Blog

Zo’n dag

Misschien ken je het niet. Zo’n dag die begint en om de een of andere reden hangt er een gevoel van chagrijn over heen. Bij mij. Reden? Kan hem niet echt bedenken. De zon schijnt. Ik heb alle tijd. De fiets staat te blinken. Ketting heeft de avond er voor nog een drupje Secret Chain Wax van SILCA gekregen. Er zijn nog genoeg Amacx gels en repen. Goed geslapen. Maar toch. Het voelt zo.

Ik schuif het aan de kant en ga fietsen. Helpt de eerste kilometers niet. Er rijdt iemand die het tempo voor me aangeeft en dat is niet precies het type waarbij ik het idee heb dat het een topfietser is. Rugzakje. Fiets niet echt schoon. Haren op de benen. Telefoon en Garmin op zijn stuur. Maar ondertussen wel met 33 tegen de wind in. Ik volg. De klaagzang gaat verder. Voel me niet best. De benen willen eigenlijk wel, maar de rest niet.

In Arco ben ik weer alleen. Door naar Dro. Door naar Cavedine. Daar haalt hij me weer in en later op als we berg af gaan. Wie had dat gedacht. Een vrachtwagentje, bijzonder woord maar voor kleine vracht, hangt achter hem en ik kan er niet voorbij. Daarna laat ik hem definitief achter.

Bij de cementfabriek wint mijn eergevoel het van mijn gemakkelijke aard. Ik sla af en ga de klim op. Een onding met een deel aangegeven 11% en een deel 12%. Vind ik om af te rijden al niet echt leuk, laat staan omhoog. Mij Wahoo geeft een heel donker rood aan als stijging. Ik kies mijn tempo en begin te rijden. Eerste deel best wel prima. Het vlakt iets af en ik schakel een paar tandjes bij. Het stijlere deel. Ik schakel weer lichter en ga verder. Lichtste versnelling. Best zwaar. Ik bedenk me dat blijkbaar 1% en een stukje eerder klimmen veel voor mijn benen betekenen. Ik rijd het laatste deel langzaam trappend naar boven. Kijk aan het einde nog eens naar mijn cassette. Waar ik dacht op mijn lichtste versnelling geschakeld te hebben lag de ketting nog veel meer in het midden. Ik begrijp nu veel beter dat het zwaar ging.

Als ik hier nu toch ben, pak ik ook nog maar het lusje richting de andere Lago’s mee. Nog een verdacht klimmetje, maar met schitterende vergezichten richting uiteindelijk het Gardameer.

Deel van de klim
Heel in de verte ligt het Garda meer. Dichterbij een klein meertje (Toblino?j

Hier ben ik wel zo verstandig om beter gebruik te maken van mijn versnellingen. Als doende leert men.

Ik begin aan mijn weg terug, best goed getimed want ik pak nog een stukje wind mee. Dan wil het wel vlotten. Ik neem min of meer de zelfde weg terug. Dus wat ik eerst geklommen heb daal ik nu af. Maar ook andersom. Dan merk je pas hoeveel klimmetjes er onderweg nog te nemen zijn. De laatste weg vanaf het Lagi di Cavedine blijft een kuitenbijter. Met goede benen een stukje om staand door te sleuren. Met mindere om je helemaal de vernieling in te draaien. Vandaag zit het gevoel er tussenin.

Zo ga ik huiswaarts. De overige fietspad gebruikers zo netjes mogelijk omzeilend. Dat betekend dat je soms praktisch stil staat achter wandelaar of een groep fietsers en soms lekker door kunt rijden.

Ben blij weer thuis te zijn, ben net zo blij dat ik er vandaag meer heb uit weten te halen dan een klassiek Cavedine rondje.

Tijd voor rust, een boek n spaghetti.

Dat laatste dan wel in de vorm van ijs.

Dit had ik niet verwacht

We hebben hier in Italië te maken met wat we heel vriendelijk “wisselend weer” zouden kunnen noemen. Zo ook vandaag. Halverwege de dag zou het gaan veranderen van heel goed naar heel erg slecht. Neerslag die bijna niet meer in millimeters, maar in de timers gemeten moet gaan worden. Typisch weer voor een boek en als je naar buiten wilt om dat toch vooral in de ochtend te doen.

Daar kozen we dus maar voor. E uiteraard voor de benenwagen en ik voor mijn ros. Join, dat ik op de achtergrond nog laat meelopen, maar waarvan ik de trainingen even heb laten lopen, gaf aan dat ik na gisteren onmogelijk hersteld kon zijn. Zo voelde het eigenlijk niet, maar ik zou het voorzichtig aan doen.

Na de eerste paar trappen liet ik dat varen. Gevoel boven cijfers. Ik koos voor het niveau van lekker trappen. Onder de grens blijven dat het zeer ging doen, maar wel een beetje duwen.

Zo reed ik naar het Lago di Cavedine. Hevig zwetend. Het was namelijk nogal benauwd. Een vooraankondiging van de hoeveelheid vocht die in de lucht zit.

Maar het fijne is dat het nog steeds prima weer voor kort – kort is. Dus geen gehannes nog met been- en armstukken of zelfs jasjes.

Een hele fijne rit zo op de zondagochtend. Niets extreems. Niet in kilometers. Niet in prestaties. Maar zoals fietsen soms kan zijn. Dat je blaakt van de motivatie. Bijzonder hoe dat kan werken. Join zat er helemaal naast. Maar daarom is dit voor een deel ook het gevoel en of ik klaar was geweest voor een harde training met extra hoogtemeters is maar zeer de vraag. Met al dat gefiets klimt mijn conditie langzaam maar zeker wel weer uit haar dal.

Als kers op de taart, gingen we voor een ijsje in Mori, bij Bologna. Als je het kent weet je dat dit meer dan verwennerij is. De bloemetjes van mijn ouders buiten zetten.

Ik kan hier alleen maar onder zetten op deze zondag: En hij zag dat het goed was.

De rest van de dag werd het vuil van de straten gespoeld. Terwijl ik dit typ gebeurt dit nog steeds. Wat een water kan er hier vallen. Het tekort in het meer zal al lang en breed aangevuld zijn inmiddels.

Een moetje

Het klinkt wat overtrokken, maar een beetje een moetje is het wel. Een moetje dat je graag wilt. Is dat dan een “willetje”?

Als we in Torbole zijn wil ik altijd een keer bij de waterval voorbij rijden. Als je daar een keer geweest bent weet je dat het de moeite waard is. Het mooiste als je het via een Durone ronde rijdt, omdat hij dan bijna onverwachts om de hoek op duikt, maar ook uitdagend om er naar toe te klimmen vanuit Comano Terme. Een bij vlagen serieus stijle klim. Met daarbij de opmerking: voor mij toch zeker. Ik heb geen moeite met het afzwakken van eigen kunnen, hoe zeer het E toch tegen staat. Laten we het methode Roglic noemen. De dag voor de tijdrit zegt hij: “ik een tijdrijder”, als voormalig olympisch kampioen. Na het winnen van een bergrit zei hij: “ik ben geen klimmer, maar een tijdrijder”. In de schaduw van Roglic sta ik uiteraard niet, maar op mijn niveau bezig ik graag zijn methode.

Zo begin ik vandaag met de Ballino. Op een niet te snuggere manier, zal ik eerlijk toegeven. De afgelopen twee keer vanaf deze kant was ik niet te vlot naar boven gereden. Snapte ik helemaal. Om de een of andere reden wilde ik nu wat sneller gaan. Lukte ook, dus zwaar bezweten kwam ik boven. Aardig wat energie op de berg achter gelaten.

Als je dan een beetje nadenkt en bedenkt dat je nog wat hoogtemeters op de route hebt liggen, moet je natuurlijk eerst sparen en er zo voor zorgen dat je later op het traject nog de nodige energie over hebt. Theoretisch beter, maar dit was toch ook wel leuk.

De klim begon. Het begin is serieus stijl. Ik trappel wat op mijn lichtste versnelling. De zon staat hier aardig te branden op de open stukken. Ik krijg een “complimenti” van een wandelaar. Ik rijd rustig verder. Stenico komt dichterbij. Een elektrische MTB gaat me voorbij.

De waterval. Ik vul mijn bidon en ga verder.

Zo scheef voelde de horizon

Een blik naar het dal. Deze klim zit een stuk zwaarder in mijn hoofd dan hij in werkelijkheid is. Na een eerste afdaling sla ik linksaf. Naar San Lorenzo. Een gemeen stukje omhoog. Een stel haarspeldbochten. Gravelrijders die het eerst niet leuk vinden dat ik ze voorbij rijd en me dan toch moeten laten gaan. Ik rijd het plaatsje bijna uit en flirt plotsklaps met een hongerklop. Dat voelt niet best. Ik beslis snel om terug te rijden naar de supermarkt. Inslaan.

Suikerwater. Het eerste blikje is zo weg. De andere gaan grotendeels in een bidon. De helft van de Oreos hap ik weg. Zie dat dit een favoriete onderweg snack is bij lange afstand fietsers en dacht dat het voor een normale dus ook wel zou kunnen.

Terwijl ik daar wat zit bij te komen komt Letizia Paternoster voorbij.

Waar ik zwalk doet zij motorpacing. Waar zij betaalt krijgt doe ik het omdat ik het leuk vind. Waar zij aan de Olympische spelen meedoet en topklasseringen rijdt, kijk ik daar met respect naar en heb ik mijn niveau.

Ik voel me weer beter, was dus op tijd, maar besluit toch maar de afdaling te kiezen en niet verder te gaan. Op naar het dal.

Het dal waar nu de wind echt vol in mijn nadeel blaast.

Lago di Cavedine

Heel vol. Ik kan wat met de kunsten die ik in onze polder leer. Tegen de wind in fietsen. Blijkt toch ook een kleine specialiteit te zijn als je sommige anderen ziet aanmodderen.

Op de Ballino

Tevreden en vooral moe. Zo kwam ik thuis aan. De tevredenheid overheerste, ook al zit er in dat achterhoofd het “meer, meer, meer”.

Dat is dan maar voor een andere keer.

Van de regen in de drup naar de top

Wat een water kan er hier vallen. Een dag regen. Een hele dag regen, de planten hoeven hier “even” geen water te krijgen. Dat is zeker.

Maar zo’n dag kan hier gelukkig gevolgd worden met een prachtige, met prima temperaturen. Zo geschiede. Dus niets anders dan mijn fietskleren aan en er op uit. Voor alle zekerheid met een windbreaker aan, omdat de wind over de bergen bij mijn vertrek nogal fris aanvoelde.

De avond van de regendag

Zo kun je zin hebben en zo kan dat weg zijn. Als lucht uit een binnenband. Lek ongeveer 2 kilometer van huis. Pompen in de hoop dat de dichtingsmelk zijn werk zou doen. Helaas. Voor de zekerheid teruglopen. E kwam me tegemoet met slippers om mijn schoentjes niet naar de vernieling te lopen en ook omdat het met schoenplaatjes niet zo heel goed loopt.

Band op pompen. Lekje ontdekken. Heel klein. Niets dat melk niet zou moeten dichten. Extra toevoegen. Band ronddraaien en zien dat de melk zijn werk doet. De band blijft hard. Ben ik hard genoeg om weer te vertrekken? Het heeft wat mentale overredingskracht nodig, maar ik ben zo ver. Al wordt het maar een Cavedine ronde.

De extra tijd heeft het een stukje warmer gemaakt. Ik fiets en ben blij dat ik weer ben gaan fietsen. Ik besluit om een zijklim omhoog te gaan. Ondingen zijn dat. Stijl vooral, maar ik heb mijn reddingsring van 34 tandjes achter. Daarmee kom ik overal boven.

Boven is de moeite waard. Boven is ook het gebied waar de waarschuwingen voor beren niet ontbreken. Nog niet zo lang geleden is in dit gebied een Franse wandelaar aangevallen. Ik heb begrepen dat deze beer afgeschoten is.

Ik daal af. Een automobilist die staat te kletsen met wandelaars rijdt zijn/haar auto naar de zijkant om ruimte voor me te maken en besluit de neus tegen een hek aan te parkeren. Hoefde van mij niet.

Ik daal af tot aan het einde van het dal. Er is me verteld dat er een nieuw fietspad is aangelegd. Dat klopt. Een wat ik noem “Italiaans fietspad”, mooi, maar met 9% stijgingsgraden.

Of dat helpt om gewone fietsers op de fiets te krijgen weet ik niet. De gewone weg die er naast loopt gaat veel geleidelijker.

Ik kies er vandaag voor om het dal weer helemaal door te rijden naar de andere kant en daarbij de Passo S. Uldarico vanaf deze kant te beklimmen. Een prima geleidelijke beklimming.

De wind blaast berg af volledig in het nadeel. Een stuk minder fijn dalen is dat. Voelt minder goed. Helemaal beneden is het dan weer prima te doen. De fruitbomen en druiven ranken geven voldoende bescherming en op een niet te druk fietspad snel ik naar huis.

Mooie ronde op deze manier. Uitdagend ook. Zwaar genoeg om me te verwennen met een lekkere pasta bij Bar Wind.

Natuurlijk met mijn vaste tafeldame er bij.

Voordat de regen komt

Ook hier zijn er van die dagen dat je, je fiets rit moet laten bepalen door het weer. Regen in combinatie met bergen, daar ben ik zeker niet zo van. Zorgt voor heroïsche verhalen, maar brengt wat mij betreft te veel risico met zich mee en als risico beperkend persoon, maak ik dan andere keuzes. Zo ook vandaag. Een donkere lucht boven het meer en in de loop van de dag zware onweersbuien verwacht. Nog wel eerst droog. Eigenlijk ideaal om een rondje Cavedine te maken. Ook wel prima op dag 4, na toch al het nodige klimwerk.

De wind komt zoals het hoort stevig uit de noord hoek. Tegen daarom eerst. Op het vlakke loopt het allemaal wel prima. De paar honderd meter klimmen is gewoon weer flink zweten.

Het rondje is eigenlijk net iets te kort. Ik zou er nog graag een goede 10 kilometer “vlak” aan toe willen kunnen voegen. Maar een extra rondje over de zelfde wegen daar kan ik me vandaag niet toe zetten.

Zo stuur ik weer in de richting van Dro. Doe het tegenklimmetje bewust helemaal staand. Trainen, weet je wel.

In Arco is het bal. Of beter: in Arco is het markt en een drukte van belang. Gekkenhuis. Iedere automobilist denkt nog dat ene parkeerplekje te vinden dat er niet meer is. Over het fietspad zwalken de wandelaars en mensen die amper kunnen fietsen. Balen, maar het is voor gemeenschappelijk gebruik. Ik probeer wel een paar mensen die wel heel vervaarlijk op me af komen met handsignalen, het licht ontbreekt, aan te geven dat spookrijden en inhalen niet verstandig is.

Thuis aangekomen blijkt dat de ronde precies lang genoeg was. De hemelsluizen gaan kort open.

Het noodweer blijft verder achterwege. Het druppelt wel eens wat, maar ik ga uiteindelijk van het terras af omdat de zon iets te fel schijnt.

Voor de donderdag is de weersverwachting over duidelijk. Water, water, water. De natuur hier zal er maar wat blij mee zijn en ik hoef niet na te denken of ik al dan niet een rustdag wil houden. Het is nu trouwens donderdag en tot nu toe hebben de voorspellers het meer dan bij het rechte eind. Het fenomeen “met bakken uit de lucht” wordt hier nog maar eens versterkt.

Op herhaling

Blijkbaar smaakte het naar meer. Waarom ook niet. Ik zie de Passo Ballino als de huis berg van Riva del Garda en daarom rijd ik er “ graag” omhoog. Klimmen en ik zijn nog steeds geen vaste verkering, maar een beetje uitdaging ga ik niet uit de weg.

Zon al ‘s ochtends hoog aan de lucht dus ook vandaag kozen we voor het betijds starten scenario. Ben ik hoe dan ook wel van, dus ook in de vakantie geen probleem. Compenseer ik met een Vuelta siësta.

Ik vertrok met een persoonlijk trainingsdoel. Tandje zwaarder omhoog rijden. Iets meer duwen. Wordt niet meteen omgezet in snelheid, maar is wel goed voor de spieren zo dacht ik. Op weg naar boven kom ik Daniel Oss tegen die net vanaf zijn huis wegrijdt. Verder wordt ik voorbij gereden door een stel fietsers op racefietsen en op een e-MTB. Het doet me niets. Ik heb de goede mindset gevonden en trap me helemaal in het zweet.

Boven is het weer prachtig. Heb je niet door als je niet een beetje om je heen kijkt.

Ik daal af en heb daarbij helaas een wat angstige automobilist voor me. Remt veel, maar gaat daarna te snel om in te halen. Haalt zo wel het plezier uit mijn afdaling. Ook al ben ik daar zeker geen echte held in.

Verder het dal in zit ik vast achter een vrachtwagen die zelfs tot stilstand komt in een bocht. Je maakt wat mee. Maar gelukkig zijn er geen gladde wegen en rotswanden die me tot stilstand doen komen. Allemaal prima dus. Met de wind in de rug snel ik naar huis, waar E. me staat op te wachten om een filmpje te maken na een stevige wandeling.

Wat kan ik dan anders doen en op een koffietje trakteren. Strava bevestigd achteraf wat ik al wist, maar dat mag de pret zeker niet drukken.

We zijn er!

Vanmiddag zaten we een ijsje, het verkleinwoord kan wel weggelaten worden, in Arco. Een meisje, ik schat een jaar of 5, was met, wat ik hoop, haar vader, oom of verzorger aan komen fietsen en smulde ook van een ijsje. Het meisje had daarbij het hoogste woord als de vrolijkheid zelf. Aan haar fietsje waren twee opvallende dingen te zien. Alleen een achterrem te bedienen met de rechterhand en een steun voor haar rechterarm of wat ze aan rechterarm heeft. Zo eenvoudig is het dus. Je bent zo “zielig” als je, jezelf voelt of nog beter je maakt er zelf van wat je er van kunt maken. Het meisje zal het nooit weten, maar door op het bankje in Arco een ijsje te eten is ze een inspiratiebron.

Spaghetti ijs. De lactose gevolgen zien we wel weer

Ik zeulde de afgelopen dagen mijn lichaam over de eerste Passo’s of zijn het Passi of is het alleen maar met passie. We hadden eerder er voor gekozen dat het in de file staan gezelliger is met twee en zo reden we het laatste deel over de A22 en binnendoor.

Op zondag ging het van de:

Passo San Uldarico naar de

Passo Ballino.

Het weer is prachtig. De temperaturen hoog. Mijn instelling, de reis is het doel, klinkt ook prima in het Duits overigens, werkt. Langzaam maar gestaag. Zo rijd ik rond.

Vandaag deed ik het anders. Vanuit Riva de Passo Ballino omhoog.

Blik op het meer vanaf de klim

Ondanks dat ik redelijk vroeg op pad was gegaan was het nu zelfs al aardig warm tijdens de inspanning. Maar boven was het een stuk aangenamer. Een fijne 23 graden zag ik staan.

Daarna in gestrekte draf de berg af en op naar het dal, waar ik zelfs de ochtend wind nog in de rug had staan. Wel zo fijn. Zeker omdat de wolken zich samenpakten boven de bergen. Dreiging van regen, maar meer dan een paar druppeltjes werd het niet. Het zomert hier nog volop en zo is het eenvoudig om de rondes te rijden. Niets te klagen.

Beeld van de reis. De fiets is zelfs in Duitse toilet gebouwen niet weg te denken

Puntjes

In het woord fietsen zit een “i”. Tijd om er nog maar eens wat puntjes op te zetten. Terwijl ik in eerdere jaren predikte dat een pure weekend warrior, degene die alleen in het weekend op de fiets zit, te veel zijn conditie afbreekt om het dan weer op te bouwen en dat je beter vaker een paar uurtjes dan één keer lang op de fiets kunt zitten is dat toch wel weer mijn fietsmethode op het moment. Maar ik geniet met volle teugen op de momenten dat ik op mijn zadel zit.

Zaterdag. Droog. Als ik vertrek. Na een half uur begint het te regenen. Bij Kaptein zeiden ze later in de ochtend dat het voelde als onder de douche staan. Ik kon het niet beter omschrijven. Als onder een regendouche. Van nat naar doorweekt. Maar het deerde me niet. Alleen mijn sokken vonden het een stuk minder.

Dit was ooit wit en zal waarschijnlijk nooit meer echt wit worden. Ik da het dat het wel mee zou vallen. Gelukkig is mijn fiets een stuk eenvoudiger wit te krijgen.

Ook zij bediende een wasbeurt. Ik blijf het mooi vinden hoe goed je de aero / wind lijnen op de fiets ziet. Precies de modder lijnen.

Later op de avond ging het helemaal los. De wind werd storm en de regen werd gieten.

Maar gelukkig werd het na wat stevige donder klappen op zo dachten weer gewoon droog en kwam zelfs de zon aan de hemel. Wel een flink aantal graden frisser, maar voor mij niet fris genoeg om niet in korte broek en korte mouwen op pad te gaan. Ging prima.

Weer de overtuiging dat het niet veel beter wordt dan dit en hoe jammer het is dat ik momenten voorbij laat gaan dat ik een ronde kan maken. Maar deze maakte ik maar mooi weer.

Het was nog vroeg toen ik al weer thuis was. Ik gok dat Vroege Vogels nog op de radio was. Deze Turkse Tortels namen het er met zo’n drieën. Hele wilde tortelduiven op de zondagochtend.

De rest van de dag werd gevuld met mijn ouders en E bij een smakelijke lunch en daarna gejuich bij de etappe van de Vuelta. Spektakel. Klassement weer opnieuw geschut. Er komen nog twee spannende weken aan zo lijkt het nu. Met het corona spook op de achtergrond er bij.

En opeens was er stress

Vakantie. Wat een vooruitzicht. Ik gun het iedereen. Een periode doen wat je zelf wil. Niet geleid door anderen maar door jezelf. Pure ontspanning.

Vakantie. Wat een vooruitzicht. Ik gun het niemand. Een periode waarin je wat wil laten zien. Geleid door je eigen wensen en onvermogen. Niets dan stress vooraf.

Om mijn stress iets in te perken nog snel een nieuwe cassette gestoken. Met 34 tandjes als lichtste versnelling. Hopelijk net die paar tandjes meer om of wel boven te komen of net iets ontspannener.

Vakantie. Wat een vooruitzicht. Ik gun het iedereen. Een periode doen wat je zelf wil. Op de mooiste wegen en net zo mooie beklimmingen. Pure ontspanning.

En ja, de ketting wordt nog gemonteerd. Zat nog in haar waxbad.

Blijven proberen

Het is zomer. Het weer is goed. Alles wijst naar de fiets. Maar toch lukt het niet om zoveel op de fiets te zitten als ik zou willen. Als ik dan ga fietsen, dan ook maar meteen iets langer.

Het is alweer augustus. Ook deze maand wordt toch wel weer minimaal een 100 kilometer ronde verwacht. Ik los de verwachting in op de 3e van de maand.

De ronde die ik uitkies brengt me langs de Amstel. Aan de roeivereniging voorbij. Een beetje een Olympische basis voor de roeiers. De stad hangt vol met vlaggen die verwijzen naar de Pride. Vandaag de botenparade. Maar daar is het nu nog wat te vroeg voor als ik voorbij fiets.

Met wat kunst en vliegwerk vind ik de weg waar ik altijd al eens overheen wilde fietsen. Ik zie hem lopen als ik naar huis rijd, maar wist niet zo heel goed hoe ik er op de fiets moest komen. Daar is vanaf vandaag verandering in gekomen.

Naar het einde toe moest ik nog een paar kilometer sprokkelen. De normale afslag voorbij en een klein stukje verder over de dijk. Maar de 100 is gehaald. Geen druk meer.

Het is zaterdagavond. De wekker is vroeg gezet voor de zondag. Ik verteer nog een keer de overwinning van Evenepoel. Wat zullen ze bij Specialized balen dat hij met de fiets die verwijst naar het 50 jarig bestaan van het merk over de finish kon rijden. Zo zijn er ook mensen die balen dat er maar zo weinig van zijn gemaakt en er daarom niet zelf op kunne rond rijden. Ik ben benieuwd of er een speciale Olympische versie gaat komen.

Ik veer op bij de 4 x 400 meter en schreeuw het uit. De weggedommelde E is weer helemaal wakker. Wat een prestatie. Geloven in het onmogelijke kan het onmogelijke mogelijk maken. Dat is wat ik er van meeneem.

Het is zondag. Ik wil wel eens iets anders fietsen. Ik sta in fietsmodus. Ik ben op dit moment geen wielrenner. Ik kies voor Marken. Daar ben ik wel eens met Rapha geweest, dus ik weet een beetje de route. De dijk langs het Markermeer wordt nog steeds verstevigd, dus ik fiets wat meer door het binnenland. Prima rondje.

Bij de vuurtoren stop ik en keer ik om. Ik heb de toeristische schwung te pakken en ga beide bruggen bij Schellingwoude over, om later de fietsbrug te nemen, te zwaaien naar het ouderlijk huis van vriend R en over het schapendijkje door te rijden. Bij Muiden kies ik zelfs niet de vlottere weg, maar sla ook hier af naar de dijk om me daar door een auto te laten ophouden. Misschien voel ik me toch wel een klein beetje wielrenner.

Blik op de overkant

Het laatste deel spoorbaanpad. Ik hijs me de bruggen over en drink precies vlak bij huis de laatste slok uit mijn bidon. Het was goed zo en nog een keer ruim 100 kilometer. Zo tellen de kilometers aan.

Straks naar de vrouwen koers kijken en vooral kijken of het dit jaar wel een hecht team is van Nederland en ze niet weer een verdwaalde Oostenrijkse uit het oog verliezen. Ik is trouwens een grote kans voor Italië. Maar dat staat nu nog in de sterren.