar nam ik een aantal tips uit mee. Bijvoorbeeld het open knippen van je reep en snoepjes papiertje, zodat eten makkelijker gaat. Is al lastig genoeg om het te pakken met je dikkere handschoenen. Andere tip, die ik hier ook altijd predik, kleed je niet te warm, maar warm genoeg voor wat je doet.
Zo ging ik op pad. Goed aangekleed en vol goede moed. Met een lampje voor en achter knipperend aan. Dat was maar goed ook, want het was niet alleen koud, maar ook nog eens heel erg mistig.
Op mijn Wahoo Element zag ik de temperatuur dalen. Minus 7, minus 8. Zal wel de gevoelstemperatuur geweest zijn. Onderweg glibberden mijn banden af en toe. Opgevroren weggedeelten. Ik kende de term van de verkeersinformatie.
In de kleine wereld is het prettig fietsen. Je ziet niet hoe ver je nog moet. Het lijken steeds korte stukjes. Een beetje van bocht tot bocht fietsen op een berg.
Ik slingerde door de polder. De weinig gestrooide wegen opzoekend. Hoe minder gestrooid, hoe minder zout, hoe minder slecht voor je fiets. Zo reed ik de kilometers aaneen. Inmiddels met toch wat koude voeten.
Met bijna 100 op de teller kwam ik vlak bij huis. Moest nog drie blokjes om, om door de 100 heen te gaan. Michael Boogerd zou trots op me geweest zijn. Na de boterham sloeg de kou echt toe. Rillen. Was zwaarder dan gedacht zou in minus temperaturen buiten zijn.
Terwijl de fiets in de garage stond viel het ijs er vanaf. Net als van min helm. Mijn bel deed het niet meer. Vastgevroren.
Ijsvorming
Zondagochtend. Naar buiten of toch maar binnen. E vertrok richting de sportschool. Ik bedacht me dat de buitenlucht me goed zou doen. Temperatuur minder laag. Geen mist. Zou dus wel meevallen. Zo ging ik rijden.
Voor een deel over de zelfde wegen. Eerst wilde ik een heel kort rondje rijden. Maar gaande weg plakte ik er een paar kilometers aan vast.
Zaterdagse gezicht
Zo trapte ik er uiteindelijk een goede 60 bij elkaar. Met beleid en helemaal tevreden. Boven buiten fietsen gaat binnen rijden nu eenmaal niet.
Boven rijden in korte broek en korte mouwen gaat trouwens nog veel minder. Maar dit soort ritten maken wat mij betreft net dat beetje verschil. Je moet er net iets meer voor willen. Net iets meer voor doorbijten. Net iets meer voor overwinnen. Dan is het onder een zomerzonnetje daarna allemaal iets eenvoudiger te doen.
Een zondag in de adventstijd. Een dag voor bezinning. Hier een dag voor iets extravagants. Nodig? Vast niet, maar waarom niet als dit je passie is.
Dit verdeelt de kampen. Mooi? Werkt het? Nodig?
Sinds meneer Campagnolo echt geen zin meer had om steeds zijn wiel om te moeten draaien om een andere versnelling te hebben, is de ontwikkeling van de derailleur in een stroomversnelling gekomen (ik verdraai hier de geschiedenis meer dan een beetje). Aardig weetje, tot de Tour de France van 1937 was iedere vorm van derailleur verboden. Het is dus niet alleen maar recent dat ontwikkeling in de weg wordt gezeten door organisatoren (en organisaties). De derailleur heeft aardige ontwikkelingen doorgemaakt in de jaren en is inmiddels bij velen zijn stalen kabel kwijtgeraakt en wordt al dan niet draadloos elektrisch bediend. Daarbij kan hij meer en meer kransjes schakelen. Nu is 12 de norm aan het worden en zijn er die er 13 schakelen.
Wat de derailleurs gemeen hebben is dat ze gebruik maken van twee wieltjes waar de ketting door geleid wordt. Het schijnt trouwens dat Shimano een derailleur aan het ontwikkelen is met drie wieltjes voor off-road. De kronkel van de ketting is een wrijving veroorzaker en daarmee wattage slurpende bezigheid. Hoe scherper de bochten zijn, hoe meer verlies je lijdt. Om dit minder te krijgen zijn grotere wieltjes bedacht. Heel groot zelfs bij een aantal aanbieders, terwijl de grote merken maar iets meer tanden aan hun wieltjes hebben gegeven.
Één van de spelers op de markt is Ceramicspeed met hun OSPW (OverSized Pully Wheels). Ceramische lagers en grote wieltjes. Het summa summarum van de wattage bespaarder. Scheelt zo’n 40 tot 60% aan wrijving en je krijgt er weer een paar Watt gratis voor terug, na de diepte investering in het onderdeel. Kostbaar is het namelijk wel.
Natuurlijk, ook al is het niet zo natuurlijk, heb ik een OSPW op mijn fiets. Als, dan ook extreem. Ben ik er sneller door gaan rijden? Vast niet. Motiveert het me, is het weer eens anders dan anders en vind ik mooi. Dat zeker.
De winter. Buiten is het koud. Buiten is het glad. Buiten is het nat. Buiten is het donker.
Zware tijden voor de fietser. Zeker als dit zijn manier is om vitamine D te tanken. De manier om gelukshormonen op te wekken is dan al snel het eten van snoeperij en vooral chocolade. Past natuurlijk wel in de Sinterklaas- en kersttijd, maar het is ook verstandig om dat op te wekken met fysieke prikkels. Bijvoorbeeld met het rijden op een Wahoo Kickr. Binnen dan. Met een scherm voor je neus in een virtuele wereld, zoals die van Zwift.
Kamers worden er voor omgebouwd, mancaves geboren. Alles om het binnenfietsen maar zo aangenaam mogelijk te maken. Voor de fietser die zijn cave in stijl wil houden heeft Tons mooie producten, zoals een standaard voor je iPad of voor losse spulletjes die je bij de hand wil hebben en zo keurig op hoogte hebt.