Het vorige weekend ronde ik nog af met een rit door Limburg en Brabant waarbij ik Eindhoven aantikte. Minder uitdaging dan op de zaterdag maar een mooi begin van de maand oktober waarbij in één keer de gewenste 100 kilometer op de teller stond. Een 10 op 10 dit jaar.
Het viel me op dat de regio vol staat met prei. Maar waar de gemiddelde streek alles dat ze verbouwen aanprijst, lijkt dat met prei niet het geval te zijn. Prei lijkt daarmee de vergeten groente van de lokale VVV’s. Voor wie nog een leuke plek zoekt om een ijsje te eten is de lokale iksboer in Sevenum een aanrader.
Net als het fietserscafé, wist wandelende E te vertellen.
Een fietser met daarbij E d’r wandelprestatie
De week werd gewijd aan de bureaustoel op de Zuid-as, waardoor het zadel weer niet bezeten werd. Maar dat werd vanaf vrijdag goed gemaakt. Start van een nieuwe serie trainingen bij Join. Een goed voornemen: ik volg de intervallen die in de training staan opgenomen. Best lastig, want meestal is gewoon een beetje in de rondte rijden en om je heenkijken een stuk eenvoudiger om te doen.
Join had wat stevigs voorgenomen. Het begon op vrijdag met twee keer drie tempo blokken, die begonnen werden met een sprint van 20 seconden. Dat is fietsen op een tempo waarbij het bijna niet meer leuk is. De rest van de tijd moest op duurtempo. Dat lukte niet zo goed. Over het algemeen te veel vermogen geleverd.
Zaterdag weer aan de bak. Nog een keer trainen. Er werd eerst regen verwacht maar dat blies over. Straffe wind, maar daar kon ik mooi gebruik van maken. ik kon wel wat weerstand gebruiken om zo de inspanningen te kunnen leveren. Vandaag 10 x 1 minuut vol met 1 minuut rust er tussen. Heel zwaar. Ook hier weer niet gelukt om rustiger te rijden waar het moest, terwijl ik daar wel echt mijn best voor deed.
De derde dag op rij. God nam een rustdag, ik mocht nog een keer op deze zondag. Een ronde van 3 uur met daarin drie series van ieder drie keer 1 minuut kracht en aan het einde mocht ik nog 5 zittende sprintjes trekken van ieder 10 seconden. Waarschijnlijk om de sleur van de duurtraining te doorbreken. Leuk, maar ook hier weer lastig om de hele tijd in de juiste zones te rijden. Zo liet ik me wat gaan toen ik een renner tegen kwam op een Klein met Spinergy wielen. Meer 1995 kun je niet tegen komen onderweg.
Waar ik de eerdere dagen net iets te warm gekleed was, was het vandaag aan de ondergrens. Maar ik koester mijn warme korte broeken in deze periode en twijfel over wel of geen lange mouwen. Nog even en die twijfel is niet meer nodig. Dat is een zekerheid.
Zelf net terug van vakantie. Op zondag een ronde gereden en vanaf maandag alles gedaan wat ik tegen iedereen vertel vooral niet zou gaan doen. Ik had tijdens de vakantie gemerkt dat vakantie vieren een heel stuk ontspannener is dan werken en zou daarom proberen om het vakantie gevoel meer vol te houden. Dan meteen op de eerste dan 12 uur aanwezig zijn is minder verstandig kan ik vertellen.
Maar op donderdag vertrokken we al weer naar wat een kleine extra vakantie lijkt. Je zult maar het geluk hebben dat je ouders op hun vakantieadres in Noord Limburg een huisje huren dat groot genoeg is dat je er ook een weekend kunt blijven. Daarbij hebben ze, zoals ik als eerder beschreef er alle begrip voor dat ik dan graag een rondje fiets. Fietsen doe je niet alleen. Daar staat een partner en familie achter, want anders is het wel heel erg schipperen. Fietsen duurt namelijk meestal niet een uurtje.
Dankzij Strava vond ik een route. Dus ik hoefde niet zelf aan de slag of van de knooppunten route gebruik te maken. Het lijntje op mijn Wahoo achterna, vooraf gewaarschuwd door een piepje en een licht signaal. Hoe eenvoudig ook, ik kon toch nog een paar keer een afslag verkeerd nemen.
Tijdens mijn ronde kwam ik door het plaatsje Roggel waar we eerder wel eens met het hele gezin in een huis hebben gezeten. Maar dat liet ik al snel achter me en ik ging verder naar Roermond. Niet voor de Outlet. Fietstassen vergeten om de spullen in in te laden.
Het aardige van een route als deze is dat je niet alleen over recht toe recht aan fietspaden fietst, maar ook over de leukste wegen tussendoor.
Verder ook door verschillende natuurgebieden. Noord Limburg is niet het Limburg waar je aan denkt bij het typische Limburg met de klimmetjes uit de Amstel Gold race , maar het heeft hele mooie stukjes.
De ronde gaat niet alleen door Nederland. Odido, het vroegere T-Mobile stuurt me dat ik in Duitsland ben. De verslechterde fietspaden, de andere huizen en de gele borden geven meer duidelijkheid.
De wegen zijn glooiend. Geen meter vlak. Mijn Wahoo geeft zelfs een aantal keer aan dat er geklommen moet worden. Mijn benen voelen het ook en mijn sterkere ademhaling en verhoogde hartslag maken het nog meer duidelijk.
Door de slechte fietspaden slaat mijn achterderailleur in de beveiliging modus en schakelt daardoor niet meer. Fijn dat hierdoor de derailleur niet stuk gaat, ik moet alleen nog onthouden hoe ik hem er weer makkelijk uit krijg. Lukte me nu niet zo goed. Ik werd ook wat meewarig aangekeken door een meneer die voorbij kwam.
Nederland komt weer dichterbij. De eindstreep daarmee ook.
Ik stuur door Sevenum. Mensen op de terrassen. Als er een mogelijkheid is om op de terrassen te gaan zitten, doen ze dat hier graag. Alles om maar een drankje te kunnen nemen hier in het frivole zuiden.
De route gaat nu nog langs Toverland. Het lokale pretpark.
De mensen gillen en schreeuwen in de achtbanen.
Ik ben er bijna. Wat een ronde. Een mooie manier om de omgeving te leren kennen en drie buitenlanden: Limburg, Duitsland en Toverland te zien.
Ik koers de laatste meters naar huis. E staat me op te wachten. Ik speel nog even wielrenner.
Genieten weer. Mooi op de teller er bij. Ervaringen ook. Nog meer overtuigd dat de Strava route alternatieven een goed idee kunnen zijn.
Opeens stond het daar in de social media en zelfs in een krant. Voor mij volkomen onverwacht en als een schok.
De Ronde Hoep gaat dicht tot 2026.
Het typische rondje voor fietsend Amsterdam en zeker ook voor mij als lusje aan het rondje naar Abcoude als de 100 aangetikt mag worden.
Wat nu. Dat is natuurlijk de vraag. De wind komt namelijk opvallend vaak uit die hoek en het is een prettig en eenvoudige ronde om te rijden waarbij je tenminste ook nog eens andere fietsers tegen kunt komen.
Dan ben je weer terug op de huiselijke wegen. Zitten de auto zit kilometers in de benen. Heb je het gevoel over je dat het eigenlijk wel goed is. Zie je aan de temperaturen dat fietsen in korte mouwen geen doen is, een korte broek zelfs al wat fris. Dan is het zoeken naar motivatie.
Maar dan komt Join met een training op de proppen. Zie je dat het zonnetje schijnt. Is het jammer om de afgelopen weken weg te laten lopen. Weet je dat het beter voor je is om naar buiten te gaan. Weet je dat het nog beter is voor lijf en leden om een kleine inspanning te leveren. Zie je La Dama Bianca weer blinken na een zaterdagse wasbeurt.
Dan ga je toch maar. Het jasje dat je wel mee had genomen naar Italië trek je aan. De frisheid op de benen is nog best wel lekker en als je in de zon komt goed te doen. Na de eerste paar kilometer is het eigenlijk best wel leuk. De wegen iets meer van het zelfde, maar als er een weg lijkt afgesloten te zijn kun je gaan variëren. Herinner je een stukje route en blijkt het nog te kloppen ook. Blijken de 5 minuten kracht blokken in de training die je 5 keer mag herhalen nog heel pittig te zijn.
Zo vervang je het fietsen langs de A22 in fietsen langs de A6, 1 en 27. Zijn de echte bergen vervangen door Dutch Mountains in de vorm van wind die in de open polder net dat beetje harder waait, maar je in de rug ook lekker helpt.
Dan heb je gezocht en heb je het gevonden. De motivatie. Anders, maar toch ook leuk. Zeker als je daarna nog even in het zonnetje op je bankje kunt gaan zitten na afloop.
Dan is het opeens de laatste dag van de vakantie waarop je een fiets rit kunt starten in Tramin. Waar het aan het begin een kleine eeuwigheid lijkt, vliegt opeens de tijd en sta je, je schoentjes nog eens dicht te draaien, banden op te pompen en bidons te vullen met de laatste kans in je gedachten. Nog een keer kort – kort, met voor de zekerheid een ondershirt aan omdat de ochtenden wat fris zijn, zonder verder na te hoeven denken over wat je nu precies aan moet denken, zoals in de Nederlandse herfst. Bij de lokalen zie je hier natuurlijk al weer renners die hun lange mouwen shirts en wind jasjes uit de kast hebben gehaald. Het is 21 september dus herfst en dan zullen ze zich ook herfstig kleden.
Het is wat bewolkt, maar al snel druipt het zweet van mijn hoofd tijdens het fietsen. Ook al probeer ik mijn wattage meter in de duur one te houden, mijn benen willen meer en duwen het crankstel lustig in de rondte.
Voor dat ik het weet fiets ik fietsstad Bolzano al weer binnen en stuur ik mijn fiets nog maar eens in de richting van Meran.
Even er voor kom ik een renner van Astana tegen. Ik ben er zeker van dat dit Gianni Moscon is. Woont in de buurt, heeft zo’n paar dagen baard en hij reed uiterst rechts op het fietspad (passend bij zijn historie – zie Wikipedia). Wel sympathiek dat hij terug groet en niet eens met een helemaal gestrekte arm.
Het loopt als een zonnetje. Ik haal een meneer in die in mijn wiel kruipt. Hij heeft een wat bijzondere manier van fietsen. Aanzetten, benen stil, aanzetten, benen stil. Wat hij wil. Ik houd gelijkmatige tred. Een tempo waarmee ik een alles uit de kast rijdende MTB-er voorbij rijd. Ik kijk hem maar eens vriendelijk aan.
Ondertussen snellen mijn metgezel die me blijft volgen en ik het fietspad verder af. Er blijkt nog iemand aangesloten te zijn, die op een punt dat ik wil vertragen me inhaalt. Ik twijfel. Wil eigenlijk omkeren. De man heeft een paar honderd meter voorsprong. Ik twijfel een laatste keer, maar dan niet meer. De man prikkelt iets. Zit in mijn irritatie. Ik kruip in elkaar om als een aerokogel, zo zie ik me zelf, maar mijn omgeving me vast niet, te versnellen en er in één ruk naar toe te rijden. Dit voelt als macht die ik lang niet gevoeld heb.
Als we weer bij de man zijn haal ik hem in en probeer ik hem met mededogen aan te kijken. Och arme.
Niet veel later keer ik echt om. Ik geef een hand signaal om aan te geven dat ze me moeten passeren. Mijn trouwe metgezel stuurt meteen naar de kant, pakt zijn telefoon en maakt een foto. Het moet hier niet gekker gaan worden.
Ik rijd terug. Wat meer op het gemak. Mooi geweest.
Klein klimmetje
Ik geniet nog een keer van het fietspad waar ik inmiddels al de nodige keren over heen en weer gereden ben. Toch net een beetje anders dan mijn wegen thuis.
Thuis aangekomen laad ik mijn prestaties in Strava. Word ik niet alleen gegroet als een local, ben ik ook nog local legend op een paar stukjes. Laat zien dat ik veel het zelfde heb gefietst, maar ook dat Strava onder de krasse knarren die hier fietsen nog wel wat kan werven.
Join vindt me uiteraard weer over trainen, maar zal de autorit vast als een rustdag ervaren.
Stralende ochtend. E een dag online training, dus ik het rijk alleen.
Zo heel stralend was de ochtend niet. Zware bewolking. Niet het weer om eens lekker de bergen in te trekken vond ik, maar overzichtelijke kilometers vond ik eigenlijk een beter idee.
Join vond het geen goed idee nadat ik gisteren toch wel iets te veel had gedaan ten opzichte van wat passend voor mij zou zijn. Ik sloeg het in de wind en zou met een blik op mijn wattage meter gaan fietsen. Duur vermogen kweken.
Ideaal om een beetje over het fietspad te rijden richting Meran. Misschien niet het meest uitdagende en meest interessante als omgeving, maar wel eenvoudig, prima asfalt en overzichtelijk.
Er waren flinke maai werkzaamheden om het zo mooi te houden als het is. Werden zelfs tegen gehouden. Deze Italiaan dacht wel even door te rijden, maar dat was zonder de bordjes man gerekend.
In de buurt van Meran keerde ik nu niet eenvoudig om, maar ging op zoek naar een lusje en een glimp van Brad Pitt die hier een korte vakantie viert. Het was een beetje zoeken, naar de route, en ik kwam door niet het allermooiste deel van Meran. Maar nadat ik dit achter me gelaten had werd het weer een stuk beter.
Ik kon niet eeuwig doorgaan en besloot de rivier over te steken met deze typische houten loopbrug. Dat ik moest lopen werd me nog eens fijntjes toegesnauwd door een meneer, terwijl ik aan het afstappen was.
Aan de overkant liggen de Forst brouwerijen. Een enorm bouwwerk dat wat weg heeft van een klein dorp, met een eigen kasteel er bij.
Voor mij tijd om dit achter me te laten en al klimmend en dalend richting Lana te rijden en daar weer het alom bekende fietspad op te duiken.
Hopend op gezelschap. Maar dat liet op zich wachten. Eerst iemand die blij was met mijn gezelschap en toen drie man die liever kletsten dan wilden rijden en daarom ging ik ze maar voorbij. Uiteindelijk kwam ik bij drie strakke renners die een lekker tempo onderhielden en wat ik even achter kon kruipen.
Scheelt gewoon 50 Watt in de inspanning zag ik op mijn metertje. Helaas was het van korte duur en sloegen ze af en kon ik alleen verder tegen de wind die deze middag toch wel weer wat meer aantrok.
Zo maakte ik mijn rondje af en klom ik nog even door naar de bakker in het centrum voor een broodje en iets lekkers. Die hoogtemeters kreeg ik nog bij. Gelukkig hield het papieren zakje op de weg naar beneden en hoefde ik de Semmel niet van de grond te plukken.
Zo kwam ook aan deze rit een einde en kon ik ‘s middags naar het EK tijdrijden kijken in de buurt van Emmen met start in de dierentuin. Past wel bij de wielrenners die soms niet meer zijn als “aapjes in het spel” volgens Geraint Thomas.
De reactie van Join op het fietsen was er een die te verwachten was, ook al dacht ik niet dat het zo erg zou worden.
Je bent aan het overtrainen. Een keer dit zien is trouwens niet erg. Altijd zou niet goed zijn.
Ik denk dat ik toch op donderdag nog een rondje ga maken.
Als ik denk aan een echte training dan is dat er een met intervallen. Waarin je moet versnellen en je op een bepaald moment denkt: ik kan niet meer, maar ik moet nog even door en dat je dat dan nog een paar keer moet herhalen. Dat stond bij mij op het programma. Zou ik uit mezelf niet zo snel doen als ik alleen op pad ga. Dan is het meestal “grijs trainen”, een tempo dat snel genoeg is, maar waarvan je niet helemaal kappot gaat. Net te snel voor een duur tempo en net te langzaam voor een zone er boven. Volgens de trainers is dat geen trainen. Zwart – wit daar gaat het om bij trainen. Hard als het hard moet en rustig als het rustig moet.
Vooral in dat laatste zit mijn valkuil als ik dan echt aan de gang ga. Rustig is dan niet rustig genoeg. Als ik in mijn rustige zone zit of zelfs in de duur zone dan is het tempo dat van een ondermaatse toerist. Je kunt het dan wel leuk “vogeltjes kijken” noemen, maar je wilt je eigenlijk wielrenner voelen en net doen alsof je snel gaat.
De dagelijkse worstelpartij van het huis naar de hoofdweg
Terwijl ik weet dat als je, je wel aan de zones houdt, je minder vermoeid bent, je oefeningen beter uitvoert en dan ook de volgende dag weer aan de bak kunt en niet een extra rustdag voorgeschoteld krijgt.
Vandaag moest ik dus aan de bak. Eerst op duurtempo 40 minuten inrijden, 3 sprints van 6 seconden met 2 minuten rust, toen 2 x 2 minuten heel hard (ruim boven ftp) met 2 minuten rust, toen 2 x 4 minuten hard (rond ftp) met 2 minuten rust en dit alles afgerond met nog 8 minuten vlot 85% ftp gevolgd door 2 minuten rust en daarna weer 40 minuten duurtempo (rond de 65% van ftp).
Ik denken dat ik mijn training keuring aan het afwerken was. De intervallen deed ik goed. Alleen die duur en tussen pauzes waren veel te veel op inspanning doorgereden en dan plakte ik er nog 30 minuten extra aan vast ook. Al met al een veel te zware inspanning en Join was dan ook niet blij. Een dikke onvoldoende om te bereiken met de training dat er bereikt moest worden. Het op kop versnellen als je door hebt dat er een stel goed uitziende wielrenners in je wiel is gaan zitten werkt dan ook niet mee als er eigenlijk rustiger tijden op het schema staat.
Armen staan nog steeds niet helemaal recht….
Wat moet ik hier nou mee. Er zullen lezers zijn die nu denken “boeien, fietsen is rammen en dan maar zien waar je uitkomt”, er zullen er zijn die denken “als de trainer het zegt, dan moet je luisteren” en er zullen er zijn die ergens er tussenin zitten. Ik zit in het kamp dat eigenlijk wil trainen zoals het hoort en de opdrachten uit wil voeren, maar het moeilijk vindt om ingehaald door mensen op krakkemikkige fietsen met boodschappen tassen aan het stuur en een mandje voorop. Maar dat is misschien wel het lot van de trainende fietser waarvan het ftp niet hoog genoeg is om ook in rust nog snel te gaan. Een koffie ritje tegen 32 km/u met 4.000 hoogtemeters is niet aan mij besteed. We zijn dan ook niet allemaal Pogacar.
Maar misschien is dat wel de les. Het ftp moet omhoog. Zeker in Watt/kg. Iets om over te denken. Daarvoor moet het roer namelijk wel een stukje om en misschien moet dat -je wel weggelaten worden. Een beetje leuk moet het daarbij ook blijven. Ook al is snel kunnen fietsen natuurlijk ook wel leuk.
Een klein inkijkje in mijn hoofd hoe de bal heen en weer geslagen wordt.
Daarom deden we ons ‘s middags maar eens tegoed aan een ijsje en een glas limonade in Bolzano. Spaghetti ijs natuurlijk!
Gisteren was weer een dag naast de fiets. Kwam goed uit op een dag dat de goden er voor zorgden dat het hier ondanks meestal zonneschijn toch groen blijft.
Een dag om te lezen, Meran in te trekken en de meest lekkere overvloedig belegde broodjes in Kaltern te kopen.
Ook een dag om nog een klein beetje na te genieten van zaterdag en de gedachten langzaam maar zeker te gaan richten op de winter en het jaar 2024. De plannen lopen in mijn hoofd uiteen tussen behouden en groots. Meer van hetzelfde of helemaal anders. Alleen of met anderen, die niet eens weten dat ze er onderdeel van uitmaken. Mijn gedachten gaan alle kanten op.
Dat ik er graag nog iets meer uit wil halen dan uit 2023 waarin niet alles zoals gehoopt verlopen is dat weet ik zeker. Nu nog de juiste weg er naartoe en blijven genieten van hier en wat er nog komen gaat.
Als je Bolzano als uitgangspunt neemt kun je min of meer drie dalen inrijden, ook als is er één waarschijnlijk het verlengde van het ander, ook al voelt dat anders door het knooppunt dat Bolzano vormt. Je kunt richting Trento, richting Meran of richting Brennerpas / Brennero. Vandaag deed ik het laatste.
Punt om het Wahoo volgers bericht te versturen nadat ik vanuit het dal naar boven ben gereden
Eerst trappen over het fietspad naar Bolzano en dan meteen de reden waarom ik dit niet veel vaker doe. Je moet door Bolzano. Mooi fietspad door parken, maar helaas met een lastige wegopbreking in het midden van de stad. Dat haalt het plezier er wat uit, ook al maakt de route enorm veel goed er na. De A22 berijders kennen de weg die al mooi is in de auto langs de rotswanden, maar die vaak weggestopt worden in tunnels. Als fietser heb je het dan beter. De tunneltjes zijn van de oude spoorlijn en je krijgt mooi asfalt in een net zo’n mooie omgeving. Soms geslingerd door een dorpje, maar dan weer recht vooruit.
Fietspad, SP12 en A22 gebroederlijk naast elkaar
De hele weg loopt langzaam maar zeker om en laat de energie voorraad langzaam uit je lijf weglopen. Uitpersen. Zelfs als je, je niet het snot voor ogen rijdt. Het is vandaag wee benauwd en een zweterig weertje.
Nog voor Klausen besluit ik om weer om te keren. Voor een dag waarop Join vond dat maximaal losrijden meer dan genoeg was, ben ik toch al veel te dwars.
De terugweg gaat het eerste deel in vliegende vaart. Ik krijg de geklommen meters weer terug. Ik snel fietsers voorbij, waarvan een zitfietser een kleine hartverzakking lijkt te krijgen. Minder gewend om gepasseerd te worden. Of, dat herken ik wel, in de flow en daardoor niet beseffend dat je ingehaald zou kunnen worden.
Na Bolzano is het nog een aantal kilometers tegen de wind in. Ik schakel niet bij, ook al snakken mijn benen er naar, maar blijf draaien. Soms is op beentempo blijven rijden vermoeiender voor de spieren lijkt het wel, ook al is het zeker niet belastender.
De finish komt in zicht en dat is zeker goed zo. Heerlijk gereden, maar de fut is er wel weer uit.
Gelukkig serveren ze bij Pernhof ‘s avonds een heerlijk gerecht van bandnudeln en geschnetzeltes. Dat vult de energievoorraden weer aan.
Jaarlijks gaat medio september de Mendelpass een dag dichtvroor gemotoriseerd vervoer, zodat fietsers, lopers en zich anders voortbewegende kunnen genieten van de berg. Zo wordt het omschreven. Dat je niet voorbij geraasd wordt door motoren en sportauto’s is inderdaad heel fijn. Genieten blijft iets dat iedereen op zijn eigen manier moet bepalen.
Het is zaterdagochtend en aan het ontbijt twijfel ik waarom ik er aan ga beginnen. De stok achter de deur heb ik al duidelijk neergezet ook al lijkt ze meer op de vrouw op het bierglas dat mijn vader heeft dat klaar staat met een koekenpan. Het is niet E, maar de aankondiging die ik op mijn Blog heb gezet. Terugkrabbelen vind ik nu echt een zwaktebod.
E mijn shirt van de dag uit laten kiezen. In mijn achterzakken genoeg proviand en een windbreaker voor als ik de berg weer af zou rijden. Met lange mouwen. Boven zou het een heel stuk frisser zijn had ik opgezocht.
Ik rijd de beklimming klassiek vanuit Eppan. 15 kilometer klimmen met gemiddeld ongeveer 6% stijging. Voor dat ik aan de klim begin rijd ik het stuk langs de Kalternsee. Het is vrij druk deze ochtend met een combinatie van vakantie- en werkverkeer aangevuld met mensen die hun fiets naar het begin van de beklimming brengen met de auto.
In Eppan dan het bord dat de berg is afgesloten.
Ik ben in ieder geval niet alleen. Dat is zeker. Er rijd van alles en ingaat naar boven. Een groot deel van de mensen drijft zichzelf helemaal aan, maar er zijn er vooral veel die wat elektrische ondersteuning gebruiken en zo stukken omhoog vliegen.
Ik leeg nog een keer mijn blaas, om net als Roglic zo licht mogelijk te kunnen klimmen. Een grap natuurlijk, want er blijft meer dan genoeg van me over om de zwaartekracht aan te laten trekken.
De meneer rechts doet het met het been dat hem rest
Ik klim en vind een ritme. Een goed ritme. Ik puf wat, ik zweet veel, drink als mijn Wahoo het me opdraagt en knijp ook een gelletje leeg als me dat bevolen wordt. Ondertussen haal ik de nodige mensen in. Er rijdt echt van alles en nog wat tussen. Bij de mensen die ik inhaal zitten er ook die ik wel als wielrenner zou kwalificeren. Ondertussen wordt ik ook geregeld ingehaald natuurlijk. Door de bekende elektrische MTBs op full Speed, de gespierde spijkers en “echte” wielrenners.
Maar slecht loopt het niet.
Na 10 kilometer ongeveer staat de plaatselijke wandelvereniging met een standje. Ik herinner me dat ik het de vorige keer hier lastiger begin te krijgen. Nu valt dat nog steeds goed mee. Ik blijf trappen in mijn ritme en laat me niet verleiden tot gekkigheid. Ik heb een kort gesprek in mijn beste Italiaans met een man die oorspronkelijk uit Marokko kwam. “Aha Olandesi, Dumoulin, Van der Poel”! De Gullit en van Bastens van het wielrennen.
Langzaam maar zeker kom ik bij een mooi stuk langs een rotswand. Een herkenbaar stuk van de beklimming.
Hier is het extra fijn dat er geen auto’s zijn en kun je makkelijker je eigen weg kiezen. Beetje lastig dat die andere mensen er ook nog fietsen. Zeker als ze dat dan op een éénwieler doen (zie foto). Heel speciaal, met een houvast aan het zadel kunnen ze zelfs staand fietsen.
Ik reed rustig verder. Mijn shirt van vochtig naar kletsnat. De serie haarspeldbochten volgde. 9 stuks op een rij. Mooi blikken op het dal, af en toe verscholen achter een laag met wolken.
De haarspeldbochten
Mijn Wahoo gaf de beklimming steeds aan en zo was goed te zien wat voor stijgingspercentages me nog restte. Het laatste stuk kwam los in beeld. Nog een serie rode zones voordat de top bereikt zou zijn. Ik zet nog een klein beetje aan. Daar is ie!
Boven is het een dolle boel en een drukte van belang. Er zijn er die als helden worden onthaald en dat laat maar weer eens zien dat ook ik, hoe klein een prestatie ook mag zijn, tevreden mag zijn met mijn prestatie.
Ik hang nog even rond en FaceTime met mijn thuisfront. Ik ben doorweekt van te zweet, maar voel me eigenlijk nog heel erg goed. Verrassend, want heel veel klimkilometers had ik nog niet gemaakt. Beter nog niet gedurfd in te maken.
Ik daal af. Word wat opgehouden door wat langzamere leiden, maar wil er niet kamikaze voorbij terwijl er nog massa’s volk proberen om boven te komen. Ik voel me zeker op de SL8. Dat is precies wat je wilt van een fiets. Ik ben zelf beperkend genoeg en dat moet vooral niet de fiets zijn. Merk wel dat ik nog wat kan verbeteren in het doorkruisen van de haarspeldbochten.
Blij dat ik het jasje mee naar boven heb genomen en nu aan heb op de weg naar beneden. Scheelt heel veel.
Ik heb E aangegeven dat ik er een klein lusje aan toevoeg. Gedeeltelijk om de grote weg te ontlopen, maar ook om nog een keer over het fietspad van Eppan naar Bolzano (stuk er voor) te rijden. Volgens mij voor een deel weer zo’n oude spoorbaan die omgetoverd is tot fietspad. een soort van achtbaan op de fiets.
Bijna aan het einde van het fietspad
Nu komt het stuk terug. Tijd om me nog eens voorover te buigen over mijn stuur en het vlakke deel van de rit af te werken. Onderweg kom ik mensen tegen die ik ook op de berg heb gezien. Zij hadden juist de weg langs Kaltern genomen om met wind mee over het fietspad naar huis te bollen.
Met E heb ik afgesproken om bij de bakker in Tramin een broodje te eten. Die sluit helaas zijn deur om 12:00 en daarom belanden we bij Ellena Walch in de tuin. Ellena is de “Grand dame” van de Südtiroler en Italiaanse wijnen.
De maaltijd is niet echt die voor een fietser na een tocht, maar ik begreep van E dat de Gewürtztraminer Concerto Grosso niet te versmaden was.
Ik vind alles prima en zit vooral nog op mijn roze wolk van de beklimming. Ondanks dat ik me een heel stuk minder voel dan de vorige keer dat ik naar boven reed heb ik er praktisch net zo lang over gedaan. Iets van een minuut langer deze keer als ik de cijfers goed heb bekennen, maar voel ik me een stuk minder uitgewoond (beelden kunnen anders doen vermoeden).
La Dama Bianca zal er vast haar deel in hebben, maar wellicht geeft dit ook verder nog wel stof tot nadenken. Zou ik dan toch nog wat meer uit dit lijf kunnen halen als ik er nog iets beter mee zou omgaan?