Blog

Hoog zomer

Het is hier in de afgelopen dagen gegaan van, lekker weer naar hoog zomer. Bij het laatste wordt de grens van de 30 graden makkelijk overschreden en ben je blij met een zuchtje tegenwind als die over de rivier blaast en zo wat verkoeling brengt. Anders is het warm. Heel warm. Dan wordt ik er aan herinnert dat ik daar wel wat moeite mee heb. Zo erg zelfs dat ik gisteren op de terugweg amper nog vooruit kwam. Leeg gereden.

Maar op de heenweg ging het lekker. Bleek dat ik mijn batterijen moest gaan opladen van de derailleur en daarom besloot ik om er maar weer eens een beentempo training van te maken. Net een tandje te licht en maar draaien. Dat helpt ook mee om je uit te putten merk ik, als je het minder gewend bent.

Ik was eerder al van plan geweest om eens door te fietsen tot aan de Forst brouwerij, maar kon het toen niet opbrengen. Nu ging ik in de flow en deed ik het wel. Het draaien en keren aan de randen van Meran is niet mijn favoriet. Over een soort bedrijven terrein, langs een oude kazerne, de paardenrenbaan, station en de altijd gezellige huizen die daar staan. Maar je krijgt er wat voor terug. Als je goed kijkt blijven de bergen er omheen prachtig.

Die kant op waren we afgelopen herfst op vakantie

Uiteindelijk was de brouwerij sneller bereikt en kon ik de voetgangersbrug over. Ik liep wel.

De brouwerij lijkt bij een Disney attractie.

Daarna klimmen en dalen naar Lana. Heerlijke weg om te rijden. Maar wel blij met de radar die aangeeft als er achteropkomend verkeer is. Het gaat nog lekker. Voel me goed.

Na Lana weer het dal in naar het fietspad. Hier beginnen de vermoeienissen. Heb precies genoeg water tot aan de bron bij Bolzano. Maar weet dat dit eigenlijk veel te weinig geweest is. Een liter water op drie uur in de zon.

De rest is kwakkelen en doorbijten. Tempo is er volledig uit. Ik trap nog net de maximum snelheid van een elektrische fiets. Sleur me in een slakkengangetje naar huis het laatste bergje op.

Heb het maar wel mooi gedaan. Dat ga ik er van proberen te onthouden.

Bericht uit München

Als ik een bericht van mijn nichtje uit München ontvang dan denk ik niet aan een vegetarisch alternatief voor Weisswurst, maar dan ken ik haar getrainde oog en weet ik dat ze iets rondom de fiets heeft gezien.

Een bijzonderheid, de handen van de Kannibaal Eddy Merckx. nog specialer zijn voetafdruk, waarbij het schoenplaatje goed te zien is.

Merckx zelf heeft niet met Olympische spelen die in München zijn gehouden. Hij reed twee keer mee. 1964 en 1968 en in 1968 werd hij kampioen in Mexico Stad.

Toen ik in 1984 in Duitsland meereed met de wielrenners van Strullendorf werd ik naar een wedstrijd gebracht door een wielrenner, ik denk een veteraan, Johannes Knab, die had meegereden bij de Olympische spelen van 1972. Hij had ook geregeld dat we ons in een fietsenwinkel konden omkleden.

Waarom reed Merckx niet mee in 1972 in München? Profs mochten toen nog niet meerijden.

En dan geen zin hebben

Het voornemen was goed. Stukje voorbij Meran, maar op weg er naar toe verdween de zin. Ik was wel leuk aan het fietsen, maar waar ik eerste probeerde om netjes rustig aan te doen deed ik wat meer mijn best. Als ik dat gedaan heb wordt het daarna lastig om rustig een tandje terug te schakelen.

Mijn lip was gelukkig wel al weer aardig geslonken ook al pruilde hij nog wel aardig.

‘s Ochtends had ik E op een langere wandeltocht gestuurd, dus voelde het wel wat minnetjes dat ik het bij een eenvoudig op en neertje Meran ging houden.

Op mijn terugweg reed ik twee renners achterop. Een afgetrainde versie en iemand die ik als stevig zou omschrijven. Vooral in zijn dijen. Het leuke was dat het, anders als de gemiddelde lokale fietser hier op het vlakke geen wieltjeszuigers waren en ook op kop kwamen. Okay ik reed iets sneller, maar zij reden uit alle macht.

Zo gingen we door tot dat ze losten. Voor mij een mooie gelegenheid iets kalmer te doen. Zo kalm dat ze weer achterop kwamen en we er nog een keer tegenaan konden gaan. De afgetrainde versie liet zich daarbij niet meer op kop zien. De ander wel. Bij mijn laatste kopbeurt bleef alleen de renner waarvan je het het minste verwachtte in mijn wiel zitten. Zo blijkt maar weer eens dat uiterlijk vertoon niet alles is.

Bleef niets anders dan het laatste stuk langs de A22 en daarna klimmen omhoog.

Daar stapte E inmiddels ook omhoog.

Liet me rustig passeren, zodat ik de schaduw op het dorpsplein bij kon komen.

Om zelf de laatste warme kilometers naar boven te klauteren. Heel warm.

Maar wat een verwennerij als je dan onder de bomen kunt genieten van een, lichte, lunch.

Knap werk van E en voor mij toch weer een rit er bij.

Vingegaard valt aan

Hebben de bijen, of andere stekende dan wel bijtende wezens, hier in Süd Tirol voorspellende gaven?

Gisteren schreef ik het. Ik ben aangevallen door een Visma Lease a Bike renner, een Killer Bee, zoals hun bijnaam zegt. Het resultaat in de Dauphiné, ik ben nog van de garde die er in zijn hoofd het woord “Liberé” plakt van de ter zielen gegane krant, een spectaculaire aankomst van een etappe waarin de sprinters hadden gehoopt aan bod te komen en nu de 4 tenoren, Pogacar, Vingegaard, Evenepoel en Van der Poel met als aanhangers Buitrago, oftewel “de Gier” om in de dieren te blijven, voor spektakel zorgden en Pogacar zijn handen uiteindelijk in de lucht mocht steken.

Bij mij was het resultaat niet dat mijn handen de lucht in gingen.

Voor:

Na

Er werd me “vriendelijk” gevraagd om de fiets een dag te laten staan. Ik denk dat er angst was dat mijn onderlip voor mijn ogen zou slaan bij tegenwind.

Uitstekend

Uitdagingen op maat, daar houd ik van. Genoeg om moe en blij van te worden, maar niet helemaal gesloopt zijn.

Ik begon met een stuk over dr Weinstrasse richting Mezacorona. Klimmen vanuit het dorp. Slingerend langs de druivenranken. Ik zie de wijnsoorten die E graag op tafel zet voorbij komen. De weg klimt, de weg daalt, de weg is maar heel weinig vlak.

Door het dorp naar een stuk slecht geasfalteerd fietspad door het bos. Er wordt gewaarschuwd voor beren. Dit is richting het gebied waar beren mensen aangevallen hebben. Een hardloper liep niet hard genoeg. De beer is inmiddels het land uit gezet. Had vast asiel moeten aanvragen in Roemenië.

Ook al is dit een weg waar een gravelfiets het ook wel had kunnen doen, ik fiets hier opvallend graag. Weet wat er nog gaat komen en wat gaat komen maakt veel goed. Zelfs nu de weg omhoog gaat lopen.

Dit zijn de wegen van de Giro en de Alpen Tour. Onderweg staan nog restanten van strepen en TV, waar ik eerder dacht dat dit het begin van de TV uitzending was is dit tussensprint in het Italiaans.

De weg gaat om hoog. Ik ga mee. Ik moet mee. Ik spreek met mezelf weer 1,5 uur af. De weg wordt een slingerend fietspad. Een paar procent worden meer procenten.

Ik schakel lichter en trap rustig verder. Wie maakt het uit hoe snel ik ga.

Ik kom boven op en trap nog iets verder. een week geleden was hier een soort wedstrijd.

Wat ik naar boven gereden ben, mag ik nu weer naar beneden. Ben niet alleen geen beste klimmer, maar ook een voorzichtige daler. Ben blij dat ik de grupetto niet hoef bij te houden om in koers te blijven.

Terug wil ik via het fietspad. Slinger tussen de velden door. Voel een tik op mijn onderlip. Een beet. Ik sla het vliegende beest weg. Het prikt. Het steekt. Het zwelt. Het zal toch niet? Geen tijd om na te denken. Geen zin om te stoppen. Ik ben aan het fietsen.

Op het fietspad staat de wind schuin mee. Ik rijd een lekker tempo en kom twee vlotte renners achterop. Als ik langszij kom gaan ze versnellen en versnellen doen ze. Het gaat flink hard. Voor mij nu net iets te. Maar ik denk voor hun ook, want ze houden in. De jongste knoopt een gesprek aan. Begint in het Italiaans en gaat over in het Engels als ik hem uitleg dat ik uit Ollanda kom. We hebben het over witte fietsen. Hij vraagt zich af of ik lang geleden gestopt ben met koersen. Ik vertel hem dat ik niet meer dan een zwakke toerist ben. Hij lacht. Vandaar het toeristen tempo. Hij fietst met zijn 75 jarige vader. Ik zou hem nog geen 55 geven. Ze rijden beiden op Dogma’s F12. Komen uit de buurt. Hij heeft een witte en zijn vader een zwarte. we beginnen weer te rijden. Tot dat ze mij laten rijden en het zelf rustiger aan gaan doen.

Dit soort gesprekjes maken de rit.

Het laatste deel valt me zwaar. Heel zwaar. Sleur me terug naar het dorp, waarna ik op het bankje onderaan de trap van Pernhof, deze achteringang moet je kennen, zit uit te puffen.

Wat ik dacht dat een wat treurige dag zou worden op het fietsvlak, werd een mooie. Zo zie je maar. Als de fiets er is, wordt het goed.

Overslaan

Een beetje treurig. Een beetje balend. Een beetje meer met zelf verwijd. Vooral toch wel teleurgesteld.

Niet dat we gisteren het tripje maakten naar Sterzing en daar de heerlijke Krapfen en Tirtl’s aten door de lokale boerenvrouwen ter plekke gebakken en ook nog door Brixen wandelden en ik voor het eerst een Oakley Velo Kato paste, ik ben nog niet helemaal overtuigd of ik het aan kan, maar dat ik vandaag niet de Sella ronde ga fietsen.

Twee keer in het jaar wordt de Sella ronde voor gemotoriseerd wegverkeer afgesloten en kunnen fietsen er tegen de klok in een ronde rijden. Het rondje staat hoog op mijn verlanglijstje om te rijden, maar ik ben er van overtuigd dat het pas leuk is als je er genoeg conditie voor hebt om er van te genieten. Ik schat mijn conditie op dit moment goed genoeg voor één bergje en niet voor een serie van vier.

Er is er natuurlijk maar één die ik daar op aan kan kijken en dat ben ik zelf. De fiets had toch wat meer op de voorgrond moeten staan. Zo simpel is het.

Het wordt hier wel een prachtige zonnige dag, dus mijn fiets zal zeker niet stil blijven staan.

Join blokjes

Na in het wilde weg gereden te hebben wilde ik wel weer eens wat structuur. Structuur van Join. Geen uitdagende of mooie routes. Een zo leeg mogelijk fietspad en daarop doen wat er opgedragen werd.

Join gaf me in een duurtraining 5 tempo blokken van 8 minuten. Tempo is ingeschat het idee dat je hard gaat, dat het moeite kost, maar je daarbij niet van je fiets afvalt van vermoeidheid.

Ik had flinke trek aan het ontbijt en dat moest ik in de eerste helft van de rit flink bezuren. Inspanning op een volle maag zijn bij mij geen vrienden. Het werd nog net niet herkauwen van alle lekkernijen, maar bijna wel.

In gestrekte, ingehouden, draf reed ik naar Bolzano om daar richting Meran het eerste blok te beginnen. Tandje er bij, tegenwind en licht omhoog zijn dan ideaal om inspanning te verhogen. Ik vond het lastig om in de zone te blijven. Trapte vaak iets te veel vermogen. Als je wil trainen is dat ook weer niet goed. Zones zijn om binnen te blijven.

Richting Meran werd het donkerder en donkerder.

Maar zolang het niet regende kon ik verder vond ik. Drie blokken die kant op en dan keren. Terug gaat het vaak net iets sneller door de loop van het parcours.

Net voor mijn keerpunt kwam ik drie fietsers in PAS kleding tegen. Aan het rondtrekken met lichte bagage. Helaas was mijn blokje niet hun tempo en had ik niets aan ze. Jammer. Wat gezelschap was nog wel leuk geweest. Dat gezelschap kreeg ik later, toen mijn rustige 45 minuten duurtempo er weer aankwamen. Een man op een witte S Works SL8. Mooi om een stuk mee in het wiel te gaan. Zo ging het nog even vlot voor uit. Gelukkig maar, want de wind stond vervelend op kop.

Het laatste stuk vlak bij Tramin was niets meer te merken van te donkere wolken. De zon deed haar werk.

En ik hoefde alleen nog maar het laatste stuk naar het dorp te klimmen.

De geplande 2,5 uur werden er bijna 3. De vermoeidheid was groter dan gedacht. Toch weer iets te veel gedaan. Maar intervallen maken je beter. Misschien niet op de dag zelf, maar wel na een tijdje.

Langs de A22, maar dan anders

Tijd om weer een andere kant op te fietsen. Niet afslaan bij Bolzano, maar verder langs de A22 richting de bergen. Ook al gaat het met niet al te hoge percentages dit is langzaam maar zeker klimmen.

Achter lichtje aanzetten

Maar voor dat het zo ver was, moest ik daar eerst nog komen. Minder makkelijk dan anders omdat ze nu met het eerste deel van het fietspad in de weer zijn n het hebben afgesloten. Ik gok dat ze aan het maaien zijn en dat het te lastig is om dan nog fietsers voorbij te laten gaan, zo druk als het hier kan zijn op het pad.

Bij Bolzano is het nu rechtdoor. Langs de parken. De plek voor lokaal Bolzano om te wandelen, sporten, elkaar te ontmoeten of via het fietspad naar het werk te gaan. Ik zie wat op tegen de kruising die de laatste tijd was afgezet. Moeilijk oversteken. Maar het bleek dat het moeilijke van eerder voor het makkelijke van nu was. Er is een tunneltje gekomen en je kunt nu. Onder wachten verder. Verwennerij voor de fietsers en het ontlast ook nog eens voor de auto’s. Kan niet beter.

Richting de bergen ziet het er somber uit. De toppen zijn in grauwe wolken gehuld. Op de hoogste toppen ligt sneeuw.

Zo ver en zo hoog ga ik niet, dus er is weinig te vrezen.

Het gaat lekker. De benen voelen goed. Ik trap lekker door. Slinger door het eerste plaatsje, moet een stukje van het fietspad af omdat ze er aan het werken zijn, maar wordt er niet veel later al weer opgeleid. Kan verder. Door de tunneltjes van de oude spoorbaan. Stijgende meters. Langs het kolkende water van de rivier en vaak hoog boven mij de A22.

Na 2 uur fietsen keer ik om.

Nu komt de vlotte gang terug. De stijgende meters zijn nu dalend en het wordt een heel stuk makkelijker om tempo te maken. Sommige stukken zoef ik naar beneden.

Aan de rivier is te zien dat het niet te best geweest is in de bergen. Grote stukken hout drijven mee. Het water ziet grauw en gaat flink te keer.

Ik weet niet de mooiste plekjes te fotograferen

Dee omleiding bij het afgesloten fietspad is nu wat lastiger, maar ik weet de weg te vinden. Bij Bolzano vallen een paar druppels, maar niet veel later zijn het weer alleen mijn zweetdruppels die er vallen.

Hoe dichter ik bij Tramin kom hoe zonniger het wordt. Stralend weer daar.

Het ontvangstcomité wacht me op, op een andere plek. Hijgend en puffend ben ik net weer naar boven gereden.

Blij dat ik er weer ben. Ook wel fijn dat terwijl E het laatste stukje terug wandelt ik iets sneller ben en al even op het bankje kan uitrusten.

Op Strava zullen er een paar mensen een wegtrekker krijgen. Het waren 99 kilometer vandaag. Niet de moeite genomen om nog de laatste kilometer te rijden om de 100 vol te maken.

Fietsloos in Trento

In de regio waar tenminste 300 dagen de zon schijnt kan het ook met bakken uit de lucht komen. Zo erg zelfs dat ontbijten in de tuin niet tot de mogelijkheden behoort. Een schok voor de vakantievierders, maar goed voor de druiven en de appels die hier moeten groeien.

We gingen als alternatief zonder fiets naar Trento. Maar Trento is voor mij zeker niet fietsloos in gedachten.

Niet alleen fiets ik er wel eens naar toe als keerpunt of zelfs door op weg naar Torbole, ik heb er een aantal bijzondere fietsherinneringen.

Zo mocht ik er een keer starten bij een Melodianum rit met oud renners. De tijdrit van Trento naar Rovereto. De pijnbank voor Dumoulin. Voor mij een prachtige ervaring.

Een paar jaar later was er het Europees Kampioenschap. Kijken bij de dames tijdrit. Op de fiets naar de mannen tijdrit en 10 meter in het wiel gereden van Kühn en een babbeltje met een Belgische renner. Op de fiets naar de start van het EK mannen elite. Wat een dagen waren dat.

Maar ook als er geen wielrenners rondrijden is het er prima toeven.

Blijkt trouwens dat zelfs als de dag nat begint hij hier prima zonnig en warm kan eindigen.

Bouwen

Na de hitte rit van gisteren, waarbij ik een jasje uit had gedaan, dacht E dat ik vandaag aan me voorbij zou laten gaan. Maar iets zei me dat ik maar beter kon gaan rijden, omdat de weersverwachtingen het beste als onbestendig omschreven konden worden. In de nacht was het al kletsnat geweest en alleen een paar bikkels kozen er voor om in de tuin te ontbijten.

Laaghangende bewolking

Ik koos in mijn hoofd voor de eenvoud. Fietsen. Fietspad naar Bolzano en dan af naar Meran. Het minst gevoelig voor als het toch zou gaan regenen. Verder besloot ik om na 1,5 uur om te keren.

Op het fietspad is het opvallend rustig. Paar verdwaalde mensen die zich moeten verplaatsen op weg naar hun volgende vakantiebestemming. Nog een paar kleine groepjes wielrenners er tussen. Ik had gedacht dat heel Italië op 2 Juni, de dag dat het ontstaan van de republiek wordt gevierd op pad zou zijn, maar niets bleek minder waar.

Het druppelt. Als je altijd zo’n gewend bent ga je natuurlijk niet als het druppelt naar buiten.

Ik rijd m’n tempo. Niet te veel inspanning. In de zone. Ik wordt bijgehaald door twee fietsers. Één die er uit ziet alsof hij zelf de Dolomieten plat kan walsen. Aan zijn wiel een iets mindere God met een wapperend regenjack los hangend.

Ik kruip in zijn wiel. Snap niet dat als je wat minder bent dat je dan niet probeert om met kleine zaken het verschil op te lossen. Geen wapperende open hangende jacks en lager gaan zitten om meer uit de wind te rijden. Maar ik vind het wel prima. Kan eenvoudig mee glijden.

De man op kop wijkt uit om zijn neus te snuiten. Hij ziet mij zitten. Gaat terug naar de kop en begint zijn best te doen. Het tempo gaat een aantal kilometers de lucht in. In het wiel, op het vrij brede, stille met goed asfalt bedekte fietspad is het prima toeven. Zo glijd ik nog een paar minuten mee.

We worden bijgehaald door een ander groepje. Ze vliegen ons voorbij en roepen iets voor mij onverstaanbaars naar de man op kop. Er ontstaat meteen een gat tussen de groepjes. Ik twijfel. Ik moet nog ongeveer 2,5 minuten. Blijven zitten of het gat dichtrijden.

Ik kies voor het tweede. Kies daarbij ook voor het niet bij schakelen. Beentempo moet het doen. Ik trap en ik trap en kom dichter. Mijn benen tollen in het rond. Dichter en dichter. Als ik bij het achterwiel ben is mijn tijd voorbij en laat ik lopen. Niemand in mijn wiel en ik keer om. na een tijdje kom ik mijn makkers van eerder tegen. Handjes op het stuur en babbelen. Het was dus echt alleen om stoer te doen. De Dolomieten worden nog niet platgewalst.

Nieuw aangeplante druivenranken

Terug. We gaan door de 2 uur heen en de eerste signalen van vermoeidheid dienen zich aan. Het zit niet alleen in mijn hoofd, maar mijn conditie is echt niet grandioos.

Ik heb nog redelijk geluk met de wind en op de moment dat de zon door de wolken komt piepen is het meteen echt warm. Gelukkig was ik niet Italiaans met allerlei jacks aan gaan rijden, maar was het gewoon kort – kort.

Ik ontdek een voor mij nieuw weggetje terug naar huis. Minder druk met auto’s en ook net iets minder stijl terug het dorp in. Licht rood in plaats van donkerrood op de Wahoo.

E zit al bij het cafeetje onder de bomen. We drinken samen nog een Cola. Mooie afsluiter.

Hoe erg het weer hier op een paar kilometer kan verschillen bleek ‘s middags wel. We bezochten een plaatsje en maakten nog een toertje met de auto. In de buurt van Bolzano was het gitzwart en kwam het met bakken uit de lucht zodat er stroompjes over de weg liepen. In Tramin zaten we later in de tuin ‘s avonds te eten.