Ver gevorderd in oktober. Vallende blaadjes. Natte wegen. Lekke banden. Ik moest er aan geloven. Nieuwe banden. Geen licht lopend super snel materiaal, maar materiaal dat voor dit weer bedacht is. Ook al wilde ik iets anders, ik ben voor alle zekerheid ook maar gegaan voor de Continental 4 Seasons in een breedte van 28 mm.
Kost wel wat meer wattage om ze rond te laten draaien op de weg, maar als het goed is zijn ze het perfecte wapen voor deze omstandigheden. Een beetje zoals de All Seasons voor een auto.
Wie vaker naar mijn fiets heeft gekeken ziet meer. De banden liggen namelijk om lage velgen. Mijn oude 32 mm hoge Roval velgen. Dus niet alleen tragere banden, maar ook een stuk minder aero. Na al het geklier met de hoge, koos ik maar voor een alternatief. Eens kijken hoe dat gaat. Ze lagen er in ieder geval makkelijk om. zelfs goed opgelet dat de loop richting volgens de pijl klopt.
Als liefhebber van de fiets en het fietsen of wielrenner zoals ze het wel eens noemen, heb je het in deze tijden zwaar. Nog zwaarder als je van middelbare leeftijd bent en je het liefste in lycra rondrijdt.
Fietsen is “hip”, of is dat een middelbare leeftijd term, en dat is te merken. Iedereen fietst, lijkt het soms wel. Dat wordt ook door de media opgepakt. Zijn het niet klagende mensen over het gedrag van die wielrenners, dan is het wel een programma over iemand die gaat fietsen. Dan is er natuurlijk ook nog de serie waar de man van middelbare leeftijd de fiets ontdekt.
Zo zag ik gisteren Oogappels.
Een beetje kwetsend komt het bij mij wel aan.
Maar waardoor? De Mamil opmerking? De reactie van de wandelaars? Het belabberde trappen? Het slecht op de fiets zitten? De treurige fiets? De volledige neon kleding? De midlife crisis verwijzing?
Ziet de niet fietser me dan ook zo?
“De leegheid van hun bestaan schokt me”, om Tim Krabbé te citeren. Zij missen wat fietsen echt is.
Er zijn van die dagen dat je twijfelt hoe erg de wind mee staat op een dag. In het relatieve natuurlijk. Want wat ik doe op een zondag is voor mij voor een dag het belangrijkste dat er is, maar stelt natuurlijk helemaal niets voor in het grotere geheel van de dingen. Het is maar beter dat ik me over de belangrijkste bijzaken in het leven zorgen kan maken en ik probeer het vooral daar bij te houden.
Natuurlijk had ik de nodige zorgen vooraf. Zou ik gaan? Zou ik het redden? Hoe kom ik aan banden? Wat trek ik aan? Wat doet het weer?
Zondagochtend. Een wafel. In 2022 bleek dit de bodem voor een goede rit te zijn. Ik voel me niet 100%, maar ik besluit te gaan rijden. Als ik nu niet zou gaan, dan zou ik nooit meer een tocht rijden. Beter om door te zetten en het te zien als gewoon een rondje fietsen. Het gevoel van “ik wil niet afgaan” laat ik thuis.
De Meewindkoers is voor mij een speciale. Ik rijd hem volgens mij al zo lang als deze tocht bestaat. Had altijd iets speciaals. Niet het typische toertocht publiek met de slobber shirts, maar meer het nieuwe fietsen. Dat is aan het veranderen, het nieuwe fietsen rijdt op een gravel fiets, maar toch blijft deze rit trekken. Mooie combinatie van vlak met een paar klimmetjes. Steeds wijzigingen in de routes en goede stopplaatsen met vooral goede keuze aan eten en een finish terrein. Daarom ook niet de standaard prijs, maar als je iets meer betaalt voor iets meer, dan is iets meer zeker te verklaren.
Ik parkeer de auto in de parkeergarage. Dat hoort er bij voor mij. ‘S Ochtends in alle rust en ‘s middags in de drukte van het winkelende en bioscoop gaande publiek. Ik kom er achter dat ik mijn Wahoo ben vergeten. Fietsen zonder fietscomputer is knap lastig, maar ik zal Strava dan maar op mijn telefoon aanzetten.
Startbordje ophalen en de gratis gel. Ik hoor de EHBO medewerkers doornemen waar “ze” altijd allemaal onderuitgaan. De keuze stapvoets door de bochten met blaadjes te gaan is hierbij genomen. Risico niveau laag houden. Aan vallen heb ik niets.
Ik bedenk me dat je bij Wahoo een fietscomputer kunt lenen. Dat ga ik doen. Zo heb ik toch informatie onderweg en met een paar klikken is hij gekoppeld aan mijn account, aan mijn vermogensmeter en hartslag band. Ik ben er weer bij. De wind draait een beetje in mijn voordeel.
Onderweg dan maar. Ik vertrek met een groep, maar bedenk na 10 meter dat ik het thuisfront nog op de hoogte moet brengen. Stoppen dus maar en de volgen mogelijkheid maar aanzetten. Bleek achteraf zinloos te zijn, ik was niet te volgen, en voor mij de reden dat ik bijna de hele rit alleen onderweg was. Precies in een gat gevallen.
Ik besloot te geven en daarna maar eens te kijken waar het schip zou stranden. Het was koers. Ik haalde wel wat éénlingen in, maar die hadden geen zin om vlotter te rijden. Zo kwam ik steeds dichter bij de Amerongse berg. Niet ver er voor werd ik bijgehaald door een groep en kon ik een stukje in de luwte meerijden. Ik merk de dat het weer wat onwennig was. Veel alleen rijden is minder “in de wielen” ervaring. Toen het me te link werd op een smal fietspad, liet ik lopen. Risicoloos rijden.
De heuvel is een berg voor me. Aan de andere kant is de eerste rustplaats bij wielercafé de Proloog.
Ik gebruik de stop om mijn bidon bij te vullen, een handje winegums te eten en repen en een drink mix in mijn achterzak te stoppen. En door maar weer. Ik had ingeschat dat er een zwaar stuk zou komen. De Lekdijk met lastig staande wind. Het klopte. In een laatste wiel ga ik mee met een groep. Op het kantje. Ik draai niet met de waaier mee. Vragen om gekost te worden. Het gaat met horten en stoten. In een waaier over een dijk die bevolkt door gefrustreerde, begrijpelijkerwijs trouwens, automobilisten, fietsers, motor rijders en meer is eigenlijk onmogelijk. Ook hier laat ik lopen.
Weer thuis bekijk ik mijn Strava segmenten en zie wat de gouden medaille, mijn snelste tijd op dit segment, betekend in het grotere geheel.
Het ging inderdaad heel hard op deze dag.
Gevolg van mijn lossen is dat ik met één man over blijf, waar ik vakkundig het bord van leeg eet en die ik als het tempo begint te dalen achter laat. Wie had het over een gezellige zondagse bezigheid? Het is een harde stiel.
Het gevolg is wel dat ik weer alleen ben en dat nog wel even zal blijven. Gelukkig staat de wind nu stukken in de rug en trap ik een aardig tempo door. Hard genoeg om degenen die ik inhaal achter me te laten. De sprint rijd ik alleen. De Ronde van Vlaanderen ook. Een ellendige klinker klim als je de Muur van Geraardsbergen omhoog rijdt.
En dan voel ik wat zachts. Mijn achterband duwt niet terug, maar zakt in. 110 kilometer onderweg en ik moet een band vervangen.
Samenvattend: wat een ellende. Eerst kreeg ik mijn buitenland er niet af. Wilde het eigenlijk al opgeven, maar in een laatste poging lukte het nog. Eerste binnenband bleef steeds tussen de rand van de band en de velg zitten. Na lang klieren lukte het, maar kreeg de band geen lucht. Volgende wissel. Zelfde verhaal met het bandje. Laatste poging met een lucht patroon om hem op te pompen.
Gelukt!
Ik voel me een klein beetje een “Badlands” fietser. Doorzetten om door te gaan, ook al heeft dit helemaal niets te maken met de ontberingen die ze bij zo’n ultra tocht moeten doorstaan. Mooie YouTube films van te zien.
Bleek dat ik mijn 45 minuten op de grond op 250 meter van de tweede stop gehouden te hebben, waar een fietsen maker bandjes stond te wisselen. Ik neem weer een handje winegums, vul mijn bidon en prop nog een halve banaan naar binnen. Ik wil door, door het stilzitten en op hurken en dergelijke zitten, ben ik stijf geworden en ben ik uit mijn flow. De laatste 40 zullen afzien worden.
Gelukkig kan ik even met 3 mannen mee. Bleken uit Hoorn te komen met een voorliefde voor TREK fietsen. Later nog een leuke babbel mee kunnen slaan.
Als we Lombardije rijden, een lastige klim, houd ik ze niet meer bij. Maar even later staan ze aan de kant met een probleempje. Ik ga door en rijd maar weer eens alleen. Op naar het breedste fietspad van Nederland of misschien wel de wereld.
Soesterberg. De landingsbaan. De 3 mannen knallen me voorbij. Blijkt dat je zelfs hier fout kunt rijden. Rechtdoor waar we rechts er af moesten. Terug en verder. Nog een paar kilometer. We rijden langzameren achterop en blijven daar maar achter rijden. Heel ontspannen de laatste kilometers door.
Bij het overrijden van de finish rijden Ron en Robbert bij me achterop. Zo komen we elkaar toch nog tegen. Perfect getimed. Konden we op het finish terrein nog een drankje doen en een babbel slaan.
Eerst de resultaten
Robbert had een goede dag en Ron veel problemen met zijn rug. Iedere fietser heeft zijn verhaal. Zo veel starters, zoveel verhalen.
Ik vind het mooi geweest. Lever mijn Wahoo in. Krijg een blikje Wahoo bier mee en duik weer de parkeergarage in.
Omkleden in de parkeergarage. Dat is ook Meewindkoers.
Tevreden rijd ik naar huis. Hongerig ook. Eten en drinken had ik wel wat beter kunnen doen vandaag.
Bleek dat er meer in mijn benen zat, dan ik had gedacht. niet alles is te zien in het cijfertje van Join. Of: kun je nagaan als dat cijfertje beter is.
Ook voor de toerist komt het einde van het seizoen er aan. Misschien ook maar goed. Stapsgewijs zie ik mijn conditie verdwijnen.
Vrijdag reed ik een uur in Zwift. Daarna op banden jacht. Helaas zijn de nieuwe Specialized S-works banden nog niet geleverd en keerde ik bandeloos weer thuis. Daarom nog wat andere capriolen uitgehaald om te kunnen rijden. Wilde geen andere banden kopen. Beetje last van een dwarse kop.
Zaterdag naar buiten. Rondje door de polder. Remblokken inreken en voelen hoe het met de banden ging. In mijn achterband een bobbel. Een hoogte bobbel. Vervelend. Bij thuiskomst nog maar eens proberen te herstellen.
Nevelig beeld – hier zijn. Windmolens te zien
Zo ben ik op weg naar de Meewindkoers. Altijd leuk. Ook al kijk ik er dit jaar echt als een berg tegen op. Vorig jaar was het misschien wel een van mijn beste dagen op de fiets. Dit jaar ga ik er met een andere instelling naar toe. Rondje rijden en kijken hoe het gaat. Zo doe ik het dit jaar. Nog eens de vermoeienissen opzoeken.
Als liefhebber van de fiets en alles dat er mee te maken heeft zijn het gouden tijden op de TV. De koersen zijn dan misschien voorbij, ook al maken we ons nu op voor het WK baan en alle veldritten, er is nog veel ander moois te zien en/of op te nemen:
Classique Gilbert
Dinsdagavond rond 21:25 op één. Serie over Philippe Gilbert. Zelf deel 1 gemist.
De tijd van ons leven
Oa Rutger Castricum probeert om niet laatste op het WK tijdrijden te worden. Traint met de trainer van Join. Eerste deel was afgelopen vrijdag. Terugkijken kan vast nog wel. Ik vond het leuk. Ik vond het voor een deel herkenbaar. Laat goed zien dat het nog niet mee valt om alles te combineren. Te zien op NPO1 rond 21:25.
Veel plezier.
De Tour komt naar het Baskenland
En ja, komende zomer. Start van de Tour in het Baskenland. Nu al in spanning. Melding van mijn zus en zwager.
Het lijkt soms zo makkelijk. De tijd aan jezelf hebben. De zon aan de lucht. Wat wil je nog meer op een zondagochtend?
Een goed gevoel. Daar ontbreekt het een beetje aan. Dat beetje motivatie. Toch last van “oktoberitis”? Misschien wel. Beetje besluiteloos daarbij. Maar nadat de autoband bijgepompt was, sinds we het signaleringssysteem hebben nog nooit zo vaak noodzakelijk bijgepompt, gevoeld dat het toch echt beter was om te gaan rijden. Zelfs terwijl Join me een rustdag gunde. De buitenlucht zou me vast en zeker goed doen en voorkomen dat ik de hele dag wat voor me uit zou staren. Er zijn natuurlijk ook maar zoveel hemden en broeken te strijken en koerskilometers te kijken.
De Batavus bleef staan
Wind uit de hoek van de prinses. Ideaal om een herfst rit naartoe te maken. Beetje open en beetje bossen. Kijken of de herfsttinten er al door komen.
Daar gaat ie
Ik fiets deze ronde graag. Dankzij René ontdekt. De man waarmee ik andere jaren de herfst doorfietste. Bouwend aan onze voorsprong van het komende seizoen. Dat is helaas niet meer zo. Nu bouw ik vooral alleen. Voordeel is dan wel dat ik me wat meer in kan tomen. Dat probeer ik toch. Dus op een niet te zware versnelling trapte ik in de rondte. En zo moeilijk als ik het vond om te vertrekken, zo fijn was het op de fiets. Eerst nog wat fris, maar met het verstrijken van de tijd steeg de temperatuur en kon het helemaal niet beter.
Ik dronk als het moest en at ook bijna iedere herinnering een hap. Helpt ook. Dat is zeker.
Toen ik op pad ging hoopte ik dat de banden die ik van de Chavanel had gehaald niet te erg verdroogt waren en het onderweg zouden begeven. Gelukkig niet. Ook al deden de barstjes in de band niet heel veel goeds vermoeden. Ja R ik moet weer eens wat investeren. Ben bijna zo ver. Maar neem je nu nog snelle bandjes of ga je al voor traag winterrubber? Leg je ze dan al om de Rapids of niet? Zou er niet een tweede wielset klaar moeten staan? Rijd ik gewoon op de weg door? En zo zijn we weer bij de besluiteloosheid aangekomen.
Voorbij de prinses. Het valsplat op been tempo. In Baarn rechtdoor. Waarom niet een bijbelbelt lusje er bij. Spakenburg. Ver van de kerk weggebleven. Door de polder en de brug bij Nijkerk over naar het nieuwe land. Gaatje dichtrijden naar een fietser voor me. Ik kan toch sneller als ik het wil.
Zo toerde ik deze zondagochtend rond. Blij toen ik weer thuis was. Niet omdat het fietsen er op zat, maar omdat ik was gaan fietsen. Vitamine D tanken.
‘S Middag Daniël Oss tweede zien worden op het WK Gravel. Een WK waarin de gravelrijders door de wegprofs overschaduwd werden. Jammer voor de gravelrijders. De wattage duwers deden het, het beste lijkt het.
De overhemden en broeken zijn trouwens gestreken. Daar bleek Parijs – Tours dan weer heel geschikt voor.
Na het verwerken van de harde cijfers, is het tijd om rustig weer te gaan bouwen. Join gaf me donderdag vrij, maar ik vond het toch wel prettig om een stukje te fietsen. Thuiswerken geeft het dat beetje gevoelsmatige vrijheid om niet om 6 uur op een autostoel te kruipen, maar nog op het zadel.
Ik reed een stukje citer een pacemaker aan. Die houdt een vast wattage aan en dan is het de bedoeling dat je daarbij in de buurt blijft. Soms wat lastig bij de klimmetjes omdat je dan snel net te intensief door wil rijden. Maar verder dient het gemak hierbij echt de mens.
Vrijdag goed weer. Wel een heel stevige wind. Join stuurde me op pad voor een lange duurtraining met daarin 2 keer “oplopende sprints”. Iedere sprint duurde langer.
Met de nieuwe wattage grenzen is het weer goed oppassen om binnen de marges te blijven rijden. Bij Join hameren ze erg op wit – zwart trainen. Rustig als het rustig moet en hard als het hard moet. Niet zo veel tijd rond je omslagpunt. Dat wil je het liefste want dan heb je het idee dat je, je best doet en ook nog snel gaat. Het fietsen waar de gemiddelde fietser anders zo vaak in belandt.
Ik ging voor een Ronde Hoep. Zoals hij hoort.
Ronde Hoep
In de richting van de KOM pijl. Schijnt veiliger te zijn gelet op de huizen die er staan. Viel me op dat bijna alle huizen te koop staan. Misschien wel een Boerenaktie.
Onderweg een paar druppels en koude benen. Ik las dat het 18 graden zou worden, maar zo voelde het helemaal niet. Ik had dus beter knie- of beenstukken aangetrokken.
Thuis weer door de 100 heen, zodat, dat doel alvast gehaald is deze maand. De familie is weer tevreden.
‘S Avonds wandelden E en ik over het licht festival van Almere. Niets voor rennersbenen, maar wel mooi om te zien.
Zaterdag. Join gaf me vrij. Ik wilde toch even naar buiten. Rustig rondje fietsen. De buienradar voorspelde veel water op het moment dat ik zou fietsen.
Hollandse luchten
Ik voelde me leeg tijdens het fietsen. Voelde als niets. Daarom echt kort gehouden en over het Spoorbaanpad weer retour. Gelukkig viel de verwachtte neerslag niet op mij. Wel waren de wegen kletsnat. Misschien ook wel de reden dat iets mijn band doorsneed en zo mijn binnenband er uit deed stulpen waardoor deze knalde.
Leeg
Dus zo was ik niet alleen leeg, maar ook mijn band. E stond er op om me op te pikken en die kans liet ik niet voorbij gaan.
Sta je dan bij de Dirk
Net maar wat restanten aan banden bij elkaar gezocht. Die moeten het morgen maar houden. Voor nieuwe kijk ik in de komende week wel. Want ook al heb ik er dan flink de balen van als ik lek rijd, het fietsen is toch wel leuk.
Als je op wattage wil trainen, zoal bijvoorbeeld het beste werkt bij Join, moet je er af en toe aan geloven: een FTP test. Met deze test bepaal je welke inspanning je een uur lang vol kunt houden. Aan de hand van dit getal worden dan de zones bepaald waarin je moet trainen volgens je schema.
Duidelijk.
Gelukkig hoef je om het cijfer te bepalen niet een uur die inspanning te leveren. Met een 20 minuten test kun je door 97% of 95% te nemen van het getal goed bepalen wat jouw FTP is. Lijkt mee te vallen zo’n inspanning van 20 minuten, maar het is verschrikkelijk. Het is dan ook niet iets waar ik naar uit keek en ik moest wel. De laatste keer was in april geweest.
Ik zag er tegen op. Niet alleen op het puffen, hijgen en zweten en de pijn in de benen, maar zeker ook tegen het resultaat. Je wil natuurlijk dat alles beter wordt, maar de eerlijkheid gebied dat ik achteruitgang had verwacht. Als ik bepaalde intervallen moest leveren koste dat wel heel veel moeite. Trainen op de juiste waardes heeft het meeste effect en dan houd je het tenminste ook vol.
De opstelling
Bij Zwift is er een speciale training voor het bepalen van je FTP. Een programma waarin je, je opwarmt, je hart al een aantal keer flink laat kloppen en las dan aan de slag gaat. Dat programma koos ik natuurlijk.
Om er voor te zorgen dat ik het ook zou doen, deed ik het meteen ‘s ochtends. Misschien niet het allerbeste moment, als je systeem nog wakker aan het worden is.
Het was zwaar. Misschien wat te snel gestart. Maar met uiterste inspanning maakte ik mijn 20 minuten vol. Zoals gedacht gebeurde. 8 Watt minder. Nu een FTP van 230. Nog steeds een Watt per kilo die past bij een amper getraind persoon. In één klap 1,8 punt verloren (ruim 9%) van mijn Join score.
Kijk, vergelijk en huiver
Een schrik moment.
Een wake up call.
Gelukkig was Ron H. zo aardig om te zeggen dat in deze tijd van het jaar de ontspanning begint en daarna weer de opbouw dus dat het voor nu allemaal niet zo erg is.
Ik fiets maar verder. Rustiger. Mijn zones zijn immers lager geworden.
Uitkijken naar de volgende test doe ik nog steeds niet.
Een weekend richting Bad Bentheim als je net terug bent van vakantie. Het kan zomaar als je ouders er een huisje hebben gehuurd.
Weersverwachting was herfst. Te herfst, ook al zag het er steeds beter uit voor de vrijdag. Daarom toch de fiets meegenomen en kleding voor één dag. Had ik ook een beetje tijd voor de familie.
We waren er allemaal van overtuigd dat het vrijdag 1 oktober zou zijn en dat dan de 100 kilometer gereden kon worden. Maar september heeft echt 30 dagen en daarom kwamen er in september nog extra kilometers bij en moest ik me op een later moment nog maar eens inspannen voor de 100 van oktober vond E.
Na de Duitse broodjes waar ik me zo op verheugd had ging ik op pad. Ik had vooraf van de mogelijkheid van mijn Strava abonnement gebruik gemaakt om een route voorstel op te zoeken. Ideaal als je zelf geen idee hebt welke kant je het beste op kunt rijden en je er geen moeite mee hebt om je door de kilometers van een ander te laten leiden. Lijdzaam als ik ben geen enkel probleem voor mij.
“Auf geht’s”
Het was fris om het woord koud niet te gebruiken. Een graat of 4 en later bleek het onderweg zelfs maar 2 graden geweest te zijn. De lange mouwen, warme korte broek en kniestukken waren dan ook geen overbodige luxe. Het mutsje bittere noodzaak.
De route van vandaag
De route bracht me eerst dwars door Bad Bentheim, bijna tot aan de burcht. Een klimmetje en ook nog eens over kasseien. Dat kon wat gaan worden. De rest van de route bleek vooral over rustige weggetje, mooie fietswegen, fietspaden en abominabele wandel- fietspad combinaties te lopen. Het laatste was vervelend. Ik denk dat als je de omgeving beter kent deze kunt ontlopen of beter weet of je misschien wel op de weg kunt rijden. Wist ik natuurlijk niet, dus zo hobbelde en slingerde ik over paden die je als wandelaar zelfs nog liever zou ontlopen. Maar andere stukken waren echt schitterend.
Deze weg was een genot
De omgeving gaf me een “oost Nederland” gevoel. Klopt ook wel, want het is maar een paar kilometer over de grens. Afwisselend velden en bossen. Heel veel glooiende wegen. Steeds een half of een heel procentje omhoog of omlaag.
Landweggetjes
De warmte van de zon begon het steeds meer te winnen. Zo werd het van koud nog warm en had ik geluk dat ik precies op deze dag rond kon rijden.
Fietspad
En zo kwam ik na een best vermoeiende rit weer terug. Goed 4 uur op de fiets.
Coureur spelen
Mooie afsluiting van deze maand.
Op naar oktober. Maar nu echt. Van Join heb ik begrepen dat stilstaan achteruitgaan is en nietsdoen helemaal verschrikkelijk is. Dat niets doen moet ik dus maar zien te beperken. Afgelopen week daarvoor ook al mijn best gedaan. Zowel woensdag als donderdag een uur in Zwift gereden. Zo doe je dat. Ook als het wat zelfoverwinning vraagt en je liever voor de eenvoudige weg richting bureaustoel gaat.
Lang geleden dat ik op de fiets zoveel kleren aan had