Het trainen met Join doe ik vooral om niet te vervallen in ritten op één tempo waarbij ik mezelf geen prikkels geef en zo niet verbeter, maar uiteindelijk in een soort neergaande spiraal terecht kom… Meer
Blog
Sneeuw dus…
Nederland is bedekt onder een witte deken. Vrouw Holle heeft te actief haar bed geschut. Buiten fietsen is geen optie. Hoe graag ik het ook HD gewild. Eigenlijk snakte ik naar buitenlucht en een flinke duur training. Nu lonkte alleen maar de Wahoo Kickr en de wereld van Zwift. Ik weet dat ik daarin niet de drie uur of meer kan maken als het niet echt moet en het echte moeten heb ik nog niet bereikt.

In Zwift heb ik mijn trainer op ERG mode staan. Inderdaad het is erg, maar het betekend eigenlijk dat het apparaat de weerstand bepaald en beperkt waar nodig. Goed idee? Slecht idee? De meningen zijn verdeeld. Ik heb er nu een reden voor. Allereerst wil ik doen wat ik moet doen in de trainingen als ik binnen rijd en vooral niet veel meer. Maar wat ik ook wil is proberen met een hoger been tempo rijden. Buiten solo ga ik eerder iets minder omwentelingen maken en ik weet dat het maken van omwentelingen juist goed is. Gaat beter op de ERG mode. Makkelijk is het niet. Het is een soort wurggreep. Je moet namelijk de weerstand blijven weerstaan en je kunt niet iets meer of minder trappen. Tot nu heb ik het idee dat het effect heeft en ga ik er dus nog mee verder. Wat lastig is, is dat Strava deze ritten niet upload. Moet ik doen met een omweg. Moet er namelijk wel opkomen, want als het niet op Strava staat is het niet gebeurd.
Goede voornemensdag
Het was lang stil. Heel lang. Stil op dit blog. Echt stil was het niet. Rustig zeker niet. Regelmatig trapte ik mijn kilometers weg. Opvallend veel naar het einde van het jaar toe. Getopt door de jaarlijkse Festive 500 die ik ook dit jaar weer in de eerste 5 dagen wegtrapte. Maar het rijden van die kilometers in hoeveel dagen ook in die periode is meer dan uitdaging op zich en ik ben het eens met degenen die zeggen dat het veel meer rijden van kilometers in die periode is eigenlijk niet goed voor de uitdaging.

Het zelfde is met het verkleinen met een -je achter een gereden ronde . De kriebels krijg ik er van.
Regelmaat kwam ook door mijn EY LEAD doel, opgelegd door een zelf fietsende partner, om iedere woensdag te fietsen. Pik ik zomaar mee als extra moment.
Zo eindigde ik 2025 met opvallend genoeg nog ongeveer 9750 kilometer op de teller en nu sta ik aan het begin van 2026 en staat de teller weer op 0. Niet helemaal waar want ik heb al twee uur op de Kickr gezeten. Het bijzondere is dat ik het idee heb dat wat ik heb gereden niet meer mee telt, maar dat slaat natuurlijk nergens op.
Het begin is ook weer tijd voor een begin. Op mijn dagelijkse blik op de Wieler scheurkalender zag ik dat 3 januari de dag van de goede voornemens is. Mooie dag om de plannen te smeden en te bedenken wat ik wil. Ik ga hier weer updates geven van wat ik doe. Dat is alvast voornemen 1. Al is het maar om mijn eigen gedachten op een rij te zetten.

Vol moed
Het weekend begon wat stroef. Geen huis in Putten om naartoe te fietsen. Geen Veluwe om overheen te fietsen. Wel een koffiegesprek om na te denken over 2026.
Zaterdag stapte ik wel op de fiets. Met in het achterhoofd de mogelijkheid om ‘s middag nog iets te kunnen doen reed ik weg. Het voelde lekker. Ondanks dat de polder weer een potentiële modderpoel is met alle tractoren die in de rondte rijden met al hun oogst, waarbij ze nogal wat grond op de weg achterlaten. Gelukkig was het droog en waren de plakkaten meer kasseien dan glijpartijen.

Ik fietste de luchthaven rond zoals ik dat op het moment het leukste vind. Zag dat ik vanaf 20 oktober niet door het Kotterbos kan. Hopelijk gaan ze er een mooie gladde weg van maken en zijn daarna alle scheuren weer voor een tijd verdwenen.
Precies goed. Een goede twee uur trappen. Goed gevoel er bij. De middag werd vooral besteed aan de Ronde van Lombardije. Als de bladeren vallen moet je wel kijken naar de Ronde van de vallende bladeren.
Zondag. Er staat een grotere ronde op het programma. Goed weer en daarom ideaal voor de maandelijkse 100 die ik altijd graag afvink voor de Strava statistieken. Ik vertrek na de twee witte bolletjes en de broodnodige espresso om op gang te komen. Ik heb er best zin in. Overrule de JOIN training door een andere JOIN training. Dat kan ook. Ik rijd weg. Na gisteren gemerkt te hebben dat ik nog niet meer dan een zomer ondershirt moet dragen onder het lange mouwen shirt en dat kniestukken nog lang genoeg zijn weet ik wat ik aan moet hebben. Als ik een beetje mijn best doen krijg ik het warm genoeg. Zweet druppelt later in de rit van mijn helm. Warm genoeg.

Ik kies voor een ronde boven langs de polder. Een ronde waar alles in zit. Typisch polder lang en recht, open stukken, bos, een paar klimmende meters, dijken, water, af en toe een bocht en ook nog een strook die ik als kasseien categoriseer. Dat allemaal met onderweg maar twee verkeerslichten. Dat vind je niet overal.

Ik fiets. Ik fiets met wat meer wattage dan dat gepland is. Ik heb er voor vandaag lak aan. Ik wil mijn benen voelen branden. Mijn longen horen piepen. Het mag zo aan het einde van het seizoen nog een keer pijn doen. Dat doet het aan het einde zeker. Er rijd een fietser voor me die ik probeer bij te halen en ik heb het vermoeden dat hij me voor probeert te blijven. Ik ben er zeker van als ik hem, vlak voor dat ik afsla en bijna heb bijgehaald, zie stoppen en over zijn stuur zie gaan hangen. Leeg gereden.
Voor mij was het op dit moment ook goed geweest. Ik had eerlijkheidshalve onderweg al een paar keer mijn benen stil gehouden om de spanning er van af te halen.

Weer zo’n goed gevoel. Iets minder goed omdat als er een Join training op mijn Wahoo loopt ik niet herinnerd word aan mijn drink en eet momenten en dan vergeet ik er wel eens een. Of twee. Of drie. Of meer.

Thuis word ik met open armen ontvangen. Gelukkig maar. Want ik was alleen nog maar dorstig en hongerig en tot veel meer in staat dan het WK gravel kijken. Ook met een krom stuur, dus moest ik wel kijken.
Zoveel geluk kun je hebben
Mijn ouders plannen perfect een verblijf in Putten waardoor E en ik twee lange weekenden in Putten kunnen verblijven.
Een bijna te late afspraak op donderdag, maar vroeg genoeg afgelopen om op de fiets richting Putten te rijden. Gelukkig is de brug niet afgesloten voor fietsers bij het langdurige onderhoud en kan ik er gewoon over. De wel heel krachtige wind is niet krachtig genoeg om mijn motivatie tegen te houden. Ik heb er zin in en ga. Benen voelen goed en ik merk dat ik conditie heb meegenomen vanuit Italië. De cijfers laten het dan misschien niet allemaal zo zien, maar de benen voelen echt goed aan.

Vrijdag is voor het gezin. Ook dat hoort er bij en met de extra ronde op donderdag voel ik me toch als spekkoper. Geen bezoek aan Amersfoort is goed zonder een oog op alles dat fiets is:

En voor de liefhebbers een stevig stuk appeltaart.

Op zaterdag is het andere koek. Ik heb niet heel veel zin om op te stappen, maar weet net zo goed dat als ik niet ga de spijt nog heel veel groter is dan het gebrek aan zin. De gebrek aan zin die na drie trappen weg is. Heerlijk. Route op mijn Wahoo en gaan. De route gaat richting Radio Kootwijk, maar niet over wegen die ik zo ken.

Het is genieten. Zelfs al is het best fris. Ik rijd met kniestukken en lange mouwen. De zomer is nu echt voorbij. De herfst is er.
De route is heel mooi. Slingerend tussen velden, over fietspaden, over landelijke wegen. Er wordt zelfs geklommen. Ik ben tevreden. Zelfs op het moment dat ik over een kilometers lang gravel pad wordt gestuurd, waarbij de gravel fietsen me tegemoet reden. Mijn 28 milimter banden deden het hier goed genoeg. “Goois” gravel op de Veluwe. Vriend R zou trots zijn dat ik me hier niet door liet weerhouden.

Laatste kilometers door het bos en best moe, maar vooral voldaan kwam ik weer thuis aan. Niet wetend dat we later in de avond nog met E richting het ziekenhuis mochten gaan. Niets ergs achteraf, maar beter liever het zeker voor het onzekere. Het leek namelijk wel heel erg op bloedvergiftiging.
Op zondag kon ik nog een keer in de herhaling, maar had ik geen zin in precies de herhaling. Ik had gezien dat ik bijna de 7000 hoogte meters die ik net niet had gehaald in Italië nog zou kunnen halen. Toch leuk als het zou lukken.
Nieuwe route op de Wahoo en daar ging ik weer. Aan het begin heel fris, maar het werd snel veel beter. Heel veel beter. Kwam in de buurt van het Kroller Moller museum, de echte Hoge Veluwe. Dus ook een paar hoogte meters. Genoeg voor het doel. Weer voelde het goed. Ik weet nu de ondergrens bij Join die fietsen van lijden meer genieten als wielrenner laat worden. Daar moet ik dus boven zitten wil het leuk zijn.

Op de Veluwe is het mooi rijden. Wist ik natuurlijk al en werd nog maar eens bevestigd.
En wat werd er eigenlijk in de middagen gedaan? Natuurlijk WK gekeken. Zaterdag de vrouwen en zondag de mannen. Vaste prik.
Balans, grens, Giro d’Italia en Monte Velo
We waren samen naar de voet van de Monte Velo gelopen. Was dat leuk, legde dat de basis of legde dat een zenuw blood. De Monte Velo of St. Barbara klim is een bekende in de omgeving van Arco. Een klim die behoord tot de mythische van Trentino. Zo’n klim die je gereden wil hebben. Zo’n klim die daarna in gedachten lang niet zo zwaar meer is als wanneer je er tegenop probeert te fietsen.
Het is dinsdag. Ik ben klaar om te gaan fietsen. E heeft me verwend met een vers broodje van de bakker en een favoriet broodje “con crema”. Een Italiaans ontbijt zoals ik dat graag eet. Na zo’n leuke tocht samen de dag er voor vind ik het lastig om er alleen op uit te gaan, maar het kriebelt ook weer om te gaan fietsen. Wat ga ik doen? Een ronde over de Ballino? Of durf ik het aan om tegen de Monte Velo op te gaan rijden. De weg die geen uitweg kent en alleen maar een weg omhoog of de weg van de schaamte terug omlaag over de weg die je geprobeerd hebt op te rijden.
Ik ga de uitdaging aan. Doe een gilet in mijn achterzak voor de afdaling, zet mijn nieuwe bril op, steek een paar gels in mijn achterzak en begin te rijden. Het eerste deel zoals we gelopen zijn en dan begint de weg nog meer op te lopen.

Mijn Wahoo heeft voor het eerste deel angstvallig veel rood aan. Hoe roder hoe zwaarder. Hierna is het nog verder klimmen naar de uiteindelijk top weet ik.
Verstand uit.
Blik op uit eindig.
Trappen maar.
Ik heb de 36 tandjes achter niet voor niets.
Er zijn jaren geweest dat ik niet gedurfd heb.
Ik hoef mijn laatste kransje niet schoon te houden.
Denk aan je balans.
Een grens is er om te overschrijden.
Ik kan het.

Op de weg staan leuzen gekalkt. Moedigen lokale held Eduardo Zambanini aan. Zamba la Gamba (dijen). Verder wordt Gaza een hart onder de riem gestoken. Gelukkig staan hier geen wild zwaaiende lieden langs de weg die me doorfietsen onmogelijk maken.
Ik ploeter.
De bordjes langs de kant van de weg geven weinig moed. Die die niet gestolen zijn geven kilometers aan met gemiddelde stijgingspercentages van 9,9 en 9,2%.
Wandelen is misschien sneller.
Wandelen is geen fietsen.
Ik word drie keer ingehaald door renners op racefietsen. Ik wordt twee keer ingehaald door elektrische MTBs. Het gemak waarmee dat gaat neemt al het ontzag voor een ieder die sportief bezig is weg. Ik haal één man op een racefiets in. Die stapt pardoes af als ik voorbij kruip. Ben ik de grens van wat toelaatbaar is om te blijven fietsen. Mijn geest dwaalt af. Ik probeer 43 niet door 19 te delen, maar houd me vooral bezig met dit soort filosofische gedachten.
Ik fiets voorbij de Deense bocht op de berg.

Als je nog kunt praten, kun je ook sneller fietsen. Hoe zit dat als je nog kunt fotograferen.
Ik gebruik de buitenbochten om zo vlak mogelijk te rijden. De spinning lessen René komen boven. “Pak de binnenbocht, dan neem je de kortste weg”. René kan de boom in. Die binnenbochten zijn nog steiler en dan ben ik pas echt bang stil te vallen.

De Monte Velo. Natuurlijk een aantal bochten verder dan je herinnert dat het bord verschijnt. Het is hier werkelijk schitterend. Wat maakt dit veel goed.
Jammer van de motoren die af en toe laten zien hoe goed ze kunnen optrekken en de verdwaalde Nederlander in een auto. Ik ben al blij geen caravan tegen te komen. “We zijn er bijna”, ik ben er ook bijna, maar krijgt nog een paar zware kilometers om te overbruggen.
De haarspeldbochten volgen elkaar op. De weg is smal. Helpt allemaal mee om door te hebben dat het stijl is en om focus punten te hebben. Van bocht naar bochten en dan iets de druk van de benen. Af en toe staan. Een weg die te breed is geeft het idee veel vlakker te zijn dan deze eigenlijk is. Hier lijkt het zo stijl als het is.

De pas is bereikt. Doorrijden tot een het bord en het vlaggetje op mijn Wahoo dat ook bevestigd dat de finish is bereikt.
Een foto op de top.

Het bewijs van de gereden hoogte meters. Vooral niet denken in kilometers. Daar vooral niet in en aan denken.
De afdaling begint. Ik verwacht dat het snel warmer zal worden en laat mijn gilet in mijn achterzak. Hoe vaak moet je het koud krijgen in een afdaling wil je de moeite nemen om het aan te trekken. Vast vaak. Mijn bezwete lichaam koelt hard af. Ik krijg het koud, maar neem niet de moeite om te stoppen. Ik laat me doorrollen naar beneden. Beheerst. Voorzichtig. Remmend. Bochten nemend. Veelal goed wegdek. Dat gelukkig wel.
Van Loppio, naar Nago, naar Torbole.

Nog een snelle blik op het meer voor dat ik naar de Goethe Platz afdaal. Misschien de laatste blik op het meer dit jaar. Het blijft een magnefiek gezicht.
Naast Mecki’s draai ik het fietspad op voor de laatste paar kilometers naar Arco.

De mogelijkheid nog 5 kilometer te kunnen uitrijden bevalt me goed. Precies wat ik kan gebruiken om mijn benen weer op orde te krijgen.
De hele rit gaat een tekst van Daniel Lohues door mijn hoofd. Niet het verwachte “op fietse”, maar “Angst is mar vuer eben, spied is vuer altied”.
Moet ik misschien maar op mijn bovenhuis laten zetten.
Hoog boven Arco
Wat kreeg ik het te horen toen ik een dag zonder fiets eenvoudig samenvatte met één foto. Alsof er verder niets was gebeurt. Maar ik schrijf hier geen reisverslag, maar over wat ik meemaak op en rond de fiets en als dat stilstaat is er verder niets.
Dus ook mijn maandag zou ik eenvoudig kunnen samenvatten met één foto:

Maar dat doe ik niet, want wat we ondernomen hebben vond zelfs mijn iWatch een sportieve prestatie. E was er al naar boven gelopen en vond het uitdagend. Ik wist wat mij te wachten zou staan bij het horen van die woorden. Als je kiest voor een bezigheid waar je voeten vastgeklikt zitten zodat ze niet ongecoördineerd alle kanten op kunnen schieten, is lopen over stijle paden, losliggende stenen en ongelijke treden meer dan een uitdaging. Maar hier was niet alleen de weg het doel, maar zeker ook het beloofde uitzicht.

Wat werden we beloond. Het kasteel, of de restanten daarvan, die ik dagelijks vanaf het terras zie liggen is een bezoek waard. Zelfs als daarbij het zweet van je hoofd af druipt op de weg er naar toe.

Tot zover het niet fietsende fysieke. In de middag stond er nog een stuk niet fysiek fietsend op het programma. Een bezoek aan Rinaldo van Mecki’s. Rinaldo heeft een bijzondere eiwit ziekte waarbij deze zich afzetten op hart en lever, maar die door een kostbaar medicijn stopgezet wordt. Doe daar een leeftijd van 79 bij, overgiet dat met Italiaans drama en laat hem ook nog eens niet meer op zijn racefiets kunnen zitten en de stemming is gezet. Een elektrische gewone fiets met lage instap, waarmee je net 10 kilometer weet te fietsen omdat de kracht je ontbreekt is niet hetzelfde en als dan de Vuelta de koers is waar je naar moet kijken dan wordt je niet heel veel vrolijker.
Ivan kwam de stemming verhogen. Toen kwamen de verhalen over de Porsche experience die Rinaldo laatst had gereden, waarin hij nog uit wist te blinken in het racen op sneeuw. Toen kwamen de verhalen over Pellizzari, een uiterst aardige jongen, en de belevenissen afgelopen winter met Gassagrande die ze al kennen sinds de jeugd categorieën. Fietsen heeft wat last van inteelt, want zo is de dochter van ook weer de vriendin van en zo verder.
Met Ivan ook een aardig gesprek gehad of het nou fijner of minder fijn is als talent je basis is. Talent zorgt ook voor een herinnering aan betere tijden en als die tijden er niet meer zijn dan valt het tegen. Kijk naar je balans en zorg dat je naar een tevreden punt van balans komt. Klinkt wat zweverig, maar er zit wel wat in. Hoeveel gelukkiger word je als je een ronde fiets waar je drie uur en vijftig minuten over doet en je helemaal leeg rijdt in vergelijking tot vier uur en twintig, stopt voor een cappuccino, een foto maakt op de toppen en nog een keer naar het uitzicht kijkt. Het is anders dan wanneer je prof bent en er twee uur over doet. Ook al snap ik dat een eigen record, ook al is dat drie uur vijftig ook heel mooi kan zijn. En ik weet dat Ivan ook nog geregeld de snelheid opzoekt. Al is het maar bergaf.
Zo zagen we dit span vandaag nog eens en kreeg de dag toch een toef koers en wielrennerij.
Naar Terlago en ook weer terug
Het gebied aan de noordkant van het Gardameer kent kleine schatten. Van die stekken die je echt moet kennen om er terecht te komen. Niet de winkelcentra aan de zuidkant. Niet de grote campings. Niet de pretparken. Het is de beklimming waar je onverwachts voor af moet slaan in een dorp, waarbij je het idee hebt nergens naartoe te gaan. Dat deed ik dus maar weer eens op zondag.
Maar ook deze weg kent een aanlooproute. Een bekende. Ik klim eerst richting het Lago Di Cavendine en kom daar voorbij een kindertoernooi Tamborino of Tamburello gespeeld werd. Een soort tennis zonder racket maar met een tamboerijn zonder belletjes er aan. Wie heeft er padel nodig als je iets oorspronkelijks kunt doen.

Ik fiets door. Naar de burcht van Drena en verder de pas op. Ik probeer iets meer kracht te geven. Dit wordt later bevestigd door mijn wattages. Bouwen en schaven aan mijn conditie. ik transfer als een dolle. Het is benauwd warm. Mijn shirt kleurt donkerder en donkerder.

Ik eet iets en duik dan de afdaling in. Voor alle zekerheid heb ik mijn body aangetrokken om de ergste afkoeling tegen te gaan. Ik suis naar beneden. Wordt opgehouden door verkeerslichten en werk aan de weg, maar heb de smaak te pakken. Balen dat er een korte tegen klim is voordat ik in het dorp kom. Daar trek ik snel mijn body weer uit. Wat nu gaat komen is een lastige klim. Maar hoe lastig deze ook is, de omgeving en het uitzicht maakt zo veel goed. Een parel in het achterland. Ook hier herinner ik me de kilometers met R en de worsteling achter Rinaldo’s opgevoerde elektrische fiets, waarbij ik vooral bergaf het niet leuk had en twee keer lek reed in de tijd van de velgremmen op Carbon velgen.

De weg slingers omhoog. Ik word voorbij gereden. Doe maar, denk ik. Ik zit in mijn eigen wereld. Zo druk als ik me vanochtend maakte, zo kalm ben ik nu. Onthouden. Zo goed is dat trappen op de pedalen dus.

Na al dat geklim komt dalen, gevold door nog meer klimmen. Soms van dat gemene waarbij je niet weet of een tand lichter de beste oplossing is, soms het hele duidelijke waarbij stilstaan vast en zeker tot terugrollen zal leiden. Worstelen en boven komen. Een provincie zou er haar tagline van kunnen maken.
Nu gaat het echt bergafwaarts. Over een nieuw aangelegd fietspad, dat over gaat in een oude weg met onduidelijke wegaanduiding waardoor ik bij het Lago Di Toblino uit kom. Hier wilde ik niet rijden, maar rijd ik nu wel, dus trap ik maar wat steviger door.
Op naar de bekende weg en de slingers door het bos. Ik krijg het onder de knie. Oefening baart kunst. Ook met tegenwind schaaf ik een paar seconden van mijn beste tijden af. Alles op niveau.

Vanuit het appartement fotografeert E me als ik de rotonde rondt. Beter kun je niet opgewacht worden.

De beperkte kilometers met vele uren blijven een schril contrast met de polder kilometers. Wen er maar aan en leg je kop er maar bij, hoor ik E in gedachten zeggen.
Als toegift wandelen we ‘s middags nog naar de voet van de Monte Velo. Uit balorigheid zet ik ook deze wandeling op Strava.
Dit was mijn zaterdag

Niet trappen.
Ontspanning
Na de toch wel inspannende rit richting Bolzano en dreigende luchten boven de bergen was het vandaag weer tijd voor een ronde Cavedine. Zou wel genoeg zijn.
Ik vertrok en het viel me alles mee hoe mijn benen, handen, armen en zitvlees aanvoelden. Had ik niet verwacht en gaf een goed gevoel. Lekker fietsen dus maar Join had geen opgave voor me en ik had geen nadere dan dit.

Al snel kwam ik iemand op een klassieke Colnago C59 tegen. Zo’n blauwe met vierkante buizen. Of is dat een nog eerder model. Nog met de klassieke Look pedalen zoals Bernard Hinault ze ooit geïntroduceerd heeft en die ik ooit heb weten af te breken in de duinen bij Schoorl. Helaas had hij geen zin om met me te fietsen. Kwam hem later zelfs nog tegen toen ik terug fietste en hij nog heen.

Terug weer slingeren over het fietspad en op het punt dat ik Dro in reed kwamen er net twee doorrijdende renners aan. Gezelschap richting Arco. Zou het echt?
Ik sloot aan en in gestrekte draf reden we de lichte stijging naar de bron en de kogel. Het laatste stuk nam ik over en trok ik door de afdaling in tot de bocht naar het fietspad. Remmen en aanzetten, klonk R in mijn hoofd. Zo geschiede en dat was het laatste dat ik van mijn gezelschap zag. Dan ook maar vlakke lander blijven spelen en doorgaan. Snelheid. Wielrenner spelen. Net alsof.
Zo kwam ik thuis en bleek maar weer dat je ook van ongeveer 90 minuten fietsen heel veel genoegdoening kan hebben. Ik had.
Op date in Bolzano
Het niet drie cijfers halen bij mijn fietsrondes begon te knagen. De zin bij ons twee om naar Bolzano te gaan net zo. Ook in Italië blikt één plus één twee te zijn, zelf als dat uno più uno fa duo is. We gingen naar Bolzano. Ik op de fiets en E met de auto. Afspraak op het Piazza Walther. Via de nieuwe tunnel de parkeergarage in.
Voor mij een redelijke uitdaging. Weer eens meer kilometers. Vanuit Torbole het altijd uitdagende klimwerk naar Nago. Vanuit Rovereto de hele weg licht oplopend naar Bolzano, de rivier stroomt niet voor niets de andere kant op. Maar bovendien ook wat ik me niet zo had gerealiseerd, het grootste deel van de rit wind tegen, omdat in deze omgeving normaal gesproken de wind ‘‘s ochtends uit het noorden komt en ‘s middags uit het zuiden.

Ik ging iets na 8 uur op pad. Het fietspad richting Torbole was nog redelijk leeg en lag nog in de schaduw. De rest van de dag zou ik nog meer dan genoeg zon te zien krijgen en ik ben niet zo Italiaans dat ik voor de eerste kilometers een Jack aantrek. Want inderdaad de eerste winterkleding ben ik al weer tegen gekomen.
Ik heb ook de eer om voor Mecki’s over de nieuwe brug te rijden. De bestaande heeft een breed fietspad er bij gekregen. Redelijk onzinnig. Of verkwisting. Kies maar uit.

Vanaf het Goethe Platz, klim ik naar boven. Ik beheers me. Draai in mijn lichte versnelling naar boven. Ik weet dat ik nog een stuk moet en wil niet al na een paar kilometer mijn hele kruid verschoten hebben. Ondanks de beheersing is het een aardige opgave. Klimmen als ontbijt. Geef mij maar iets anders op mijn bord.

Naar beneden. Mori, Rovereto en het fietspad op. Nog 85 kilometer, zo schat ik in.

Ik trap en ik trap. Ik haal mensen in. Maar ze hebben geen zin om met me te fietsen. Nog eerlijker ze hebben geen zin om me uit de wind te zetten.
Ik kom in de buurt van Trento. Moet er nu zo’n 40 kilometer op hebben zitten. Haal twee goed uitziende fietsers in met wat lichte bagage. Zelfde liedje. Eén wil wel, maar voor de ander gaat het te snel. Ik ben op bekend terrein en volg de in mijn Wahoo ingegeven route niet, maar rijd wat ik ken. Slinger onder de A22 door en langs een gevangenis. Ik fiets en ik fiets en zie na een tijd de twee fietsers met bagage weer voor me. Er was dus een kortere route, want sneller zijn ze niet gaan rijden.
Ik duw voort. De wind blaast nog in het nadeel, maar zo bang als ik ben voor iedere meter die stijgt, zo goed voel ik me in de wind. Maar niet zo goed als een vrouwelijke prof die me inhaalt.

Dat is andere koek, net als haar maatje rijden ze in snel pak. Helaas kan ik geen naam op haar frame ontdekken, maar als het een lokale grootsheid is, dan zou het wel eens de nummer twee van de afgelopen Parijs – Roubaix geweest kunnen zijn: Letizia Borghesi. Wie gaat het controleren. Kan me mooi een stuk verschuilen. Wat me al vaker opvalt bij profrijders is het been tempo en hoe vaak ze schakelen. Steeds op zoek naar een lekkerdere versnelling. Ik maak er maar een foto van. Zelfs nu het een paar kilometer per uur sneller gaat is het een stuk eenvoudiger zo in het wiel.
Helaas draaien ze af en mag ik alleen verder. Ik bedank ze maar wel, zo hoort het toch, Nog bekender wordt het als ik links Tramin zie liggen. Nu is het niet ver meer en begint het ook wel dat prima te worden dat het niet ver meer is. Het begint lastiger te worden.

Maar in deze omgeving doet de omgeving veel. Zon er bij en weten dat op het plein E staat te wachten nog veel meer.
Het laatste stuk door Bolzano in de parken extra goed opletten. Er is meer verkeer onderweg en niet iedereen blijkt even behendig.

De kilometers zitten er op. Flink doorgereden. Join geeft me alvast vrij voor de volgende dag.

De reserves vul ik weer aan bij onze favoriete koffietent. Kun je ook lekker lunchen, maar vandaag hadden ze niet naar mijn gading. E kocht daarom maar de hele taartenvitrine voor me leeg.

Moe en voldaan. Zo kan ik het gevoel het beste omschrijven waarmee ik later door de stad stapte. Naast wat stijf. Want slenteren in een stad na net je best gedaan te hebben op een fiets is best uitdagend.
Helemaal af werd de dag met en pizza toen we weer terug in Arco waren. Alle vermoeienissen waren toen al lang weer vergeten. Ook al probeerden mijn benen me er nog af en toe aan te herinneren.
