Twijfel. We hebben vakantie, maar wordt het Hintergarten, Balkonia of een andere bestemming. Dit voorjaar waren we nogal reislustig en daarom was de vraag of we er dit najaar nog wel zin in hadden. Zin hebben of zin maken.
Op en werkdag kwam ik na weer de nodige uren op de Zuidas thuis en wist ik het zeker. We moesten gaan. Drie weken thuis zou aanvoelen als een heel erg lang weekend en dan was het nodige herstel er vast niet. Verandering van spijs doet eten en verandering van plaats doet leven.
Maar waar naartoe. Ik had wat gezocht, maar kwam eigenlijk niet verder dan wat ik ken. Gelukkig is er reisorganisator E. Een kleine presentatie ontving ik van een serie slaapgelegenheden. Tegen één er van kon ik geen nee zeggen. Een modern appartement in hartje Arco. Op de foto’s fantastisch. De hoop was in het echt ook. Ik had het zelf ook voorbij zien komen, maar aan de kant geschoven.
We hadden dus niet alleen vakantie, maar gingen ook. In stappen. Van Böttigheim met familie bezoek, naar Vipiteno of Sterzing zoals de liefhebbers van het groot Oostenrijkse rijk het nog graag noemen, waar we heerlijk aten in Nepomuk, en door naar Arco.
Daar deed het appartement zich alle eer aan. Beter dan dit wordt het volgens mij niet. Mooi ingericht, eigen garage en een balkon, laten we het terras noemen, rondom het hele appartement, waar de stappenteller enthousiast van wordt, met uitzicht op de kerk, het park en de burcht van Arco. Met een paar stappen ben je bij alles dat Arco leuk maakt en voor wie elektrisch rijdt zijn de laadpalen, snel, heel dichtbij.

Maar ik was niet gekomen om in een appartement te zitten. De lezer van dit blog ook niet. Ik wil fietsen en de lezer daar over lezen.
Op zondag was het tijd voor de eerste rit. De grote plannen, werden kleine plannen, werden flexibele plannen. In mijn hoofd fiets ik de straatstenen uit de straat, in het ware leven is dat andere koek.

Ik besluit eerst maar eens richting het Lago Di Cavedine te gaan en dan wel verder te zien. Ik wil te graag en houd me dan niet in tot wat ik kan. Maar na het meer, wilde ik wel meer. Stuk naar boven. Met beleid. Bocht na bocht. Tot aan het fietspad en toen verder.

Ik zag en vond dat het goed was. Maar het kon nog beter. Naar de voet van de Ballino en daar naar boven. Op mijn gemak.

In één keer naar boven en daarna naar beneden.
Dat laatste was niet echt om aan te horen. Mijn voorrem maakte een enorm schreeuwend geluid bij iedere lichte remactie. De reden is, hoop ik, het begin van de rit. Bij het wegrijden liep mijn rem heel erg aan. Ik sleutelen. Ik doen. Uiteindelijk de blokken uit elkaar geduwd. het aanlopen verholpen, maar het gillen en piepen of schreeuwen van de rem ontstaan. Ik denk dat de blokken niet goed, meer, zijn en vervangen moeten worden.

Zo kwam ik in het dal en fietste over wat toch wel één van de minst prettige fietspaden op de route genoemd mag worden terug naar huis.
Rit één zat er op. Meer dan verwacht. Beter dan verwacht.
Fietsen blijft voor mij een stuk ook je eigen beperkingen durven erkennen en te genieten tot het moment ze zich aandienen en te proberen ze een stuk op te schuiven. De comfort zone is een zone om de grenzen van op te zoeken. Dat lukte vandaag wonderwel goed.


















































