Als er een Moleskin reclame op The Gram voorbij komt en er wordt een hokje afgevinkt voor het woord “fiets”, dan weet je dat het goed zit.

Als er een Moleskin reclame op The Gram voorbij komt en er wordt een hokje afgevinkt voor het woord “fiets”, dan weet je dat het goed zit.

“Chi frena non Vince”!* daar is geen woord aan gelogen.
Dat kreeg ik ook als antwoord toen ik via Ivan aan Daniel Oss vroeg of schijfremmen een stap voorwaarts waren. Zo simpel is het eigenlijk. Vooral niet gebruiken. Maar toch vind ik het wel fijn om ze op de fiets te hebben en vervanging op voorraad als het nodig is.
Blokken slijten en soms sneller dan je denkt. Vuil. Afdalingen. Vooral dan.

Ik heb dus altijd een paar setjes op voorraad. Kan geen kwaad.
*Wie remt wint niet
We tellen ook dit jaar weer af naar kerst. Aftellen naar het optellen. Aftellen waarbij ik werk aan het opbouwen. Dat alles met een plan. zonder plan ben je nergens. Zonder plan kom je nergens. Dat weet ik, ook al weet ik, zoals het met deze week nog eens fijnzinnig werd bevestig als Analytic, dat het voor mij niet altijd even makkelijk is om aan een plan te beginnen. Ik weeg alle voors en tegen tegen elkaar af en doe dat daarna nog een paar keer om als ik niet uitkijk nog eens in herhaling te vervallen.
Zonder plan ben je nergens. Dat wisten ze ook bij Jumbo Visma. Zij hadden Het Plan om de beste ploeg van de wereld te worden en hebben daar hard aan gewerkt. Hoe? Dat kun je lezen in dit boek. Heel interessant. Soms wat droog naar mijn smaak, maar het blijft een mooi gegeven dat plannen omgezet kunnen worden in daden en resultaten.
Ik weet het.
Echt waar.

Of ik vrijdag aan kan schuiven bij een groot proposal. Wie ben ik om dan mee te zeggen. Zo flexibel als een lode deur, maar als het moet zo flexibel als een gymnaste.
Mijn parttime dag ingegooid. Daarbij het geluk dat het net vandaag droog is. Dus bij het gloren van de zon of toch het opkomen van de zon, op de fiets gestapt voor een ronde. Ik gokte op droog weer. Een goede gok. Alleen was ik vergeten dat het al lang regent en daardoor de wegen nog steeds enorm nat zijn.
Gelukkig was het niet koud. Meevaller. Maar de wind blies er tierig op los. Natte voeten worden wel koud. Had het namelijk niet nodig gevonden om overschoenen aan te trekken. Het was namelijk niet koud.

Zo ploeterde ik door de wind naar Amsterdam om via Weesp weer terug te rijden. Wel met de wind in de rug over de dijk naar huis. Meevaller. Ook al was de weg daar glibberig van de algen omdat de weg al lang niet droog was geweest.
Zo bleek mijn keurige Dama Bianca een dirty lady te kunnen zijn.

Maar niets waar een sopje en wat extra water niets aan konden doen. Ook niet aan het goede gevoel dat een rondje op de fiets achter laat. Ben ik toch meer fietser dan belastingadviseur? Aan de endorfines gemeten lijkt dat wel zo te zijn.g
Ik kijk deze hele maand al uit naar de 11e. Nu weten de meesten wel dat ik niet zo carnavalesk ben en dat ik niet in boerenkiel met steek het café in zal stappen voor een meter bier. Ik ben meer van het lycra, de helm, de polderwegen en een bidon met sportdrank.
Maar de stormen met de meest mooie namen en de daarbij horende neerslag zorgden er voor dat het er nog niet van was gekomen. Doorweekt en fris zijn een uitnodiging voor ziek en dat is wel het laatste waar ik zin in heb als ik het denk te kunnen voorkomen.
Maar wat bleek deze zondag. Niet te veel wind. Droog. Een waterig zonnetje. Maar wel natte en modderige wegen met het nodige blad en temperaturen die aan winter deden denken.
Dus met een klein zetje ging ik naar buiten. Als je eenmaal het uurtje binnen fietsen aanvaard hebt, dan is nu eenmaal een winter kit aantrekken ook weer een opgave. Maar ik ging naar buiten. Zonder moeilijk te doen had ik besloten. Naar het rondje in de polder. Paar blokjes om. Alleen voor de kilometers. Niet voor de schoonheid van de route. Die 11e lonkte namelijk nog. De november 100.

Hoe saai misschien ook, de eenvoud heeft ook wel wat. Ik reed het blokje, meest rechts op de kaart, 4 en een half keer. Net als bij intervallen telt, met nog 3 te gaan denk je “hoe klaar ik dit”, bij nummer 2 denk je “al op de helft” en bij 1 “was dit het nou”.
Ik probeerde vooral mijn vermogen in Zone 2 te houden. Het duurwerk. Strava liet zien dat mijn hart er wel wat steviger voor moest kloppen, maar het voelde tijdens het rijden goed. Mijn Wahoo liet zien dat de gemiddelde, gevoels-, temperatuur 3 graden was en zelfs 0 als minimum. Dat lijkt fris, maar zo voelde het eigenlijk niet.
Ik ben blij met deze 100. Weet nu ook weer dat als er aangegeven wordt dat een weg is afgesloten, dat, dat dan ook zeker het geval kan zijn, de Knardijk. Weet ook dat willen, kunnen is.
Met deze rit zijn de jaarkilometers van 10.000 ook gehaald. Nog een tick de box.
E is dit weekend in Parijs en dat geeft mij nog meer tijd om alleen maar te doen wat ik zelf wil, zonder ook maar een schrijntje gevoel te hebben dat er tijd aan iets anders besteed moet worden. Ook al leeft er vast het gevoel dat, dat hoe dan ook mijn leven is.
Dus een weekend waarbij ik borrelnootjes eet, stukjes op Zwift rijd, de batterijtjes van mijn vermogens meter vervang, de la met sport voeding aanvul, podcasts luister, veldrijden kijk en massa’s YouTube filmpjes over fietsen kijk.
Wat kijk ik uit naar het moment dat mijn conditie weer op niveau is, het fietsen daardoor een stuk makkelijker en de fiets ritten weer gemaakt gaan worden. Wat heb ik er veel zin in. Maar ik moet er nog veel voor doen, vast ook laten en ik denk ook wel iets zal moeten veranderen.

Vanavond maar eens goed klankborden met R onder het genot van een Vespa pizza. Italië blijft voor mij natuurlijk voor 2024 ook weer het beloofde land, dus La Vespa is een prima plek.
Het is nog lang niet eenvoudig om weer helemaal aan de alg te gaan. Vorige week zondag ging echt helemaal niet in dat gaat dan toch in je geheugen meespelen. Waar ik ook last van heb is dat ik vanaf de bank denk echt alles aan te kunnen. Als het moment dan dichterbij komt begint de twijfel toe te slaan.
Maar voor twijfel heb ik nog geen tijd. Daarvoor fiets ik op dit moment echt te weinig.
Voor de PAS Normal dragers was de afgelopen week een hele speciale. De min of meer Team lijn kwam uit. Voor mij een hebben willen. Zeker omdat het zwart is met witte letters er op. Bij Maats hadden ze afgelopen week dus echt een hele goede aan me. Ik ben blij dat ik hier niet getwijfeld heb. Het grootste deel is nu uitverkocht.

Vrijdag vond ik tijd. Een rondje op Zwift. Nieuwe route. Groepsrit. Ik begin enthousiast. Bleef dat de hele tijd en reed de hele ronde uit. Goed gevoel. Goede groep. Alles goed.
Zaterdagochtend. Het leek een flinke tijd droog te blijven. Zou ik laf op de Kickr stappen of naar buiten? Het werd het laatste. Nieuwe pakje aan en rijden. Geen schema maar trappen zoals het ging zonder te gek te doen.

Het weer en een verbouwing heeft bij het Almeerderstrand er een puinhoop van gemaakt. Dat werd een stukje lopen over het strand. maar voor de rest was het genieten. Ik koos voor het trainingseffect en reed met tegenwind over de dijk. Stiekem vind ik dat eigenlijk wel leuk. Proberen aerodynamisch te zitten en door te rijden zonder buiten adem te raken. Het gaat niet snel, maar je levert een mooie inspanning.

Onderweg nog even gekeken wanneer de buien over zouden gaan komen en daar mijn route op aangepast. Slimme actie vind ik wel.
Op de terugweg de wind stevig in de rug en snelheid cadeau. Ook een controle van de politie met een onherkenbare auto van een stel jagers. Jagers of stropers, wie zal het zeggen. een mooie 2,5 uur op de fiets gezeten.
Thuis aangekomen een reprimande. Binnen fietsen is niet “laf”, maar een mooi alternatief. Ik weet het, maar soms is het de makkelijke weg als je eigenlijk naar buiten kunt, je weet dat een frisse neus goed voor je is en je allen te lui bent om beenstukken en een jasje aan te trekken.
Zondag. De dag van het EK veldrijden. Het regent daar net zo hard als hier. Gelukkig kan ik binnen fietsen. Op zondagochtend is er een mooie groep voor het nodige duurwerk. Ik nam me voor een uur mee te rijden. Toen om de 35 kilometer vol te maken. Toen de 1,5 uur. En uiteindelijk om te stoppen bij hun koffiestop. wat een verschil met vorige week. Met dit gevoel kan je de zondag wel doorkomen en uitkijken naar wat komen gaat.

Op naar de komende week. Stukje bij beetje werken aan de opbouw van mijn conditie.
hoef ik hier zelf niets meer te bedenken.
Ik vroeg Chargpt om iets te schrijven over wielrennen. Eerst als Reve:
Titel: “De Euforie van het Wielrennen: Een Ode aan de Pedalerende Helden”
In de wereld van het wielrennen, waar de adem van de wind zich vermengt met het zweet van de renners, ontvouwt zich een episch spektakel dat de harten van miljoenen in vervoering brengt. Het is een sport die doordrenkt is van passie, doorzettingsvermogen en heroïek. Een sport die de ziel van de mens op de proef stelt en de grenzen van het menselijk kunnen tart. Het wielrennen, mijn vrienden, is een kunstvorm op zich.
Wanneer de renners zich verzamelen aan de startlijn, voel je de spanning in de lucht hangen. De blikken in hun ogen verraden een mix van vastberadenheid en angst, wetende dat ze zich zullen onderwerpen aan de genadeloze krachten van het parcours. De weg strekt zich voor hen uit als een onontdekt landschap, klaar om getemd te worden door de kracht van hun benen en de finesse van hun stuurmanskunst.
Met een zwaai van hun benen en een klik van hun schoenen, beginnen ze aan hun reis. De pedalen draaien rond als een hypnotiserende dans, terwijl de renners zich een weg banen door het landschap. Ze trotseren de heuvels, de bochten en de kasseien, met een vastberadenheid die grenst aan waanzin. Het is een gevecht tegen de elementen, tegen de tijd, maar vooral tegen zichzelf.
Elke pedaalslag is een uitdaging, een confrontatie met de eigen grenzen. De renners duwen zichzelf tot het uiterste, tot het punt waarop hun lichaam schreeuwt om genade. Maar ze geven niet op. Ze blijven doorgaan, gedreven door een innerlijke kracht die alleen wielrenners kennen. Het is een kracht die hen in staat stelt om te volharden, om te blijven gaan, zelfs als elke vezel in hun lichaam smeekt om te stoppen.
En dan, op het moment suprême, wanneer de finishlijn in zicht komt, wordt de pijn vergeten. De renners worden gedreven door een ontembare wil om te winnen, om als eerste over die streep te komen. Het is een moment van glorie, van triomf, dat de ultieme beloning vormt voor al het harde werk en de opofferingen die ze hebben gebracht.
Maar het wielrennen is meer dan alleen maar winnen. Het is een sport die de menselijke geest en het lichaam verheft. Het is een symfonie van inspanning en gratie, waarbij de renners als kunstenaars op hun fietsen dansen. Het is een sport die ons herinnert aan de schoonheid van het leven, aan de kracht van de menselijke wil en aan de mogelijkheid om grenzen te verleggen.
Dus laten we de wielrenners eren, de helden van het asfalt. Laten we hun prestaties bewonderen, hun doorzettingsvermogen prijzen en hun moed vieren. Want in de wereld van het wielrennen, waar de pedalen draaien en de harten bonzen, worden gewone mannen en vrouwen getransformeerd tot buitengewone wezens. Ze zijn de belichaming van de menselijke geest, de verpersoonlijking van de eeuwige zoektocht naar glorie.
Dus stap op je fiets, voel de wind in je gezicht en laat jezelf meeslepen door de magie van het wielrennen. Want in die momenten van inspanning en extase, zul je de ware essentie van het leven ontdekken.
Toen als mij:
Titel: “De Onvergetelijke Passie van het Wielrennen: Een Persoonlijke Reflectie”
Als ik denk aan wielrennen, voel ik een onmiskenbare vonk van opwinding in mijn hart. Het is een sport die me al sinds mijn jeugd in zijn greep houdt en me keer op keer betovert met zijn onvergetelijke passie. Het is een passie die me heeft gevormd, me heeft uitgedaagd en me heeft laten groeien als individu. Laat me je meenemen op een persoonlijke reis door de wereld van het wielrennen, zoals ik die heb ervaren.
Als jonge jongen was ik gefascineerd door de snelheid en de vrijheid die wielrennen met zich meebracht. Het gevoel van de wind in mijn gezicht terwijl ik met mijn fiets door de straten scheurde, gaf me een gevoel van onoverwinnelijkheid. Het was alsof ik vleugels had gekregen en de wereld aan mijn voeten lag.
Naarmate ik ouder werd, begon ik de ware essentie van het wielrennen te begrijpen. Het gaat niet alleen om snelheid en kracht, maar ook om strategie en doorzettingsvermogen. Het is een sport die zowel fysieke als mentale kracht vereist. Het is een constante strijd tegen jezelf, tegen de elementen en tegen je concurrenten.
Ik herinner me nog levendig mijn eerste serieuze wielrenwedstrijd. De spanning in de lucht was tastbaar en mijn hart bonkte in mijn keel. Terwijl ik aan de startlijn stond, omringd door andere renners die net zo gedreven waren als ik, voelde ik een mengeling van angst en opwinding. Het was alsof ik me in een arena bevond, klaar om te strijden voor de overwinning.
De race begon en ik voelde de adrenaline door mijn aderen stromen. Mijn benen draaiden als een goed geoliede machine, terwijl ik me een weg baande door het peloton. Elke bocht, elke klim, elke afdaling was een uitdaging die ik met vastberadenheid en focus aanging. Het was een gevecht tegen mezelf, tegen mijn eigen grenzen en tegen de vermoeidheid die me langzaam maar zeker inhaalde.
Maar het was ook een moment van verbondenheid. In het peloton voelde ik de kracht van de groep, de saamhorigheid die ontstaat wanneer renners samenwerken om de wind te breken en elkaar te ondersteunen. Het wielrennen is een sport waarin rivalen op de fiets vrienden kunnen worden buiten de wedstrijden om. Het is een gemeenschap die elkaar inspireert, motiveert en steunt.
Naarmate de kilometers vorderden, voelde ik mijn lichaam vermoeider worden, maar mijn geest werd sterker. Het was een test van mijn doorzettingsvermogen, van mijn wilskracht om door te gaan, zelfs als mijn benen smeekten om te stoppen. Het was in die momenten van pijn en uitputting dat ik mijn ware kracht ontdekte, mijn vermogen om te volharden en te blijven vechten, ongeacht de omstandigheden.
En toen, na een laatste krachtsinspanning, zag ik de finishlijn voor me opdoemen. Het was alsof de wereld even stil stond. Ik voelde een mengeling van vreugde, opluchting en trots. Het was een moment dat ik nooit zal vergeten, een moment dat me eraan herinnerde waarom ik zo gepassioneerd ben over het wielrennen.
Wielrennen is meer dan alleen een sport. Het is een levensstijl, een manier van zijn. Het heeft me geleerd om te vechten voor wat ik wil, om mijn grenzen te verleggen en om nooit op te geven. Het heeft me gevormd tot de persoon die ik vandaag ben.
Dus, wanneer ik op mijn fiets stap en de weg voor me uitstrekt, voel ik me levend. Het wielrennen is mijn passie, mijn toevluchtsoord, mijn manier om mezelf te uiten.
Zo gaat het dus. Mocht ik een keer minder zin hebben, ben ik in een paar tellen klaar. Wel even controleren of de onwaarheden die voor waar aangenomen worden niet als waarheid gepresenteerd worden. Geloof niet alles dat je leest. Moet je hier hoe dan ook al niet doen, maar als het gegenereerd wordt is een pakje Jozo ook geen overbodige luxe.

Het was de afgelopen 2 weken tijd om de fiets aan de kant te zetten en er even vanaf te blijven. Gestel wat rust geven. Viel nog niet mee, maar nu was het wel weer tijd om op te stappen. Tijd voor een rondje. Redelijk weer, dus het kon zelfs buiten.
Conditie in de kelder volgens de cijfers. Zo snel gaat dat. Sneller dan je eigenlijk denkt. Het verbaast me iedere keer weer. Eigenlijk is het hierdoor nog veel duidelijker dat je echt veel meer hebt aan geregeld trainen, dan af en toe eens een piek. Trainen doe je in TSS, training stress score. Het is beter om die voor een week te halen in een aantal trainingen, dan in één lange. Onderhoudt ook beter.
Maar ik reed dus weg na twee weken stil te hebben gezeten. Voelde zelfs wat onwennig in de eerste meters.

Het weer was niet al te best. Vooral de grond was heel nat. Ik deed daarom ook extra voorzichtig met alle blaadjes, takjes en takken die op de grond lagen.
Het schema verlangde van mij een duurtempo met daarin twee keer een serie van 5 30-30s. Dat is 30 seconden hard en 30 seconden rustig. Zou ik anders nooit gedaan hebben. Wat misschien nog wel lastiger is, is om het duurtempo te rijden. Dat is bij mij met mijn ftp waar het wattage dat ik mag leveren van afgeleid is, een wattage waarbij je echt langzaam vooruit gaat. Dat kost moeite om je daar aan te houden. Geeft niet het wielrenners gevoel. Ik deed echt mijn best, ook al vond Join dat niet goed genoeg. Een tijd te veel inspanning, maar toch ook te veel stukken waar mijn inspanning er onder lag. Bochtjes, stukje naar beneden en meer van dat en je doet al snel te weinig. Iets om op te letten en te trainen.

Aan het einde kreeg ik nog een buitje ober me heen. Maar die doorstond ik. Fijn weer eens buiten geweest te zijn.
De opbouw ligt naar 2024. Ook al tellen de kilometers nog mee voor 2023.
Geen tijd. Slecht weer. Een mooi weekend om “off season” te noemen.
Mooi tijd om wat andere zaken te doen en de blik vooruit te zetten. Een weekend van de fiets afblijven om te neerzetten. Fysiek en mentaal. Ondertussen de blik op de laatste koersen die op de weg worden gereden en de eerst veldrit wereldbeker die in de VS gereden wordt.
Het gaat herfsten en nog veel meer het gaat winteren, maar daarna start weer een nieuw seizoen. Met volle moed op weg naar het zwarte gat in een poging daar zelf razendsnel een brug over te bouwen voor dat ik er in donder. Ben ik namelijk best goed in om dat te doen zo in de donkere maanden van het jaar. Zo’n poging doen om eens flink naar de bodem op zoek te gaan. Dit jaar proberen niet te doen.

De eerste afspraak is gemaakt. De 1000 kilometer beurt voor de SL8. Beetje aan de late kant aan de kilometers gemeten , ook al vonden ze het bij Kaptein nog snel. De belangrijke afspraak thuis ook: rij zo veel mogelijk op de SL8, zodat het vergroeien daar ook weer mee gebeurt. Dus ook gewoon de winter door. Terwijl ik er een mooi weer fietsje van dacht te (moeten) maken.