Stilte

De volger van dit blog is in het zwarte gat gevallen. Dat alles terwijl er zoveel op de fiets gebeurde. Een mooie Tour een misschien nog wel mooiere Tour voor vrouwen. Ik zat er helemaal in. Veel naar kantoor om maar genoeg tijd in de auto te hebben om alle podcasts te volgen. ‘‘s ochtends om 5 uur eerst de avondetappe kijken. Bij ons thuis was de Antoine het gespreksonderwerp en mijn vader en moeder deden er nog een schepje bovenop.

Zelf zat ik ook een groot deel van de weekenddagen op mij S-Works om de rondes te rijden.

Als het even kon iets langer en als het niet kon iets korter. Helaas viel er ook wat uit door wat zomers gekwakkel, van allergie en zomergriep of iets dat daar op leek en het gebruikelijke te lange verblijf achter mijn bureau.

Maar niet getreurd. De fiets staat niet helemaal stil en ik ook niet. Vandaag reed ik een ronde en kwam weer eens tot de conclusie dat het niet alleen goed is voor lichaam maar zeker ook voor geest. Maakte ik er maar wat meer tijd voor vrij.

De wil is er. Ook om hier weer vaker te typen als er iets gebeurt of gebeurt is. Wel zo leuk. Om te doen dan. Of het voor de lezer zo is, is aan de lezer.

PNS Sommerwende – Longest ride en lang werd het

PAS Normal Studios komt uit Denemarken en zoals het is met de noordelijke landen, zij vinden de langste dag een bijzonder moment. Niet alleen dansend rond een boom met bloemen in hun haar, maar ook op de fiets laten ze dat zien. Jaarlijks prikkelen ze je om rond de 21e een rit van 200 kilometer, of meer mocht je de behoefte voelen, te maken. De afgelopen twee jaar heb ik daar aan mee gedaan en ook dit jaar voelde ik de behoefte. De eerste kans in het weekend viel weg, omdat ik mocht luisteren naar een ja-woord. Het zou dan ook dit weekend moeten gebeuren. De vraag was of de Italiaanse trainingsbenen gevolgd door de Portugese feestbenen het wel mogelijk zouden maken. Met training kom ik nu eenmaal het verst en niet puur op talent.

Afgelopen week kwam het bericht voorbij dat de Rapha RCC wagen bij de Ronde Hoep zou staan. Een concurrerend merk, min of meer, maar wel lekker als je tijdens een lange rit eenvoudig aan wat te drinken kunt komen. De wind ook nog eens uit westelijke richtingen, dus het was geen slechte richting om naartoe te rijden.

Daarom op vrijdag een uurtje gefietst, spulletje klaargelegd, bidons daarbij pontificaal op het aanrecht, wafels gekocht, bordje pasta gegeten en de wekker vroeg gezet. Het zou wel eens heel warm kunnen worden, dus het liefste zat ik al om 6 uur op de fiets.

De stop bij Rapha liet me kiezen voor een Rapha broek en shirt. Tijd geleden, maar zat goed. Aero shirt, want iedere watt telt als je zo lang op de fiets gaat zitten. Ik had me niet helemaal goed bedacht dat het aero shirt wat minder ademt, dus er vloeiden nog wat meer zweet druppeltjes.

Een kus van E, een zenuwachtige lach van mij. Ik ken mezelf, als ik dit uitspreek wil ik het afmaken en de vrijdag leerde dat het pijn zou gaan doen.

Met de wind op kop rijd ik naar de Romde Hoep. Wind staat er nu al. Dat beloofd wat. Ik breek de kilometers in stukjes op. Na 5 km. Dit maar 40 keer, dat valt mee. Na 10, dit maar 20 keer, dat wordt makkelijk.

Bij de Hoep is het bewolkt. Geen echte hitte. Gelukkig maar. Het is al lastig genoeg.

Bij de brug vanuit Abcoude druk ik de ronde knop in op mijn Wahoo. Kan ik uitrekenen hoeveel rondes ik wil rijden. Een ronde blijkt 16,1 kilometer te zijn. Dat worden er dus 6 of 7.

De ronde rijd ik, zoals het hoort, tegen de klok in, terwijl het eigenlijk prettiger is om hem met de klok mee te rijden. Uit veiligheid hopen ze alleen dat je hem andersom rijdt.

Ronde één, ronde twee, ik begin aan ronde drie. De eerste vermoeidheid dient zich aan. Stoppen wil ik niet. Rijden, rijden, rijden.

Ronde 4, zie ik daar de wagen staan? Ronde 5. De eerste fietsers zitten bij Rapha. Ik ga nog een ronde verder. Er vliegt een renner voorbij. Ik had gehoopt een groepje tegen te komen dat net iets sneller rijdt dan ik, maar dit kan ik voor geen meter bijhouden.

Ik vraag met af of ik hallucineer als ik een motor in de kant van de weg onder aan de dijk zie liggen met een groep fietsers er omheen die hem proberen weer omhoog te trekken. Mijn alternatief voor zwarte sneeuw.

Ik begin aan ronde 6 en weet dat ik op ongeveer 9 kilometer even af zal stappen. Dat geeft weer moed.

Ze hebben het weer perfect voor elkaar bij Rapha.

Koffie uit een Marzocco apparaat. Cola, ice tea, chips, wine gums, broodjes, water en waterijsjes. Ik drink een colaatje, eet een ijsje, vul mijn bidon, neem een paar wine gums en praat wat. Vooral blij even niet te hoeven trappen. Nu stoppen zou ik prima geweest zijn, maar de kilometers roepen.

Al mijn vrienden waren er ook

Ik moet verder. Nog een rondje Ronde Hoep kan ik niet meer opbrengen. Ik fiets terug richting het nieuwe land en zie daar dan wel hoe ik de kilometers bij elkaar schraap.

De kilometers lopen op en mijn benen lopen leeg. Mijn vaste eet en drink patroon begint dwars te liggen. Mijn maag heeft geen zin in een volgende gel of reep.

Ik besluit na de Hollandse brug naar de Stichtse te rijden.

Het is nog steeds bewolkt. De wind staat hier vrij goed dus echt stilvallen is er nog niet bij. Dat komt later wel als ik weer landinwaarts draai. Ik houd geregeld even mijn been stil. Vooral blij dat ik niet loop, want dat zou ik echt stilstaan.

Ik heb last van mijn handen. Ze hebben te weinig stuurtijd gehad. Mijn benen vinden het ook wel mooi geweest en verder wil ik van mijn zadel af. Maar ik verbaas me over mijn doorzettingsvermogen als ik er met de afslag naar huis in zicht nog een rondje aanplak om toch echt de 200 te halen.

Ik rijd trouwens als een tijd met mijn bril op mijn helm. Heel bijzonder maar het voelde benauwend om met mijn bril op te rijden.

Een kleine interne vreugde kreeg toen ik net op tijd het scherm van mijn Wahoo wijzigde en keek naar het verspringen van 199,9 naar 200. Het was binnen.

De laatste meters op de foto
Onderweg – gesloopt

Fiets en renner hadden rust verdiend.

Maar zoals ik dat wel vaker heb na dit soort inspanningen, de rust komt niet echt. Ik had genoeg energie om te juichen voor het kampioenschap van Van Poppel, zou hij op de nieuwe Sprinter wielen gereden hebben en hoe zit dat bij Wiebes, te gaan strijken, we willen op het feestje op zondag ook kleren aan, en ‘s avonds nog de Duitse Krimmi te kijken.

Terwijl ik dit typ op zondagochtend voor zevenen is dat trouwens wel een beetje anders. Nu herinner ik me goed dat ik heb gefietst. Maar ben tevreden dat ik het gedaan heb. De weg naar boven is genomen.

Met de welgemeende excuses

Sinds kort heb ik er een Strava hobby bij. Kijken of vriend R weer een ronde gereden heeft. Dat bij hem het fietsvuur weer heeft gezorgd voor fietsen doet me deugd. Veel deugd. Niet alleen maar praten over, maar vooral ook doen is waar het om gaat.

Zo reed hij van de week ook een rit. Een warme. Hij biechtte bij me op dat hij zowel zijn eten als zijn drinken was vergeten mee te nemen. Ik begin met meewarig mijn hoofd schudden. Was in het verleden fietsen vooral hard trappen, weten we sinds de successen van Team Sky en Jumbo Visma, dat eten en drinken van doorslaggevend belang zijn om te kunnen fietsen. Het meewarige hoofdschudden ging over in het schrijven van apps en bespreken met E. Hoe kan dat nou gebeuren.

Hier in Italië is het bijna niet te harden zo warm als het wordt. Niet echt verstandig om daarin dan te gaan sporten. Maar niet fietsen is voor mij dan weer het andere uiterste. Gelukkig bestaat er een wekker en een hele aardige vrouw en zo stond ik om 4:30 naast mijn bed om, om ongeveer 5 uur weg te fietsen.

De zon kwam al langzaam op. Mijn achterlampje knipperde en mijn meekleurende glazen bleven in het begin vooral helder.

Het was enorm vochtig. Van dat weer waarbij één beweging zorgt voor een stroompje zweet uit je poriën. Maar gelukkig staat mijn Wahoo ingesteld om me iedere 20 minuten te helpen herinneren om iets te drinken. Dus na 20 minuten doe ik een greep naar beneden.

Ik grijp mis.

De bidons die ik zo keurig had klaargezet stonden nog te wachten op het aanrecht.

Wat nu? Omkeren en ophalen en bijna zeker weten dat ik geen zin meer had of doorrijden en eventueel bij een bron wat water drinken?

Het werd het laatste. Het was namelijk echt zo vochtig dat er geen plaats was voor een dorstgevoel.

Zo weinig zelfs dat ik rond het keerpunt, belofte was ongeveer 2,5 uur fietsen, nog zelfs geen zin had in een slok en ook nog de bron voorbij fietste.

Langzaam maar zeker kwam de zon meer door en begon de temperatuur zelfs nu al weer ruim boven de 20 graden te klimmen, maar gelukkig geen 38 zoals later op de dag.

Wat maakte het uit. Het was nog maar even. Langs het bergje en dan de laatste klim op.

Maar wat ik daar toen zag maakte me wel heel erg blij. Mijn rennersvrouw was gaan rennen en had de bidons meegenomen. Daar stond ze als volleerd soigneur een bidon aan te geven.

Veel blijer kon ik op dat moment niet gemaakt worden. De eerste 0,5 liter was in een paar slokken weg en van de tweede claimde ik ook het grootste deel. Toch dorstiger dan gedacht.

Met deze escapade blijft voor mij niets anders over dan R mijn oprechte excuses aan te bieden, misschien was het wel de hand van God die me hier strafte, maar het blijkt iedereen te kunnen overkomen hoe gedreven je ook bent in je standaard plichtmatige tafereeltjes voor iedere start van een rit. Puck Pieterse vergat haar Wahoo in het hotel, dus het kan zelfs de allerbeste overkomen blijkt.

Voor mij kwam daarna een heerlijk ontbijt, want de rit was natuurlijk zo uitgekozen dat er nog genoeg mee te nemen was van het buffet.

Les van de dag; ook al is het doorbijten met opstaan, het fijne van een ronde op de fiets, al zijn het geen enorme afstanden, uren of prestaties, is niet te toppen voor de rest van het gevoel van de dag.

Goed in de oren knopen.

En je hebt dan ook nog zeeën van tijd om nog een heleboel leuke dingen te doen de rest van de dag.

Lago di Molveno

Hoog zomer

Het is hier in de afgelopen dagen gegaan van, lekker weer naar hoog zomer. Bij het laatste wordt de grens van de 30 graden makkelijk overschreden en ben je blij met een zuchtje tegenwind als die over de rivier blaast en zo wat verkoeling brengt. Anders is het warm. Heel warm. Dan wordt ik er aan herinnert dat ik daar wel wat moeite mee heb. Zo erg zelfs dat ik gisteren op de terugweg amper nog vooruit kwam. Leeg gereden.

Maar op de heenweg ging het lekker. Bleek dat ik mijn batterijen moest gaan opladen van de derailleur en daarom besloot ik om er maar weer eens een beentempo training van te maken. Net een tandje te licht en maar draaien. Dat helpt ook mee om je uit te putten merk ik, als je het minder gewend bent.

Ik was eerder al van plan geweest om eens door te fietsen tot aan de Forst brouwerij, maar kon het toen niet opbrengen. Nu ging ik in de flow en deed ik het wel. Het draaien en keren aan de randen van Meran is niet mijn favoriet. Over een soort bedrijven terrein, langs een oude kazerne, de paardenrenbaan, station en de altijd gezellige huizen die daar staan. Maar je krijgt er wat voor terug. Als je goed kijkt blijven de bergen er omheen prachtig.

Die kant op waren we afgelopen herfst op vakantie

Uiteindelijk was de brouwerij sneller bereikt en kon ik de voetgangersbrug over. Ik liep wel.

De brouwerij lijkt bij een Disney attractie.

Daarna klimmen en dalen naar Lana. Heerlijke weg om te rijden. Maar wel blij met de radar die aangeeft als er achteropkomend verkeer is. Het gaat nog lekker. Voel me goed.

Na Lana weer het dal in naar het fietspad. Hier beginnen de vermoeienissen. Heb precies genoeg water tot aan de bron bij Bolzano. Maar weet dat dit eigenlijk veel te weinig geweest is. Een liter water op drie uur in de zon.

De rest is kwakkelen en doorbijten. Tempo is er volledig uit. Ik trap nog net de maximum snelheid van een elektrische fiets. Sleur me in een slakkengangetje naar huis het laatste bergje op.

Heb het maar wel mooi gedaan. Dat ga ik er van proberen te onthouden.

Bericht uit München

Als ik een bericht van mijn nichtje uit München ontvang dan denk ik niet aan een vegetarisch alternatief voor Weisswurst, maar dan ken ik haar getrainde oog en weet ik dat ze iets rondom de fiets heeft gezien.

Een bijzonderheid, de handen van de Kannibaal Eddy Merckx. nog specialer zijn voetafdruk, waarbij het schoenplaatje goed te zien is.

Merckx zelf heeft niet met Olympische spelen die in München zijn gehouden. Hij reed twee keer mee. 1964 en 1968 en in 1968 werd hij kampioen in Mexico Stad.

Toen ik in 1984 in Duitsland meereed met de wielrenners van Strullendorf werd ik naar een wedstrijd gebracht door een wielrenner, ik denk een veteraan, Johannes Knab, die had meegereden bij de Olympische spelen van 1972. Hij had ook geregeld dat we ons in een fietsenwinkel konden omkleden.

Waarom reed Merckx niet mee in 1972 in München? Profs mochten toen nog niet meerijden.

En dan geen zin hebben

Het voornemen was goed. Stukje voorbij Meran, maar op weg er naar toe verdween de zin. Ik was wel leuk aan het fietsen, maar waar ik eerste probeerde om netjes rustig aan te doen deed ik wat meer mijn best. Als ik dat gedaan heb wordt het daarna lastig om rustig een tandje terug te schakelen.

Mijn lip was gelukkig wel al weer aardig geslonken ook al pruilde hij nog wel aardig.

‘s Ochtends had ik E op een langere wandeltocht gestuurd, dus voelde het wel wat minnetjes dat ik het bij een eenvoudig op en neertje Meran ging houden.

Op mijn terugweg reed ik twee renners achterop. Een afgetrainde versie en iemand die ik als stevig zou omschrijven. Vooral in zijn dijen. Het leuke was dat het, anders als de gemiddelde lokale fietser hier op het vlakke geen wieltjeszuigers waren en ook op kop kwamen. Okay ik reed iets sneller, maar zij reden uit alle macht.

Zo gingen we door tot dat ze losten. Voor mij een mooie gelegenheid iets kalmer te doen. Zo kalm dat ze weer achterop kwamen en we er nog een keer tegenaan konden gaan. De afgetrainde versie liet zich daarbij niet meer op kop zien. De ander wel. Bij mijn laatste kopbeurt bleef alleen de renner waarvan je het het minste verwachtte in mijn wiel zitten. Zo blijkt maar weer eens dat uiterlijk vertoon niet alles is.

Bleef niets anders dan het laatste stuk langs de A22 en daarna klimmen omhoog.

Daar stapte E inmiddels ook omhoog.

Liet me rustig passeren, zodat ik de schaduw op het dorpsplein bij kon komen.

Om zelf de laatste warme kilometers naar boven te klauteren. Heel warm.

Maar wat een verwennerij als je dan onder de bomen kunt genieten van een, lichte, lunch.

Knap werk van E en voor mij toch weer een rit er bij.

Vingegaard valt aan

Hebben de bijen, of andere stekende dan wel bijtende wezens, hier in Süd Tirol voorspellende gaven?

Gisteren schreef ik het. Ik ben aangevallen door een Visma Lease a Bike renner, een Killer Bee, zoals hun bijnaam zegt. Het resultaat in de Dauphiné, ik ben nog van de garde die er in zijn hoofd het woord “Liberé” plakt van de ter zielen gegane krant, een spectaculaire aankomst van een etappe waarin de sprinters hadden gehoopt aan bod te komen en nu de 4 tenoren, Pogacar, Vingegaard, Evenepoel en Van der Poel met als aanhangers Buitrago, oftewel “de Gier” om in de dieren te blijven, voor spektakel zorgden en Pogacar zijn handen uiteindelijk in de lucht mocht steken.

Bij mij was het resultaat niet dat mijn handen de lucht in gingen.

Voor:

Na

Er werd me “vriendelijk” gevraagd om de fiets een dag te laten staan. Ik denk dat er angst was dat mijn onderlip voor mijn ogen zou slaan bij tegenwind.

Uitstekend

Uitdagingen op maat, daar houd ik van. Genoeg om moe en blij van te worden, maar niet helemaal gesloopt zijn.

Ik begon met een stuk over dr Weinstrasse richting Mezacorona. Klimmen vanuit het dorp. Slingerend langs de druivenranken. Ik zie de wijnsoorten die E graag op tafel zet voorbij komen. De weg klimt, de weg daalt, de weg is maar heel weinig vlak.

Door het dorp naar een stuk slecht geasfalteerd fietspad door het bos. Er wordt gewaarschuwd voor beren. Dit is richting het gebied waar beren mensen aangevallen hebben. Een hardloper liep niet hard genoeg. De beer is inmiddels het land uit gezet. Had vast asiel moeten aanvragen in Roemenië.

Ook al is dit een weg waar een gravelfiets het ook wel had kunnen doen, ik fiets hier opvallend graag. Weet wat er nog gaat komen en wat gaat komen maakt veel goed. Zelfs nu de weg omhoog gaat lopen.

Dit zijn de wegen van de Giro en de Alpen Tour. Onderweg staan nog restanten van strepen en TV, waar ik eerder dacht dat dit het begin van de TV uitzending was is dit tussensprint in het Italiaans.

De weg gaat om hoog. Ik ga mee. Ik moet mee. Ik spreek met mezelf weer 1,5 uur af. De weg wordt een slingerend fietspad. Een paar procent worden meer procenten.

Ik schakel lichter en trap rustig verder. Wie maakt het uit hoe snel ik ga.

Ik kom boven op en trap nog iets verder. een week geleden was hier een soort wedstrijd.

Wat ik naar boven gereden ben, mag ik nu weer naar beneden. Ben niet alleen geen beste klimmer, maar ook een voorzichtige daler. Ben blij dat ik de grupetto niet hoef bij te houden om in koers te blijven.

Terug wil ik via het fietspad. Slinger tussen de velden door. Voel een tik op mijn onderlip. Een beet. Ik sla het vliegende beest weg. Het prikt. Het steekt. Het zwelt. Het zal toch niet? Geen tijd om na te denken. Geen zin om te stoppen. Ik ben aan het fietsen.

Op het fietspad staat de wind schuin mee. Ik rijd een lekker tempo en kom twee vlotte renners achterop. Als ik langszij kom gaan ze versnellen en versnellen doen ze. Het gaat flink hard. Voor mij nu net iets te. Maar ik denk voor hun ook, want ze houden in. De jongste knoopt een gesprek aan. Begint in het Italiaans en gaat over in het Engels als ik hem uitleg dat ik uit Ollanda kom. We hebben het over witte fietsen. Hij vraagt zich af of ik lang geleden gestopt ben met koersen. Ik vertel hem dat ik niet meer dan een zwakke toerist ben. Hij lacht. Vandaar het toeristen tempo. Hij fietst met zijn 75 jarige vader. Ik zou hem nog geen 55 geven. Ze rijden beiden op Dogma’s F12. Komen uit de buurt. Hij heeft een witte en zijn vader een zwarte. we beginnen weer te rijden. Tot dat ze mij laten rijden en het zelf rustiger aan gaan doen.

Dit soort gesprekjes maken de rit.

Het laatste deel valt me zwaar. Heel zwaar. Sleur me terug naar het dorp, waarna ik op het bankje onderaan de trap van Pernhof, deze achteringang moet je kennen, zit uit te puffen.

Wat ik dacht dat een wat treurige dag zou worden op het fietsvlak, werd een mooie. Zo zie je maar. Als de fiets er is, wordt het goed.

Overslaan

Een beetje treurig. Een beetje balend. Een beetje meer met zelf verwijd. Vooral toch wel teleurgesteld.

Niet dat we gisteren het tripje maakten naar Sterzing en daar de heerlijke Krapfen en Tirtl’s aten door de lokale boerenvrouwen ter plekke gebakken en ook nog door Brixen wandelden en ik voor het eerst een Oakley Velo Kato paste, ik ben nog niet helemaal overtuigd of ik het aan kan, maar dat ik vandaag niet de Sella ronde ga fietsen.

Twee keer in het jaar wordt de Sella ronde voor gemotoriseerd wegverkeer afgesloten en kunnen fietsen er tegen de klok in een ronde rijden. Het rondje staat hoog op mijn verlanglijstje om te rijden, maar ik ben er van overtuigd dat het pas leuk is als je er genoeg conditie voor hebt om er van te genieten. Ik schat mijn conditie op dit moment goed genoeg voor één bergje en niet voor een serie van vier.

Er is er natuurlijk maar één die ik daar op aan kan kijken en dat ben ik zelf. De fiets had toch wat meer op de voorgrond moeten staan. Zo simpel is het.

Het wordt hier wel een prachtige zonnige dag, dus mijn fiets zal zeker niet stil blijven staan.

Join blokjes

Na in het wilde weg gereden te hebben wilde ik wel weer eens wat structuur. Structuur van Join. Geen uitdagende of mooie routes. Een zo leeg mogelijk fietspad en daarop doen wat er opgedragen werd.

Join gaf me in een duurtraining 5 tempo blokken van 8 minuten. Tempo is ingeschat het idee dat je hard gaat, dat het moeite kost, maar je daarbij niet van je fiets afvalt van vermoeidheid.

Ik had flinke trek aan het ontbijt en dat moest ik in de eerste helft van de rit flink bezuren. Inspanning op een volle maag zijn bij mij geen vrienden. Het werd nog net niet herkauwen van alle lekkernijen, maar bijna wel.

In gestrekte, ingehouden, draf reed ik naar Bolzano om daar richting Meran het eerste blok te beginnen. Tandje er bij, tegenwind en licht omhoog zijn dan ideaal om inspanning te verhogen. Ik vond het lastig om in de zone te blijven. Trapte vaak iets te veel vermogen. Als je wil trainen is dat ook weer niet goed. Zones zijn om binnen te blijven.

Richting Meran werd het donkerder en donkerder.

Maar zolang het niet regende kon ik verder vond ik. Drie blokken die kant op en dan keren. Terug gaat het vaak net iets sneller door de loop van het parcours.

Net voor mijn keerpunt kwam ik drie fietsers in PAS kleding tegen. Aan het rondtrekken met lichte bagage. Helaas was mijn blokje niet hun tempo en had ik niets aan ze. Jammer. Wat gezelschap was nog wel leuk geweest. Dat gezelschap kreeg ik later, toen mijn rustige 45 minuten duurtempo er weer aankwamen. Een man op een witte S Works SL8. Mooi om een stuk mee in het wiel te gaan. Zo ging het nog even vlot voor uit. Gelukkig maar, want de wind stond vervelend op kop.

Het laatste stuk vlak bij Tramin was niets meer te merken van te donkere wolken. De zon deed haar werk.

En ik hoefde alleen nog maar het laatste stuk naar het dorp te klimmen.

De geplande 2,5 uur werden er bijna 3. De vermoeidheid was groter dan gedacht. Toch weer iets te veel gedaan. Maar intervallen maken je beter. Misschien niet op de dag zelf, maar wel na een tijdje.