Join roept het wel eens naar me: van rust wordt je beter. Ik geloof het nog steeds maar met moeite, maar weet wel dat zeker mij. Benen het af en toe heel hard nodig hebben. Zo ook vandaag. Maar we gingen niet helemaal in de passiviteit. Actieve rust. Stappen naar Riva, daar een klein taartje, van die overheerlijke Italiaanse petit fours, bignole, met een glas succo d’arancia op het terras en een beetje rondkijken. Puur genieten.
Op de terugweg deden we de sportwinkel aan voor een paar bussen met poeder voor de sportdrank.
Wie kent als wielervolger deze bussen niet, levensgroot opgeblazen lans de route. Ik vind het smakelijk, makkelijk te drinken en er zit nog het nodige in om het fietsen vol te houden ook. Ik drink het waarschijnlijk iets meer verdund dan de verpakking wil. Een Italiaans merk, dat bij iedere verpakking een bidon meegeeft. Mooi meegenomen.
We eten een heerlijk bordje pasta met gerookte zalm en ik duik het boek “Het Plan” in. Vakliteratuur voor de wielervolger over de weg van de ploeg van Plugge en Zeeman, die nu Jumbo Visma heet, naar hun grote doel. Daarover later vast meer.
Ondertussen fietsen op mijn iPad de renners hun tijdrit in de Ronde van Spanje onder het commentaar van de Babbel Belg en Karsten Kroon, iets te geregeld onderbroken door reclames. Steeds als ik denk nu is het tijd voor een Discovery+ of GCN abonnement, ga ik iets anders doen en moet ik voor straf op de reclame blaren zitten. Ik weet inmiddels wel wat DHL doet, we were all yellow, ook al vind ik die van het fietskledingmerk van Contador, Gobik, wel leuk.
Borreltijd en babbel tijd. We hebben een lang gesprek met Ivan over het plezier in fietsen. Dat hij de gravelbike helemaal ontdekt heeft. Dat het niet altijd snel hoeft te gaan, ook al weet ik dat zijn niet snel op een ander niveau ligt dan mijn niet snel. Over het risico op de fiets. Over de keuze om alleen te rijden of met mensen die je heel goed kent. Alles om het kleine hoekje waar het gevaar in zit te vermijden. Over fiets cultuur, waarbij groepsgedrag zoals seintjes geven zo belangrijk is. Over de lessen uit de topsport die gebruikt kunnen worden in het bedrijfsleven. Dat als je weet dat je het maximum geeft je het maximale doet. Maar dat je, je ook moet realiseren dat bij de 100 meter op de Olympische spelen een minimale tijd wordt verwacht om in de finale te kunnen staan. Ook al zijn de Olympische Spelen voor iedereen in de finale kom je niet als je die tijd niet haalt. Misschien is een andere discipline dan beter voor je.
Sprak ik maar vloeiend Italiaans. Sprak ik maar een beetje Italiaans. Dat had het gesprek nog iets beter gemaakt, maar ik houd er wel van om dit soort verhalen te horen van een oud Olympische sporter die met Italiaanse top coaches heeft gewerkt en nog steeds in contact staat met veel topsporters, (oud) prof wielrenners, trainers, ploegleiders en dergelijke. Wijs geworden op de wegen van de topsporter en niet in de schoolbanken.
Zin om mijn fiets een dag te laten staan had ik nog niet. Misschien moest het van mijn benen eigenlijk wel, maar we deden het ‘s ochtends rustig aan en na de koffie bij Mecki’s ging ik op weg voor een rit de Ballino op. E ging te voet naar Nago over ontspanden en meer uitdagende ondergrond. Waar we allebei niet zo bij stil stonden is dat als je uren op pad gaat en niet vroeg vertrekt je dan zeker de warmere temperaturen opzoekt. Dat deze we dus. De brandende zon in. Niet mijn beste omstandigheden.
Ik fietste de kant van de Ballino waarbij je langs de waterval komt. Mijn favoriete versie. Zeker omdat er een serie haarspeldbochten in zitten die lekker lopen en waarbij je soms een mooi uitzicht over het meer hebt. Beetje jammer dat ik er steeds door een auto werd ingehaald, zodat ik als ik de binnenbocht had niet het iets vlakkere stukje op kon zoeken.
Ik trapte een niet te zware versnelling, eigenlijk een lichte. Dat vonden mijn benen het prettigste en met het idee dat bovenkomen een prima doel was en stilstaan iets dat ik niet wilde doen, de beste keuze voor vandaag.
En zo kwam ik boven. Terwijl ik gelukkig een stel babbelende Italianen achter me hield en zelfs tot stoppen dwongen. Ze zaten wat in mijn irritatie zone, maar deden blijkbaar stoerder dan ze eigenlijk waren.
De afdaling in. De fiets voelt opvallend goed. Ik voel me zeker. Slecht in conditie, maar zeker.
Als straf voor het latere vertrekken kreeg ik een heel sterke wind tegen op de weg terug. Geen motivatie om er nog eens tegenaan te gaan. Zo ploeterde ik verder.
Hier mag alleen mijn fiets staan
Bij Mecki’s aangekomen genoot ik van een koude Italiaanse sinas. Wat kan dat lekker zijn. Sanpellegrino. Niet. Alleen bij Vespa Laren een favoriet.
We maakten er een rustige zondagochtend start van.
Met espresso en Brioche con Crema voor mij. Ik had de zaterdag nog duidelijk in mijn benen en denk dat ik nog wel even bezig ben met die rit uit mijn systeem krijgen. Vind ik eigenlijk ook niet zo gek.
Voor dat ik ga rijden bekijken Rinaldo en Ivan mijn fiets. Allemaal mooi. Discussie over het stuur. Is het 40 cm. Ivan holt naar binnen om een meet lint te halen. Onder in de beugel is het dat niet. Daar is het 41 centimeter wordt gemeten. Bovenop is het 40. Het stuur heeft een klein beetje flair zoals dat heet. Zo is het stabieler als je onderin zit en heb je ook iets meer ruimte voor je armen. In gravel rijden ze soms met nog meer verschil en Pogacar heeft nu een stuur dat, dat ook extremer heeft.
Van Rinaldo krijg ik de training tip mee om rustig aan te doen op een licht verzet. Meer zit er ook echt niet in.
Ik neem één kleine bidon mee. Om zeker te zijn dat ik me beperk tot een kortere rit. Ik kom er al snel achter dat dit vandaag niet genoeg gaat zijn. Ik doe er langer over en het is dorstig weer. Ik rijd rond met de bron voor fris water in gedachten.
Onderweg klim ik moeizaam een klimmetje op. Valt niet mee. Op de weg terug krijg ik gelukkig steun van de wind, maar houd ik me aan mijn lichte versnellinkje. Ook wel een veiliger idee op het soms toch wat drukke fietspad.
De rest van de dag schenk ik aan het boek VOX, de Vuelta en een ijsje. Het is per slot van rekening vakantie.
Risicomijdend, dat is een woord dat wel goed bij me past. Al te gek doe ik zeker niet, kies graag de veiligere weg, zekerheid en denk goed na voordat ik ergens aan begin. Waar sommigen er gewoon invliegen en wel zien waar het schip strandt, ben ik meer weloverwogen.
Met dat in gedachten heb ik gisteren iets gedaan dat afgeraden wordt en onder het kopje: dit is geen goed idee, wordt genoteerd.
Op een nieuwe fiets, waar je nog geen centimeter op gereden hebt, een afstand van 180 kilometer rijden, dat je een aantal maanden geleden voor het laatst hebt gedaan en de keer die twee weken geleden nog een beetje in de buurt kwam reed je in een groepje van vier, waarbij gedeelde smart halve smart was, in temperaturen die makkelijk de 30 graden aan zouden raken, terwijl het in Nederland eerder rond de 20 was en waarbij je zeker wist dat de laatste 100 kilometer met tegenwind gereden moesten worden.
Een recept voor en lijdensweg.
Maar wat had ik er een zin in. Met dank aan het thuisfront was het ook geen probleem om het te doen. Nog iemand weten hoe ik het tref en getroffen heb met E?
Aan het ontbijt een stevige bodem gelegd. Gelukkig heb ik geen moeite met ontbijten en de broodjes met honing smaakten dan ook goed. Bidons klaarmaken, het eten voor onderweg verzamelen, iedere 20 minuten drinken en iedere 35 eten, nieuwe shirt pakken en klaar.
Fiets in elkaar zetten
Spannend design dat shirt voor mijn doen. Cadeau van E en past ook wel bij een rit als vandaag waar de gekkigheid overheerst.
Het vertrek was bij Hotel Rosskopf in Sterzing, bekend van de start van de tolpoorten op de A22. Een fijn hotel, maar toch een flinke rit vanuit Nederland. Zeker elektrisch.
Ik had de route ingeladen via Strava op mijn Wahoo. Verkeerd rijden was dan ook niet mogelijk, behalve dat ik bij de eerste afslag fout ging en een groot deel van de route kan ik dromen.
Daar gaat ie
De eerste meters. Nog een beetje onwennig. Gevoel van het staan zoeken. Het iets smallere stuur.
Ciao
Maar na het eerste stukje vond ik het gevoel. Ik merkte dat mijn zadel ietsje hoger staat. Klopt ook wel na de laatste meting.
Kleine klimmetjes. De fiets wil. Iedere meter gaat naar voren. Kan dat nog beter dan op de SL7. Je zou de ken van niet met het slankere samenspel van de buizen bij het brackethuis, maar toch is het zo.
Een stijl stukje bergaf. Meestal is dit een punt om op nieuw materiaal voorzichtiger te doen. Met de SL8 niet. Wat een stuurbedrag. Ik voel me zeker en kom sturend uit waar ik naar toe wil. Heerlijk.
Brixen
Ik rijd door, of is het meer langs, Brixen. Slingerend om de A22. Op weg naar Klausen. Het plaatsje waar ik meestal keer als ik vanuit Tramin deze kant op fiets. De wegen worden dus steeds bekender. Het is het lang rijden over een fietspad. Wel af en toe met een gravel pad.
Een mooi stuk door een kloof door tunneltjes waar ooit een treintje doorheen gereden moet hebben. Hier loopt het licht bergaf en kan ik goed tempo houden. Nog even en ik ben in Bolzano en kan ik mijn bidons vullen. In Bolzano is het drukker en ligt het fietspad nog steeds opgebroken. Ik slinger me er rustiger tussendoor. Vooral geen zaterdagse dagjesmensen aanrijden.
De kraan
Gelukkig. De kraan. Ik ben toe aan extra water. Het is warm aan het worden. We zitten achter in de 20 graden. Wind op kop. Fietsen wordt werken. Op naar Tramin.
Tramin
Korte blik op de volgende bestemming na Mecki’s. Geen tijd voor een glas Gewürztraminer. Ik moet nog ongeveer 85 kilometer. De eerste vermoeidheid begint zich aan te melden.
Ik wordt ingehaald door een groepje dat er een lekker tempo op nahoud.
Zij rijden in twee dagen naar het Gardameer en zijn vandaag gestart in Brixen. Ik sluit aan en kan me een stukje verstoppen. Scheelt tegenwind, maar vraagt wel een iets hoger tempo.
Zij hebben dorst en stoppen bij een Bicigril langs de weg. Ik twijfel om het zelfde te doen, maar kies er voor om door te rijden. Ik wil door en dan maar zelf worstelen met de wind.
Soms rijd je bijna op de A22
De zon brandt. De kilometers tikken door. De vermoeidheid groeit.
Als ik denk al in de buurt te zijn van Trento vul ik nog maar een keer een bidon. Dorst. De warmte begint echt een rol te spelen.
Ik was er nog niet helemaal, maar toen ik de herkenningspunten begin te zien, zag ik het weer wat meer zitten. Nu op naar Rovereto. Ik hakte de rit steeds meer in stukjes.
Ik kom een fietser tegen en verstop me nog maar eens een keer.
Jammergenoeg slingerde hij nogal en was het daarom lastig om echt goed in het wiel te blijven zitten en echt het optimale voordeel te hebben. Maar het was tenminste iemand die een tempo aangaf en waarbij ik alleen maar moest proberen te volgen. Heel eenvoudig ging het allemaal niet meer.
Rovereto en haar wielrenners beelden. Heel ver is het niet meer, maar het gaat nog wel heel zwaar worden. Eerst een stijle klim met een uitloper naar Mori. Het laatste deel van Mori naar Loppio, waar ik toch nog een bidon vul, loopt dan nog eens valsplat omhoog. Afsluiten doen we het dan nog een keer met een stijl rot ding het laatste pasje op.
Daar boven aangekomen wilde ik het liefste mijn maag ledigen, om het woord kotsen te vermijden. Een dag zoetigheden en veel drinken met daarbij een laatste inspanning om boven te komen, werd er bijna te veel aan.
Wat overbleef was een afdaling, Torbole in. Niet een afdaling om van te genieten, maar een afdaling om goed op te letten. Afronden met een stukje door het dorp.
Nekkie is er af
Wat was ik blij E te zien staan. Het nekkie was er af, zoals Boogerd dat zei. Helemaal leeg. Lichaam toch nog moeten wennen aan de nieuwe houding ook.
Finito
Strava uitzetten en drinken. En praten natuurlijk. Eerst over E en mijn belevenissen van de dag en dan met Rinaldo over wat er in de zomer gebeurt is. Glazenrek van de muur, medewerkster met nierproblemen, te hete zomer en meer van dat soort Italiaans drama.
Ongeveer mijn rit
Blij er weer te zijn. Tevreden dat ik het gedaan heb. Helemaal gesloopt dat ook.
Mijn moeder herinnerde zich dat ik de vorige keer had geschreven: dit nooit meer! Ik ben blijkbaar meer ezel dan ik wil geloven.
Het is nu zondag. Mijn lichaam herinnert zich de rit van gisteren nog heel erg goed.
Daar is ze dan. Na nog een laatste fitting bij Kaptein Tweewielers
Zo wordt er voor gezorgd dat de maten niet ongeveer, maar precies over worden gezet en om nog de laatste puntjes op de I te zetten. Als we het over marginal gains hebben, dan zeker ook op dit vlak. Knie net iets rechter, been net wat beter strekken, stand van het zadel iets meer ondersteunend. Door de nieuwe pedalen en schoenplaatjes is dat ook nog extra gecontroleerd en lijkt alles nog iets beter te kloppen.
Ik ben natuurlijk een lastige vogel en had daarom een gewaxte ketting meegenomen en een set bidonhouders om nog te monteren.
Maar toen was ze klaar. Eerst klaar om de ster van Instagram te worden en daarna om mee naar huis te gaan.
En wat is het weer een schoonheid.
Met speciale details.
En de geïntegreerde stuur / stuurpen.
Wat ben ik een tevreden man. Op tijd klaar om mee op pad te gaan.
Vriend R was niet te houden en kwam even aan toen hij hoorde dat ze thuis was. Je zult maar net zo’n liefhebber zijn van zoveel schoons.
Bij Assos hadden ze een aantal jaren geleden het idee opgevat om ook een frame op de markt te brengen. Zoals het is bij Assos niet alleen een goed doordacht product, maar nog veel meer met een mooie marketingmachine er bij. Als je op zoek bent naar een mooie naam die past bij een shirt, jas of broek, dan weet Assos het wel te bedenken.
Het frame was de Goomah. De naam voor de bijvrouw bij de maffia. Wat is een mooiere bijvrouw dan een fiets.
Of het in 2023 beter een bij persoon zou zijn geweest laten we hier in het midden.
De bekendste bijvrouw in de wielrennerij is wel die van Fausto Coppi. La Dama Bianca. De dame in het wit. Giulia Occhini. Een schok voor het zo katholieke Italië en olie op de tweestrijd zoals die bestond tussen Coppi en Bartoli. De flamboyante en de vrome.
Vandaag is het zo ver. Mijn nieuwe bijvrouw komt naar huis. Prachtig in het wit. De naam is niet moeilijk om te kiezen om toe te. Legen aan Strava. Mijn eigen La Dama Bianca.
The Gram, of zoals ze het bij de serie Ballers noemen IG, is een ideale plek op fiets plaatjes te kijken. Al kijkend zag ik mijn eigen fiets voorbij komen.
Er is iets bijzonders aan de hand? Komt het door zijn charme offensief of wordt ik zwak?
Dit weekend is het gebeurd.
Ik heb sympathie voor Remco Evenepoel gekregen.
Het begon vorig weekend met het luisteren naar het interview van Laterne Rouge met Evenepoel. Best een aardige gast dacht ik toen.
Toen flipte hij gisteren na de aankomst van de ploegentijdrit in de Vuelta, zonder te weten wat voor voorsprong hij al had genomen op de andere klassement renners. Ik kon alleen maar denken: je hebt gelijk en goed dat je het niet, zoals hoort en verwacht wordt, het voor je houdt.
Daarna keek ik vanochtend zijnde tweede YouTube filmpje. Voorbereiding op de Vuelta en ik kon echt alleen maar denken: prima kerel.
Misschien komt zijn houding met zijn talent, of is het de voetbalspeler in hem die soms wat rare fratsen vertoond, maar wat ik nu zag vind ik eigenlijk allemaal wel prima. Nu alleen de twee Patricks, vader en teambaas, nog de mond blijven snoeren.
Ik zelfs sloeg fietsend over op zaterdag. Te veel andere zaken te doen. Vanochtend reed ik een kleine ronde. Vertrokken in de regen en verder alleen maar proberen om de regen te ontwijken. Goed gelukt. Daarbij is het Pas Normal regen vest ideaal. Een regenjas zonder mouwen. Zorgt er voor dat je net wat minder opgesloten bent als in een echte regenjas.
Een paar weken geleden werd het WK wielrennen voor profs gereden in Schotland. Voor Specialized het moment om de Tarmac SL8 op de markt te brengen. Het was een publiek geheim dat de SL8 er aan zat te komen. Er werd onder de liefhebbers al lang over gesproken. Afgemaakt door de een en opgehemeld door de ander.
Bij mij begonnen vanaf de presentatie de echte slapeloze nachten. Ik ben een liefhebber van de Tarmac. Rijd de verschillende modellen die er geweest zijn al jaren en heb een aantal speciale versies gehad en heb er nog steeds een aantal. Een SL4 in de kleuren van Amerikaanse bolide in heel beperkte oplage, een SL6 gekregen voor een zoveelste trouwdag, als beloning voor het volhouden denk ik, en een SL7, mijn Lupo Wolfie in de kleuren van Quickstep. Prachtige fietsen en als ik op de SL7 rijd weet ik niet wat er beter kan, weet ik dat ik er niet meer uit kan halen en dat het een topper is.
Maar als er een nieuw model komt wint de kriebel het. Zo eenvoudig is het. En als het kan, als het alles voor je is en het thuisfront vindt dat je het verdiend, dan ben ik niet degene om te zeggen dat ik de SL8 niet wil.
Bij de introductie zou een zwarte komen, Een project Black. Gelimiteerde oplage. Lijntjes uitgegooid naar bekende Specialized dealers. Uitverkocht. Wat nu? Gek doen? Zo zwart mogelijk blijven? Want zoals Ford vond dat auto’s alle kleuren mochten hebben p, als ze maar zwart waren, zat ik ongeveer in de wedstrijd. Mijn fietsen waren vooral donker en niet te opvallend. Met her en der een uitzondering.
Maar nu mijn auto een blauwtint heeft, na eerder wit, ben ik in mijn wilde levensfase aangekomen. Nog niet in de fase van het goud van vriend R, of de opvallende kleuren bij Ron H en Robbert, maar ik durf wat meer.
Bij Kaptein Tweewielers in Amsterdam kon ik terecht om de SL8 kleuren te zien en later ook in een opvallend rood. Kaptein ken ik al jaren. De winkel op de Overtoom waar we bij Peter onze eerste mountainbikes kochten. De winkel is inmiddels overgenomen door zijn zoon Jeffrey en dit jaar verhuisd naar een schitterende winkel op de Marathonweg. Ook een heel stuk eenvoudiger parkeren.
Zou rood de kleur zijn voor mij? Top beraad. Invloed van bikefitter Christoffer. Laat ook een witte komen, dan kan hij die ook zien. Wilde hij zelf namelijk ook wel eens zien.
Zien was liefde op het eerste gezicht. Een schoonheid.
Een matig wit met een twinkeling. Anders weet ik het niet te vertellen.
Dit wordt hem. Dit is hem.
Maar ik wil natuurlijk niet iets “straight out of the box”. Ik houd nu eenmaal van mijn eigen aanpassingen. Misschien niet allemaal even groot, maar wel zoals ik dat wil.
Beginnen met een Ceramicspeed tuning (OSPW, bracket, balhoofd)
Shimano Dura Ace pedalen.
Een direct mount derailleur pad.
Vittoria Corsa Pro banden, tubeless.
Een Roval Rapid stuur in de juiste 90/400 maten
Bidonhouders?
Zo wordt een standaard fiets een eigen fiets. Er zit standaard een 4iiii vermogensmeter op, dus daar is al aan gedacht.
Vandaag ging ik nog even langs om de derailleur pad langs te brengen. Een roze, voor de variatie. Bleek perfecte timing te zijn. Ze wilden me net bellen om te kijken of ik langs kon komen voor nog een stuurhoogte fitting. We gaan niet over één nacht ijs.
Christoffer aan de bak
Het is fijn om te zien dat er met liefde en aandacht met je fiets wordt omgegaan. Rustig en in stapjes.
Alles gaat naar wens. Alleen wat lastig is dat de batterij van de Shimano Di2 groep onder de zadelpen zit. De zadelpen is zo dun dat de batterij er niet meer in past, zoals bijvoorbeeld nog wel bij de SL7. Hierdoor kan voor mijn zadelhoogte de oen niet voldoende naar beneden. Er wordt aan een oplossing gewerkt.
Achterkant is een heel stuk slanker
Volgende afspraak: donderdag 12:00 voor de volgende, hopelijk finale, fitting. Dan kan ze precies op tijd mee.
Kijkend naar de Reels op Instagram, bij ons thuis naar De Rode Lantaarn, The Gram genoemd, zie ik voorzichtig wel eens wat voorbij komen waarvan ik weet dat het op mijn fiets gaat belanden.
Vandaag zag ik dit.
De rechter gaat mijn achterderailleur verfraaien en als Ceramicspeed adapt heb ik er vertrouwen in dat deze OSPW (OverSized Pully Wheels – groter dan de standaard versie zijn ze zeker) er ook voor gaan zorgen dat ik net een paar Watt minder nodig hebben om vooruit te komen.