Voor dat ik vertrek zijn er vaste taferelen. Één die ik in geen geval mag vergeten is het aanzetten van de tracker. Als ik fiets wordt ik in de gaten gehouden. Onze afspraak. Voor mij geen probleem. De Jong was blij geweest als hij hem had aangezet en zo eerder was gevonden na zijn valpartij.
Als je in Torbole bent dan kun je hier niet omheen, als je een paar hoogtemeters wil maken. Dat is de Ballino. Een mooie klim boven Riva del Garda. Iedereen op een fiets hier in de buurt rijdt er wel eens naar boven. Voor de cracks ideaal om inspanningen op te doen, voor gewone stervelingen voldoende uitdaging om naar boven te klauteren.
Uitzicht ter afleiding
Ik trap in een overzichtelijk tempo naar boven. Ik ben meer van plan en wil niet in mijn normale vol trappen en al leeg zijn bij het bereiken van de top.
Blik op het azuur blauwe Lago di Tenno – snel in de beweging genomen
Op de top zet ik uiteraard voet aan de grond.
Pasfoto
Dan door. Een stukje afdalen en beginnen an de beklimming van de Durone. Best wel vervelend om te beklimmen. Maar als je, je maar rustig houdt kom je ook hier boven. Dat houd ik me voor en bewijs ik me ook. De top is er sneller dan gedacht.
Dan bedenken wat te doen. Omkeren? Vandaag niet. Vandaag ga ik verder. Op weg naar de waterval. Hoe vervelend ik de flaking van de Durone ook vind, de beloning na de glooiende weg naar de Waterval maakt alles goed.
Op weg naar de waterval. Zo mogen wegen zijn.
En dan is ie daar.
Perfect punt voor het bijvullen van de bidons. Fris water. Mag ook wel. Het is namelijk flink warm vandaag. Maar liever dit, dan wat anders.
Ik rijd naar Stenico en besluit vandaag niet meteen af te dalen, maar nog een klein klimlusje er bij te doen. Mooie weg en zo krijg ik er nog een paar hoogtemeters bij.
Daarna begint de afdaling. De lange afdaling. Eigenlijk helemaal tot aan het dal waar het Lago di Cavedine ligt. Beloning voor de inspanningen in dit geval, omdat de afdaling goed te doen is.
Op de weg terug probeer ik sommige stukjes nog eens door te zetten. Zo vlot dat het achteraf vlot blijkt te zijn op deze dag. Goed gevoel.
En omdat E dacht dat ik een zwarte helm droeg en iedereen op de foto heeft gezet met zwarte helm en zo helaas mijn eindsprint miste vandaag maar als afsluiting het moment dat ik wegreed. Toch echt met een witte helm op.
Opnieuw geprobeerd een origineel verslag te schrijven. Op Cyclemaniac-c3 wilde dit stukje niet geplaatst worden.
Een onbewaakt moment op kantoor. Ik typ in Google Maps de plaatsen Nößlach en Torbole in en klik op het fiets icoontje. Een route verschijnt. 206 kilometer. Meer dalende dan klimmende hoogtemeters. Ik zie een uitdaging. Ik zie een mooie eerste dag. Ik zie wat ik eigenlijk al eerder ens heb willen doen. Vanaf mijn bureaustoel ziet het er maar wat eenvoudig uit.
E is de moeilijkste niet en zegt allen maar: “ga je dat doen?“ en “mooi!”
In de dagen voor de start van de vakantie vertel ik het een aantal collega’s. De kans om er onderuit te duiken verkleinen. De weersverwachting is niet fantastisch, maar wordt met de dag beter. Grotendeels droog. Dat is het belangrijkste.
In de nacht van vrijdag op zaterdag is dat het allerminst. Het dondert. Het bliksemt. Het regent. Maar wat er nu valt kan er straks niet meer vallen. Hier houd ik me aan vast.
Voor dat we naar het ontbijt vertrekken leg ik mijn spullen klaar. Sinds lange tijd weer eens een ondershirt en mouw stukken. Ook een windbreaker voor de eerste dalende kilometers.
Ondanks dat ik bij het ontbijt twee broodjes en twee sneetjes toast eet, stouw ik mijn zakken vol met eten en zit er ook in mijn bidons voldoende koolhydraten van Maurten. Ik ben niet zo’n stopper voor apfelstrudel en koffie. Zo goed ken ik mezelf wel.
Bij het vertrek is het net boven de 10 graden en staat er een fris windje. De stemming is goed. Ik heb er zin in. Zal het varkentje wel eens even wassen.
E stapt hier in de auto. Me op een afstandje volgend via de Wahoo tracker en af en toe een app-je. Ik weet dat mijn ouders het ook leuk vinden me te volgen op dit soort tochten en stuur ze ook de link.
Al snel is de weg afgezet. In onverstaanbaar dialect wordt door een plaatselijke boer me uitgelegd dat ik het bord moet negeren en alleen goed op moet passen bij “der Schotter Putze”. Zo gezegd zo gedaan. Bleek meer op te moeten passen bij een stel gladde haarspeldbochten in het bos. Glibberend en glijdend hield ik daar “the rubber side down”. Zo slingerde ik onder de Brenner door en klom daarna omhoog naar de grenspost. Waar we anders vanuit de auto naar kijken, daar reed ik nu op mijn fietsje.
Italia!
Het mooie aan de tocht is dat hij voor 97%, schatting van de schrijver, op fietspaden verloopt en voor de rest op heel rustige wegen. Ik was er zeker niet alleen. Hippe mensen met bepakking, mountainbikers, verdwaalde wielrenners en toerfietser in groepen, van alles kwam ik tegen, maar niemand had zin om met me op te fietsen. Veel stukken fietspad verloopt over oude spoorbanen. Soms staan de seinpalen er zelfs nog naast. Zo slinger je soms wat verder weg van de A22 en soms rijd je er pal naast.
Eerste plaats: Sterzing. Bekend bij de A22 rijders als de start van de tolweg.
Een blik op de route naar Bolzano
Een leuke plaats. Hebben we op weg naar Torbole een keer overnacht. Aanrader. Maar niet voor mij vandaag. Ik moet verder. De route bekijkend een lange afdaling. Maar dat was zonder alle stijle klimmetjes gerekend. En zelfs de stijle afdalingen maakten het niet altijd even makkelijk om te rijden.
Volgende punt Brixen. Voorbij aan de Forst brouwerij. De trots van bierdrinkend Süd Tirol. Te industrieel ook al zie ik met een blik in een zijstraat wel de typische sfeer die hier in de plaatsje hangt.
Vanaf hier is de weg bekend. Hier ben ik eerder geweest. Een keer vanuit Tramin an der Weinstraße naartoe gefietst. Ik weet wat me nog te wachten staat. Eerst Chiusa. Nog zo’n typische plek langs de snelweg. Zou een mooie rustpauze zijn, maar ik worstel me dwars door het winkelende publiek door de winkelstraat. Ik maak geen vrienden zo te zien, maar dit is echt de route.
Doorzetten nu. Na wat geslinger kom ik op een mooi lopend fietspad door een aantal goed verlichte tunneltjes. De oude spoorbaan. Op naar Bolzano/Bozen.
Hier reed vroeger een treintje
In Bolzano heb ik me voorgenomen om bij een mij bekende kraan de bidons te vullen. Hard nodig. Op dit punt realiseer ik me dat het nog ongeveer 100 kilometer rijden is. Op zich al meer dan genoeg voor een flinke rit, maar vandaag ben ik pas op de helft.
Water in Bolzano
Doorzetten nu. Lange stukken fietspad. Meer open. Bij Tramin kijk ik kort naar rechts. Blik op de kerktoren. We zien elkaar over een week weer.
Focus is nu op Trento. Niemand om mee samen te fietsen. Wel al vanaf het begin de wind op de kop. Ben ik niet vies van, van een beetje tegenwind, maar een duwtje in de rug was wel lekker geweest. Dat is zeker.
Ik laat Trento achter me en focus me op Rovereto.
Een bord dat ik vervloekte
Bij het zien van dit bord vlak na Trento zakt me de moed wel wat in de koersschoentjes. Het begint zwaar te worden, maar ik weet dat ik doorzet. In Rovereto wil ik de bidons vullen, maar is de bron afgesloten. Een beeld dat je hier vaker ziet. Of het vanwege water tekort of energie is, dat weet ik (nog) niet.
Fiets kunst bij Rovereto
Dan maar door. De slokjes afmeten. Ik laat ook nu namelijk de restaurantjes links en rechts liggen, hoe uitnodigend ze ook zijn. Ik weet dat er bij Loppio nog een mogelijkheid is.
Ik worstel me omhoog bij Mori en rijd dan snakkend door naar Loppio. Wat kun je blij zijn met wat water.
Acqua!!
Ondertussen is mijn Wahoo Element Al een tijdje op zwart gegaan. Bij het echte uitvallen zet ik Strava op mijn iPhone aan. Het steeds aanpassen van de na u gat ie is te veel voor de accu geweest. Zo mis ik wel een stukje op Strava, maar kan ik dat door de foto’s van E toch nog achterhalen.
Na Loppio is er nog een laatste klimmetje de pas over. Deze 15% zijn er voor mij bijna te veel aan. Mijn maag inhoud neemt nog net geen afscheid van me, maar ik ben blij dat het einde nu echt in zicht is. Ook al fiets ik dan geregeld, bij 5 uur begint het plezier wel op te houden. Laat staan na 6 of zelfs 7 uur. Dan komen er pijntjes waar je anders geen last van hebt, in handen, schouders en zitvlees.
Blik op het meer
Maar de eerste blik op het meer maakt zo veel goed. Een beetje Goethe, zoals hij over de pas is gekomen en voor het eerst het meer zag (die Italienreise).
Een laatste verplichte stop
Afdalen naar de Goetheplatz en dan door het dorp naar Mecki’s.
Zout omrand
Ik ben altijd blij om E te zien, maar op een dag als deze waarbij ze op het terras zit met een koud glas cola, is het nog wel meer.
We kunnen nog lachen
Meer dan dit zat er echt niet in. De tank is leeg. Hoe goed ik hem onderweg ook heb proberen aan te vullen.
Papier? Dat neem je natuurlijk meeEen deel van het geheel
Bij de koffie wist ik het zeker. De fiets moest een dag blijven staan en niet voortbewogen worden. Maar wat doet een fietser die een dag niet fietst?
Die fietser wandelt dan wat quality time bij elkaar samen met zijn echtgenote, eet een Berliner bol en leest ook nog eens een alleraardigst boekje ter ere van de start van de Vuelta in Brabant.
Brokeback Mountain in het Brabantse platteland. Prettig geschreven en er komt een fietser in voor.
Maak je één van je meer indrukwekkende fietstochten, stap je de dag daarna met pijnlijke spieren weer de fiets op, schrijf je er niets leesbaars over.
Het zit hem dit keer in het woord “leesbaar”. Geschreven had ik namelijk wel, maar het plaatsen lukte niet. Het geheugen vol van het gratis abonnement. Een weerkerend iets.
Maar nu staan we aan een frisse start en als ik de moed weer heb typ ik vast ook nog wel een stukje over afgelopen zaterdag.